Schoonhout/Starre VOOROUDERS VAN NABIJ EN VER

KWARTIERSTAAT van Johanna Schoonhout
ged. Rotterdam 9-8-1676
dv. Nicolaas Pieters Schoonhout en Louwijse Jans van der Hammen

BLAUW verwijzing naar ouders en naar het kwartier van het kind

Samenstelling: Vic. Poolen
Aanpassing 4-12-2012

www.vicpoolen.nl
Free counter and web stats
Rotterdam

VOOROUDERS VAN NABIJ EN VER
Deelkwartierstaat #70-Johanna Schoonhout uit de kwartierstaat van Willem Hendricus Poolen.


In de kwartierstaat zijn de volgende verkortingen gebruikt:
geb.-geboren ged.-gedoopt zv.-zoon van ev.-echtgeno(o)t(e)van ^-wonende/verblijvende te
ovl.-overleden bgr.-begraven dv.-dochter van wed.-weduwe van
otr.-ondertrouw (%) tr.-getrouwd (X) kv.-kind van wedn.-weduwnaar van

    Generatie I
    INDEX van familienamen
  1. JOHANNA SCHOONHOUT, (DB-137:465:22)<7>, ged. Rotterdam 9-8-1676 (doopget. Davits van den Handt[=van der Ham] en Maddelentie Hansonet), ovl. Rotterdam tussen 1718 en 1721.
    Johanna Schoonhout otr./tr. Rotterdam 14/30-3-1706 met Pieter Pool, ged. (ev.luthers) Blomberg-D 7-6-1673 (vader: Gösslich Poell, peten: Johann Avenhusen en Albert Tymann - doopbewijs dd. 13-3-1951 uitgeschreven door de pastoor van de Ev.Ref. Kirchengemeinde), ovl. na 1721, zv. Gottschalck Pool, schoenmaker, en Liesabeth Mische
    • De schrijfwijze van de familienaam komt men in de Rotterdamse archieven tegen als Pool, Poole, Polen en Poolen. De naam Pool komt ook in Duitsland voor, naast Poell en Pohl (=huidige schrijfwijze en zeer veel voortkomend in de stamstad Blomberg).
    • Pieter Poole, jm. van Blommenbergh ^Korte Wagestraat X Johanna Schoonhout jd. ^Oppert.
    • Op 11 augustus 1708 verkreeg Pieter Poolen een voorlopige verblijfsvergunning. In de provisionele administratie van Rotterdam is daarover het volgende opgenomen: "Pieter Polen, out 36 Jaren, geboortig van de Stad Blomberg en zijn huijsvrouw Johanna Schoonhout geboortig van Rotterdam out 32 jaer met haer kind 1® jaer". In de marge is vermeld: "3e Smaldeel 10e Wijk".
    • In het voogdijregister van de Weeskamer te Rotterdam is vermeld:
    • "Woensdagh Den 23 juli 1721, Pieter Pieterse en Claes Pieters sijn nevens elkander geordonneert tot voogden over de nagelaten Weeskinderen van wijle Johanna Schoonhout daer vader af is Pieter Poel, onder den behoorlijke Eed bij henlieden in handen van de Ed.Achtb. heeren Weesmeesteren gedaan."
    Uit het huwelijk van Johanna Schoonhout en Pieter Pool:
    1. Lysebeth Poolen, ged. Rotterdam 21-12-1706 (^in de Broedersteegh, doopget. Elsie van Dijn), ovl. na 1747 (10-1-1747 getuige bij de doop van Pieter Poolen, zv. van haar broer Nicolaas Poolen en Sara Ham).
    2. Barent Poolen, ged. Rotterdam 28-8-1708 (^Baanstraat, doopget. Jan Casimir en Jannetie Voormeer), ovl. Rotterdam voor 1710.
    3. Barent Poolen, ged. Rotterdam 8-7-1710 (^Slickvaert, doopget. Aeltje Jans), ovl. na 1739 (in 1739 geb. en bgr. 27-12-1739 een craemkind van Barent Poolen).
      • Barent Poolen werd op 30 november 1735 -samen met Jans van de Garnaeij- benoemd tot toeziend voogd over de nagelaten kinderen van Pieter Jans Ham, waarvan Maria Willems van de Veer de moeder is [kwnrs. 34+35]<8>.
      Barent Poolen otr./tr. Rotterdam 15/30-5-1735 met Geertruij Kooijwijk, ged. Rotterdam 8-5-1710 (^op de Hoogstraat bij de Vlasmarkt), begr. Rotterdam 7-6-1740 (^werkhuis, diaken), dv. Gerrit Ariens Kooijwijk en Anna Dircks Quackernaat.
      • Kort voor haar huwelijk met Barent Poolen woonde Geertruij Kooijwijk "..... ten huijze vant Jan de Bires(?) buijte regent van het weeshuijs deser stad."<9>
      • Barent Poolen, jm. ^Botersloot X Geertruij Kooijwijk, jd. ^Lambertstraat.
    4. Claas Poolen, ged. Rotterdam 1-5-1712 (^in de Baanstraat, doopget. Caat Cornelis), begr. Rotterdam 14-7-1714 (Westerkerkhof, kind van Pieter Poole in de Knollemansteeg, oud 2 jaar).
    5. Alida Poolen, ged. Rotterdam 3-6-1714 (^Knollemansteeg, doopget. Alida van Eck).
      • Van Alida Poolen zijn in de Rotterdamse archieven geen verdere gegevens gevonden.
    6. Nicolaas Poolen, ged. Rotterdam 18-6-1716 (^in de Knollemansteegh, doopget. Kniertie Schoonhout en Arijaantie Nieuwenhuijsen), timmermansknegt, ovl./begr. Rotterdam 7/11-4-1795 (^Oppert Hoedemakersgang).
      • Nicolaas Poolen staat in de voogdijregisters van Rotterdam diverse malen als toeziend voogd genoemd (oa. in 1755 en in 1770).
      Nicolaas Poolen otr./tr. 1x Rotterdam 29-4/14-5-1742 met Sara Ham, ged. Rotterdam 27-5-1714 (^op de Rotte, doopget. Jan Pieterse Ham[?] en Neeltie Ham, als naam van de moeder wordt opgegeven Maria Willems Levens), begr. Rotterdam 12-4-1770 (^Peeperstraat bove Stal van Resort, minderj. kind: 1), dv. Pieter Janse Ham, matroos bij de VOC, en Maria Willems van der Veer.
      • Klaas Polen, jm. ^Doelestraat X Sara Ham, jd. ^Rijstuin.
      • Op 30 april 1751 verschenen voor notaris Jacob Vroombrouck te Rotterdam: "Claes Poore, in huwelijk hebbende Sara Ham en Coenraed Downing, in huwelijk hebbende Wilhelmina Ham, zijn de gemelde Sara en Wilhelmina denige nagelaten kinderen van Maria van der Veer in eerder huwelijk verwekt bij Pieter Jantz Ham". Ten behoeve van Johannes van der Garnaij, weduwe van gemelde Maria van der Veer werd vastgelegd dat er geen boedelscheiding zal plaats vinden.<10>
      • In het voogdijregister van Rotterdam werd op 7 mei 1770 vastgelegd dat de voogdijschap over "de nagelaten minderjarige zoon van wijle Sara Ham daar vader af is Nicolaas Poolen" was neergelegd bij Jan Jansen de Swart en Bartholomeus Halé.
      Nicolaas Poolen otr./tr. 2x Rotterdam 10/26-2-1771 met Henderijntje Statius, ged. Delft 2-8-1728 (Henrica, get. Jannetie van der Linden), begr. Rotterdam 26-7-1796 (^Oppert, 70 jaar), dv. Philip Statius en Jacomijntie de Smidt.
      • Nicolaas Poolen, wedn. ^Peperstraat X Henderijntje Statius, jd. ^Kipstraat.
      • Uit het protocol van notaris Adam Schadee te Rotterdam: "Testament van Man en Vrouw waarin geen making van Fedei[=Fideï] Commis is (dwz. er is geen overhandse erfstelling ofwel er zijn geen aangewezen erfgenamen), hebbende de Testateuren verklaard beneden de Twee Duijzend Gulden gegoed te zijn en geen Amt of bediening te hebben." "Op den 1e October 1774 compareerden ..... Nicolaas Poolen, Timmermansknegt, bevroren weduwnaar van Sara Ham en Hendrina Statius. Echtelieden woonagtig in de Zandstraat op de hoek van de Peperstraat binnen de stad."
      • Geregeld werd de onderlinge vererfing, mede met betrekking tot de zoon Pieter Poolen uit eerder huwelijk verwekt en/of zijn nakomelingen. Voorts werden er voogden aangewezen over deze nakomelingen ingeval van diens overlijden: "Sr. Bartholee, woonagtig alhier en Barend Dijkman, platielbakker, woonagtig op de Molslaan te Delft".<11> De laatste was op 9 juni 1743 te Delft gehuwd met Maria Statius, mogelijk een zuster van Henderijntje.
      • Uit dit huwelijk van Nicolaas Poolen met Henderijntje Statius waren geen kinderen.
      • Klaas Poolen en Henderijntie Statius waren op 30-9-1781 te Rotterdam getuigen bij de doop van Henderijntie Meijer dochter van Hendrik Meijer en Anna Gerritdsr van der Werth. Hendrik Meijer was eerder gehuwd geweest met hun op 35-jarige leeftijd overleden nicht Anna Pieternella [Barentsdr] Poolen.
    7. Anna Margriet Poolen, ged. Rotterdam 26-6-1718 (^in de Vogelesang, doopget. Sophia Selijn), begr. Rotterdam 28-11-1718 (^agter Clooster in de Knollemansteeg, oud ® jaar).
    Generatie II
    INDEX van familienamen
  2. NICOLAAS PIETERS SCHOONHOUT, (DB-137:465:2),<12> geb. Oud-Beijerland, begr. Oud-Beijerland 29-8-1694 (beste doodkleed).
    Nicolaas Pieters Schoonhout otr./tr. Rotterdam/Hillegersberg 1/29-4-1674 met
  3. LOUWIJSE JANS VAN DER HAMMEN,<13> ged. Rotterdam 19-10-1642 (get.: Jacop Joosse, Jannetge Meinders [waarschijnlijk dezelfde als haar grootmoeder Jannetge Maillaert] en Grietge Adriaense), begr. Oud-Beijerland 23-4-1701 (beste doodkleed)
    • Louisa van der Hammen ging in 1649 als 6-jarige met haar ouders mee van Rotterdam naar Goirle in Brabant en vervolgens naar Tilburg, waar zij op 15 mei 1660 belijdenis deed. Later keerde zij terug in Rotterdam. Op 6 mei 1666 werd zij weer in Tilburg ingeschreven. Zij ging echter weer terug naar Rotterdam, vanwaar zij met attestatie op 5 mei 1671 naar Dongen vertrok. 15 december van datzelfde jaar werd zij vanuit Dongen opnieuw ingeschreven in Tilburg, maar vestigde zij zich kort daarna definitief in Rotterdam. 21 maart 1674 ontving Tilburg de attestatie omtrent haar voorgenomen ondertrouw in Rotterdam, waartegen in Tilburg geen bezwaren aanwezig waren.<14>
    • Aangetekend 1 april 1674 te Rotterdam: Claes Pieterse, jm. van Oud-Beijerland ^Steijger % Lowijsa van der Ham, jd. van onbekend ^Keijserstraat. Attestatie gegeven om te trouwen te Hillegersberg (29 april 1674).
    • Zij verbleven enige jaren in Rotterdam, maar tussen 1679 en 1682 vertrok het gezin Schoonhout-van der Hammen naar Oud-Beijerland, want hun jongste kind werd daar geboren en Nicolaas Schoonhout overleed er.<15>
    Louwijse Jans van der Hammen tr. 2x Oud-Beijerland 12-6-1695 met Cornelis Pietersz "geboortig tot Lil",<16> ^Oud Beijerland.
    Uit het huwelijk van Nicolaas Pieters Schoonhout en Louwijse Jans van der Hammen:
    1. Pieternelletie Schoonhout, ged. Rotterdam 10-2-1675 (doopget. Jan Schoonhout, Claesie Rijsgeest en Abijgel van der Ham), begr. Rotterdam 14-11-1722 door ordere van dhr. officier, ingevolge haar verdrinking (zij woonde agter 't Kooningshooft).
      Pieternelletie Schoonhout otr./tr. 1x Rotterdam 8/24-2-1705 met Frans Belleman, geb. Cammer/Brandenburg-D (verm.), ovl./begr. Rotterdam 2/5-10-1711 (^Baanstraat).
      • Frans Bilman, jm. van Kama ^Schildersteeg X Petronella Schoonhout, jd. ^Schrijnwerkerssteeg. Van ene Theodorus Bilman (broer van Frans Bilman?) wordt aangegeven dat deze afkomstig is van Kame onder 't gebied van Brandenburg.
      • Aan het voogdijregister en de boedelinventaris, beiden gedateerd 17 oktober 1715 en opgesteld ten behoeve van de weeskamer te Rotterdam, wordt ontleend dat Joost Bolman en Hendrik Poelman als voogden waren aangewezen over het nagelaten weeskind van de op 2 oktober 1711 overleden Francois Belleman.
      Pieternelletie Schoonhout otr./tr. 2x Rotterdam 20-10/3-12-1715 met Hendrik Poelman, geb. Mechelen-B (verm.).
      • Hendrik Poelman, jm. van Mechelen ^Boompjes X Pieternelletje Schoonhout, wede. van François Belleman ^Steiger.
    2. Johanna Schoonhout, (DB-137:465:22), ged. Rotterdam 9-8-1676 [kwnr. 1].
    3. Johannes Schoonhout, ged. Rotterdam 2-1-1678 (doopget. Lodewich van der Ham en Abigel van der Ham).
    4. Adriana Schoonhout, ged. Rotterdam 17-10-1679 (de moeder wordt aangeduid als Lewitie Jans, doopget. Poulus Schouten en Marijtie Jans).
      • Op 13 november 1679 werd in Rotterdam begraven een kind van Claets Schoenhouijt, ^Goudstraat over de 4-Windenstraet tot den bakker. Hiermee kan zowel Johannes, gedoopt op 2 januari 1678, bedoeld zijn alswel Adriana, vlak daarvoor gedoopt op 17 oktober 1679, want van beide kinderen zijn geen gegevens meer achterhaald.
    5. Cnijra Schoonhout, ged. Oud-Beijerland 16-1-1682, ovl. na 1716 (18-6-1716 getuige bij de doop van Claas Poolen zv. Pieter Poolen en haar zuster Anna Schoonhout).
      • Kuniertje Klaasdr vertrok met attestatie van Oud-Beijerland naar Rotterdam.
      Cnijra Schoonhout otr./tr. Rotterdam 15/31-8-1706 met Antonij van der Hofstee (in de wandeling genaamd Teunis Janse van Deventer), geb. Amsterdam (verm.), in dienst VOC (kamer te Delft), ovl. ca. 1715.
      • Antonij van der Hofstee, jm. van Amsterdam ^Grote Markt X Kniertje Schoonhout, jd. ^Broedersteeg.
      • Op 16 oktober 1715 verklaarde Jannetje van der Hammen [kwnr. 135+136/knd.f, zuster van haar moeder] ten overstaan van notaris Leendert Boon te 's-Gravenhage, dat zij zich borg stelde voor Cniertje Schoonhout, weduwe van wijlen Teunis Janse van der Hoffstede, in de wandeling genaamd Teunis Janse van Deventer, ten behoeve van de ".... geoctroyeerde Oostindische Compagnie ter Camere binnen de stadt Delft en dat voor soodanige somme van penningen als de voornoemde Kniertje Schoonhout wegens haar voornoemde overleden mans te goet hebbende gagie ter camer voors. sal comen te ontfangen.".
      • Op dezelfde dag verklaarden Leon Vermeere (echtgenoot van de genoemde Jannetje van der Hammen) en Pieter Poole [kwnr. 32, echtgenoot van haar zuster Johanna Schoonhout] ten overstaan van dezelfde notaris, dat Cniertje Schoonhout in 1706 te Rotterdam in de kerk wettig getrouwd was met de genoemde Teunis van der Hoffstede en dat deze Teunis geen kinderen had nagelaten.<17>

    Generatie III
    INDEX van familienamen
  4. PIETER CLAESZ SCHOONHOUT, geb. Vlaardingen ca. 1610, schoolmeester Oud-Beijerland, ovl. Oud-Beijerland tussen 1654 en 1656.
    Pieter Claesz Schoonhout tr. 1x Vlaardingen (verm.) met Webbetje Schrijvers, ovl. Oud-Beijerland (verm.) voor 1647
    • Op 15-4-1634 bekende Pieter Claesz Schoonhout, schoolmeester te Geervliet, bij not. Adriaan Kieboom te Rotterdam 350 gulden schuldig te zijn aan Anna Jansdr, vrouw van Jan Theunisz uit Oost-Vrieslant, wonende te Amsterdam. Kennelijk was er over de afdoening van deze schuld een conflict ontstaan, want op 5-9-1636 machtigde hij, inmiddels ^Out-Beyerlant, Hendrick Boon, procureur voor het Hof van Hollant, bij dezelfde notaris om hem in zijn zaak tegen Anna Jansdr, vrouw van Jan Theunisz, in rechte bij te staan.<18>
    • Vanaf oktober 1635 werd er "betaelt aan Mr. Pieter Schoonhout over een Jaer tractements die hij als schoolmr. van Outbeijerland Jaerlyckx (door accoort met de heeren magistraat ende kerckeraet gemaeckt) geniet 18 gl. verschijnende den letsten october over de Jare verschenen."<19>
    • Vanaf oktober 1645 was dat 24 gulden, "also hem van de E. kerckeraet en de magistraat 6 gl. door versoeck van sijn requeste meerder is toegeleijt."<20>
    • Van de kerkeraad ontving hij tevens jaarlijks 15 gl. voor het schrijven van de rekeningen en het dupliceren daarvan en voorzag hij zich voorts in zijn onderhoud door het geven van privélessen oa. in het cijferen raison van 2 gl. per maand.<21>
    • Het 1e huwelijk van Pieter Claesz Schoonhout en zijn (groot-)ouders en hun gezinnen zijn ontleend aan de in 1996 door H. den Boer te Vlaardingen in eigen beheer uitgegeven publicatie Vlaardingse Geslachten, deel II, Genealogie Van der Starre - Schoonhout, blz. 178 ev. De genealogie bevat een uitgebreide annotatie met brongegevens, waarvan een aantal is overgenomen ter ondersteuning van vermelde data en als sfeertekening. Met de vermelding "H. den Boer" en de bladzijde wordt verwezen naar bron en brontekst.
    Pieter Claesz Schoonhout otr. 2x Oud-Beijerland 12-5-1647 met
  5. CUNIERA COOSSE, (DB-137:465),<22> geb. Oud-Beijerland (verm.), ovl. Oud-Beijerland ca. 1671.
    • Jan Claesz Schoonhout, stadstimmerman, oom en bloedvoogd van Maertje Pietersdr, zijn nicht wonende in Oud-Beijerland, machtigde op 10-4-1656 Doe Roelandus, bedienaar des Goddelijk Woord te Oud-Beijerland en Aert van der Geer, beide mede voogden over Maertje Pietersdr om met de nagelaten weduwe van Pieter Claesz Schoonhout te accorderen in de nagelaten goederen.<23>
    • Hieruit is geconcludeerd dat Christijntje, dochter van Pieter Schoonhout uit zijn 1e huwelijk met Webbetje Schrijver, reeds overleden was voordat Cuniera Coosse op 23 april 1656 hertrouwde met Heijndrick van Stralen (en waarschijnlijk al tijdens het leven van haar vader Pieter Schoonhout).
    • Tevens wordt geconcludeerd de kinderen Neeltje en Nicolaas Schoonhout, in tegenstelling tot elders tegengekomen veronderstellingen, geboren zijn in het huwelijk van Pieter Claesz Schoonhout met Cuniera Coosse.
    Cuniera Coosse otr. 2x Oud-Beijerland 23-4-1656 met Heijndrick Jansz van Stralen, geb. Dubbeldam, schoolmeester Oud-Beijerland, ovl./begr. Oud-Beijerland 2/6-1-1711 in de kerk (geen eigen graf, beste doodkleed), zv. Jan van Stralen, schoolmeester, en Barbertien NN
    • Als tractement ontving hij 15,-- per kwartaal, maar bij zijn overlijden had hij nog 8® jaar tegoed.
    Uit het 1e huwelijk van Pieter Claesz Schoonhout met Webbetje Schrijvers:
    1. Marijtge Schoonhout, geb. Vlaardingen (verm.), begr. Oud-Beijerland 11-3-1701.
      Marijtge Schoonhout otr. Oud-Beijerland 9-3-1659 met Thomas Bauwerse.
    2. Christijntje Schoonhout, ged. Oud-Beijerland 4-7-1636 (doopget. Canius predikant te Abbebroek, Jan Claes Schoonhout, Jacomijntje Adolfs en Grietje Arëens), ovl. Oud-Beijerland voor 1656.
    Uit het 2e huwelijk van Pieter Claesz Schoonhout met Cuniera Coosse:
    1. Neeltje Pieters Schoonhout, geb. Oud-Beijerland ca. 1647, ovl. Oud-Beijerland ca. 1673.
      Neeltje Pieters Schoonhout otr. Oud-Beijerland 19-10-1664 met Jacob Gorisse Langerveld.
    2. Nicolaas Pieters Schoonhout, (DB-137:465:2), geb. Oud-Beijerland [kwnr. 2].
  6. JOHANNES GILLISSE VAN DER HAMMEN, geb. Leiden, schilder, later schoolmeester, begr. Tilburg 3-5-1675 in de kerk
    Johannes Gillisse van der Hammen otr. Rotterdam 7-4-1641 met
  7. ABIGAIL DAVIDS VAN HAECKENDOUVER, geb. Rotterdam, begr. Tilburg 2-4-1696
    • Johannes van der Hammen, jm. van Leiden ^Lommertstraat % Abigail Davids van Haeckendoever, jd. Van Rotterdam ^Lommertstraat.
    • Op 9-11-1641 kocht Johannes van der Hammen, schilder, een huis met winkel en erf aan de westzijde van de Westwagenstraat te Rotterdam.<24> Op 31-3-1647 ("den lesten martij") lieten Johannes van der Hammen en Abigaël Davits van Haeckendouver hun gezamenlijk testament opstellen en benoemden elkaar wederzijds tot erfgenaam, met uitsluiting van de weeskamer met betrekking tot hun eventuele kinderen. Johannes van der Hammen werd toen genoemd als schoolmeester.<25>
    • Op 1 mei 1649 werd Johannes van der Hammen schoolmeester in Goirle in de Meijerij van 's-Hertogenbosch. Maar twee maanden later vertrok hij al naar Tilburg waar hij hetzelfde ambt aanvaardde en ook voorzanger werd. Het tractement bedroeg 100,-- per jaar. Op 2 april 1673 werd hij daar tevens tot diaken benoemd.<26>
    Uit het huwelijk van Johannes Gillisse van der Hammen en Abigail Davids van Haeckendouver:
    1. Louwijse Jans van der Hammen (ook: Ham[me], in Rotterdam zelfs van den Handt), ged. Rotterdam 19-10-1642 [kwnr. 3].
    2. Maria van der Hammen, ged. Rotterdam 6-3-1644 (get.: Janneken Gilles en Maria de Vries), begr. Tilburg 4-1-1730.
      Maria van der Hammen otr./tr. Moergestel/Sprang 10-3/3-4-1679 met Paulus Scholt, geb. Sprang, der medicinen docter, begr. Tilburg 31-8-1711, zv. Bernaert Scholt Pauluszoon, chirurg n, drossart Moergestel, en Elisabeth Jacobsdr/Lysken de Bije, eerder ev. Adriana van den Kieboom, daarvoor ev. Johanna de Cocq.
      • De ouders van Paulus Scholt waren op 21-12-1637 kerkelijk gehuwd in de RK-kerk te Sprang.
      • Maria van der Hammen deed op 23-9-1663 te Tilburg belijdenis des geloofs en Paulus Scholt op 6-3-1667, eveneens te Tilburg. Uit hun huwelijk zijn geen kinderen voortgekomen.<27>
    3. Lijsbeth van der Hammen, ged. Rotterdam 24-10-1645 (get.: Abraham Hammen en Maria Hammen).
    4. Debora van der Hammen, ged. Rotterdam 11-4-1647 (get.: Sofija Flooris en Susanna Davidts), ovl. voor 1685.
      Debora van der Hammen tr. met Dirk Borst, ovl. na 1685.
      • Volgens aantekening in het lidmatenboek van Tilburg kwam Debora van der Hammen op 4-12-1667 met attestatie van Rotterdam naar Tilburg en vertrok zij later naar Oost-Indië.
      • In 1681 was Dirk Borst te Tilburg getuige bij de doop van Debora dv. Lodewijk van der Hammen, broer van Debora van der Hammen. Op 20-7-1685 ging hij te Amsterdam in ondertrouw als weduwnaar van Debora van der Hammen.<28>
    5. David van der Hammen, ged. Tilburg 20-11-1650, ovl. Tilburg voor 1656.
    6. Jenneke van der Hammen, ged. Tilburg 15-12-1654, ovl. Den Haag 28-2-1736 aangifte (pro deo).
      • Jenneke van der Hammen deed op 4-10-1674 te Tilburg haar belijdenis onder belofte conform artikel 1 van de Acta van de kerkeraadsvergadering dd. 3 oktober 1674. Gezien "men mennighmael in dese Gemeynte tot onser hertelijcker droefheydt in voorgaaende tijden bespeurt ende geleehrt hadde wat voor schade daer aen de Religie geschiet was door ongelijcke houwelijcken, in voegen mennighmale mans door hare Paepsche vrouwen tot de Afgodendienst verlijdt en afgetrokken Wierden", hield deze belofte in "dat sij soveel in haer vermogen is soodanighe ongelijcke houwelijcken vermijden sullen". In het lidmatenboek was aangetekend dat zij naar Breda was vertrokken.<29>
      Jenneke van der Hammen otr./tr. Den Haag/Rijswijk 29-8/12-9-1688 met Leon Jacobus Vermeere, geb. Heusden-B, rooms katholiek, ovl. Den Haag 26-2-1738 aangifte (pro deo).
      • Het huwelijk tussen Jenneken van der Hammen en Leon Jacobus Vermeere werd op 12 september 1688 tevens kerkelijk ingezegend in de rooms-katholieke kapel van de Franse gezant te 's-Gravenhage. 2 maanden later, op 28 november, vond in dezelfde kapel de doop plaats van hun dochter Maria Catharina.<30>
      • Op 16 oktober 1715 stelde Jannetje van der Hammen zich ten overstaan van notaris Leendert Boon te 's-Gravenhage borg voor Cniertje Schoonhout [kwnr. 66+67/knd.e, zie ook aldaar], dochter van haar zuster Louisa en weduwe van Teunis Janse van der Hoffstede. Leon Vermeere verklaarde, samen met Pieter Poole [kwnr. 32], zwager van Cniertje Schoonhout, dat zij in 1706 te Rotterdam in de kerk wettig getrouwd was met de genoemde Teunis van der Hoffstede en dat deze geen kinderen had nagelaten.<31>
    7. David van der Hammen, ged. Tilburg 7-5-1656, schoolmeester, begr. Tilburg 6-3-1719.
      • David van der Hammen werd op 2 mei 1675, in opvolging van zijn vader, benoemd als schoolmeester, koster en voorlezer der heerlijkheid van Tilburg. Op 7 mei legde hij de daarvoor vereiste eden af en deed vervolgens op 29 mei belijdenis.<32>
      David van der Hammen otr./tr. Tilburg/Hilvarenbeek 8-2/5-3-1679 met Sara Thomas Buurman, geb. Hilvarenbeek, begr. Tilburg 6-1-1730, dv. Thomas Buurman, schoolmeester te Hilvarenbeek, en Cornelia Barendrecht.
      • De doopdatum van Sara Thomas Buurmans is niet bekend, omdat de doop- en trouwboeken verloren zijn gegaan bij de plunderingen door de Franse troepen op 17-11-1708. De predikant van Hilvarenbeek stelde in 1709 een nieuw overzicht op van de leden van zijn gemeente en hun kinderen en vermelde: Thomas Burman schoolm. tot Hilvarenbeek getrouwt met Cornelia Barendrecht uijt Voleke, geboren zijn Sara, Adriana, Jenneke en Jacobus.<33>
      • Een kleinzoon van David van der Hammen en Sara Thomas Buurmans huwde in 1753 met Alida de Bosson, dv. Jacobus de Bosson [kwnr. 76+77/knd. 3d] en Geertruij Helena de Bitter.<34>
    8. Lodewijk van der Hammen, ged. Tilburg 13-1-1658, schoolmeester, diaken, begr. Tilburg 8-6-1737 (met 3 uur groot gelui).
      Lodewijk van der Hammen otr./tr. (schepentrouwboek) Tilburg 13-2/4-3-1680 met Cornelia van den Merenbergh, geb. ca. 1657, rooms katholiek, begr. Tilburg 28-2-1736 (met 3 uur groot gelui), dv. Cornelis van den Merenbergh, schepen van Tilburg, en Maria van Nuenen, (vermoedelijk).
      • Lodewijk van der Hammen deed op 9-4-1678 zijn belijdenis te Tilburg onder belofte conform artikel 1 van de (hiervoor eerder genoemde) Acta van de Kerkeraad dd. 3 oktober 1671. In het lidmatenregister is op een later tijdstip aangetekend dat hij de belofte "moetwillighlijck tegen sijne moere rebellerende, niet gehouden heeft". Deze aantekening vond plaats naar aanleiding van zijn (voorgenomen?) huwelijk met Cornelia Corn. van Megedenberge, van rooms-katholieke huize.
      • Haar familienaam wordt later meestal geschreven als van den Merenberg. Zij was waarschijnlijk een dochter van Cornelis van den Merenbergh, rooms-katholiek schepen van Tilburg en de enige die in 1666 niet vluchtte voor de Munsterse troepen.
      • Lodewijk van der Hammen was schoolmeester aan de Berrendijck of(?) te Korvel. In 1706 en opnieuw in 1712 werd hij tot diaken gekozen en in 1718 was hij ouderling.<35>

    Generatie IV
    INDEX van familienamen
  8. CLAES PIETERSZ SCHOONHOUT, stadstimmerman van Vlaardingen, ovl. Vlaardingen tussen 1649 en 1659
    • Claes Pietersz Schoonhout wordt vermeld als "Stadsfabriek" (stadsarchitect/- timmerman) en in 1629, 1630 en 1631 ook als weesmeester te Vlaardingen. Hij kocht op 29-8-1616 van zijn moeder Geertgen Claesdr, weduwe van Pieter Aryensz, timmerman, het huis met erf aan de Omring van de kerk, hoek Schoolstraat (thans Markt 18 te Vlaardingen) voor een koopprijs van 1430,- op hypotheek. En op 19-12-1622 kocht hij het belendende perceel, thans Schoolstraat 9/11, oorspronkelijk ook behorende tot het eerder aangekochte huis en ooit genaamd "De Eenhoorn", een voormalige herberg.<36>
    • Op nieuwjaarsdag 1625 besloot de Vlaardingse vroedschap tot "... te doen maecken een craen ten dienste van de visscherie ende andere ingesetenen deser stede, conform het model voor desen bij Claes Pieterszn, timmerman, daervan gemaeckt.".<37> Uit de stadsrekening over 1625 blijkt dat de stadstimmerman als "... arbeytsloon verdient int helpe maecken van de craen ..." in totaal 72 gulden en 17 stuivers.<38>
    • In 1637 maakte hij het bestek op van de nieuwe Oosterse Speuije voor de polder Oud-Beijerland en was in 1648 betrokken bij de bouw van een nieuwe sluis in de polder Nieuw-Beijerland.<39>
    Claes Pietersz Schoonhout tr. 2x ca. 1630 met Maertje Jansdr, eerder ev. Cornelis Gerritsz, smid
    • In een acte dd. 27-5-1630 wordt Claes Pietersz voor het eerst vermeld met de familienaam Schoonhout, wanneer deze een machtiging krijgt van zijn stiefzoon Gerrit Cornelis, smit en enig erfgenaam van zijn vader Cornelis Gerritsz, eveneens smit en in leven echtgenoot van Maertje Jansdr, om te Brielle een custingbrief en de aldaar nog berustende custingpenningen te ontvangen.<40>
    • H. den Boer verondersteld dat Claes Pietersz de naam Schoonhout heeft aangenomen als zijnde de familienaam van zijn moeder Geertgen Claesdr en vanwege zijn vernoeming naar haar vader. Zijn overige broers werden al eerder met de familienaam van der Starre aangeduid, mogelijk de toenaam van hun grootvader van vaderzijde.
    Claes Pietersz Schoonhout otr. 3x Vlaardingen 16-3-1642 met Sijtje Minnouts, jd. ^Vlaardingen, ovl. na 1659
    • Claes Pieters Schoonhout, stadstimmerman, verkocht op 10-5-1649 een huis en erf aan de Omring van de Kerk.<41>
    • Op 20-1-1659 werd er door de curator van Cornelis Florisz van Noortdam -gehuwd met Sijtje Minhouts wed. Claes Pietersz Schoonhout- een huis en erf aan de westzijde van de Landstraat verkocht.<42>
    Claes Pietersz Schoonhout tr. 1x met
  9. MAERTJE JANSDR, ovl. Vlaardingen voor 1630.
    Uit het 1e huwelijk van Claes Pietersz Schoonhout met Maertje Jansdr:
    1. Pieter Claesz Schoonhout, geb. Vlaardingen ca. 1610 [kwnr. 4].
    2. Jan Claesz Schoonhout, geb. Vlaardingen ca. 1615, stadstimmerman van Vlaardingen, ovl. Vlaardingen 5-10-1676.
      Jan Claesz Schoonhout tr. met Dirckje Arentsd, begr. Vlaardingen 12-1669 (de huisvrouw van Jan Claase Schoonhout).
      • Jan Claesz Schoonhout was van 1656 tot aan zijn overlijden in 1676 stadstimmerman van Vlaardingen en van 1659 tot 1672 hoofdman van het timmermansgilde.
      • Op 5-10-1676 overleed Jan Claesz Schoonhout; hij was zoutstoter en haringtelder en werd daarin opgevolgd door zijn neef Pieter Doensz van der Starre.<43>
    3. Claes Claesz Schoonhout/van der Starre, stadsbode van Vlaardingen, ovl. Vlaardingen tussen 6-1640 en 8-1640.
      Claes Claesz Schoonhout/van der Starre tr. met Maritge Meesdr Rijsgeest, ovl. na 1642.
      • Claes Claesz Schoonhout was timmerman en tot omstreeks 1638 stadsbode van Vlaardingen. Hij had zijn ontslag genomen om -volgens zijn zegge- zijn geluk elders te beproeven en nam daarbij de familienaam van der Starre aan.
      • Op 2-1-1640 gaven de regeerders van Vlaardingen een verklaring af dat Claes Claesz van der Starre, meester huistimmerman onze poorter en burger, een goed meester in zijn handwerk was. Hij wilde zijn fortuin buitenlands zoeken.<44>
      • Op 7-6-1640 lieten Claes Claesz, waard in de Salm, en Maertje Meesdr zijn huisvrouw, beiden ziek en vol pijnen, hun testament opmaken. Zij hadden 4 kinderen en zijn vrouw erfde het huis en erf aan de Omring van de Kerk, naast de Gulle Werelt.<45> Kort daarop moet hij zijn overleden, want op 11-8-1640 vertoonde Maritge Meesdr dit testament aan de weeskamer en werden haar schoonvader Claes Pietersz Schoonhout en haar broer Claes Meesz Rijsgeest, kleermaker, als voogden benoemd.<46> Zij hertrouwde op 5-7-1642 te Vlaardingen met Arijen Jacobsz van Dijck, jm. van Schipluiden.
    4. Ingetje Claesdr Schoonhout, ovl. Vlaardingen voor 1656.
      Ingetje Claesdr Schoonhout tr. voor 1630 met Floris Jansz Waelhoeck, wolwever, ovl. Vlaardingen tussen 10-1656 en 5-1658.
      • In het testament dd. 17-5-1630 van Willem Jansz Bredervliet, broer van haar moeder Maertje Jansdr, wordt Ingetje Claesdr genoemd als zijnde getrouwd met Floris Jansz Wollewever.<47> Floris Jans hertrouwde op 18-10-1656 te Vlaardingen met Pleuntje Claesdr, maar hij moet kort daarna zijn overleden, want op 14-5-1658 verkopen Jan Claes Schoonhout, mr. timmerman, en Claes Meesz Rijsgees, de voogden over de wezen van zaliger Floris Jansz Waelshoeck, een huis en boomgaard met een slop uitkomende op de Wael.<48>
    5. Geertje Claesdr Schoonhout, ovl. na 1651.
      Geertje Claesdr Schoonhout tr. met Claes Meesz Rijsgeest, kleermaker, ovl. na 1658.
      • Bij de toekenning van de erfenis op 16-5-1651 van Willem Jans Bredervliet, broer van haar moeder Maertje Jans, wordt Geertje Claesdr genoemd als getrouwd zijnde met Claes Meesz Rijsgeest.<49>
  10. COOS FOPPENS (VREDENBURG), (DB-137:46),<50> geb. Oud-Beijerland (verm.), ovl. Oud-Beijerland (verm.) tussen 6-1640 en 6-1641.
    • Coos Foppens huurde voor 7 jaar tegen 600.0.0 gulden per jaar te Grote Jacht een hofstede met huis, schuur, bergen, timmerage en plantage van Willem van de Graeff te Delft, groot 30 (ge)met (¤15 ha), 100 roe (¤50 mì), waarvan het eerste jaar de pacht verviel op Kerstmis 1624. In 1627 was hij tevens pachter van visserij. Bij zijn overlijden omstreeks de jaarwisseling 1640/'41 was hij pachter van 25 morgen land in kavel 13 van de Nieuw- Beijerlandsepolder en pachtte hij ook boerderij "Vredenburgh" met 31 morgen land in het 31e blok van de Oud-Beijerlandsepolder. Daarnaast huurde hij landerijen in de polder Klein-Zuidbeijerland en had hij ook nog eigen grond in de Oud- en Nieuw-Beijerlandsepolders in gebruik.
    • Kinderen van hem namen de familienaam Vredenburg aan.
    Coos Foppens (Vredenburg) tr. 1x met Trijntje Borrits, dv. Borrit Claasz en Aaltje Hendriks Coos Foppens (Vredenburg) tr. 2x voor 1629 met
  11. NEELTGE CORNELIS, begr. Oud-Beijerland 26-4-1673
    • Na het overlijden van haar man omstreeks 1641, zette Neeltje Cornelisse de explotatie van het landbouwbedrijf voort.
    • Zij en Aert Coosen "jongeman haar soon zijnde blind" testeerden op 5-10-1652 voor notaris Adriaen van de Houck (zijn toekomstige schoonvader?). De kinderen van Neeltje Cornelis bij Coos Foppen waren de enige en universele erfgenamen en Aert kreeg het bedrijf toegewezen. De kinderen van "halve bedde" (Fijtje, Maertje en Lysbeth) verkregen legaten. (Notarieel archief Klaaswaal, nr. 5096.)
    Uit het 1e huwelijk van Coos Foppens (Vredenburg) met Trijntje Borrits:
    1. Fijtje Coosse, ovl. voor 1652.
      Fijtje Coosse tr. voor 1629 met Bouwen Thomasz.
    2. Lijsbeth Coosse, geb. Oud-Beijerland, ovl. voor 1652.
      Lijsbeth Coosse tr. Oud-Beijerland 25-2-1629 met Anthonis Egbertsz, geb. Nieuw-Beijerland.
    3. Maartje Coosse, ovl. na 1672 (in 1672 genoemd als doopgetuige).
      Maartje Coosse tr. met Hendrik Bastiaansz van de Polder.
    Uit het 2e huwelijk van Coos Foppens (Vredenburg) met Neeltge Cornelis:
    1. Trijntje Coosse, geb. Oud-Beijerland, ovl. voor 1648.
      Trijntje Coosse tr. Oud-Beijerland 18-5-1642 met Leendert Leendertsz de Regt, weduwnaar.
    2. Cuniera Coosse, (DB-137:465), geb. Oud-Beijerland (verm.) [kwnr. 5].
    3. Elizabeth Coosse, (DB-137.466<51>), geb. Oud-Beijerland, ovl. Oud-Beijerland voor 1664.
      Elizabeth Coosse otr. Oud-Beijerland 14-11-1653 met Claas Janse Schoonhout, geb. Vlaardingen, timmerman, zv. Jan Claesz Schoonhout, stadstimmerman van Vlaardingen, en Dirckje Arentsd.
      • Claas Janse Schoonhout, timmerman van Beijerlant, verrichtte een groot aantal werkzaamheden voor de polderbesturen van Oud- en Nieuw-Beijerland.
    4. Neeltje Coosse, (DB-137.467), ged. Oud-Beijerland 31-7-1638, begr. Oud-Beijerland 8-9-1686.
      Neeltje Coosse otr. 1x Oud-Beijerland 10-8-1657 met Aart Foppen (Swaneveld), geb. 's-Gravendeel, zv. Fop Cornelisz Swaneveld en Maritge Willems.
      Neeltje Coosse otr. 2x Oud-Beijerland 11-5-1678 met Claas Mouwerisz van Dobben, geb. Heenvliet, wedn. Jannetje Aarts Verhoeven.
    5. Cornelis Coosse.
      Cornelis Coosse otr. Oud-Beijerland 6-12-1654 met Maartje Teunisse van der Stee, dv. Teunis Dirksz van der Stee en Haasje Jacobs van der Hagen, (DB-115.351).
    6. Arie Coosse, geb. Oud-Beijerland, ovl. tussen 11-1676 en 5-1677.
      Arie Coosse otr./tr. Oud-Beijerland/Dordrecht 18-12-1661/8-1-1662 met Leentje Pieters Spruijt, geb. Nieuw Vossemeer, ovl. na 1677.
      • Na het overlijden van Arie Coosse hertrouwde Leuntje Pieters Spruijt en lieten zij en haar echtgenoot Hercules Herkulisse van Gelder op 30-05-1677 een gezamelijk testament opstellen. Aan de 2 kinderen van haar en Arie Coosse werden de vaderlijke en moederlijke erfdelen toegedeeld, onder verwijzing naar het testament dd. 4-11-1676 van Arie Coosse.<52>
    7. Aart Coosse (Vredenburg), (DB-137.46a), geb. Oud-Beijerland.
      • Aert Coosse Vredenburg neemt in 1666 het landbouwbedrijf van zijn moeder over.
      Aart Coosse (Vredenburg) otr. 1x Oud-Beijerland 21-9-1664 met Neeltje Ariëns van der Hoek.
      Aart Coosse (Vredenburg) otr. 2x Oud-Beijerland 6-7-1670 met Joostje Cornelisse (Duijster).
    8. Fop Coosse.
      Fop Coosse tr. Nieuw-Beijerland 15-5-1661 met Liedewij Seegers Fonkert, (DB-115.312.3), dv. Seger Dirksz Fonkert, (DB-115.312), bouwman te Nieuw-Beijerland, heemraad van de polder Nieuw-Beijerland 1654-1664, en Maartje Bastiaans van der Hoek, (DB-163.121).
  12. GILLIS VAN HAMME, geb. Leiden, raswerker, later schoolmeester, ovl. 's-Hertogenbosch ca. 1667
    • De familienaam Van der Hammen komt pas na 1641 in gebruik, daarvoor als van (der) Ham(me) en Verham(me).<53>
    Gillis van Hamme otr./tr. Leiden 29-4/23-5-1616 (Pieterskerk) met
  13. JANNETGEN MAILLAERT, geb. Leiden (verm.), begr. Tilburg 29-2-1668 in de kerk, met groot geluy overluyt
    • De getuigen bij het huwelijk van Gillis van Hamme en Jannetge Maillaert waren: voor hem zijn broer Abraham van Hamme en Maertijntge Willems [=haar stiefmoeder] voor haar.
    • Met kerkelijke attestatie dd. 6-10-1623 vertrokken Gillis Hamme en Janneke Maillarts van Leiden naar Rotterdam. In Leiden was Gilles van Hamme raswerker (textielbewerker), maar na zijn verhuizing naar Rotterdam, werd hij daar vermoedelijk schoolmeester.
    • Op 23 december 1629 nam hij in 's-Hertogenbosch deel aan het "nachtmael", evenals op 2 april 1630 en dan samen met Janneke Meijnart sijn huysvrouw. Hij wordt dan aangeduid als schoolmeester en coster van de Cruysbroeren kercke. In 1632 verwierf hij zonder betaling het poorterschap van 's-Hertogenbosch.<54>
    • Door het ontbreken van het lidmatenboek over de periode 1634-1639 is het niet bekend of hun beide in leven zijnde kinderen Johannes en Maria meegegaan zijn naar 's-Hertogenbosch. Bij zijn trouwen in 1641 woonde Johannes in de Lombartstraat te Rotterdam en bij haar ondertrouw in 1647 woonde Maria bij haar broer Johannes in het door hem in 1641 gekochte huis in de Westwagenstraat.<55>
    • Op 2 september 1667 kwam (een zekere, sic) Jenneke Bogaerts met attestatie van 's-Hertogenbosch naar Tilburg en die op 29-2-1668 werd begraven als weduwe van Mr. Gilles van der Hammen en moeder van Mr. Johan van der Hammen [kwnr. 134], schoolmeester.<56>
    Uit het huwelijk van Gillis van Hamme en Jannetgen Maillaert:
    1. Kind van der Hammen, begr. Leiden 1-6-1617 (Pieterskerk, kv. Ghillis Verhammen ^Voldersgracht).
    2. Johannes Gillisse van der Hammen, geb. Leiden [kwnr. 6].
    3. Maria van der Hammen, geb. Leiden, ^Rotterdam, ovl. Leiden (verm.) na 1665.
      Maria van der Hammen otr./tr. Rotterdam/Leiden 19-5/16-6-1647 met Elias de Coninck, ged. Leiden 11-4-1622 (Hooglandschekerk, get.: Jan de Coninck en Anna Maraerts), witmaecker, ovl. Leiden ca. 11-10-1665 (^St.Jacobsgraft, begr. in de week van 11-17 oktober 1665, PKB?), zv. Bossaert de Coninck, saaiwerker, en Susanna Priems.
      • Elias de Coningh, jm vam Leiden ^aldaar % Maria Gillis van der Ham, jd. van Rotterdam (sic) ^Westwagenstraat.
    4. Elias van der Hammen, ged. Leiden 8-5-1622 (Hooglandschekerk, get.: Abraham van Hamme, Torrintien van Hamme en Grietje Leemans), ovl. Tilburg (verm.).
  14. DAVID JACOBS (VAN HAECKENDOUVER), geb. Delft, voorlezer, ziekentrooster, ovl. na 1630
    David Jacobs (van Haeckendouver) otr./tr. Rotterdam 10/24-4-1611 met
  15. GRIETJE ARIENS, geb. Rotterdam, ovl. na 1650 (In 1650 doopgetuige te Tilburg)
    • David Jacobsz van Haeckendouver, jm. van Delft ^Molensteegh X Grietje Ariens, jd. van Rotterdam ^Hoochstraat.
    • David van Haeckendouver kocht op 6-5-1620 een huis aan de noordzijde van de Vischdijk.<57> Bij de doop van een van zijn kinderen in 1626 staat vermeld dat hij voorlezer was en in een akte van 1630, met betrekking tot de verkoop van een erf aan de Zijl bij de Vissendijc, ziekentrooster.<58>
    Uit het huwelijk van David Jacobs (van Haeckendouver) en Grietje Ariens:
    1. Abigail Davids van Haeckendouver, geb. Rotterdam [kwnr. 7].
    2. Lidia Davids van Haeckendouver, ged. Rotterdam 25-10-1620 (doopinschrijving als Didra, get.: Lijsbeth Dirich en Dirick Machilese), begr. Rotterdam 21-8-1697 (Lidia Davids ^Meulesteegh, bgr. Nieuwekerk-kelder).
      Lidia Davids van Haeckendouver otr./tr. 1x Rotterdam/Kralingen 11/25-9-1650 met Aelbert Pieters Kuijp, geb. Utrecht, ziekentrooster in Rotterdam, begr. Rotterdam 13-5-1663 (ziekentrooster mv. Liedewij ^Hang).
      • Aelbert Pieters Kuyp, jm. van Utrecht ^Hang X Lydia Davids van Haeckendouver, jd. van Rotterdam ^Lombartstraat. Attestatie gegeven om te trouwen in Kralingen 25-9-1650.
      Lidia Davids van Haeckendouver otr./tr. 2x Rotterdam 4/22-1-1665 met Huijbert Gerritse van Eck/Neck, geb. Rotterdam (verm.) ca. 1628, ovl. na 1665, eerder ev. Grietge Jans.
      • Huijbert Gerritsen van Neck, wedn. Grietge Jans, van onbekend ^Raamstraat X Lijdia Davids, wed. Albert Cuijck, van onbekend ^Molensteegh. Hubert Gerritz van Eck huwde voor de eerste maal in 1648 te Rotterdam, waaruit geconcludeerd is dat hij omstreeks 1628 is geboren.
    3. Susanna Davids van Haeckendouver, ged. Rotterdam 27-5-1622 (get.: Janneke Jans en Barbara Jansse, vader wordt genoemd als siecke besoecker), ovl. na 1647, begr. Rotterdam (verm.) 7-9-1678, begr. Rotterdam (verm.) 7-9-1678 (11-4-1647: getuige bij de doop te Rotterdam van Debora dv. van Johannes van der Hammen en haar zuster Abigail van Haeckendouver) (verm. begraving als Susanna Davijts ^Lamstech).
    4. Magdalena Davids van Haeckendouver, ged. Rotterdam 20-3-1626 (get. Saertge Berewouts, kosterinne).
      Magdalena Davids van Haeckendouver otr./tr. Rotterdam 29-10/14-11-1651 met Egbertus Janssonius, predikant te Ouderkerk, ovl. na 1656.
      • Egbertus Jansonius, predikant, jm. van onbekend ^Ouwerkerk X Magdalena Haeckendoever, jd. van Rotterdam ^Lommertstraat.
      • Egbertus Jansonius en Magdalena van Haeckendouver traden 15-12-1654 en 7-5-1656 op als doopgetuigen te Tilburg. Egbertus Janonius werd daarbij ook genoemd als predikant te Ouwerkerk.<59>
    5. Jacob Davids van Haeckendouver, ged. Rotterdam 19-6-1629 (get.: Jan Weimans en Cersteiaen Carels), ovl. na 1648.
      • Jacobus van Haeckendouver werd op 3 augustus 1648 in een notariële akte als getuig vermeld.<60>
    6. Marija Davids van Haeckendouver, ged. Rotterdam 2-6-1630 (get.: Areijaange Jaepijcks en Grietge).
    Generatie V
    INDEX van familienamen
  16. PIETER ARENTSZ (VAN DER STARRE?), geb. Dirksland (verm.) ca. 1550, timmerman, ovl. Vlaardingen ca. 1613
    • De timmerlieden Pieter Ariensz en zijn zoons Claes Pietresz en Doe Pietersz ontwikkelden in 1608 een nieuw type spuisluis, waarop zij van de Staten van Holland octrooi verkregen. De spui was zo makkelijk te bedienen dat deze als het ware vanzelf openging. Het idee werd in Vlaardingen verder uitgewerkt en toegepast bij de vervanging van twee kleinere spuien door é n, met tevens een doorvaartopening van 20 voet.<61>
    Pieter Arentsz (van der Starre?) tr. met
  17. GEERTGEN CLAESDR (SCHOONHOUT?), ovl. Vlaardingen na 1616
    • Pieter Adriaansz timmerman, kocht op 7-1-1608 van de kerkmeester van de parochiekerk het huis met erf aan de Omring van de Kerk, op de hoek van de Schoolstraat, van ouds genaamd "De Eenhoorn" (thans Markt 18 te Vlaardingen), voor een koopprijs van 1080,- waarvan 960,- hypotheek aan de kerk.<62>
    • Geertge Claesdr, weduwe van Pieter Arentsz timmerman, verzocht 29-7-1613 de boelhouders Claes Pietersz timmerman, Pleuntge Pietersdr, Doe Pietersz timmerman, Ariaentge Pietersdr, Cornelis Pietersz, Dirckgen Pietersdr, Maritgen Pietersdr, Arien Pietersz, Neeltge Pietersdr en Gerrit Pietersz, kinderen van Pieter Arentsz timmerman, in rechten afstand te doen [vertichten] van diens overlijden.<63>
    • Geertje Claesdr, weduwe van Pieter Ariensz timmerman, verkocht op 29-8-1616 aan haar zoon Claes Pietersz een huis en erf aan de Omring van de Kerk, hoek Schoolsteeg.<64>
    Uit het huwelijk van Pieter Arentsz (van der Starre?) en Geertgen Claesdr (Schoonhout?):
    1. Claes Pietersz Schoonhout [kwnr. 8].
    2. Pleuntje Pietersdr, ovl. na 1613.
    3. Doe Pietersz van der Starre, timmerman, lid vroedschap, ovl. Vlaardingen 10-1643.
      Doe Pietersz van der Starre tr. voor 1610 met Maritje Cornelisdr, geb. ca. 1580, ovl. Vlaardingen na 1643, dv. Cornelis Alewijnsz en Liedewij Bastiaensdr.
      • Op 17-5-1589 kocht Lijsbet Bastiaensd weduwe van Cornelis Aelwijnsz, de 4 weeskinderen uit, waaronder de minderjarige Maritge Cornelisdr, oud circa 7 jaar en Adriaentgen Cornelisdr, oud circa 3 jaar.
      • Op 31-7-1610 kwam ter weeskamer Doe Pietersz, timmerman, getrouwd met Maritgen Cornelisdr, nagelaten dochter van Cornelis Alewijnsz en in die kwaliteit erfgenaam van Ariaentgen Cornelisdr, de overleden zuster van Maritgen.<65>
      • Doe Pietersz van der Starre was van 1621 tot zijn overlijden lid van de vroedschap te Vlaardingen en vervulde er functies van Burgemeester, Schepen en Thesaurier. In 1616 en 1617 was hij gasthuisvader van het weeshuis en aansluitend tot 1621 weesmeester, welke functie hij ook in 1626 en 1627 vervulde. Hij was hoofdman van het timmergilde (1625-1637), maar in 1624 ook deken van het schoenmakersgilde. Van 1624 tot 1641 kwam hij voor op de lijst van kapitalisten, als zijnde in het bezit van een vermogen van meer dan 2000,-.<66>
      • Maertje Cornelisdr, wed. Doe Pietersz van der Starre, in leven burgemeester van Vlaardingen gaf op 7-12-1643 een gift(?) aan Willem Cornelisz Dorsman van een huisje en erf aan de westzijde van de Hoofdkade.<67>
      • Doe Pietersz van der Starre en zijn vrouw werden in de grote kerk te begraven.
      • Tijdens herstelwerkzaamheden in 1922 kwam hun grafzerk weer te voorschijn van onder de in 1865 aangelegde houten vloer. Hiernaast de tekening van deze zerk. met daarop het door Doe Pietersz van der Starre gevoerde familiewapen. In de rand om het wapen is te lezen DOE PIETERSZ VAN DER STERRE OUDT BURGEMEESTER. De tekst onder het wapen is nog maar gedeeltelijk leesbaar en luidde vermoedelijk: HIER LEIT BEGRAVEN / DOE PIETERSEN VAN DER / STERREN STERFT DEN / OCHTOEBER ANNO 1643 / EN MAERTGEN CORNELYS / SYN HUSVROUWE STERF / JULYUS ANNO /.<68>
      • Het wapen wordt als volgt omschreven: 3 sterren, waarvan 1 midden in het schildhooft, 1 in het midden van de rechterzijde en 1 in het midden van de schildvoet en een staande wassenaar in het midden ter linkerzijde.<69> Er is ook een variant van bekend, die ook werd gebruikt door Doe Pietersz van de Starre en verder door Cornelis Doensz van der Starre (1657-1660) en Jacobus van der Starre (1742-1768): Gedeeld: I. 3 sterren, waarvan 2 paalsgewijze naar de delingslijn en de 3e -middelste- meer naar de schildzoom is geplaatst. II. een aangezichts- wassenaar.<70>
    4. Ariaentge Pietersdr, ovl. na 1613.
    5. Cornelis Pietersz van der Starre, timmerman in 's-Lands dienst, ovl. na 1631.
      Cornelis Pietersz van der Starre tr. met Metje Jansdr Sijle, ovl. na 1631.
      • Cornelis Pietersz van der Starre, timmerman tegenwoordig in 's-lands dienst binnen 's-Hertogenbosch, machtigde op 9-6-1631 Doe Pietersz van der Starre, oud schepen van Vlaardingen, en Metge Jansdr Sijle zijn huisvrouw, speciaal om het huis welke hij te Vlaardingen bewoonde, te verhuren en het erf aan de oostzijde van de haven te verkopen.<71>
    6. Dirckgen Pietersdr, ovl. Vlaardingen na 1632.
      Dirckgen Pietersdr tr. met Cornelis Jorisz de Beij, weesmeester, ovl. na 1632, eerder ev. Lijsbet Jansdr, wed. Vranck Jacobsz van Velden.
      • Op 31-5-1632 laten Cornelis Jorisz de Bije, weesmeester, en Dirckje Pietersdr hun testament opmaken. Cornelis de Bije was eerder gehuwd met Liesbet Jansdr, wed. Vranck Jacobs van Velden.<72>
    7. Maritgen Pietersdr, ovl. Vlaardingen ca. 1616.
      Maritgen Pietersdr tr. met Huijbrecht Gerritsz van Schouwen, geb. Zierikzee, schrijnwerker, ovl. Vlaardingen (verm.) voor 1651.
      • Huijbrecht Gerritsz den schrijnwerker, geboortig van Zierikzee werd op 1-1-1614 poorter van Vlaardingen.<73> Op 3-12-1616 worden de broers Claes Pietersz en Doe Pietersz, timmerlieden, als voogden aangesteld over de kinderen van Huijbrecht Gerritsz gewonnen bij Maertje Pietersdr.<74> H. den Boer vermeldt dat Huijbrecht Gerritsz van Schouwen (ovl. voor 4-12-1651) hertrouwde met Thonisje Cornelis Wagenaers (ovl. na 4-12-1651).<75>
    8. Arien Pietersz, ovl. na 1613.
    9. Neeltgen Pietersdr, ovl. na 1613.
    10. Gerrit Pietersz van der Starre, timmerman, ovl. Vlaardingen (verm.) voor 1638.
      Gerrit Pietersz van der Starre tr. voor 1620 met Crijntje Cornelisdr, dv. Cornelis Jansz Croontge.
      • Op 4-1-1620 is aangegeven dat Gerrit Pieters, timmerman, gehuwd is met Crijntge Cornisdr, weeskind van Cornelis Jansz Croontge.<76> In 1621 woonde Gerrit Pietersz te Korendijk [=Goudswaard] en verklaarde hij op 17-7-1621 dat zijn broer Claes Pietersz, timmerman, voor hem als borg was opgetreden.<77>
      • Op 15-10-1638 laat Crijntje Cornelisdr, wed. Gerrit Pietersz, timmerman ^Vlaardingen, haar testament opmaken.<78>
  18. JAN (BREDERVLIET?)
    Jan (Bredervliet?) tr. met
  19. NN
    • De bekende kinderen van Jan (Bredervliet) zijn ontleend aan de in Vlaardingen opgestelde testamenten van zijn zoon Willem Jansz (van) Bredervliet. Op 17-5-1630 testeerde deze zijn nalatenschap al in 3 porties aan zijn broer(?) en 2 zusters<79> en op 16-5-1651 vond de verdeling van de erfenis van Willem Jansz Bredervliet onder de nakomelingen van zijn broer en zusters, tw. Maerten Jansz, Lijsbet Jansdr en Maertje Jansdreveneens in 3 parten plaats.<80>
    Uit het huwelijk van Jan (Bredervliet?) en NN:
    1. Willem Jansz Bredervliet, geb. Delft (verm.), koopman/geldschieter?, ovl. Vlaardingen na 1649.
      Willem Jansz Bredervliet tr. Vlaardingen ca. 5-1636 met Maertge Gerritsdr, ^Ouderschie, eerder ev. Cornelis Aryens.
      • Al voor 1626 moet Willem Jansz de toenaam Bredervliet hebben aangenomen, want als Willem Jansz van Bredervliet liet hij -"ziek van een gebrek in t aensichte"- op 18-4-1626 bij notaris Johan Dwinglo te Vlaardingen zijn testament opmaken. Tijdens zijn (onder-)trouw herzag(?) hij op 17-5-1630 dit testament en testeerde oa. aan de kinderen van zijn overleden zuster Maertje Jansdr voor een 1/3 gedeelte.<81>
      • Al deze aanvallen op zijn gezondheid overleefde hij ruimschoots, want op 15-11-1649 machtigde hij -bij notaris Arent van Dwinglo- zijn neef Jan Claesz Schoonhout, timmerman in Vlaardingen, "om te ontvangen van diverse personen aan deze als gene zijde van de Maas". Uit deze en soortgelijke akten wordt verondersteld dat hij koopman was, maar tevens geldschieter.<82>
      • In het poorterboek van Vlaardingen is dd. 28-12-1635 opgenomen en doorgehaald: "Willem Jansz Bredervliet, geboren tot Delft" en in de marge is vermeld: "Heeft den eet geweygert". Het poorterboek vervolgt een dag later: "Willem Jansz Bredervliet, sich nader bedacht hebbende heeft leetwesen bethoont van sijn voorgaende weygeringe ende versocht alsnu den eet te mogen doen ende als poorter aangenomen te worden, hetwelcke den 29 decembris 1635 is gedaan".
    2. Lijsbeth Jansdr, geb. Delft (verm.), ovl. na 1636.
      Lijsbeth Jansdr tr. met Pieter Pietersz Kagenaer, ovl. voor 1630.
      • NOOT: Onduidelijk is op dit moment waar het huwelijk van Lijsbeth Jansdr met Pieter Pietersz Kagenaer aan ontleend is. H. den Boer vermeldt wel een Pieter Pietersz Kagenaer die voor 1-6-1638 was overleden, maar het is niet duidelijk of die met Lijsbeth Jans getrouwd geweest is.<83>
      • Bij de verdeling van de nalatenschap van Willem Jans Bredervliet op 16-5-1651 wordt de helft van 1/3 part toegedeeld aan Pieter Lourisz Kagenaer, kindskind van Lijsbet Jansd.<84>
      • Betreffende het ontstaan van de naam Kagenaer is door Willem J. Kagenaar in Gens Nostra jrg. 2001 (dec.nr), blz. 637 een artikel gepubliceerd genaamd "Van Cagenaer tot Kagenaar". De naam zou ontleend zijn aan het binnenvaart-schip van het type Kaag en Kagenaar zou dan een beroepsnaam zijn. De familie Kagenaar is oorspronkelijk afkomstig van Maassluis.
    3. Maerten Jansz, geb. Delft (verm.), ovl. voor 1637.
      Maerten Jansz tr. met Ingetje Jansdr (de Goejan), geb. ca. 1591, ovl. Vlaardingen (verm.) na 1651, dv. Jan Jansz de Goejan (de oude), stierman, en Maritgen Louwerisdr uit Vlaanderen.
      • Op 29-1-1596 kocht Jan Jansz, stierman, zijn 3 kinderen uit die hij had bij zijn overleden vrouw Maritgen Louwerisd uit Vlaanderen. Kinderen zijn: Ingetge Jansdr oud 5 Jaar, Maritge Jansdr oud 4® jaar en Jan Jansz oud 1 jaar en 12 weken.
      • Jacob Pietersz Hartoch, getrouwd met Maritgen Jansdr, verrekende op 1-2-1614 met Jan Jansz stierman, zijn schoonvader, deze erfdeling, alsmede van haar aanbestorven uit Vlaanderen.<85>
      • Jacob Pietersz Hartoch, blokmaker, ter eenre en Willem Jansz Bredervliet, ter andere zijde sloten op 20-1-1637 een overeenkomst waarbij Maertje Maertensdr, oud 3 jaar, nagelaten kind van Maerten Jansz, door Jacob Pietersz Hartoch zal worden onderhouden.<86>
      • In de akte van erfdeling dd. 16-5-1651 van Willem Jansz Brederveld werd 1/3 part toegekend aan de nakomelingen van Maerten Jansz. Hierbij waren aanwezig: Jan Jansz Goede Jan, Ingetje Jansdr -weduwe van Huijch Peijensz- voor zichzelf en voornoemde Jan Jansz Goede Jan als oom en bloedvoogd van de 3 nagelaten weeskinderen van Maerten Jansz, kinderen en kindskinderen van Jan Jansz Goede Jan de oude.<87>
    4. Maertje Jansdr [kwnr. 9].
    5. Ida Jansdr, geb. Delft (verm.), ovl. na 1632.
      Ida Jansdr tr. 1x Delft 4-5-1603 met Tielman Rutten, brouwersknecht afkomstig uit het land van Hessen, begr. Delft 27-6-1604.
      • Bij hun huwelijk woonde Tielman Rutten in de Gasthuislaan en Ida Jansdr in de Wereld te Delft.
      Ida Jansdr otr./tr. 2x Leiden 22-5/10-6-1608 (Hooglandsekerk) met Pancraes Jacobs van Couwenhoven, geb. Leiden, houtkoper te Leiden, ovl. Leiden voor 1627, zv. Jacob Pancraesz, timmerman, en NN, eerder ev. Annetgen Dircxdr, daarvoor ev. Marijtgen Fransendr.
      • Onduidelijk is of Ida Jansdr, en vermeld als gehuwd zijnde met Bacris Jacobs, houtkoper te Leiden, wel een zuster is van Willem Jansz Bredervliet en waar deze gegevens dan wel aan zijn ontleend. Mogelijk is zij in zijn testamenten niet genoemd bij afwezigheid van kinderen uit haar beide huwelijken. (NOOT: datzelfde geldt vermoedelijk ook voor een vermelde en gehuwde Jans Jansz. Ida Jansdr en Jan Jansz nakijken in Vlaardingen)
      • In Leiden is gevonden:
      • Bancraes Jacobs, geb. van Leiden wedn. Annetgen Dircxdr van Zoeterwoude, timmerman geassisteerd met Jacob Pancraes zijn vader % Yda Jansdr, geb. van Delft wed. Tielman Rutten, ^Leiden geass. met Marijtgen Jansdr haar bekende.
      • Voorts is in het Aflezingenboek van Leiden (1574-1649) opgenomen:
      • 28-2-1617: Pancraes Jacobsz van Couwenhoven, adelborst-musketier bij de schutterij onder van Tethrode.<88>
      • 6-1-1627: het perceel van zijn weduwe grenst aan dat van Gerrit Gz. van Gilsmeer aan de Oost-Volmolengracht.<89>
      • 5-8-1632: oproep aan de schuldeisers van zijn weduwe Yda Jansdr. (Deel ?, fol.?)
  20. FOP JACOBSZ (LEEUWENBURG), geb. Poortugaal (verm.), ovl. tussen 1585 en 1588
    Fop Jacobsz (Leeuwenburg) tr. met
  21. LIJSBETH KOOSSEN, (DB-137:4), geb. ca. 1551, ovl. Oud-Beijerland 1-7-1629
    • Op 12-4-1616 liet Elisabeth Coosse, weduwe van Cornelis Lenaarts Roobol, ^Oud Beijerland, haar testament opmaken en benoemde de vier (nog in leven zijnde) kinderen uit haar eerste huwelijk met Fob Jacobsz als haar erfgenamen. Zij bepaalde dat haar jongste zoon Fop Foppensz de voorkeur zal hebben om al of niet te aanvaarden de huur en pacht van de hofstede en de huurlanden, die zij ten tijde van haar overlijden in huur zou hebben.<90> Uit deze verklaring volgt dat haar zoon Claas Foppens overleden moet zijn tussen 1613 en 1616 en dat (gezien de verwijzing in de opmerking bij Claas, DB- 137.4 kind nr. 5) Maartje Foppens dan ook geen dochter van haar kan zijn.
    • Lysbeth Coosen, weduwe Cornelis Lenert Robol, huurde 1627 in Grootejacht, aan de Zinkwegsedijk in de polder Oud-Beijerland, van Carel van Beveren, rentmeester van de prins van Oranje en commissaris van Monsteringe, een hofstede met huis, schuur, berging en timmerage en plantage, groot 40 roeden voor 18.0.0 gulden per roede per jaar. (Volgens huurcedulle dd. 29.6.1627 en volgens verklaring van haar zoon Fop Fops). Zij was eigenaresse van 18 morgen en 239 roeden land in de genoemde polder.<91>
    • In 1922 is in de Nederlands Hervormde Kerk te Oud-Beijerland het volgende grafschrift opgetekend:<92>
    • (Nr.1) Hier leit begrave Lisabet Coose weduwe wile van Cornelis Leendertse Roobol sterff den eersten Julij anno 1629 oudt sinde 78 jaere.
    • Hier leit begrave Fop Foppen Jonghman out 45 jaer sterf den 24 October anno 1630.
    Lijsbeth Koossen tr. 2x met Cornelis Leendertsz Roobol, (DB-115.41), geb. voor 1560, schepen en heemraad te Oud-Beijerland 1590-1599, ovl. tussen 1599 en 1616, zv. Leendert Cornelisz Roobol, schepen van Rhoon (1576-1580), schout van Rhoon (1584-1597), en Maartje Dirks Koorneef, (DB-115.4), eerder ev. Lijsbeth Cornelisse. Uit het huwelijk van Fop Jacobsz (Leeuwenburg) en Lijsbeth Koossen:
    1. Jacob Foppens (Leeuwenburg), (DB-137.41), heemraad Nieuw-Beijerland (in 1616), ovl. voor 1636.
      Jacob Foppens (Leeuwenburg) tr. met Annetje Leendertsz Roobol, (DB-115.48), ovl. voor 6-1642, dv. Leendert Cornelisz Roobol, schepen van Rhoon (1576-1580), schout van Rhoon (1584-1597), en Maartje Dirks Koorneef, (DB-115.4).
    2. Pieter Foppens, (DB-137.42), geb. 1579, ovl. Oud-Beijerland 23-10-1641.
      Pieter Foppens tr. met Lijsbeth Leendertsz Roobol (waarschijnlijke dochter), geb. 1573, ovl. Oud-Beijerland 20-12-1648, dv. Leendert Cornelisz Roobol, schepen van Rhoon (1576-1580), schout van Rhoon (1584-1597), en Maartje Dirks Koorneef, (DB-115.4).
    3. Grietje Foppens als weduwe innocent, ovl. voor 1611.
      Grietje Foppens tr. voor 1591 met Pieter Cornelisz Kindermaker, ovl. voor 1611.
      • De kinderen uit het huwelijk van Pieter Cornelisz Kindermaker en Grietje Foppens noemen zich later Leeuwenburg.
    4. Coos Foppens (Vredenburg), (DB-137:46), geb. Oud-Beijerland (verm.) [kwnr. 10].
    5. Fop Foppens, geb. 1585, ongehuwd, ovl. 24-10-1630 (45 jaar), begr. in het graf van zijn moeder.
      • In 1922 is in de Nederlands Hervormde Kerk te Oud-Beijerland het volgende grafschrift opgetekend:<93>
      • (Nr.1) Hier leit begrave Lisabet Coose weduwe wile van Cornelis Leendertse Roobol sterff den eersten Julij anno 1629 oudt sinde 78 jaere.
      • Hier leit begrave Fop Foppen Jonghman out 45 jaer sterf den 24 October anno 1630.
    6. Claas Foppens, is dit wel een zoon?, ovl. tussen 1613 en 1616.
    7. Maartje Foppens (?), (DB-137.47).
      Maartje Foppens (?) tr. voor 1591 met Cornelis Bastiaansz Boeij, voerman en schoenmaker te Oud-Beijerland.
  22. CORNELIS GHIJSBRECHTSEN, ovl. tussen 1600 en 1618
    Cornelis Ghijsbrechtsen tr. met
  23. CUNIERA AERTS (HACKE?), geb. Mijnsheerenland (verm.), ovl. tussen 1600 en 1618.
    Uit het huwelijk van Cornelis Ghijsbrechtsen en Cuniera Aerts:
    1. Neeltge Cornelis [kwnr. 11].
    2. Marichje Cornelis.
      Marichje Cornelis tr. met Gerrit Adriaen Haes.
    3. Aert Cornelis, geb. ca. 1600.
  24. LOUIJS VAN HAMME, geb. Comines/Komen-F, mutsenmaker, begr. Leiden 16-11-1610 (Pieterskerk, ^bij de Rijnsburgerpoort)
    Louijs van Hamme tr. met
  25. TORIJNTGE HENRICX, begr. Leiden 2-6-1625 (begraafboek 5, fol. 202)
    • Voor een algehele inleiding over de familie van der Hammen zie het artikel "De afkomst van Johannes van der Hammen en zijn verwanten te Leiden" door dr. L. van der Hammen in het juni-nummer van De Nederlandsche Leeuw, jrg. 1979, kolom 161 ev. Voor uitgebreide informatie over Louijs van Hamme en zijn kinderen wordt naar deze publicatie doorverwezen; hieronder worden alleen de esentiële data vermeld, aangevuld met eigen onderzoeksresultaten.
    • Na de inname op 1 januari 1580 van Komen door de Malcontenten (d.i. de katholieke partij van ontevredenen aangaande het door de Staten-generaal en de Prins van Oranje gevoerde beleid betreffende de aggresief optredende Calvinisten) trokken veel protestanten weg, waaronder Louijs van Hamme met zijn vrouw, dochter Martijntgen en eventuele andere kinderen. Vanaf 1590 woonden zij in Leiden, maar onbekend is waar zij tussen 1580 en 1590 geweest zijn (Antwerpen en/of Engeland?)<94> en of er in die periode nog kinderen zijn geboren of overleden.
    Uit het huwelijk van Louijs van Hamme en Torijntge Henricx:
    1. Maertijntgen van Hamme, geb. Comines/Komen-F voor 1580, ovl. Leiden tussen 9-1599 en 12-1600.
      Maertijntgen van Hamme otr./tr. Leiden 4/22-8-1599 (Pieterskerk) met Geraerdt van den Castele, geb. Comines/Komen-F, mutsen-/bonnetmaker, eerder ev. Josijna Bartelens, daarvoor ev. NN.
      • Geraerdt van den Castele, mutsemaker geb. te Comene X Maertijntgen van Hamme, geb. te Comene, geass. door haar moeder Torijne van Hamme. Na haar overlijden hertrouwde hij op 26-1-1601 te Leiden met Margareta Berchgracht, geb. te Brugge.
    2. Abraham van Hamme, geb. Leiden, saeywerker, later schoolmeester, ovl. Leiden ca. 30-1-1656 (begr. in de week van 30 januari-5 februari 1656, Pieterskerk).
      Abraham van Hamme otr./tr. 1x Leiden 11/27-1-1613 (Hooglandsekerk) met Magdaleentgen Compeens, geb. Leiden, begr. Leiden 12-5-1625 (Pieterskerk, begraafboek 5, fol. 197; overleden tijdens de pestepedemie 1624/'25).
      • Abraham van Hamme, saaiwerker geb. Leijden, geass. door zijn moeder Trijntgen Henricx % Magdaleentgen Compeens, geb. Leijden.
      Abraham van Hamme otr./tr. 2x Leiden 24-9/10-10-1627 (Pieterskerk) met Sija van Loo, ovl. Leiderdorp ca. 1635, eerder ev. Jacob van Linden.
      • Mr. Abraham van Hamme, wedn. Maddalena Compeijn ^Lange Angenijtensteech X Sija van Loo, wed. Jacob van Linden ^Breestraat.
      • Met kerkelijke attestaties van de Pieterskerk dd. 7-7-1635 vertrokken Abram van Hamme en zijn vrouw Sytgen van Loo, samen met zijn zuster Susanna van Hamme, van Leiden naar Leiderdorp. Vermoedelijk vertrokken zij daarheen om de toen weer in Leiden heersende pestepedemie te ontvluchten. Waarschijnlijk was Sija van Loo al ziek, want kort daarna overleed zij. Abraham en Suzanna van Hamme keerden later weer terug naar Leiden.<95>
      Abraham van Hamme otr./tr. 3x Leiden 16-3/3-4-1639 (Pieterskerk) met Geertgen Lucas, ovl. Leiden ca. 17-2-1669 (begr. in de week van 17-23 februari 1669, ^Molensteeg; begraafboek 12,fol. 90v), eerder ev. Stoffel Harmansz.
      • Abraham van Ham, schoolmeester wedn. Sophia van Loo ^Diefsteeg % Geertgen Lucasdr, wed. Stoffel Harmansz.
    3. Maeijcken van Hamme, geb. Leiden, ovl. Leiden ca. 27-5-1663 (begr. in de week van 27 mei-2 juni 1663, Pieterskerk).
      Maeijcken van Hamme otr./tr. 1x Leiden 24-4/19-5-1615 (Hooglandsekerk) met Jonathan de Roo, geb. Norwich-E, saeywerker, ovl. Leiden ca. 1625 (overleden tijdens de pestepedemie 1624/'25).
      Maeijcken van Hamme otr./tr. 2x Leiden 29-9/17-10-1627 (Pieterskerk) met Josias de Kneuvel, geb. Leiden, lakenbereider, ovl. Leiden voor 1649, zv. Jan de Kneuvel en NN, eerder ev. Jannetgen Seffe.
      • Josias de Kneuvel, lakenbereider wedn. Jannetgen Seffe ^Uijtersregraft, geass. door zijn vader Jan de Kneuvel % Maeijcken van Hamme, Wed. Jonathan de Roe ^Agnietenstraat.
      • Op 4-3-1649 kocht Maertje van Hamme, wed. Isaeijas de Kneuvel -kennelijk ten behoeve van haar dochter Susanna de Roo- een huis aan de zuidzijde van de Langegraft.<96>
    4. Gillis van Hamme, geb. Leiden [kwnr. 12].
    5. Louwijsken van Hamme, geb. Leiden, begr. Leiden 3-2-1625 (begraafboek 5, fol. 167).
      Louwijsken van Hamme otr./tr. Leiden 23-7/9-8-1620 (Pieterskerk) met Adriaen Volbrechtsz, geb. Sandwich-E, huydevetter (=leerlooier), begr. Leiden 9-12-1624 (Pieterskerk, begraafboek 5, fol. 129v; overleden tijdens de pestepedemie 1625/'25), eerder ev. Margriete Mathijsendr.
      • Adriaen Volbrechtsz, huidevetter geb. te Santwits wedn. Grietgen Matthijsdr, X Loysgen van Hamme, geb. te Leijden.
    6. Susanna van Hamme, geb. Leiden, ovl. na 1652 (19-5-1652 getuige bij de doop van Geertje dv. van haar neef Abraham zv. Abraham van Hamme en diens 3e vrouw Geertgen Lucas).
      • Met kerkelijke attestaties van de Pieterskerk dd. 7-7-1635 vertrokken Susanna van Hammen en haar broer Abram van Hamme met zijn vrouw Sytgen van Loo van Leiden naar Leiderdorp. Vermoedelijk vertrokken zij daarheen om de toen weer in Leiden heersende pestepedemie te ontvluchten. Waarschijnlijk was Sija van Loo al ziek, want kort daarna overleed zij. Abraham en Suzanna van Hamme keerden later weer terug naar Leiden.<97>
    7. Jacobus van Hamme, geb. Leiden, begr. Leiden 14-2-1652 (^in de Camp, begraafboek 5, fol. 172v; overleden tijdens de grote de pestepedemie te Leiden).
      • Op 21-8-1617 gingen te Leiden in ondertrouw: Jacob van Hamme geb. te Leijden met Sara de Bruijne geb. te Haarlem. In de marge van het trouwboek is daarbij aangetekend: Niet gecompareerd; Attestatie overgeleverd. Verondersteld is dat het de hiergenoemde Jacob van Hamme betreft, waarvan het huwelijk niet is doorgegaan. Nadien wordt Jacob van Hamme regelmatig als doopgetuige bij broers en zusters genoemd.
  26. MAILLAERT CLAESZ, geb. Pollinkhove-B (verm.), wolkammer, begr. Leiden 13-11-1618 (begraven Maljaert van Polhoven ^Wielmakerssteeg, Pieterskerk).
    Maillaert Claesz otr./tr. 2x Leiden 28-11/19-12-1608 (Pieterskerk) met Maertijntgen Willemsdr, geb. Brielen-B, ovl. na 1616 (29-4-1616 te Leiden getuige bij het huwelijk van haar stiefdochter Jannetgen Maillaert met Gillis van Hamme)
    • Mailliaert Claesz, geb. te Pollinckhove wolkammer wedn. Barbarken Bays van Nieupoort, geass. met Christiaen Michiels zijn broeder, % Martijntgen Willemsdr, geb. te Briellen bij IJperen wed. Jan van Waligem, geass. met Christijntgen van der Eecke haar bekende.
    Maillaert Claesz otr./tr. 1x Leiden 30-8/13-9-1586 (Pieterskerk) met
  27. BARBARA JACOBSDR BAIJS, geb. Nieuwpoort-B, ovl. voor 1608
    • Informatie ontleend aan NL-jrg. 1980, kol. 377 en aangevuld met eigen onderzoeksresultaten.
    • Maeljaert Claesz, geb te Polinckhoven, geass. met Christiaen Michiels en Andries Andriesz van Dixmuiden en Kerstijne zijn moeder, % Barbara Jacobsdr, geb. te Nieupoort, geass. met Jorijngen Vuysters.
    Uit het 1e huwelijk van Maillaert Claesz met Barbara Jacobsdr Baijs:
    1. Jannetgen Maillaert, geb. Leiden (verm.) [kwnr. 13].
  28. JACOB (VAN HAECKENDOUVER), cramer, ovl. Rotterdam voor 1623
    • De familienaam van Haeckendouver wijst op een oorspronkelijke afkomst uit het plaatsje Hakendover, in de huidige Belgische provincie Vlaams-Brabant nabij Tienen. Mogelijk is Jacob van Haeckendouver als gevolg van de contra-reformatie naar Antwerpen getrokken. Na de val van deze stad in 1585 trok hij verder door naar Delft en kwam vervolgens in Rotterdam terecht, waar hij hertrouwde met Lijntgen Willemsdr Struijs.
    • In 1610 kocht hij -cramer- een huis met erf aan de oostzijde van de Molensteeg bij het Marktveld, welk pand onder de naam De Vogel Struijs door zijn weduwe Lijntgen Struijs op 28 april 1623 weer werd doorverkocht.
    Jacob (van Haeckendouver) otr./tr. 2x Rotterdam 1/17-3-1609 met Lijntgen Willemsdr Struijs, ovl. Rotterdam (verm.) na 1623, eerder ev. Pieter Solwachter
    • Jaquob van Hackendouver, wedn. ^Hoochstraat X Lijntgen Struijs, wed. Sollewerchter ^Marktveld.
    Jacob (van Haeckendouver) tr. 1x met
  29. NN, ovl. voor 1609.<98>
    Uit het 1e huwelijk van Jacob (van Haeckendouver) met NN:
    1. Areijaange Jacobs (van Haeckendouver).
      • Bij de doop op 2 juni 1630 te Rotterdam van Marija, dochter van David Jaepijcks van Haeckendouver, trad op als doopgetuige Areijaange Jaepicks. Gezien de gelijkheid van naamsaanduiding wordt verondersteld dat zij een zuster van David is en (een oudere?) dochter van Jacob van Haeckendouver. Verdere gegevens zijn van haar niet achterhaald.
    2. Claertgen Jacobs (van Haeckendouver), geb. Antwerpen-B (verm.), ovl. na 1619 (op 28-4-1619 in Delft doopgetuige bij kind van haar zuster Susanneken Jacobs).
      Claertgen Jacobs (van Haeckendouver) otr./tr. Delft/Rotterdam 26-2/5-3-1606 met Abraham van Daelhuijsen, geb. Antwerpen-B (verm.).
      • Ondertr. 2-2-1606 te Delft: Abraham van Daelhyse jm. afk. van Antwerpen en Claertgen van Haeckendeuffer jd. afk. van Rotterdam.
      • Ondertr. 12-2-1606 te Rotterdam: Abraham van Daelhuysen, jm. wonende tot Delft en Claertgen van Hacquedorp, jd. wonende op de Hoogstraat. Getrout den 5 martij 1609.
    3. Susanna Jacobs (van Haeckendouver), geb. Delft (verm.).
      Susanna Jacobs (van Haeckendouver) otr. Delft 14-8-1611 met Lenaert Cornelisse van Nierop, kleermaker ^Maeslandsluijs.
      • Lenaert Cornelisz van Nierop, jongeman afkomstig van Maesloutshuys, cleermaker X
      • Susanna Jacobs van Halckenouwe, jonge dochter.
    4. David Jacobs (van Haeckendouver), geb. Delft [kwnr. 14].
    Generatie VI
    INDEX van familienamen
  30. JACOB FOPPEN, ovl. na 1574
    • Jacob Foppen werd in 1542 en in 1574 te Hoogvliet als gegoed aangemerkt. Voor de "troebelen" in 1572, de opstand der Nederlanden, was hij kerkmeester te Hoogvliet.<99>
    Jacob Foppen tr. met
  31. NN.
    Uit het huwelijk van Jacob Foppen en NN:
    1. Cent/Vincent Jacobsz, leenman hofstad Putten, ovl. tussen 1624 en 1627.
      • Cent Jacobsz was in 1557 leenman van de hofstad Putten, woonde in 1588 te Hoogvliet en werd aldaar in 1622 als gegoed aangemerkt.
      Cent/Vincent Jacobsz tr. 1x met ... Cornelisdr, ovl. voor 1570.
      Cent/Vincent Jacobsz tr. 2x ca. 1570 met Neeltje Claasdr, ^Hoogvliet, ovl. na 1629.
    2. Fop Jacobsz (Leeuwenburg), geb. Poortugaal (verm.) [kwnr. 20].
  32. KOOS DIRKSZ, schepen van Rhoon (in 1561),<100>
    Koos Dirksz tr. met
  33. MAARTJE WILLEMS (VAN DRIEL), (DB-137).<101>
    Uit het huwelijk van Koos Dirksz en Maartje Willems (van Driel):
    1. Dirk Koossen, geb. Rhoon (verm.) ca. 1548.
    2. Cornelis Koossen, (DB-137.1), geb. Rhoon (verm.), ^Rhoon.
      Cornelis Koossen tr. met Jannetje Cornelisse, ^Rhoon, ovl. voor 4-1631.
      • In een notariële akte dd. 26-4-1631 wordt ene Cornelis Wadde genoemd, wonende Rhoon, weduwnaar van zal. Jannetje Cornelisse, met haar kinderen.<102>
    3. Arien Koossen, (DB-137.2), geb. Rhoon.
      Arien Koossen tr. met Jannetje Meesse, geb. Zwijndrecht.
    4. Lijsbeth Koossen, (DB-137:4), geb. ca. 1551 [kwnr. 21].
    5. Cornelis Koossen (de jonge), (DB-137.3), geb. Rhoon (verm.), ^Schiedam.
      Cornelis Koossen (de jonge) tr. met NN.
    6. Doen Koossen, geb. Rhoon (verm.).
  34. AERT HACKE(?)
    Aert Hacke(?) tr. met
  35. NN
    • Gezien geboorte- en overlijdensdata van de kinderen is de veronderstelling dat zij allen uit dit hypothtetische huwelijk afkomstig zijn niet juist.
    Uit het huwelijk van Aert Hacke(?) en NN:
    1. Cuniera Aerts (Hacke?), geb. Mijnsheerenland (verm.) [kwnr. 23].
    2. Michiel Aerts Hacke, geb. Mijnsheerenland 1551, ^Middelharnis, ovl. voor 1623.
      Michiel Aerts Hacke tr. 1x met Barber Otten, (DB-117.531), ovl. Oud-Beijerland (verm.) ca. 1595.
      Michiel Aerts Hacke tr. 2x na 1595 met Sebastiaentge Cornelis Jacobs.
    3. Adriaen Aerts Hacke, geb. ca. 1600, schout tot West-IJsselmonde en dijkgraaf van Varkensoord, ovl. IJsselmonde 23-11-1652 out sinde 53 jaere.
      Adriaen Aerts Hacke tr. met Maartje Pieters Kranendonk, geb. IJsselmonde ca. 1581, ovl. IJsselmonde 14-6-1648, begr. IJsselmonde out sijnde 67 jaeren, dv. Pieter Pietersz Kranendonk en Ariaantje Gerrits.
      • Op 13-2-1648 liet Maritge Pieters Kranendonk, weduwe van Dirk Adriaansz Fonkert ^IJsselmonde ziek van lichaam, haar testament opmaken. Erfgenamen zijn haar voorzoon Aart Ariensz Hakker voor de helft en het kind of de kinderen van haar overleden voordochter Ariaantje Ariens voor de andere helft.
      • In 1922 zijn in de Nederlands Hervormde Kerk te IJsselmonde de volgende grafschriften opgetekend:<103>
      • (Nr.23) Hier leyt begraven Adryaen Aertse Hacke out sijnde 16 maenden hij is in den Heere gerust opten achten Augusty anno 1648.
      • Hier leyt begraven Aert Adryaense Hacke schoudt van West Isselmonde en dijckgraef van Verckensoort is gestorven den 23 November ao. 1652 out sinde 53 jaere.
      • (Wapen een dwarsbalk, vermoedelijk boven vergezeld van twee springende honden.)
      • (Nr.34) Hier leyt begraven Marya Pieters Cranendonck de huisvrou van Sa. Adryaen Aertse Hacke schout van West Isselmonde ende dijckgraeff Verckenoort out sijnde 67 jaeren sij is in den Heere gerust op ten 14 Juny anno 1648.

    Generatie VII
    INDEX van familienamen
  36. DIRK KOOSSEN - TAK HOEKSEWAARD, ovl. na 1526
    • Dieric Koes bracht als oom, namens Pieter Theunisz op 3 mei 1504 hulde aan de leenheer, bij dode van diens vader Anthoenis Koes Dircxz.<104>
    Dirk Koossen tr. met
  37. BAERTE NN.
    Uit het huwelijk van Dirk Koossen en Baerte NN:
    1. Lijsbet Dirksz.
      Lijsbet Dirksz tr. met Pieter NN.
    2. Teunis/Wouter Dirksz.
      Teunis/Wouter Dirksz tr. met NN.
    3. Arij Dirksz den Roonaert.
      Arij Dirksz tr. met NN, eerder ev. Teunis/Wouter Dirksz.
    4. Koos Dirksz [kwnr. 42].
  38. WILLEM DOENSZ, (DB-13), ovl. tussen 1556 en 1561
    • In de 10e penning van 1543 wordt Willem Doens vermeld met 52 gemet (¤26 ha) land en een huis in Poortugaal. Samen met Willem van Seventer bezat hij 10 gemet, 1 lijn, 41ª roede (¤5 ha) land in Sweerdijk.
    Willem Doensz tr. 2x met Ida Jans, ovl. na 1561 Willem Doensz tr. 1x met
  39. NN.
    Uit het 1e huwelijk van Willem Doensz met NN:
    1. Cornelis Willems, ovl. ca. 1599.
    2. Leentje Willems, (DB-132).
      Leentje Willems tr. met Thonis Wittensz.
    3. Aagtje Willems, (DB-133).
      Aagtje Willems tr. met Pieter Jansz de Raadt, geb. ca. 1500, bouwman, schepen van Rhoon (in 1549), ovl. voor 1561.
    4. Cornelis Willems (de jonge), (DB-134), ovl. voor 1561.
      Cornelis Willems (de jonge) tr. met Maartje Pieters, dv. Pieter Teunisz en NN.
    5. Adriaan Willemsz (Smoor), (DB-135), schout van Piershill, ovl. voor 1588.
      • Adriaan Doensz is -als oudstlevende erfgenaam- "posseur van een partij memorielanden" en heeft als erfelijke plicht om uit de opbrengsten daarvan op gezette tijden memories (missen voor de zieleheil) voor overleden (over-)grootouders en aanverwanten te laten houden.
      Adriaan Willemsz (Smoor) tr. met Stijntje Maartens.
    6. Doen Willems, (DB-136), schepen van Albrandswaard, ovl. Poortugaal 21-6-1575.
      Doen Willems tr. met Maartje Martens, ovl. Poortugaal 5-2-1601 begr. in het graf van haar man.
      • In 1922 is in de Nederlands Hervormde Kerk te Poortugaal het volgende grafschrift opgetekend:<105>
      • (Nr.24) Hier leyt begraven Doen Willemsz. sterf op ten 21 Junyus anno 1575 ende Maertgen Maertensdochter sijn huysvrouwe sterf op ten 5 februarius ano 1601 Portugaal.
    7. Maartje Willems (van Driel), (DB-137) [kwnr. 43].
    Uit het 2e huwelijk van Willem Doensz met Ida Jans:
    1. Jan Willemsz (Bruijn), (DB-138), heemraad van het gemeneland van Poortugaal (in 1587).
    Generatie VIII
    INDEX van familienamen
  40. KOOS DIRKXZ, ovl. voor 8-12-1475
    • Koos Dirkxz wordt op 23 februari 1455 -bij dode van zijn vader- beleend met de helft van zijn vaders leen; in 1467 verzoekt hij om het hele leen "met ledige hand" (?)
    Koos Dirkxz tr. met
  41. NN.
    Uit het huwelijk van Koos Dirkxz en NN:
    1. Teunis Koossen - tak Westland, leenman op Putten, ovl. ca. 1504.
      • Cornelis Ottenz brengt namens Anthoenis Koes Dircxz, onmondige, op 8 december 1475 hulde aan de leenheer, bij dode van diens vader Koes Dircxz.<106>
      Teunis Koossen tr. met Iswy NN.
    2. Lijsbet Koossen.
      Lijsbet Koossen tr. met Robbrecht NN.
      • Uit het huwelijk van Lijsbet Koosen een zoon Heer Ary Robbrechtse, pastoor tot Zwartewael.<107>
    3. Dirk Koossen - tak Hoeksewaard [kwnr. 84].
  42. DOEN BEYENSZ "DE JONGE", (DB-1 = DB-V), schepen van Poortugaal (in 1491 en in 1507 genoemd), ovl. tussen 1513 en 1515
    • Doen Beyensz "de jonge" werd op 28 januari 1485 beleend met de leengoederen van zijn vader.
    • Hij vestigde een eeuwige memorie op de helft van 3® lijn land gelegen in de Zweerdijk (BM-87). De opbrengsten van dit land waren bestemd voor het eeuwig houden van missen en het verstrekken van aalmoezen. Testamentair vergrootte hij later dat land tot 5 gemet:
    • "Anno 1513 den 6en januarii. Ick Doen Beyensz, ....., maecke tot een eeuwich testament ende tot vergiffenis van mijn sonden een eeuwige missie ter weecke ....., des woensdachs te doen in de kerck van Poortugael, ..... en staet eeuwich verseeckert op 5 gemeeten lants leggende in Nieuw Rhoon ....". (BM-142)
    • Reeds eerder was vastgelegd dat het beheer van dit land aan zijn zoon Cornelis Doensz werd opgedragen om voorts over te gaan op de oudste en naaste verwanten van Doen Beyensz. Uiteindelijk viel dit land en andere uit vererfing verkregen memorielanden, waaruit dus de zielemissen voor (groot-)ouders en verwanten moesten worden bekostigd, toe aan zijn kleinzoon Adriaan Willemsz (van Driel) alias Smoor, (DB-135) en diens nakomelingen. (De nummering bij de genoemde memorielanden verwijst naar "de Blaffaard van de Memorielanden van Poortugaal".)
    • Ter bepaling van de oudste en naaste afstammeling als erfgenaam van de memorielanden werd opgesteld de "Geslagtboom of de afkoomelingen van Doen Beijensz. van Driel: Geboren uijt een Oud Adelijk geslagte, van Driel genaamt, dat in Gelderland en andere provintien seer aansienlijke ampten heeft bedient.
    • Het wapen van dit geslagte is een Roden Vliegende Arent op een Gout Veld.
    • Aan dit geslagte is ook geweest de Heerlijkheijt van Driel bij Bommel, heeft geleeft Ao 1440."
    • "...... Denselve heeft geprocreert vier soonen en vier dogters, .... ".
    • De voorouders van Doen Beyensz met hun gezinnen en zijn huwelijken met de daaruit voortgekomen 8 kinderen zijn overeenkomstig pagina XXXIII van de inleiding van de in 1989 uitgegeven monografie "De parenteel van Doen Beijensz.", die gebaseerd is op deze "Geslagtboom". Wat betreft de nummeraanduiding van deze kinderen is de nummering aangehouden, zoals die in de "Geslagtboom" is vermeld en in de genoemde parenteel verder is uitgewerkt. Deze nummering is bij de betreffende persoon aangegeven, als die met een eigen gezin in de parenteel zijn opgenomen.
    Doen Beyensz "de jonge" tr. 2x met Haeskin NN
    • Aefkin Doen Beyensz wijff vestigde met haar zoon Cornelis Doensz voor een periode gedurende het in leven zijn van haar kinderen een memorie op haar huis met erf, gelegen beneden het dorp en waar haar genoemde zoon in woonde. (BM-89)
    Doen Beyensz "de jonge" tr. 1x met
  43. NEELTGEN WOLLEBRANT JANSDR
    • Neeltgen Wollebrant Jansdr, echtgenote van Doen Beyensz, vestigde een memorie op 2® lijn land, gelegen buiten de Zweerdijk onder zijn huis aan de Kruisdijk. Dit land werd toegewezen aan haar beider kinderen en dat na hun dood weer moest terugvallen naar het oorspronkelijke bezit (BM-88).
    • In "De Parenteel van Doen Beyensz." wordt aangegeven dat Neeltgen Wollebrant Jansdr de eerste vrouw was van Doen Beyensz "de Jonge", maar in OV-1992 (blz. 151 en blz. 154) wordt zonder voldoende onderbouwing vermeld dat Neeltgen Wollebrant Jansdr de tweede vrouw was van Doen Beyensz, (DB-III), die eerder gehuwd was geweest met de in 1446 overleden Margriet. Vooralsnog wordt de zienswijze van "De Parenteel" aangehouden.
    Uit het 1e huwelijk van Doen Beyensz "de jonge" met Neeltgen Wollebrant Jansdr:
    1. Willem Doensz, (DB-13) [kwnr. 86].
    2. Maartje Doensz, (DB-15), ovl. ca. 1519.
      Maartje Doensz tr. met Jan Allertsz, ovl. 1519 (verm).
    Uit het 2e huwelijk van Doen Beyensz "de jonge" met Haeskin NN:
    1. Cornelis Doensz, (DB-11), schout en dijkgraaf van Albrandswaard (in 1532), ovl. 1542.
      • Op 17 december 1515 wordt Cornelis Doensz leenman van Putten "bij dode van zijn vader".
      Cornelis Doensz tr. met Baartje Jansz, ovl. na 1551 (sententie Hof van Holland, nr. 150 dd. 19-11-1551).
      • De weduwe Baartje Jans komt in de 10e penning van 1543 voor met 10 gemet te Hoogvliet en 43 gemet te Poortugaal plus een huis en boomgaard te Poortugaal.
    2. Lidewij Doensz, (DB-16).
      Lidewij Doensz tr. 1x met Willem Claasz (van Groenendijk), ovl. voor 1545.
      Lidewij Doensz tr. 2x voor 1545 met Lambrecht Jansz (Verstoup), schout van 's-Gravenambacht, ovl. Poortugaal 10-3-1552 in de kerk.
    3. Beyen Doensz, (DB-12), schepen van Poortugaal (1543-1549) en heemraad van Poortugaal (1538), ovl. tussen 1549 en 1556.
      • In de 10e penning van 1542 wordt Beye Doensz vermeld met 9 gemet in Albrandswaard, 6 gemet in Hoogvliet en ca. 100 gemet te Poortugaal.
      Beyen Doensz tr. 1x met Maritje Claasse, dv. Claas Hendriksz en Nelle NN.
      Beyen Doensz tr. 2x met Neeltje Leenderts, ^den Briel (1556), ovl. na 1561.
    4. Aart Doensz, (DB-14), ovl. voor 1543.
      • Aernt Doensz bezat omtrent 38 gemet land in Spijkenisse en Simonshaven die ondergelopen waren. Aangezien hij het land niet kon droogmaken, gaf hij toen zijn land over aan zijn broers en zwagers, maar na zijn overlijden werd deze overgave betwist.<108>
      Aart Doensz tr. met Engeltje Claasse, ovl. na 1545.
    5. Neeltje Doensz, (DB-17).
      Neeltje Doensz tr. met Pieter Mathijsz, ovl. na 1546, zv. Mathijs Haddensz en Neeltge Cornelisse.
    6. Lijsbeth Doensz, (DB-18).
      Lijsbeth Doensz tr. met Simon Cornelisz, ovl. na 1546.
    Generatie IX
    INDEX van familienamen
  44. DIRCK GHERIJT KOZEN VAN RIEDE, ovl. ca. 1454
    • Dirck Gherijt Kozen wordt op 9 september 1435 -bij dode van zijn vader- beleend met de helft van het huis van zijn vader te Pernis en met de helft van 10 gemet land te Pernis. De belening van de andere helft blijft in handen van zijn oom Jan van Riede.
    • Vermoedelijk is hij identiek met Dirck Cosen die omstreek 1454 is overleden en die een jaartijde sticht op een stuk land gelegen aan de Groeneweg. Deze memorie staat op naam van Marijtken "mijnre dochter".<109>
    Dirck Gherijt Kozen van Riede tr. met
  45. LIJSBETH JAN GILLISSE, ovl. na 1455
    • Ter bepaling van de recht hebbende op 4® gemet memorieland in oud-Rhoon en Pernis is een parenteel opgesteld van "Lijsbet Jan Gillisse te heten Lijse Coosen met Koos Dirkx haar zoon". In 1653 wordt aan deze lijst nog een nakomeling toegevoegd.
    Uit het huwelijk van Dirck Gherijt Kozen van Riede en Lijsbeth Jan Gillisse:
    1. Koos Dirkxz [kwnr. 168].
    2. Marrijtken Dirkxz.
  46. BEYE DOENSZ, (DB-IV), schepen van Poortugaal (in 1458 en in 1463), ovl. voor 1485
    • Beye Doensz werd op 11 september 1452 door de Heer van Putten beleend met het leenland van zijn vader en op 8 december 1455 met de Zweerdijkse dijk (later Kruisdijk genaamd) en de dijk gelegen bij de molen van Poortugaal. Voorts had hij een uitgebreid pachtbezit, waaronder niet alleen land, maar ook van 1459 tot 1461 de staalvisserij in Battenoord en van 1466 tot 1469 de zwaandrift te Poortugaal.<110>
    • In 1454/'55 en in 1457 trad hij op als leenmangetuige voor de Heer van Putten.
    Beye Doensz tr. met
  47. LIJSBETH NN
    • Beye Doensz vestigde samen met zijn oudsten zoon Aert Beyensz een eeuwige memorie op 2 gemet land in Ver Nellenhouck te Poortugaal, te versterven op Doen Beyensz en voorts op de oudste en naaste nakomelingen van Beye Doens (BM-105).
    • Zijn vrouw Lijsbeth Beye Doens vestigde, na het overlijden van haar man, samen met haar zoon Cornelis Beyensz een eeuwige memorie met een wekelijkse mis op 6 gemet land liggende in Pernis, toekomende aan haar zoon Doen Beyenzs (BM-82).
    Uit het huwelijk van Beye Doensz en Lijsbeth NN:
    1. Aart Beyensz, ovl. voor 1485.
    2. Doen Beyensz "de jonge", (DB-1 = DB-V) [kwnr. 172].
    3. Cornelis Beyensz.
    4. Marritgen Beyensz.
      Marritgen Beyensz tr. met Wouter Pietersz.
      • Marritgen Beyensdr en Wouter Pietersz vestigden hun memorie op 3® gemet te Poortugaal. (BM-83)
    5. Maria Beyensz.
      Maria Beyensz tr. met Willem van Beaumont.
  48. WOLLEBRANT JANSZ
    Wollebrant Jansz tr. met
  49. LIJSBETH NN.
    Uit het huwelijk van Wollebrant Jansz en Lijsbeth NN:
    1. Neeltgen Wollebrant Jansdr [kwnr. 173].
    Generatie X
    INDEX van familienamen
  50. GHERIJT COZEN AERNTSZ VAN RIEDE, geb. voor 1375 (inschatting op grond van het jaar 1405, waarin hij voor het eerst als schepen wordt genoemd), (dijk)schepen van Poortugaal in 1405, 1408 en 1413 en schepen van Pernis in 1408/9, ovl. ca. 1435
    • Op 23 september 1397 werd Cozen Aerntsz samen met zijn broer Jan van Riede bij dode van hun vader met diens leengoed beleend. Op 26 augustus 1409 werd het leen verzocht met ledige hand(?).<111>
    Gherijt Cozen Aerntsz van Riede tr. met
  51. HILDEGONT NN, ovl. na 1435.
    Uit het huwelijk van Gherijt Cozen Aerntsz van Riede en Hildegont NN:
    1. Aernt Gherijt Kozen van Riede, ovl. 1435.
      • Aernt Koose vestigde zijn memorie op de helft van 2® gemet land "ende sijn geleegen met Hildegont zijns jaertijde gemeen ende mitten Heyligen Geest gemeen". "Ende dit jaertijde staet op Dirck Cosen", zijn broer.
      • Deze memorie zowel nog andere te vestigen memories zullen komen te rusten "opten oudsten ende naesten die van Coos Aertsz gecomen zijn".<112>
    2. Dirck Gherijt Kozen van Riede [kwnr. 336].
    3. Katrijn Kozen van Riede (?).
      • Ter nagedachtenis van Katrijn Gillis Dammez werd een memorie gesticht op de helft van 2® gemet land, gelegen in "Nieu Parnisse".
      Katrijn Kozen van Riede (?) tr. met Gillis Dammez.
    4. Adriaen Kozen van Riede (?).
      Adriaen Kozen van Riede (?) tr. met Willem NN.
  52. JAN GILLISZ
    Jan Gillisz tr. met
  53. NELE(?) NN.
    Uit het huwelijk van Jan Gillisz en Nele(?) NN:
    1. Lijsbeth Jan Gillisse [kwnr. 337].
  54. DOEN BEYENSZ, (DB-III), ovl. ca. 1451
    • In aanvulling op de monografie "De parenteel van Doen Beijensz." wordt in "Ons Voorgeslacht" - jrg. 1992 blz. 141 ev. een nadere recontructie gegeven van de voorouders van Doen Beijensz. Op grond van aan elkaar grenzend, door vererfing versnipperd, grondbezit in enkele lokaties nabij de huidige Varleweg te Poortugaal, voornamen en patronymen wordt de stamreeks met twee generaties uitgebreid. Voorts worden kinderen herschikt en nieuwe toegevoegd. De betreffende relevante informatie wordt in de eindnoten met OV-1992 aangeduid.
    • Doen Beyens werd op 1 april 1429 door de Heer van Putten beleend met 2 gemet (¤1 ha) land te Poortugaal. In 1432, 1434 en 1445 trad hij als leenmangetuige voor hem op.
    Doen Beyensz tr. met
  55. MARGRIET NN, ovl. 1446
    • Margriete Doens, vermoedelijk de vrouw van Doen Beyensz, vestigde in haar stervensjaar 1466 een eeuwige memorie op 4 lijn land gelegen achter de kerk te Poortugaal (BM-46).
    • Later vestigde Doen Beyens een memorie op 2 gemet land in Ver Nellenhouck. Deze memorielanden versterven op hun oudste zoon (Beye Doensz) en voorts op de oudste en naaste nakomelingen van Doen Beyens (BM-102).
    Uit het huwelijk van Doen Beyensz en Margriet NN:
    1. Ariaentge Doen Beyensdr, ovl. ca. 1461.
      • Ariaen Doen Beyensdr, Dirck Westgeest wijff, vestigde haar eeuwige memorie op 2 gemet land gelegen aan de Molenweg te Poortugaal, te versterven op haar jongste kind en vervolgens op de oudste en naaste van haar kinderen (BM-101).
      Ariaentge Doen Beyensdr tr. met Dirck van Oestgeest (ook Westgeest), burgemeester van Rotterdam (van 1438 tot 1458), ovl. ca. 1461.
    2. Beye Doensz, (DB-IV) [kwnr. 344].
    3. Aechte Doen Beyensdr.
      • Aechte Doen Beyensdr vestigde haar eeuwige memorie op 2 gemet land genaamd Vranckenland, in Oudevliet (=Hoogvliet) te Poortugaal, te versterven op Arien Doenendr en over te gaan op de oudste nakomelingen van Doen Beyensz (BM-103).
      Aechte Doen Beyensdr tr. met Aernt NN.
    4. Huich Doensz (?).
      • Huich Doensz vestigde zijn eeuwige memorie op 2 gemet land genaamd Huych Blixland te Poortugaal, te versterven op Beye Doensz en diens oudste nakomelingen (BM-104).

    Generatie XI
    INDEX van familienamen
  56. AERNT ARNTSZ VAN RIEDE, geb. voor 1355 (inschatting op grond van het jaar waarin het leen in Pernis wordt verkregen), leenman te Pernis, ovl. tussen 1393 en 1397
    • Arnt van Riede werd op 1 mei 1384 -door de Heer van Gaesbeek, Putte en Strijen- beleend met een huis, berg en werf met bijbehorende avelingen in Pernis. Het leen zal in gelijke delen versterven op zijn zoons Gerijt Coze en Jan van Riede.
    • Bij besluit dd. 28-3-1393 van Zweder, heer van Gaesbeke, Putte en Strijen, verkreeg oa. Airnt van Riede -met vierdalve schair- delen land in Den Oord in 's-Gravenambacht, dat hevig geleden had onder de watervloeden waarbij ook de Riederwaard verloren was gegaan.<113>
    Aernt Arntsz van Riede tr. met
  57. ... DIRKSDR COZEN.
    Uit het huwelijk van Aernt Arntsz van Riede en ... Dirksdr Cozen:
    1. Gherijt Cozen Aerntsz van Riede, geb. voor 1375 [kwnr. 672].
    2. Diederica Aerntsdr van Riede, geb. Dordrecht ca. 1380.
      Diederica Aerntsdr van Riede tr. met Arend van Cruijningen, geb. Kruiningen ca. 1375, zv. Jan van Cruijningen, heer van Cruijningen en Woensdrecht (ridder), en Aleida van Borselen.
    3. Jan van Riede, geb. ca. 1385, schepen van Pernis, ovl. Pernis (verm.) ca. 1467.
      Jan van Riede tr. met NN.
      • Op 23 september 1397 werd Jan Aerntszv an Riede samen met zijn broer Cosen Aerntsz bij dode van hun vader met diens leengoed beleend. Op 26 augustus 1409 werd het leen verzocht met ledige hand(?).<114>
      • Jan van Riede had een dochter Katherine, overl. 1432, die gehuwd was met Ector van Elingen, overl. 1452.<115>
  58. BEYE BEYENSZ, (DB-II), ovl. tussen 1396 en 1408
    • Beye Beyens pachtte in 1395 en 1396 een strook grond langs de dijk tussen Poortugaal en Deyffel.
    Beye Beyensz tr. met
  59. LIJSBETH NN
    • Het ouderschap van Beye Beyens en Lijsbeth NN over Hughe Beijensz is niet geheel bevestigd.
    Uit het huwelijk van Beye Beyensz en Lijsbeth NN:
    1. Hughe Beyensz, rentmeester voor de Heer van Putten van het land van Poortugaal; van 1409 tot 1415 schepen van Pernis, Poortugaal en Zweerdijk, ovl. voor 1429.
      • Op 23 april 1409 wordt Hughe Beyensz genoemd bij verkoop van land van hem in Oud Pernis. Op 1 april 1414 treed hij op als leenmangetuige voor de Heer van Putten. Vermoedelijk is hij beleend met 2 gemet land in Oud Pernis en 2 gemet land in Poortugaal, dat in 1429 grensde aan land van Beye Beyens, toen zijn dochter Lijsbeth na zijn dood daarmee werd beleend.
      • In 1419 en 1420 was hij rentmeester van Putten ten oosten van de Maas.<116>
      Hughe Beyensz tr. met NN.
    2. Doen Beyensz, (DB-III) [kwnr. 688].
    3. Beye Beyensz, ovl. voor 1429.
      • Beyen Beyensz werd op 28 maart 1429 vermeld als eigenaar van een perceel land ter grootte van 2 gemet te Poortugaal en leenhorig aan de Heer van Putten.<117>
      • Beye Beyensz en zijn moeder Lijsbeth Beyensz vestigden een eeuwige memorie op een stuk land ter grootte van 2 gemet, gelegen tussen land van Jan Heeremans en Doen Beyenz in Ver Nellenhouck te Poortugaal en werd dit land toegewezen aan Doen Beyensz en voort op de oudste en naaste nakomelingen van Beye Beyensz. (BM- 98)
    4. Ytswy Beyensz.
      Ytswy Beyensz tr. met Wouter(?) NN.
      • Huich Woutersz en IJtswy Beyendr vestigden een eeuwige memorie op een stuk land van 1® gemet, gelegen aan de Welhoeksdijk bij de meent in Poortugaal, toe gewezen aan Aechte Huigedr en vervolgens op de oudste en naaste nakomelingen van IJtswy (BM-99).
      • Aangezien Huich Woutersz niet nadrukkelijk als de echtgenoot van Ytswy Beyensdr wordt genoemd, is op grond van landbezit in Ver Nellenhouck geprobeerd aan te tonen dat deze de voorzoon van ene (eerder overleden) Wouter Gerrijtsz zou zijn. Aechte Huige zou dan een dochter van deze zoon kunnen zijn.
      • In afwijking van het vermelde in "De Parenteel" zou vervolgens hieruit kunnen worden geconcludeerd dat Ytswy Beyensdr dan een dochter van Beye Rutghersz was.<118>

    Generatie XII
    INDEX van familienamen
  60. ARNT VAN RIEDE, ovl. ca. 1384
    Arnt van Riede tr. met
  61. NN
    • Eene Arnt van Riede wordt vermeld als ouder van Aernt Arntsz en Dirc.<119>
    Uit het huwelijk van Arnt van Riede en NN:
    1. Aernt Arntsz van Riede, geb. voor 1355 [kwnr. 1344].
    2. Dirc van Riede.
      Dirc van Riede tr. met NN.
      • Dirc van Riede heeft een zoon Adrijaen.
    3. Katharina Aerntsdr van Riede, ovl. na 1363.
      Katharina Aerntsdr van Riede tr. met Willem Boudijn, ovl. na 1357.
      • Katharina Aerntsdr van Riede, gehuwd met Willem Boudijn, vestigde 8-8-1357 een lijftocht [=lijfrente] op 7 gemet; op 11-9-1363 deed zij die over op haar zoon Willem.<120>
  62. DIRCK COZEN, geb. ca. 1304, leenman van de heer van Putten
    Dirck Cozen tr. met
  63. NN.
    Uit het huwelijk van Dirck Cozen en NN:
    1. ... Dirksdr Cozen [kwnr. 1345].
  64. BEYE RUTGHERSZ, (DB-I), ovl. voor 1408
    • In de periode 1378 tot 1400 wordt Beye Rutghersz diverse malen genoemd als pachter van verschillende stukken land. Op 28 maart 1393 kreeg hij van de Heer van Putten een schair op de Oord van het ten oosten van Pernis gelegen 's- Gravenambacht en op 8 juli 1400 werd hij genoemd als eigenaar van land te Oedenvliet (=Hoogvliet).<121>
    Beye Rutghersz tr. met
  65. NN, ovl. voor 1408.
    Uit het huwelijk van Beye Rutghersz en NN:
    1. Rutgher Beyensz, ovl. na 1427.
      • Rutgher Beyensz werd tussen 1409 en 1427 diverse malen genoemd als pachter van gronden. Op 30 juli 1413 vond een vermelding plaats dat hij land bezat in Ver Nellehouck in Poortugaal.<122>
    2. Willem Beyensz, ovl. voor 1408.
      • Naast eigen bezit nabij de Cleyne Hole, pachtte Willem Beyensz van 1404 tot 1409 een dijkwal te Spijkenisse. Hij stierf kennelijk kinderloos, want zijn broer Dirck wordt als erfgenaam vermeld.<123>
      Willem Beyensz tr. met Lijsbeth NN, ovl. Poortugaal (verm.) 9-6-1446.
      • Lijsbeth, de weduwe van Willem Beyens overleed op 9 juni 1446 en schonk voor haar memorie aan het kapittel te Geervliet de helft van 5 lijn land, gelegen in een poldertje te Geervliet.<124>
    3. Dirck Beyensz, ovl. na 1408.
      • Dirck Beyensz verkoopt op 8 juni 1408 land gelegen in Pernis en Poortugaal, "gemeen en onverdeeld met de kinderen van (zijn broer) Beye Beyensz".
      • Dirck Beyensz bezit nabij de Cleyne Hole te Poortugaal 2 gemet land aan de huidige Varleweg, die hij heeft geërfd van zijn broer Willem en van zijn ouders. Eveneens in deze buurt heeft hij van hen nog eens 2 gemet ge rfd, die grenzen aan percelen in bezit van de kinderen van zijn broer Beye.<125>
    4. Beye Beyensz, (DB-II) [kwnr. 1376].
    Generatie XIII
    INDEX van familienamen
  66. RUTGHER DIDDERICSZ, ovl. voor 1373
    • Op 19 juni 1357 nam Rutger Didderixz, samen met twee anderen, van de Heer van Putten een gors tussen Hoogvliet en Pernis ter bedijking aan en ontstond de polder Rughezand/Roozand.<126>
    • Volgens de voorwaarden bij de belening aan zijn vader Dirck Rutghers, verwierf Rutgher Diddericsz na diens overlijden de helft van het leengoed van Wateringen.<127>
    Rutgher Diddericsz tr. met
  67. NN
    • Op grond van de patronymia is aangenomen dat de navolgende kinderen uit zijn huwelijk(en?) afkomstig zijn.<128>
    Uit het huwelijk van Rutgher Diddericsz en NN:
    1. Heyn Rutghersz, in 1395 rentmeester van Putten, ovl. ca. 1413.
      • Heyn Ruthersz wordt van 1377 tot 1398 genoemd als pachter van diverse landen, oa. in 1383 samen met zijn broer Beye 10 gemet land bij het kasteel Valckensteyn. In 1395 is hij rentmeester van Putten ten oosten van de Maas.
      • Kort na 1405 werd Heyn Rutgersz door Jan van Egmond, die zijn moeder (de weduwe van Jan van der Wateringen?) in 1405 had opgevolgd, beleend met de helft van het leengoed van Wateringen die aan zijn oom Heyn Guet was toegekend, maar die kennelijk kinderloos was overleden.
      • Op 11 september 1413 bezitten de erfgenamen van Heyn Rutghresz land in Zwaardijk. Aangenomen wordt dat ook hij kinderloos is overleden, temeer daar het leengoed van Wateringen door Jan van Egmond aan zijn broer Hughe Rutghersz werd toegekend.<129>
    2. Hughe Rutghersz, ovl. na 1417.
      • Door het overlijden van zijn broer Heyn Rutgers verwierf Hughe Rutgersz van Jan van Egmond, nog voor diens overlijden in 1417, het leengoed van Wateringen van zijn broer. Daar Jan van Egmond kinderloos overleed, verviel het leen weer terug aan de Graaf van Holland, waarna het leengoed niet meer aan de familieleden werd toegekend.<130>
    3. Pieter "die Onvervaerde" Rutghersz, ovl. na 1373.
      • Op 1 januari 1368 werd Pieter "die Onvervaerde" Rutghersz door de burggravin van Leiden, als vrouwe van Oost-Barendrecht, beleend met 2® morgen land te Poortugaal. En in 1373 verwierf hij de helft van het leen van Wateringen van zijn vader Rutgher Diddericsz.<131>
      Pieter "die Onvervaerde" Rutghersz tr. met NN.
    4. Trude Rutghers, ovl. 1422.
      • Trude, de weduwe van Jan Heynenz stierf in 1422 en had een memorie van een ® gemet gevestigd in Ver Nellehouck, op een stuk land genaamd het Roffveltkin en dat gemeen lag met Wouter Gerijtsz (misschien de echtgenoot van Ytswe Beyensdr, een mogelijke dochter van haar broer Beye Rutghers?), te versterven op haar dochter Geertruyt en voorts op de nakomelingen van Trude Rutghers.<132>
      Trude Rutghers tr. met Jan Heynenz, veerman, schipper, ovl. ca. 1421.
      • Jan Heynensz pachtte in 1403 en 1404 het veer op Abbenbroek. In 1414 en 1415 staat hij borg voor zijn zoon Rutgher Jansz, toen deze het veer pachtte. In 1420 en 1421 werd Jan Heynensz betaald voor het vervoer van goederen met zijn schip.<133>
    5. Beye Rutghersz, (DB-I) [kwnr. 2752].
    6. Lijsbeth Rutghers, ovl. na 1398.
      Lijsbeth Rutghers tr. met Jacob Bollensz, ovl. ca. 1393.
      • Van 1388 tot 1398 had Jacob Bollensz diverse pachtingen op zijn naam, hoewel zijn vrouw Lijsbeth Ruthersz vanaf 1393 als zijn weduwe de vereiste betalingen verrichtte.<134>
    7. Jonge Heyn Rutghersz, ovl. na 1416.
      • Op 28 maart 1393 kreeg Jonghe Heyn Rutgersz van de Heer van Putten erfelijk 6 gaarden land op de Oord van Cathendrecht en 4 hokelinge land op die van 's- Gravenambacht. Nadien wordt hij regelmatig tot in 1416 genoemd met betrekking tot diverse pachtingen.<135>

    Generatie XIV
    INDEX van familienamen
  68. DIRCK RUTGHERSZ
    • In 1337 werd Dirck Rutgersz door Heer Jan van der Wateringen, ambachtsheer van Vlaardingen, beleend met 9® morgen land aldaar (waar?: Vlaardingen of Vlaardingerambacht, maar kennelijk Wateringen). Bij overlijden zou het land gelijkelijk verdeeld moeten worden tussen zijn zoons Rutgaert en Heyn Guet.<136>
    Dirck Rutghersz tr. met
  69. NN.
    Uit het huwelijk van Dirck Rutghersz en NN:
    1. Rutgher Diddericsz [kwnr. 5504].
    2. Heyn Diddericsz Guet, ovl. ca. 1405.
      • Volgens de voorwaarden bij de belening aan zijn vader Dirck Rutghers, verwierf Heyn Guet na diens overlijden de helft van het leengoed van Wateringen.<137>

    TOP


    NOTEN:
    Terug door aanklikken op nootnummer

    1. J.J. Vervloet ea., De parenteel van Doens Beijens. Uitgave van de Zuidhollandse Vereniging voor Genealogie, Rotterdam 1989.
    J.J. Vervloet ea., De parenteel van Doen Beijensz, aanvullingen en correcties. Uitgave van de Zuidhollandse Vereniging voor Genealogie, Rotterdam 2001, waarin gegevens uit mijn publicatie over de Hoeksewaardse familie Schoonhout zijn opgenomen.
    2. Ons Voorgeslacht - jrg. 1996, blz. 49: Vic. Poolen: Drie generaties Schoonhout in de Hoekse Waard; De nakomelingen van Cuniera en Elizabeth Coosse, zusters uit het huwelijk van Coos Foppens en Neeltgen Corneliss uit Oud-Beijerland.
    3. H. den Boer, Vlaardingse Geslachten II vanaf circa 1500 tot 1750: Genealogie Van der Starre - Schoonhout, blz. 178 ev. Uitgave in eigen beheer, Vlaardingen - 1996. De genealogie bevat een uitgebreide annotatie met brongegevens.
    4. De Nederlandsche Leeuw- jrg. 1979, kol. 161-200. Dr. L. van der Hammen: De afkomst van Johannes van der Hammen en zijn verwanten te Leiden. Nederlandsche Leeuw-jrg. 1980, kol. 373 ev. Dr. L. van der Hammen: Het geslacht Van der Hammen in Noord-Brabant(en daarbuiten) in de 17de en 18de eeuw. Ook over de voorouders van Abigail Davids van Haeckendouver wordt uitgebreide informatie verstrekt (voetnoot 11, kol. 377-379).
    5. Ons Voorgeslacht -jrg. 1972, blz. 109 ev. C. Hoek: Repertorium op de lenen van Putten, gelegen in het land van Poortugaal en in de Riederwaard 1304-1648. Blz. 133, nr. 55 - Een huis, berg en werf met bijbehorende avelingen te Pernis.
    Ons Voorgeslacht -jrg. 1983, blz. 197 ev. Mr. J.J.F. Lots en ing. H. den Boer: De afstammelingen van Arnt van Riede en de parenteelstaat van Lijsbet Coosen.
    6. NL-jrg. 1933, kol. 112-inleiding, kol. 354- nr. 48, kol. 387-nr. 87 en kol. 451-nr. 178. M. C. Sigal jr: De wapens der Vlaardingsche vroedschappen.
    7. Johanna Schoonhout is als nakomeling IVb vermeld in de fragment-parenteel van Coos Foppens (DB-137.46) in OV.-jrg. 1996, blz. 49 ev. De aangegeven DB-nummering verwijst naar de gehanteerde persoonsnummering in De parenteel van Doen Beijensz, uitgever Zuidhollandse Vereniging voor Genealogie "Ons Voorgeslacht" - 1989 en aanvulling - 2001.
    8. Voogdijregister Rotterdam.
    9. GAR, ONA-inv.nr. 2569, bld. 597; protocol not. Mattheüs Sonmans te Rotterdam, 14-12-1734.
    10. GAR, ONA-inv.nr. 2835, bld. 441.
    11. GAR, ONA-inv.nr. 3274, bld. 768.
    12. Nicolaas Pieters Schoonhout is als nakomeling IIIb vermeld in de fragment- parenteel van Coos Foppens (DB-137.46) in OV.-jrg. 1996, blz. 49 ev.
    13. Ook: Ham[me], in Rotterdam zelfs Van den Handt.
    14. NL-jrg. 1980, kol. 386.
    15. Dit als aanvulling op NL-jrg. 1980, kol. 387, waarin dr. L. van der Hammen stelde dat hem niet bekend is, waar en wanneer zij zijn overleden.
    16. In de huidige provincie Antwerpen, nabij Geel?
    17. NL-jrg. 1980, kol. 389/390: GAsG-NA, inv.nr. 933B, bldn. 637 en 641.
    18. GAR, ONA-inv.nr. 150, bldn. 189 en 1216.
    19. BRON Oud-Beijerland?
    20. BRON Oud-Beijerland?
    21. BRON Oud-Beijerland?
    22. Cuniera Coosse is als nakomeling IIa vermeld in de fragment-parenteel van Coos Foppens (DB-137.46) in OV.-jrg. 1996, blz. 49 ev.
    23. H. den Boer, blz. 191: RA Vlaardingen, inv.nr. 149 - Procuratieboek van de vierschaar, blz. 47.
    24. NL-jrg. 1980, kol. 378: GAR, ONA-inv.nr. 329, bld. 418.
    25. NL-jrg. 1980, kol. 379: GAR, ONA-inv.nr. 208, bld. 150v of inv.nr. 20, bld. 302.
    26. NL-jrg. 1980, voor al zijn wel en wee zie kol. 380-386.
    27. NL-jrg. 1980, kol. 387/388. De daar genoemde ondertrouw- en huwelijksdata zijn kennelijk abusievelijk niet correct weergegeven.
    28. NL-1980, kol. 388.
    29. NL-1980, kol. 388/389.
    30. NL-1980, kol. 389.
    31. NL-1980, kolom 389/390.
    32. NL-1980, kol. 390/391.
    33. RANB, doopboek Hilvarenbeek 1710-1810, inv.nr 7, fo. 2v.
    34. NL-jrg. 1980, kolom 375/376, NL-jrg. 1983, kolom 152 en GN-jrg.1977, blz. 339.
    35. NL-jrg. 1980, kol. 409/410.
    36. BRON Vlaardingen?
    37. Arch. Stad Vlaardingen, inv.nr. 2 - Protocol, blz. 25.
    38. BRON Vlaardingen?
    39. BRON Oud-Beijerland/Vlaardingen?
    40. H. den Boer, blz. 182: RA Vlaardingen, inv. nr. 148 - Procuratieboek van de vierschaar, blz. 110.
    41. H. den Boer, blz. 184: RA Vlaardingen, inv.nr. 99 - Protocol van onroerende goederen, blz. 343.
    42. H. den Boer, blz. 185: RA Vlaardingen, inv.nr. 70 - Protocol van onroerende goederen, blz. 5v.
    43. H. den Boer, blz. 187: Arch. Stad Vlaardingen, inv.nr. 69 - Resoluties van burgemeesteren, blz. 3v.
    44. H. den Boer, blz. 189: RA Vlaardingen, inv.nr. 150 - Certificatie en attestatieboek, blz. 117.
    45. H. den Boer, blz. 189: NA Vlaardingen, inv.nr. 3 - Protocol, blz. 195.
    46. H. den Boer, blz. 189: Arch. Stad Vlaardingen, inv.nr. 275 - Weesboek, blz. 217.
    47. H. den Boer, blz. 182: NA Vlaardingen, inv.nr. 2 - Protocol, blz. 127.
    48. H. den Boer, blz. 185: RA Vlaardingen, inv.nr. 100 - Protocol van onroerende goederen, blz. 309.
    49. H. den Boer, blz. 184: RA Vlaardingen, inv.nr. 149 - Procuratieboek van de vierschaar, blz. 22.
    50. Coos Foppens (Vredenburg) is de stamvader, genoemd in de fragment-parenteel in OV.-jrg. 1996, blz. 49 ev
    51. Zie ook OV-jrg. 1996, blz. 49 ev.
    52. Oud-Beijerland, ONA-inv.nr. 555.
    53. NL-jrg. 1979, kol. 162/163.
    54. NL-jrg. 1979, kol. 194/195.
    55. NL-jrg. 1979, kol. 195.
    56. NL-jrg. 1979, kol 196.
    57. NL-jrg. 1979, kol 196.
    58. NL-jrg. 1980, voetnoot 11, kol. 378: GAR, Schepenarchief-inv.nr. 500, bld. 645.
    59. NL-jrg. 1980, voetnoot 11, kol. 379.
    60. NL-jrg. 1980, voetnoot 11, kol. 379.
    61. BRON Vlaardingen?
    62. BRON Vlaardingen?
    63. H. den Boer, blz. 180: RA Vlaardingen, inv.nr 119 - Gifteboek.
    64. H. den Boer, blz. 180: RA Vlaardingen, inv.nr. 95 - Protocol van onroerende goederen, blz. 479.
    65. H. den Boer, blz. 192: Arch. Stad Vlaardingen, inv.nr. 274 - Weesboek, blz. 61.
    66. H. den Boer, blz. 192: inv.nr. 44 - Resoluties van schout, burgemeesters en schepenen, blz. 51, 57, 59, 65 en 76.
    67. H. den Boer, blz. 194: inv.nr. 120 - Giftboek, blz. 143v.
    68. P.G. Heinsbroek en M.A. Struijs, De zerken in de Nederlandse Hervormde Grote Kerk te Vlaardingen. Deel I: De zerken liggende in het verhoogde deel van het koor, Vlaardingen 1999.
    69. M.C. Sigal. Genealogische en heraldische gedenkwaardigheden in en uit kerken van het beneden maasgebied, niet beschreven door mr. P.C. Bloys van Treslong Prins - Ons Voorgeslacht, 20e jaargang 1965 - nr. 136, blz. 184, verv. blz. 186.
    70. H. den Boer, blz. 178: M.C. Sigal jr., De wapens der Vlaardingsche vroedschappen - Ned. Leeuw, jrg. 1933-kol. 354.
    71. H. den Boer, blz. 201: NA Vlaardingen, inv.nr. 5 - Protocol, blz. 122.
    72. H. den Boer, blz. 181: NA Vlaardingen, inv.nr. 2 - Protocol, blz. 174, resp. blz. 36 dd. 14-11-1627.
    73. H. den Boer, blz. 180: Arch. Stad Vlaardingen, inv.nr. 60 - Poorterboek, blz. 110.
    74. H. den Boer, blz. 180: Arch. Stad Vlaardingen, inv.nr. 275 - Weesboek, blz. 20.
    75. NOOT: Datum niet teruggevonden in annotatie.
    76. H. den Boer, blz. 202: aantekening bij Arch. Stad Vlaardingen, inv.nr. 285 - Weesrenteboek, blz. 19v.
    77. H. den Boer, blz. 202: NA Vlaardingen, inv.nr. 1 - Protocol, blz. 100.
    78. H. den Boer, blz. 202: NA Vlaardingen, inv.nr. 3 - Protocol, blz. 157v.
    79. H. den Boer, blz. 182: NA Vlaardingen, inv.nr. 2 - Protocol, blz. 127. NOOT: nalopen.
    80. H. den Boer, blz. 184: RA Vlaardingen, inv.nr. 149 - Procuratieboek van de vierschaar, blz. 22.
    81. H. den Boer, blz. 182: NA Vlaardingen, inv.nr. 2 - Protocol, blz. 127) en andermaal op 20-9-1636 "in het aenzien van de pest". (BRON Vlaardingen? Nalopen.
    82. BRON Vlaardingen?
    83. H. den Boer, blz. 183: RA Vlaardingen, inv.nr. 98 - Protocol van onroerende goederen, blz. 252.
    84. H. den Boer, blz. 184: RA Vlaardingen, inv.nr 149 - Procuratieboek van de vierschaar, blz. 22.
    85. H. den Boer, blz. 129: Arch. Stad Vlaardingen, inv.nr. 274 - Weesboek, blz. 106.
    86. H. den Boer, blz. 130: NA Vlaardingen, inv.nr.3 - Protocol, blz. 89.
    87. H. den Boer, blz. 184: RA Vlaardingen, inv.nr 149 - Procuratieboek van de vierschaar, blz. 22.
    88. SAL Deel G, fol. 305v en 306.
    89. SAL Deel H, fol. 244v.
    90. Dordrecht, ONA-inv.nr. 11, bld. 687v.
    91. OV- jrg. 1992, blz. 81.
    92. Ontleend aan CD-rom "Kerken in Nederland"
    93. Ontleend aan CD-rom "Kerken in Nederland"
    94. NL-jrg. 1979, kol. 166 ev..
    95. NL-jrg. 1979, kol. 174.
    96. NL-jrg. 1979, kol. 183.
    97. NL-jrg. 1979, kol. 174.
    98. Informatie ontleend aan NL-jrg. 1980, voetnoot 11, kol. 377-379 en aangevuld met resultaten van eigen onderzoek.
    99. OV-jrg. 1992, blz. 81.
    100. De stamreeks met voorouders van Koos Dirkz is ontleend aan OV-jrg. 1972, blz 133 en jrg. 1983, blz. 204 ev
    101. De stamreeks met voorouders van Maartje Willems van Driel is intleend aan de uitgave "De parenteel van Doen Beijensz." en aangevuld met gegevens afkomstig uit de fiches-verzameling van de genealogische werkgroep, verbonden aan het Streekmuseum Hoekse Waard te Heinenoord.
    102. Delft, ONA- inv.nr. 1665.
    103. Ontleend aan CD-rom "Kerken in Nederland"
    104. OV-jrg. 1972, blz. 133.
    105. Ontleend aan CD-rom "Kerken in Nederland"
    106. OV-jrg. 1972, blz. 133.
    107. OV-jrg. 1983, blz. 202.
    108. Sententie Hof van Holland, nr. 517 zaak 267 dd. 23-2-1546.
    109. OV-jrg. 1983, blz. 199.
    110. OV-1992.
    111. OV-jrg. 1983, blz. 198.
    112. OV-jrg. 1983, blz. 198.
    113. OV-jrg. 1983, blz. 198.
    114. OV-jrg. 1983, blz. 199.
    115. www.dagospel.cistron.nl/genealogie - okt. 2000, echter niet meer bereikbaar.
    116. OV-1992.
    117. OV- 1992.
    118. OV-1992, blz. 150/151.
    119. www.dagospel.cistron.nl/genealogie - okt. 2000, echter niet meer bereikbaar.
    120. http://members.home.nl/j.vanspijk/voCoos.htm#ID1.034.
    121. OV-1992.
    122. OV-1992.
    123. OV-1992.
    124. OV-1992
    125. OV-1992.
    126. OV-1992.
    127. OV- 1992.
    128. OV-1992.
    129. OV-1992.
    130. OV- 1992.
    131. OV-1992.
    132. OV-1992.
    133. OV-1992.
    134. 0V-1992.
    135. OV-1992.
    136. 0V-1992.
    137. OV-1992.

TOP


FAMILIENAMEN in de kwartierstaat Johanna Schoonhout
Koppeling naar de eerst voorkomende kwartierouder, mogelijk meerdere takken.


ARIENS
BAIJS
COOSSE
CORNELIS
DRIEL
GILLISSE
HACKE?
HAECKENDOUVER
HAMMEN
HENRICX
JANSDR
JANSDR
KOOSSEN
MAILLAERT
SCHOONHOUT
SCHOONHOUT?

TOP


©Vic. Poolen
mail@vicpoolen.nl

.

.

.

.

.

.

.

.

.