Aaltje KWARTIERSTAAT van Aaltje Potasse
geb. 3-3-1868 te Wijhe
dochter van Harm Potasse en Aaltje Kemper

BLAUW verwijzing naar ouders en naar het kwartier van het kind

Samenstelling: Vic. Poolen 8-7-2012

www.vicpoolen.nl
Wijhe


In de kwartierstaat zijn de volgende verkortingen gebruikt:
geb.-geboren ged.-gedoopt zv.-zoon van ev.-echtgeno(o)t(e)van ^-wonende/verblijvende te
ovl.-overleden bgr.-begraven dv.-dochter van wed.-weduwe van
otr.-ondertrouw tr.-getrouwd kv.-kind van wedn.-weduwnaar van

    Generatie I
    INDEX van familienamen
  1. AALTJE POTASSE, geb. Wijhe 3-3-1868, dienstbode, ovl. Heemstede 26-8-1960 (in verzorgingshuis voor demente bejaarden)
    • Op 30-6-1887 werd Aaltje Potasse, komende uit Wijhe, als dienstbode te Den Haag ingeschreven, ^Borneostraat16. <1> Een jaar later op 20-7-1888 werd op dit adres Marinus Hoorenick uit Rotterdam ingeschreven, samen met zijn vrouw en dochter. <2> Na zijn overlijden in 1896 vertrok Aaltje Potasse op 6-3-1896 naar Utrecht en trok in bij het gezin van Albert Jacobus van Lammerts van Bueren en Adriana Carolina Temminck ^Renstraat. <3> Op 9 juni 1896 werd zij weer uitgeschreven naar Maartensdijk. <4>
    • Bij het huwelijk in Utrecht van Victor Temminck en Aaltje Potasse traden als getuigen op: Albertus Jacobus van Bueren, assistent bij de posterijen oud 38 jaren ^alhier, Albert Hoolhorst, stationschef oud 38 jaren ^Elst zwager des bruidegoms, Gerrit Hoenderdaal, bloemist oud vijftig jaren ^alhier en Egbert Backhold Romviel, bakker oud vijfendertig jaren ^Maartensdijk neef des bruidegoms.
    • Het echtpaar vestigde zich te Maartensdijk en betrok 5-9-1896 een woning in wijk D, nr.95. <5> Als laatste woonden zij met hun gezin aan de Utrechtseweg (thans Koniningin Wilhelminaweg) 483 te Groenekan (gemeente Maartensdijk, thans De Bilt), waar Victor Teminck in 1930 overleed. Hun huis was gezamenlijk eigendom van zijn broers Johan Jacob en Leonardus Temminck.
    • Na het overlijden van haar man verhuisde Aaltje Potasse in de Groenekan naar de Kastanjelaan 15 en drie en half jaar later even verder op naar de Grothelaan 22, op kamers bij een weduwnaar. Zij bleef hier tot 8-9-1957 wonen toen zij vanwege voortschreidende dementie in huis genomen werd door haar oudste zoon in Haarlem, Vinkestraat 73. <6> Zij overleed in 1960 in een verzorgingshuis voor demente bejaarden te Heemstede.
    Aaltje Potasse tr. Utrecht 13-5-1896 met Victor Temminck, geb. Maarssen 21-1-1861, zadelmaker, leerbewerker, behanger, ovl. Maartensdijk 27-10-1930, zv. Johan Jacob Temminck, rijksambtenaar, en Adriana Carolina Romviel
    • Komende uit Utrecht werd Victor Temminck, zadelmaker, op 21-3-1877 ingeschreven te Rhenen, wonende Herenstraat 119.
    • Behorende tot de lichting 1881 was Victor Temminck -zadelmaker ^Rhenen- onder nummer 118 ingeloot voor opkomst in de Nationale Militie en werd hij op 9-5-1881 ingelijfd. Uit hoofde van volbrachte dienst volgde op 8-5-1886 het ontslag. <7>
    • Op 29-4-1885 werd Victor Temminck van Rhenen naar Utrecht uitgeschreven, <8> waar hij sinds 31-3-1885 al bij zijn ouders in de Vosstraat 12bis stond ingeschreven. Hij verbleef daar gedurende anderhalfjaar, zij het met een zeer korte onderbreking: 18-5-1885 naar IJsselstein en terug 26-5-1885. Op 15-9-1886 vertrok hij naar Lichtenvoorde, <9> waar hij als knecht werd ingeschreven bij Fokke Croese, behanger van beroep, wonende in wijk A nr. 100, later in nr. 9 en vervolgens in nr. 33 gewijzigd. 2-12-1888 verliet hij Lichtenvoorde en vertrok naar Maartensdijk. <10>
    • Komende uit Haarlem werd Victor Temminck op 26 juni 1893 te Utrecht ingeschreven ten huize van zijn zuster Adriana Caroline Temminck en haar man Albert Jacobus Lammerts van Bueren in de Renstraat nr. 30 wijk J en op 12 oktober 1893 weer uitgeschreven naar Maartensdijk. <11>
    • Tot aan zijn huwelijk in 1896 woonde hij enige jaren bij zijn neef Egbert Berteaux Romviel, die met zijn gezin woonde in wijk D nr. 89 te Maartensdijk. <12>


    Generatie II
    INDEX van familienamen
  2. HARM POTASSE, geb. Wijhe 22-5-1827, arbeider, later klompenmaker, ovl. Wijhe 27-11-1872
    Harm Potasse tr. Wijhe 28-10-1858 met
  3. AALTJE KEMPER, geb. Wijhe 17-10-1839, dienstmeid, ovl. Wijhe 15-3-1925
    • Als huwelijksgetuige trad op Gerrit Jan Potasse (halfbroer van Harm(en) Potasse, de grootvader van Harm Potasse), wever, 55 jaar.
    Aaltje Kemper tr. 2x Wijhe 23-5-1876 met Hendrik van Rijssen, geb. Heerde 18-12-1836 (Vorchten), landarbeider, ovl. Raalte 8-12-1926, begr. Wijhe, zv. Jan van Rijssen, dagloner, en Hendrika van Bessen, dienstmeid, eerder ev. Gerritdina Temmink, dienstmeid.
    Uit het huwelijk van Harm Potasse en Aaltje Kemper:
    1. Jan Potasse, geb. Wijhe 2-7-1859, boerenknecht, ovl. Deventer 14-8-1950.
      Jan Potasse tr. Wijhe 1-5-1891 met Dirkje Dijkslag, geb. Wijhe 1854 (bij huwelijk in 1891 oud 37 jaar), dienstmeid, ovl. Wijhe 29-10-1924, dv. Derk Jan Dijkslag en Derkjen Logt.
      • Uit het huwelijk van Jan Potasse en Dirkje Dijkslag zijn geen kinderen.
    2. Grietje Potasse, geb. Wijhe 12-2-1861, ^Eibergen, ovl. Eibergen 29-5-1940.
      Grietje Potasse tr. Kampen 26-2-1885 met Roelof Timmerman, geb. Kampen 11-5-1861, sigarenmaker, ovl. Eibergen 1-2-1936, zv. Berend Timmerman, timmerman, en Tonia Palland.
    3. Johanna Potasse, geb. Wijhe 5-10-1862, ^Kampen, ovl. Kampen 16-7-1954.
      Johanna Potasse tr. Kampen 12-5-1887 met Walter Frank, geb. Kampen 30-9-1860, ovl. Deventer 25-12-1933, zv. Wolter Frank, trijpwever, en Frederika van Veen.
      • Kinderen uit het huwelijk van Walter Frank en Gerhardina Potasse volgens opgave van Herman van der Lugt (juni 2012) en aangevuld met gegevens via GenLias.
    4. Jan Willem Potasse, geb. Wijhe 26-12-1864, ovl. Wijhe 1-3-1865.
    5. Gerhardina Potasse, geb. Wijhe 30-1-1866, ovl. Zwolle 20-5-1916.
      Gerhardina Potasse tr. Wijhe 21-5-1898 met Hendrik van Putten, geb. Olst ca. 1864, smid ^Zwolle, ovl. Zwolle 29-6-1933 (oud 69 jaar), zv. Hendrik Jan van Putten, timmerman, en Joanna Mina Nijhof.
    6. Aaltje Potasse, geb. Wijhe 3-3-1868 [kwnr. 1].
    7. Jan Willem Potasse, geb. Wijhe 17-7-1870, arbeider, ^Wijhe, ovl. Wijhe 6-10-1963.
      • Jan Willem Potasse was in 1920 mede-oprichter en (later?) voorzitter van de Coöperatieve Arbeiders Verbruiksverening "Vooruit" te Wijhe.
      Jan Willem Potasse tr. Windesheim 22-3-1900 met Janna Kluinhaar, geb. Zwollerkerspel 8-2-1874, ovl./begr. Zwolle/Wijhe 17/22-2-1954 (overleden in het ziekenhuis), dv. Reindert Kluinhaar, boerenarbeider, en Reintje Bomhof.
    Uit het 2e huwelijk van Aaltje Kemper met Hendrik van Rijssen:
    1. Hendrik Jan van Rijssen, geb. Wijhe 18-5-1877, timmerman.
      Hendrik Jan van Rijssen tr. Wijhe 14-12-1907 met Wilhelmina Traanman, geb. Raalte ca. 1886, dienstbode ^Wijhe, dv. Gerrit Jan Traanman en Reintje Rietberg.
    2. Wilhelmina van Rijssen, geb. Wijhe 16-5-1879, ovl. Wijhe 24-9-1896.
    Generatie III
    INDEX van familienamen
  4. JAN POTASSE, geb. Wijhe 19-6-1802, wever te Wijhe, ovl. Wijhe 20-11-1894
    Jan Potasse tr. Wijhe 9-6-1826 met
  5. JOHANNA TEN KLEIJ, geb./ged. Haarlem/Vorchten 25-10/2-11-1800, dienstmeid, ^Wijhe, ovl. Wijhe 2-4-1844
    • Als huwelijksgetuige treedt op Gerrit Jan Potasse (halfbroer van de overleden vader van Jan Potasse), wever, 23 jaar.
    Uit het huwelijk van Jan Potasse en Johanna ten Kleij:
    1. Harm Potasse, geb. Wijhe 22-5-1827 [kwnr. 2].
    2. Aaltje Potasse, geb. Wijhe 16-4-1829, dienstmeid, ovl. Wijhe 11-4-1911.
      Aaltje Potasse tr. Wijhe 14-7-1860 met Berend Meijer, ged. Wijhe 16-11-1823, kuiper, ovl. Wijhe 1888, zv. Jurrien Meijer en Willemina ten Haar, daghuurster.
    3. Mannes Potasse, geb. Wijhe 13-4-1830.
    4. Paulina Potasse, geb. Wijhe 29-10-1833, ovl. Wijhe 15-3-1904.
      Paulina Potasse otr./tr. Wijhe 29-8/16-9-1858 met Albert Eilander, geb. Heerde 2-4-1833, dienstknegt, ovl. Wijhe 23-7-1900, zv. Lambert Eilander, landbouwer, en Lambertdina de Bone, dienstmeisje.
    5. Hendrikus Potasse, geb. Wijhe 22-1-1836, ovl. Wijhe 24-5-1841.
    6. Gerrit Potasse, geb. Wijhe 1838, ongetrouwd (verm.), ovl. Wijhe 1914.
    7. Peter Potasse, geb. Wijhe 21-11-1839, ovl. Wijhe 30-3-1841.
  6. JAN WILLEM KEMPER, geb. Wijhe 4-11-1816, boereknegt, daghuurder, ovl. Heerde 22-3-1855 (Hoorn, zv. Teunis Kempes en Aaltje Schut!).
    Jan Willem Kemper tr. 2x Wijhe 16-5-1846 met Janna Brinkhuis, geb. Heerde ca. 1821 (bij huwelijk in 1846 oud 25 jaar), dienstmeid, ovl. Wapenveld 6-1-1861 (ev. Peter IJzerman), dv. Jan Jacobs Brinkhuis, zonder beroep, ^Heerde, en Trijntje van Laar.
    Jan Willem Kemper tr. 1x Wijhe 18-5-1839 met
  7. GRIETJE VAN DUUREN, geb. Wijhe 8-11-1817, dienstmeid, ovl. Wijhe 2-11-1844.
    Uit het 1e huwelijk van Jan Willem Kemper met Grietje van Duuren:
    1. Aaltje Kemper, geb. Wijhe 17-10-1839 [kwnr. 3].
    2. Jan Willem Kemper, geb. Wijhe 17-3-1842, boereknecht.
      Jan Willem Kemper tr. Heino 24-4-1873 met Willemina Wijnhout, geb. Heino ca. 1852 (bij huwelijk oud 21 jaar), dienstbode, dv. Derk Teunis Wijnhout, landbouwer, en Antje Rozeboom, landbouwster.
    3. Gerhardina Sophia Kemper, geb. Wijhe 15-10-1844, ovl. Wijhe 26-11-1846.
    Uit het 2e huwelijk van Jan Willem Kemper met Janna Brinkhuis:
    1. Engeltje Kemper, geb. Wijhe 25-1-1847, boeremeid.
      Engeltje Kemper tr. Epe 9-5-1868 met Gerrit Huisman, geb. Apeldoorn 4-11-1834, dagloner, ovl. Epe 11-2-1894 (oud 59jaar; wedn. Everdina Vlekkert!), zv. Lubbert Huisman en Margrietha van den Berg, dagloonster.
      • Engeltje Kemper had een voorkind Janna Kemper die op 1-jarige leeftijd op 1-4-1868 te Vorchten (Heerde) overleed.
    2. Teunis Kemper, geb. Wijhe 13-4-1849, ovl. Heerde 8-11-1863.
    Generatie IV
    INDEX van familienamen
  8. HARM(EN) POTASSE, ged. Wijhe 7-1-1770, wever, ovl. Wijhe 1-1-1822.
    Harm(en) Potasse tr. 1x Wijhe 29-1-1792 met Jannichjen Herms Engelsman, ged. Wijhe 1-12-1743, ovl./begr. Wijhe 24/27-8-1798
    Harm(en) Potasse tr. 2x Wijhe 5-5-1799 met
  9. MARIA GERRITS VOSSEBELT, geb. ca. 1776, ovl. Wijhe 16-10-1824.
    Uit het 2e huwelijk van Harm(en) Potasse met Maria Gerrits Vossebelt:
    1. Jennegien/Johanna Potasse, ged. Wijhe 26-12-1799, boerin, ovl. Wijhe 6-3-1832.
      Jennegien/Johanna Potasse tr. Wijhe 22-4-1820 met Evert Broese, geb. Wijhe 22-2-1793, daghuurder, ovl. Wijhe 19-7-1864, zv. Gerrit Broese, daghuurder, en Anna Albers.
    2. Jan Potasse, geb. Wijhe 19-6-1802 [kwnr. 4].
    3. Magtelt Potasse, geb. Wijhe 24-1-1805, landbouwster, ovl. Vorchten 1-3-1881.
      Magtelt Potasse tr. Heerde 24-4-1830 met Peter Gerrits van Laar, geb. Heerde ca. 1806 (Veessen; bij huwelijk in 1830 oud 24 jaar), dagloner, ovl. Vorchten 27-11-1880, zv. Gerrit Egberts van Laar, arbeider, en Maria Jansen, arbeidster.
    4. Gerritdina Potasse, geb. Wijhe 7-2-1808, ovl. ca. 1820.
    5. Hendrikus Potasse, geb. Wijhe 5-4-1814, (opgave JB-P), ovl. Zwolle 8-6-1861.
      Hendrikus Potasse tr. Zwolle met Johanna Witting, geb. Sappemeer 15-4-1818, ovl. Zwolle 3-8-1887.
  10. PIETER BERENDS TEN KLEIJ, ged. Hoogeveen 23-11-1766, schipper, visser, later ook tapper en kastelein te Wijhe, ovl. Wijhe 24-2-1847
    Pieter Berends ten Kleij otr./tr. Wijhe/Vorchten 11-2/4-3-1798 met
  11. AALTJE HARMS, ged. Vorchten 7-4-1771, ovl. Wijhe 15-8-1841
    • Voor hun huwelijk hadden zowel Pieter ten Kleij als Aaltje Harms vijf jaar in Wijhe gewoond, waarom er ook daar een proclamatie van ondertrouw plaatsvond.
    Uit het huwelijk van Pieter Berends ten Kleij en Aaltje Harms:
    1. Berend ten Kleij, geb. Vorchten 18-5-1798, sjouwer, ovl. Wijhe 6-3-1839.
      Berend ten Kleij tr. Wijhe 2-5-1829 met Elsje Disselhof, geb. Wijhe ca. 1803 (bij huwelijk in 1829 oud 26 jaar), dienstmeid, ^Deventer, ovl. Wijhe 1875, dv. Hendrik Disselhof en Christine Westrik, arbeidster.
    2. Johanna ten Kleij, geb./ged. Haarlem/Vorchten 25-10/2-11-1800 [kwnr. 5].
    3. Roelof ten Kleij, geb. Vorchten 29-10-1803, steenbakkersknegt, ovl. Raalte 27-5-1881.
      Roelof ten Kleij tr. 1x Wijhe 26-10-1826 met Willemina Hermsen, geb. Wijhe ca. 1799 (bij huwelijk in 1826 oud 27 jaar), dienstmeid, ovl. Wijhe 14-4-1847, dv. Reijdert Harms en Janna Leverts, boerin.
      Roelof ten Kleij tr. 2x Wijhe 20-5-1848 met Lamberdina Zelhorst, geb. Raalte ca. 1815 (bij huwelijk in 1848 oud 33 jaar), dienstmeid, ^Wijhe, dv. Jannes Zelhorst en Maria Hamelmans, eerder ev. Gerrit Heilbron.
    4. Hermina ten Kleij, geb. Wijhe 3-9-1807.
    5. Ongedoopt kind ten Kleij, begr. Wijhe 17-10-1810.
    6. Doodgeboren kind ten Kleij, ovl. Wijhe 29-3-1812.
  12. TEUNIS KEMPER, geb. Windesheim 26-4-1795, daghuurder, ovl. Wijhe 1-7-1822
    Teunis Kemper tr. Zwollerkerspel 3-12-1814 met
  13. AALTJE JANS GROTENHUIS (NA 1839 OOK BOUWMAN), geb. Hattem 17-1-1790, daghuurster, ovl. Heerde 22-8-1863
    • Bij de aangifte van Aaltje Kemper(*31-3-1839) -dochter van haar ongehuwde dochter Janna- en bij het huwelijk van haar zoon Egbert in 1850 werd Aaltje Grotenhuis aangeduid als Aaltje Bouwman, weduwe van Teunis Kemper, evenals bij haar overlijden.
    Uit het huwelijk van Teunis Kemper en Aaltje Jans Grotenhuis:
    1. Hendrikus Kemper, geb. Hattem 19-2-1815, daghuurder, ^Wijhe, ovl. Wijhe 7-11-1880.
      Hendrikus Kemper tr. 1x Wijhe 13-11-1841 met Hendrika Bisschop, geb. Wijhe ca. 1818 (bij huwelijk in 1841 oud 23 jaar), dienstmeid, ovl. voor 1856, dv. Geerlig Bisschop en Fenne Hendriks Boom, daghuurster.
      Hendrikus Kemper tr. 2x Wijhe 12-4-1856 met Gerritdina ten Hoeve, geb. Wijhe ca. 1835, dienstmeid, ovl. Heino 1899, dv. Hendrik ten Hoeve en Janna Linthorst, dagloonster.
      • Gerritdina ten Hoeve hertrouwde -oud 61 jaar geboren te Wijhe- op 12-3-1896 te Heino met Hermannus Boerrichter.
    2. Jan Willem Kemper, geb. Wijhe 4-11-1816 [kwnr. 6].
    3. Janna Kemper, geb. Wijhe 14-9-1818, dienstmeid, ongehuwd, 1 kind.
    4. Doodgeboren kind Kemper, ovl. Wijhe 15-4-1821.
    5. Egbert Kemper, geb. Wijhe 12-4-1822, daghuurder, ovl. Heerde 24-3-1895 (Wapenveld).
      Egbert Kemper tr. Wijhe 5-10-1850 met Gerritdina van Voorst, geb. Heerde ca. 1822, dienstmeid, ^Wijhe, ovl. Wapenveld 6-4-1895 (oud 73 jaar), dv. Gerrit Jan van Voorst en Jennigjen Gerrits, daghuurdersche.
  14. WILLEM VAN DUUREN, ged. Olst 25-5-1783, daghuurder, later landbouwer, ovl. Wijhe 22-2-1862.
    Willem van Duuren tr. 1x Wijhe 2-11-1811 met Steventien Bruggeman, geb. Wijhe ca. 1792 (bij haar huwelijk in 1811 oud 19 jaar), ovl. Wijhe 4-6-1814, dv. Teunis Bruggeman, landbouwer, en Geertje Meijberg, landbouwster
    • Ten tijd van hun huwelijk woonde Willem van Duuren in Wijnvoorden en Steventien Bruggemans in Wengelo.
    Willem van Duuren tr. 2x Wijhe 8-10-1814 met
  15. GERHARDINA RIETBERG, geb. Wijhe 9-8-1795, daghuurster, ovl. Wijhe 28-1-1870.
    Uit het 1e huwelijk van Willem van Duuren met Steventien Bruggeman:
    1. Aaltje van Duuren, geb. Wijhe 19-2-1812, ovl. Wijhe (verm.) 1843.
    Uit het 2e huwelijk van Willem van Duuren met Gerhardina Rietberg:
    1. Gerrit van Duuren, geb. Wijhe 2-4-1815.
      Gerrit van Duuren tr. Wijhe 30-9-1843 met Fennegie Neijenkamp, geb. Wijhe ca. 1815 (bij haar huwelijk in 1843 oud 19 jaar), dienstmeid, ovl. Wijhe (verm.) 1889, dv. Jannes Neijenkamp en Berendina Jansen, boerin.
    2. Grietje van Duuren, geb. Wijhe 8-11-1817 [kwnr. 7].
    3. Cornelis van Duuren, geb. Wijhe 5-9-1820, ovl. Wijhe tussen 9-1820 en 12-1820.
    4. Cornelia van Duuren, geb. Wijhe 7-12-1821, ovl. Wijhe 24-10-1822.
    5. Johanna van Duuren, geb. Wijhe 27-8-1823.
    6. Kornelia van Duuren, geb. Wijhe 6-5-1826, ongeh. 1 kind (ovl 21.5.1856), dienstmeid.
    7. Casparus van Duuren, geb. Wijhe 25-5-1829, timmerman, ovl. Apeldoorn 24-9-1915 (Zevenhuizen).
      Casparus van Duuren tr. 1x Voorst 16-10-1852 met Hendrika Haverkamp, geb. Twello ca. 1831, huiswerk doende, ovl. Apeldoorn 24-2-1869 (oud 37 jaar), dv. Albert Haverkamp, timmerman, en Fenneken van Essen, huiswerk doende.
      Casparus van Duuren tr. 2x Apeldoorn 4-5-1872 met Roeberta van Zeijst, geb. Apeldoorn 19-8-1848, ovl. Apeldoorn 25-2-1913 (Zevenhuizen), dv. Jacob van Zeijst en Janna de Weerd, eerder ev. Harmen Kamphuis.
    8. Hendrina Hermina van Duuren, geb. Wijhe 8-2-1834, dienstmeid, ovl. Wijhe 22-2-1870.
      Hendrina Hermina van Duuren tr. Heerde 29-11-1856 met Berend Hulleman, geb. Wijhe ca. 1832 (bij zijn huwelijk in 1856 oud 24 jaar), dagarbeider, zv. Gerrit Hulleman, dagloner, en Hermina Visser, arbeidster.
    9. Jan Jacob van Duuren, geb. Wijhe 20-1-1837, dagloner.
      Jan Jacob van Duuren tr. Wijhe 8-6-1867 met Driesje Nuijen, geb. Heerde ca. 1841 (bij huwelijk in 1867 oud 26 jaar), dienstmeid, ovl. Wijhe (verm.) 1920, dv. Hendrik Nuijen en Hendrika van den Bosch.
    10. Gerhardina van Duuren, geb. Wijhe 5-3-1841.
      Gerhardina van Duuren tr. Wijhe 14-11-1863 met Albert Oldenhof, geb. Wijhe ca. 1838 (bij huwelijk in 1863 oud 25 jaar), dagloner, ovl. Wijhe (verm.) 1886, zv. Albert Oldenhof en Zwaantje Eikenaar.
    Generatie V
    INDEX van familienamen
  16. GERRIT HARMS POTASSE, geb. Wijhe (verm.) ca. 1737, ^in de Jakke te Wijhe, begr. Wijhe 22-2-1807 nalatende 2 kinderen uit 2 huwelijken.
    Gerrit Harms Potasse tr. 2x Wijhe 13-11-1785 met Geertrui Gerrits Zonnenberg, geb. Olst (verm.) (jd. uit Middele onder Olst), begr. Wijhe 18-2-1807
    • Bij zijn 2e huwelijk met Geertrui Gerrits Zonneberg werd Gerrit Harms voor het eerst aangeduid met de familienaam Potasse, de naam van zijn stiefvader. Ook de naam Zonnenberg van zijn vrouw wordt pas na hun huwelijk tegengekomen en heeft mogelijk betrekking op een boederij te Wijhe (waar zij werkte?).
    Gerrit Harms Potasse tr. 1x Wijhe 1-5-1768 met
  17. MAGTELT HENDRIKS, geb. Wijhe (verm.), begr. Wijhe 4-12-1784.
    Uit het 1e huwelijk van Gerrit Harms Potasse met Magtelt Hendriks:
    1. Harm(en) Potasse, ged. Wijhe 7-1-1770 [kwnr. 8].
    Uit het 2e huwelijk van Gerrit Harms Potasse met Geertrui Gerrits Zonnenberg:
    1. Marten Potasse, geb./ged. Hoofdplaat/Wijhe 1/5-11-1786, ovl./begr. Wijhe 14/19-11-1786.
    2. Gerrit Jan Potasse, geb. Wijhe 3-8-1803, wever, ovl. Wijhe 12-6-1866.
      • In het gemeentehuis van Wijhe was aanwezig, en nu overgedragen aan de Historische Vereniging Wijhe, een ingelijst ereteken met de vermelding: "Het Metalen Kruis, Gerrit Jan Potasse, veldwachter te Wijhe". Dit ereteken was ingesteld per Koninklijk Dekreet van 12 september 1831 en toegekend aan de deelnemers van de 10-daagse veldtocht in augustus 1831 tegen de rebelerende Belgen. In het Algemeen Rijksarchief te 's-Gravenhage is echter geen vermelding gevonden van toekenning van Het Metalen Kruis aan Gerrit Jan Potasse, wel aan ene Michiel Por(!)tasse, fuselier.
      Gerrit Jan Potasse tr. Wijhe 13-6-1837 met Geertruid Meijer, ged. Zwolle 26-5-1806, dienstmeid ^Amsterdam, begr. Wijhe 11-2-1873, dv. Jurrien Meijer en Willemina ten Haar, daghuurster.
  18. BEREND HARMS TEN KLEIJ, ged. Hoogeveen 24-3-1737, schoenmaker, ovl. Hoogeveen na 1784
    • De kwartieren van Berend Harms ten Kleij zijn (met bijkomende informatie) in november 2001 ontleend aan de genealogie Ten Klei, opgesteld door Roel ten Klei te Veenendaal, <13> aangevuld met gegevens uit de kwartierstaat Ten Kley-Steenbergen, opgenomen in het Kwartierstatenboek 1883- 1983 uitgegeven nav. het 100-jarig bestaan van de Koninklijke Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde. <14> Verder vonden er in maart 2009 aanvullingen plaats ontleend aan de website van Henk Elsinga. <15>
    • Volgens het haardstedenregister van Hoogeveen woonde Berend Harms ten Kleij in 1774 in het Noordse Rot 101 en in 1784 Noordse Rot 74. Hij was schoenmaker en betaalde de hoogste bijdrage ad. 4 gld. <16>
    Berend Harms ten Kleij tr. met
  19. ROELOFJE PIETERS MASTENBROEK, begr. Hoogeveen 6-11-1788.
    Uit het huwelijk van Berend Harms ten Kleij en Roelofje Pieters Mastenbroek:
    1. Lammegien Berends ten Kleij, ged. Hoogeveen 20-5-1764.
      Lammegien Berends ten Kleij tr. met Arend Pieters Smeding.
    2. Pieter Berends ten Kleij, ged. Hoogeveen 23-11-1766 [kwnr. 10].
    3. Harm Berends ten Kleij, ged. Hoogeveen 15-1-1769, ovl. Hoogeveen 25-10-1770.
    4. Harm Berends ten Kleij, ged. Hoogeveen 20-1-1771, begr. Hoogeveen 12-2-1771.
    5. Harmen Berends ten Kleij, ged. Hoogeveen 12-7-1772, schipper, ovl./begr. Hoogeveen 17/24-1-1810.
      Harmen Berends ten Kleij tr. met Femmigje Geerts, ged. Hoogeveen 27-12-1778, ovl. Hoogeveen 27-12-1833 (als wed. Derk Klunder ^Het Schut-B), dv. Geert Jans en Hilligje Jans.
      • Volgens het haardstedenregister van Hoogeveen woonde Harmen Berends ten Kleij, schipper, in 1807 op nr. B242. Femmigje Harms hertrouwde op 24-11-1811 met schipper Derk Willems Klunder jm.
    6. Aaltje Berends ten Kleij, ged. Hoogeveen 31-12-1775, ovl. Amsterdam 30-8-1819.
      Aaltje Berends ten Kleij tr. met Berend Potgieter, ged. Nordhorn-D 1-10-1774, schoenmaker, ovl. Amsterdam 28-1-1858.
  20. HERMEN GERRITS (BONE), geb. Vorchten, ovl. Vorchten tussen 1778 en 1780.
    Hermen Gerrits (Bone) otr./tr. 1x Vorchten 21-2/21-3-1751 met Heijltje Gerrits, bij haar huwelijk ^Wijhe, ovl. Vorchten voor 1766 Hermen Gerrits (Bone) otr./tr. 2x Vorchten 21-4/12-5-1765 met
  21. JANNA VAN ESSEN, ged. Vorchten 16-9-1736, ovl. na 1780
    • Ouders en grootouders van Janna van Essen zijn ontleend aan de Kwartierstaat van Sophie Aline Marijke Kroes-november 2008. <17> Verder aangevuld met gegevens uit eigen onderzoek, voornamelijk op de website van de gemeente Hattem (Streekarchief). Hoewel overeenkomstige naamgevingen gevonden zijn in het artikel "Het riddermatige geslacht Van Essen" door mr. O. Schutte, <18> kon geen directe verbinding met dit geslacht gelegd worden. Dit geslacht bezat het kasteel Swanenburgh, gelegen aan de inmiddels verlande Oude IJssel te Vorchten en in 1829 gesloopt.
    • In de doopakten van Maria (22-11-1772) en Jan (17-12-1775) is aan de naam van vader Hermen Gerrits de naam Bone toegevoegd.
    Janna van Essen otr./tr. 2x Wijhe/Vorchten 7/30-4-1780 met Hermen Lubberts, geb. Wijhe, ^Vorchten, ovl. na 1780. Uit het 1e huwelijk van Hermen Gerrits (Bone) met Heijltje Gerrits:
    1. Gerrit Harms, ged. Vorchten 24-3-1754.
    2. Theunis Harms, ged. Vorchten 14-11-1756, landbouwer.
      Theunis Harms tr. met Berendina Tassemaker.
      • Bij het huwelijk te Heerde op 24-6-1826 van Berend van Essen, klompenmaker geb. 7-9-1796 te Oene, met Fennigjen van den Noort, dienstmeid geb. 24-6-1804 te Heerde dv. Teunis Jans van Noort en Derkjen Jacobs Mulder, worden zijn grootouders Teunis van Hermans en Berendina Tassemaker ipv. zijn ouders genoemd.
    3. Jennigjen Harms, ged. Vorchten 31-12-1758, landbouwster.
      Jennigjen Harms otr./tr. Vorchten 29-11/22-12-1782 met Hendrik-Jan van Essen, geb. Marle, landbouwer, ovl. na 1802.
    Uit het 2e huwelijk van Hermen Gerrits (Bone) met Janna van Essen:
    1. Hendrik Jan Harms, ged. Vorchten 21-12-1766.
      • In het Registre Civique 1811 van de Commune Heerde, buurtschap Vorchten, is onder nr. 96 opgenomen: Hendrik-Jan Herms, geb. 22-12-1768, journalier. Deze is vermoedelijk dezelfde als het hier vermelde kind.
      Hendrik Jan Harms otr./tr. Veessen/Vorchten 4/27-3-1791 met Bije Arents, ged. Veessen 2-12-1759, dv. Arent Lubberts en Jannetjen Beerents.
    2. Aaltjen Harms, ged. Vorchten 5-6-1768, ovl. Vorchten voor 1771.
    3. Hendrik Harms (Zwerus), ged. Vorchten 29-10-1769, ovl. Vorchten 28-11-1841.
      • In het Registre Civique 1811 van de Commune Heerde, buurtschap Vorchten, is onder nr. 109 opgenomen: Hendrik Herms, geb. 01-10-1769, journalier. Deze is vermoedelijk dezelfde als het hier vermelde kind.
      Hendrik Harms (Zwerus) otr./tr. Vorchten 18-10/10-11-1793 met Hermina Jans, geb. Vorchten, ovl. Vorchten 29-7-1861, dv. Jan Peters en Gerharda Teunis.
      • Huwelijk van Hendrik Harms (Zwerus) met Hermina Jans ontleend aan de kwartierstaat Hendrik Visser op de website van Jan Buzepol, <19> waarin opgenomen is dat de nakomelingen van dit echtpaar de familienaam Zwerus zijn gaan voeren. Waaraan deze naam is ontleend, kon (nog) niet worden achterhaald.
    4. Aaltje Harms, ged. Vorchten 7-4-1771 [kwnr. 11].
    5. Maria Harms, geb./ged. Vorchten 16/22-11-1772.
      Maria Harms tr. Vorchten 20-11-1803 met Dirk Arends.
      • In het Registre Civique 1811 van de Commune Heerde, buurtschap Vorchten, is onder nr. 5 opgenomen: Hendrik Arends, geb. 15-03-1776, journalier. Deze is vermoedelijk dezelfde als het hier vermelde kind. <20>
    6. Jan Harms, geb./ged. Vorchten 10/17-12-1775.
    7. Hermina Harms, geb./ged. Vorchten 6-7/2-8-1778.
      Hermina Harms tr. Vorchten 12-12-1799 met Cornelis Dirks, geb. Wijhe.
  22. HENDRIKUS KEMPER
    Hendrikus Kemper tr. met
  23. HENDRINA JANS, boerin.
    Uit het huwelijk van Hendrikus Kemper en Hendrina Jans:
    1. Teunis Kemper, geb. Windesheim 26-4-1795 [kwnr. 12].
  24. JAN WILLEMS GROTENHUIS
    Jan Willems Grotenhuis tr. met
  25. EGBERTJEN BERENDS, boerin.
    Uit het huwelijk van Jan Willems Grotenhuis en Egbertjen Berends:
    1. Aaltje Jans Grotenhuis (na 1839 ook Bouwman), geb. Hattem 17-1-1790 [kwnr. 13].
  26. CORNELIS VAN DUUREN, geb. Vollenhove (verm.) ca. 1733, daghuurder, ovl. Olst 1812 (buurtschap Duur, nalatende 4 kinderen)
    Cornelis van Duuren tr. Wijhe 6-6-1773 met
  27. AALTJE DE VRIES, geb. Zwolle (verm.), ovl. Olst voor 1799
    • Bij het overlijden van haar zoon Willem van Duuren (22.2.1862 te Wijhe) wordt naar Aaltje de Vries verwezen als Aleida van der Sluijs.
    Uit het huwelijk van Cornelis van Duuren en Aaltje de Vries:
    1. Janna van Duuren, daghuurster.
      Janna van Duuren tr. Olst 1799 met Jan Berends.
    2. Teuntje/Antonia van Duuren, ged. Olst 23-3-1777, ovl. Wijhe 18-12-1862.
      Teuntje/Antonia van Duuren tr. Olst 1809 met Hendrikus Kloeze.
    3. Jacoba van Duuren, ged. Olst 17-2-1779, ovl. Olst voor 1786.
    4. Harmen van Duuren, ged. Olst 4-11-1781.
    5. Willem van Duuren, ged. Olst 25-5-1783 [kwnr. 14].
    6. Jacoba van Duuren, ged. Olst 12-2-1786, ovl. Olst (verm.) voor 1788.
    7. Jacob van Duuren, ged. Olst 27-7-1788.
  28. GERRIT BERENDS DERKS (RIETBERG), ged. Wijhe 30-5-1756, bouwman ^op den Rietberg in Wengelo, ovl. Wijhe 3-12-1833
    Gerrit Berends Derks (Rietberg) otr./tr. Wijhe 27-2/14-4-1784 met
  29. GRIETJE RIETBERG, ged. Wijhe 26-12-1754, boerin, ovl. Wijhe 17-1-1827
    • De voorouders van Grietje Rietberg met bijkomende informatie zijn ontleend aan het artikel "Kweek telgjes die de roem vergrote van uw stam" - De nakomelingen van Herman Jansen op de Rietberg en Swane van Besten, door Mevr. R. van Bessen- Jongman, G.J.A. Rientjes en drs. B. van Dooren in de Nederlandsche Leeuw-jrg. 2003, kol. 129 t/m 163 en kol. 233 t/m 262. Verwijzing naar de genealogie Rietberg vanaf kolom 140 en de in voetnoten vermelde bronnen zijn niet opgenomen. Door het ontbreken van datum vermelding in de voetnoten bij de daar vermelde akten kon een aantal data niet bevestigd worden. Afwijkende bronnen zijn wel opgenomen.
    • Gerrit Berends Derks deed met Pasen 1778 zijn belijdenis te Wijhe. Hij werkte en woonde tijdens zijn ondertrouw te 's Herenbroek onder Mastenbroek (voorm. gem. Zwollerkerspel, thans gem. Zwolle).
    • Na de invoering van de Code Civil onder Napoleon in 1804, nam Gerrit Berends Derks op 14-3-1812 de familienaam van zijn vrouw Grietje Rietberg aan. De naam is ontleend aan de erve Rietberg ten noorden van Wijhe, gelegen in de buurtschap Tongeren in het voormalige schoutambt Wijhe. Haar stamouders Herman Jansen (op de Rietberg) en en Swane van Besten hadden rond 1600 deze erve in belening. In 1520 was voorouder Johan Wayer de toenmalige eigenaar/landheer.
    • In 1784 onving Grietje Rierberg uit de ouderlijke nalatenschap alle vast goederen, te weten de katersteden de Rietberg en het Amsman (beiden te Wengelo ten zuiden van Wijhe) en het land de Leus voor 2000 gulden en ook alle gerede goederen voor 183 gulden. In 1791 verhypothekeerde het echtpaar de katersteden [=kleine hofstede, keuterboerderij] en de Leuskamp en opnieuw in 1802.
    Uit het huwelijk van Gerrit Berends Derks (Rietberg) en Grietje Rietberg:
    1. Jennichjen Rietberg, geb./ged. Wijhe 26-12-1784/29-1-1785, ovl. Wijhe voor 1786.
    2. Jennichjen Rietberg, geb./ged. Wijhe 17/29-1-1786, ovl. Zwolle 27-4-1839.
      Jennichjen Rietberg tr. met Hermannus Plas, ovl. na 1839.
    3. Janna Rietberg, ged. Wijhe 15-2-1789, ovl. Zwolle 19-4-1842.
      Janna Rietberg tr. Monster 12-4-1829 met Casparus Krieger, geb./ged. Amsterdam 3/9-7-1777 (Noorderkerk), notaris te 's-Gravenhage (1801-1828), ovl. na 1832, zv. Wilhelm Leendert Krieger, sinds 1814 hofprediker, en Johanna Mulder, eerder ev. Wilhelmina Rozendael.
      • Uit het huwelijk van Janna Rietberg met Casparus Krieger een dochter Johanna Wilhelmina Sophia, geb. 5-5-1831 te Monster.
      • In de Kloosterkerk te 's-Gravenhage is aan de westzijde, in het midden tussen Parkstraat en Voorhout genummerd 17 & 18, een grafkelder aanwezig met de vermelding Notaris C. Krieger 1818. Zeker is hijzelf niet in de Kloosterkerk begraven, want met ingang van 1 januari 1830 was het begraven in de Haagse kerken verboden.
      • Op 21-8-1832 kocht Casparus Krieger twee grafruimten op de Algemene Begraafplaats te Monster. Casparus Krieger is echter noch te 's-Gravenhage noch te Monster overleden. Waarschijnlijk is hij met zijn gezin voor 1839 uit Monster vertrokken. <21>
    4. Derkjen Rietberg, geb./ged. Wijhe 7/11-3-1792, ovl. Zwolle 18-2-1879.
      Derkjen Rietberg tr. met Evert Golstein.
    5. Gerhardina Rietberg, geb. Wijhe 9-8-1795 [kwnr. 15].
    Generatie VI
    INDEX van familienamen
  30. HERMEN GERRITS, geb. 13-10-1704 (? JB-P), ^Wijhe, ovl. voor 1743
    Hermen Gerrits tr. Wijhe 27-8-1734 met
  31. ANNA MARIA ARENTS KUIPER, geb./ged. Wijhe 16/20-5-1714, begr. Wijhe 17-6-1779
    Anna Maria Arents Kuiper tr. 2x Wijhe 3-2-1743 met Derk Jansen Potasse, ged. (rooms katholiek) Wijhe 23-4-1723, wever ^Jakke, begr. Wijhe 13-10-1769, zv. Jan Potasse en Derkjen Berents, ^Jakke i/h Jan Potassen-huis
    • Bij de volkstelling van 26 juli 1748 wordt vermeld als gezin, wonende in het kerkdorp Wijhe in het Rot van Gos Valk: Derk Potasse; Maria Cuipers zijn vrouw; kind boven de 10 jaar in huis: Gerrit; geen kinderen onder de 10 jaar; verder: Arent een kostganger [=mogelijk haar vader] en Berent de knegt. <24>
    • Op 6 oktober 1769 maakte Derk Potasse, ziek te bed liggende, zijn testament op: Uit een bijzondere liefde voor zijn vrouw Anna Maria Arents benoemde hij haar tot zijn enig en universeel erfgenaam van al zijn goederen en ingeval van haar vooroverlijden, zijn stiefzoon Garrit Harms. Deze laatste verklaarde dat wanneer zijn moeder voor zijn stiefvader zou komen te overlijden, hij hem zijn leven lang tot zijn dood in het bezit zou laten van zijn moeders nalatenschap, dit tegen behoud van zijn gehele nalatenschap. <25>
    Uit het huwelijk van Hermen Gerrits en Anna Maria Arents Kuiper:
    1. Gerrit Harms Potasse, geb. Wijhe (verm.) ca. 1737 [kwnr. 16].
  32. HARMEN GERRITS TEN KLEIJ, ged. Hoogeveen 11-6-1704, schoenmaker, leerlooier, begr. Hoogeveen 23-9-1768
    • De doop van Harmen Gerrits ten Kleij 11-6-1704 wordt door Roel ten Kleij van een vraagteken voorzien. Email van Els Vermeij (aug. 2008) meldt dat zij in Hoogeveen geen bevestiging heeft gevonden van doopdatum en -plaats.
    • Harmen Gerrits ten Kleij was op 10-4-1730 lidmaat van de kerk te Hoogeveen.
    Harmen Gerrits ten Kleij otr. 2x Hoogeveen 30-3-1741 (huw. contract) met Geesjen Hendriks
    • Volgens het haardstede-register van Hoogeveen woonde Harmen Gerits ten Kleij in 1755 in het Noordse Rot nr.72 en in 1764 op nr 83. Hij is schoenmaker en betaalde de hoogste bijdrage ad. 4 gld <26> .
    Harmen Gerrits ten Kleij tr. 1x Hoogeveen ca. 1734 met
  33. LAMMEGIEN BERENDS BAKKER, geb. Giethoorn, ovl. Hoogeveen ca. 1740
    • Het huwelijk tussen Harmen Gerrits ten Kleij en Lammegien Berend zal omstreeks 1734 zijn gesloten, want op 27-3-1735 werd hun 1e kind Klaasje gedoopt.
    • Op 22 maart 1741 werden over de kinderen van wijlen Lammgien Berends bij Harmen Gerrits ten Kley als hoofdmomber Jan Berends (bakker, haar broer) en als medemombers Hendrik Gerrit ten Kley (zijn broer), Gerrit ten Kley (zijn vader) en Jacobus Cornelis (neef van Lammegien) benoemd. De boedel bestaat o.a uit huis en weiland, in totaal groot 1248:9:0 caroliegulden <27> .
    Uit het 1e huwelijk van Harmen Gerrits ten Kleij met Lammegien Berends Bakker:
    1. Klaasjen ten Kleij, ged. Hoogeveen 27-3-1735, begr. Hoogeveen 2-5-1766.
    2. Berend Harms ten Kleij, ged. Hoogeveen 24-3-1737 [kwnr. 20].
    3. Gerrit Harms ten Kleij, ged. Hoogeveen 1-11-1739, huisman, schoenmaker, ovl. Hoogeveen 3-10-1813 (^Molendijk B414).
      Gerrit Harms ten Kleij tr. Hoogeveen ca. 1768 met Jantien Warners Steenbergen, ged. Hoogeveen 8-10-1740, ovl./begr. Hoogeveen 11/17-9-1806, dv. Warner Cornelis Steenbergen, bakker te Hoogeveen, en Lutgert Mensing <28> .
      • Volgens het haardstedenboek van Hoogeveen woonde Gerrit Harms ten Kleij in het Westerse Rot 120 en in 1784 in het Wester Rot 107. Hij is schoenmaker en betaalde de hoogste bijdrage ad. 4 gld.
      • In het register inwoners van 1798 is hij vermeld op Wester Rot nr 28 als Gerrit Ten Kleij, 60 jr, bakker, getrouwd, 2 kinderen, Canonier; tenslotte vermeld als rentenier in 1807 en 1812 op resp. nr B 337 en A 413.
      • Jantjen Warners Steenbergen werd op 18-9-1806 begraven als de vrouw van Gerrit ten Kleij, alias Rietveld.
    Uit het 2e huwelijk van Harmen Gerrits ten Kleij met Geesjen Hendriks:
    1. Lummechien ten Kleij, ged. Hoogeveen 23-10-1742.
  34. GERRIT HARMS, ovl. na 1765 (ovl. na 12-5-1765?)
    Gerrit Harms tr. met
  35. JOHANNA HERMS, ged. Vorchten 2-10-1701.
    Uit het huwelijk van Gerrit Harms en Johanna Herms:
    1. Hermen Gerrits (Bone), geb. Vorchten [kwnr. 22].
  36. HENDRIK-JAN JANSEN [VAN ESSEN], ged. Wijhe 1-1-1692, ^Marle 1736
    Hendrik-Jan Jansen [van Essen] tr. met
  37. MARIA JANS [VAN MARLE].
    Uit het huwelijk van Hendrik-Jan Jansen [van Essen] en Maria Jans [van Marle]:
    1. Aeltie Hendriks [van Essen], ged. Vorchten 7-11-1722, jd. van Marle.
      Aeltie Hendriks [van Essen] otr./tr. Vorchten 2/23-10-1746 met Teunis Gerrits, jm. van Veessen ^Vorchten.
    2. Hendrica Hendriks [van Essen], ged. Vorchten 15-2-1728, jd. van Marle.
      Hendrica Hendriks [van Essen] otr./tr. Vorchten 5/19-4-1761 met Hendrik Alberts, geb. Vorchten.
    3. Janna van Essen, ged. Vorchten 16-9-1736 [kwnr. 23].
  38. HENDRIK DERKS, ovl. Wijhe voor 1762
    Hendrik Derks tr. met
  39. DINA MEIJER, geb. Zwolle (verm.).
    Dina Meijer otr. 2x Wijhe 29-8-1762 met Lubbert Cornelissen, ^Wijhe, dienende aan de krane. Uit het huwelijk van Hendrik Derks en Dina Meijer:
    1. Gerrit Berends Derks (Rietberg), ged. Wijhe 30-5-1756 [kwnr. 30].
  40. GEERLICH RIETBERG, geb. Vorchten tussen 1705 en 1709, ^over den Enk te Wijhe, ovl./begr. Wijhe 14/17-10-1783.
    Geerlich Rietberg otr. 1x Wijhe 17-4-1734 met Johanna Willems, ged. Wijhe 26-5-1726, ovl. voor 1748, dv. Willem Jans in den Enck en Marighje Hendricks, (verm. ouders), eerder ev. Evert Gerrits Karenbelt
    • Omstreeks haar huwelijk in 1734 met Geerlich Rietberg woonde Johanna Willems op de Hofstede in Wengelo, hij woonde rond die tijd in Duur onder Olst.
    • Geerlig Rietberg werd in 1739 benoemd tot voogd over de vier kinderen van zijn vrouws broer Jan Willems in den Enk bij Hendrikjen Jansen.
    Geerlich Rietberg otr. 2x Wijhe 5-5-1748 met
  41. JENNECHIEN HERMS, ged. Wijhe 28-10-1725, begr. Wijhe 31-12-1777
    • Geerlich Rietberg was in 1740, 1754, 1772, 1774-1775 en 1779 keurnoot [=bijzitter van de landrechter] te Wijhe, een functie in Overijssel en Drente. <29>
    • Geerlig Rietberg kocht op 3 september 1772 de katerstede het Amsmans in Wengelo en kreeg een hypotheek van 1.000 carolusgulden op genoemde katerstede en zijn aandeel in de Halve Mey of Leuskamp, eveneens in Wengelo.
    Uit het 1e huwelijk van Geerlich Rietberg met Johanna Willems:
    1. Everdina Rietberg, ged. Wijhe 11-3-1735, ovl. Wijhe 29-1-1748.
    Uit het 2e huwelijk van Geerlich Rietberg met Jennechien Herms:
    1. Evert Rietberg, ged. Wijhe 20-4-1749, wageschout, ovl. Zutphen 22-11-1794.
      Evert Rietberg otr./tr. Zutphen 27-3/10-4-1791 met Jenneken Gerritsen, ged. Warnsveld 17-12-1758, ovl. Zutphen 17-9-1831 (ev. Frederik Bosman), dv. Hermen Gerritsen en Geertje Schothorst, (verm. Ouders).
      • Evert Rietberg werd op 8-9-1790 kleinburger van Zutphen en was daar van 1790 tot aan zijn overlijden in1794 wagencommissaris. Hij liet bij Jenneken Gerritsen twee dochters na: Gerhardina Harmina en Johanna Geertrui. Op 17-11-1797 werd door de weeskamer van Zutphen de nagelaten boedel getaxeerd op 2.560 gulden 4 stuivers 10 penningen, waar tegenover de lasten 312 gulden bedroegen. De moeder zou de boedel behouden en diende erfuiting te doen aan haar dochters. Zij hertrouwde op 3-12-1797 met Frederik Bosman <30> .
    2. Herm Rietberg, ged. Wijhe 13-12-1750, ^Hasselt, ovl. na 1784.
      • Herm Rietberg had een dochter Geertruida Rietberg die in 1792 ipv. haar vader ^Hasselt werd bedacht in het testament van haar ongehuwde tante Janna Rietberg.
    3. Janna Rietberg, ged. Wijhe 3-12-1752, begr. Wijhe 7-9-1793.
      • Johanna Rietberg liet in 1792 haar testament opstellen. Zij legateerde aan haar jongere broer Jacob en haar jongste zuster Maria -beide wonend te Amsterdam- tesamen 150 carolusgulden; aan haar broer Johannes -wonend te Amsterdam- haar bijbel met zilveren sloten; aan haar broer Willem -wonend te Kampen- haar gouden ketting; aan haar broer Hendrik -wonend te Vorchten- haar zilveren beugeltas met twee van haar gouden ringen en aan het oudste kind Jannegien van haar broer Hendrik een paar "ovlyetten". Verder benoemde zij tot haar universele erfgenamen haar gezamenlijke broers en zusters, met uitzondering van haar broer Hermannus Rietberg te Hasselt. In diens plaats benoemde zij diens jongste dochter Geertruida als mede-erfgenaam.
    4. Grietje Rietberg, ged. Wijhe 26-12-1754 [kwnr. 31].
    5. Willem Rietberg, ged. Wijhe 13-8-1757, herenknecht, ovl. Gogh-D 7-7-1816.
      Willem Rietberg otr./tr. 1x Hasselt 10-4/12-5-1793 met Jacoba Nedervoort, ged. Zwolle 2-4-1759, begr. Kampen 29-9-1798 (Bovenkerk), dv. Jan Jasper Neervoort en Joanna Rebekka Engelbreg.
      • Jacoba Neervoort had op 2-4-1779 te Zwolle haar belijdenis gedaan. Willem Rietberg deed dat op Pasen 1783 te Wijhe en vertrok op 20-12-1784 met attestatie naar Deventer. Met attestatie dd. 29-9-1787 van Deventer was hij lidmaat te Kampen geworden, waar hij op 19-2-1801 burger werd.
      • Willem Rietberg had zich in 1787 te Kampen gevestigd, waar hij in een relatief korte periode veel onroerend goed kocht: in 1790 een huis in de Groenestraat; in 1793 een huis, erf en "where" in de Broederstraat; in 1796 nogmaals een huis, erf en where in de Broederstraat en een hof met getimmerte en een stal in de Groenestraat; in 1797 wederom een hof in de Groenestraat; in 1798 een huis, erf en where in de Oudestraat voor 5.200 gulden en in 1801 en 1804 huizen in de Bovenhofstraat. Voor de aankoop van het huis in de Oudestraat werd een schuld van 4.000 carolusgulden aangegaan.
      Willem Rietberg otr./tr. 2x Amsterdam/Kampen 17-4/17-5-1801 met Anna Sophia Gerardina Entrop, geb. Gogh-D 1-11-1774, ovl. Gogh-D 24-3-1812, dv. Jan Entrop en Johanna Maria Christina van Meenen.
      • In de loop van 1804-1805 nam het aantal schuldbekentenissen van Willem Rietberg toe en er werd in 1805 een aantal bezittingen van de hand gedaan: de hof in de Groenestraat; het huis met erf en where in de Broederstraat en een stal en huisje in de Groenestraat. In 1807 werden de overige goederen verkocht door de curator in zijn boedel. Hijzelf vertrok met vrouw en kinderen nadien op 30-10-1809 naar Pfalzdorf, een buurtschap bij Goch waar zijn tweede vrouw was geboren.
    6. Hendrik Rietberg, ged. Wijhe 16-12-1759, ovl. Vorchten 26-2-1810.
      Hendrik Rietberg tr. Vorchten 30-4-1786 met Hendrina Christoffers, ged. Olst 15-12-1754, ovl./begr. Vorchten 5/9-11-1805, dv. Stoffer Lamberts en Anna Maria Jansen Mandemaker, eerder ev. Derk Gerritsz Boeve.
    7. Maria Rietberg, ged. Wijhe 31-1-1762, ^Ansterdam 1792, ovl. Kampen 9-12-1797.
      • Maria Rietberg deed met Pasen 1782 te Wijhe haar belijdenis. Op 22-4-1785 vertrok zij met attestatie naar Amsterdam.
    8. Jannes Rietberg, ged. Wijhe 22-9-1765, ^Amsterdam 1792, ovl. Zwolle 8-3-1810.
      Jannes Rietberg otr./tr. Kampen 10-4/17-5-1801 met Johanna ten Hope, ged. Zwolle 25-8-1768, ovl. Amsterdam 26-6-1857, dv. Harmen ten Hope en Geertje Noordman.
    9. Jacob Rietberg, ged. Wijhe 31-7-1768, kelderknecht, kantoorbediende, ovl. Amsterdam 4-12-1853.
      • Jacob Rietberg deed met Pasen 1786 zijn belijdenis te Wijhe en vertrok met attestatie dd. 10-4-1786 naar Zwolle.
      Jacob Rietberg tr. 1x Amsterdam 12-4-1799 met Catharina Dirkse, geb./ged. (waals geref.) Amsterdam 29-4/3-5-1772 (get.: Pierre Brit en Catharine Dupré), ovl. Amsterdam 12-9-1811, dv. Johannes Dirkse en Maria Elisabeth Brit.
      Jacob Rietberg tr. 2x Amsterdam 25-10-1812 met Maria van Es, ged. Amsterdam 4-8-1776 (Zuiderkerk; get.: Barent Glinthuijs en Gesina Scharffenberg), ovl. Amsterdam 20-12-1846, dv. Pieter van Es en Maria Schaffenberg.

    Generatie VII
    INDEX van familienamen
  42. GERRID JANSSEN, ovl. voor 1734
    Gerrid Janssen tr. met
  43. GRIETTIJN CLAASSEN, (opgave JB-P).
    Uit het huwelijk van Gerrid Janssen en Griettijn Claassen:
    1. Jan Gerrits.
    2. Hermen Gerrits, geb. 13-10-1704 [kwnr. 32].
  44. ARENT CLAASSEN KUIPER, ovl. Wijhe (verm.) na 1748
    Arent Claassen Kuiper tr. met
  45. NN.
    Uit het huwelijk van Arent Claassen Kuiper en NN:
    1. Anna Maria Arents Kuiper, geb./ged. Wijhe 16/20-5-1714 [kwnr. 33].
  46. GERRIT HENDRIKS TEN KLEIJ, ged. Coevorden 29-10-1665 <31> , schoenmaker te Hoogeveen, tevens diaken en ouderling, ovl. Hoogeveen tussen 26-7-1741 en 1-8-1742. <32>
    Gerrit Hendriks ten Kleij tr. Hoogeveen 28-3-1697 <33> met
  47. CLAASJE EVERTS RIETGELT, geb. Groningen (verm.), begr. Hoogeveen 25-8-1729 (Gerrit ten Cleij zijn vrouw, 1-0-0 gldn.)
    • Volgens het haardstedenregister van Hoogeveen woonde Gerrit Hendriks ten Kleij/Cley van 1704 tot 1721 in het Noordse Rot 15, en van 1722 tot 1733 in het Noordse Rot 11. Hij was blijkbaar schoenmaker van beroep, want hij werd afwisselend Gerrit of Garrit Schoenmaker, Gerrit ten Kley, Gerrit Hendriks ten Kley, eenmaal Gerrit ten Kley Schoemaker genoemd. <34> Bij de doop van zijn zoon Aeldert op 13-1-1709 is hij verder ook als schoolmeester vermeld.
    • Claasje Everts Rietgelt werd in december 1695 lidmaat der Gereformeerde Kerk te Groningen. Op 28 juni 1696 leverde zij haar attestatie vandaar te Hoogeveen in <35> .
    Uit het huwelijk van Gerrit Hendriks ten Kleij en Claasje Everts Rietgelt:
    1. Evert Gerrits ten Kleij, geb. Hoogeveen voor 1701, schoenmaker, begr. Hoogeveen 22-10-1767.
      Evert Gerrits ten Kleij tr. 1720 met Kleysien Jans Eleveld, geb. Ommen (verm.) voor 1703, begr. Hoogeveen 20-12-1768 (als Klaasje Jans te Cleij).
      • Evert ten Kleij was op 25-12-1719 lidmaat van de kerk te Hoogeveen. Kleysien Jans Eleveld kwam op 29-9-1720 met attestatie van Ommen. Kort daarna zullen zij getrouwd zijn, want hun eerste kind Gerrit werd op 16-2-1721 te Hoogeveen gedoopt.
      • Volgens het haardstedenregister van Hoogeveen woonde Evert Gerrits ten Kleij in 1755 en 1764 in het Westerse Rot 108. Hij was schoenmaker en betaalde de hoogste bijdrage ad. 4 gld. Hij was ook bekend onder zijn moedersnaam Rietgeld (of de varianten Rietveld en Roetgeld), maar ook als Evert met de krange hand.
      • Op 16 augustus 1760 werd Evert Gerrits ten Kleij -samen met zijn broer Jan- als momber genoemd over 3 onmondige kinderen van wijlen Jacob Christiaan Hartman ev. zijn dochter Claasje Everts ten Kley.
      • Kleysien Jans Eleveld werd later (WANNEER?) vermeld als Weduwe van Evert ten Kley, bijgenaamd Abbe Riesenbrijs. Reeds eerder zou zij gescheiden zijn van Evert Gerrits ten Kleij <36> .
    2. Hendrik Gerrits ten Kleij, ovl. na 1741.
      Hendrik Gerrits ten Kleij otr. Westerbork 9-12-1725 met Egbertien Harmens, geb. Vries.
      • De 10 kinderen uit het huwelijk van Hendrik Gerrits Schoenmaker en Egbertien Harmens werden alle te Westerbork gedoopt.
      • Hendrik Gerrit ten Kleij werd op 22-3-1741 benoemd als medemomber over de kinderen van wijlen Lammegien Berends Bakker bij Harmen Gerrits ten Kleij [=kwnrs. 40+41] <37> .
    3. Jannes Gerrits ten Kleij, ged. Hoogeveen 5-1706, ovl. Zwartsluis voor 1747.
      Jannes Gerrits ten Kleij otr./tr. Zwartsluis 12/27-3-1729 met Aaltjen Jans Borrel, ged. Zwartsluis 9-2-1710, ovl. na 1747, dv. Jan Arents en Aaltjen Henrixs.
      • Aaltjen Jans Borrel hertrouwde 6-2-1747 te Zwartsluis als Uiltje Jans Borrel met Derk Derks, jm. van Sweel.
    4. Harmen Gerrits ten Kleij, ged. Hoogeveen 11-6-1704 [kwnr. 40].
    5. Jan Gerrits ten Kleij, schoenmaker, begr. Hoogeveen 17-7-1772.
      Jan Gerrits ten Kleij tr. Hoogeveen ca. 1735 met Arentien Berends Smit, ged. Dwingelo 24-10-1706, ovl. Hoogeveen voor 1784, dv. Berend Arends, smid, en Aaltjen Lensen.
      • Jan Gerrits ten Kleij was op 1 april 1725 lidmaat van de Gereformeerde Kerk te Hoogeveen. Volgens aantekening in de marge van het kerkboek is hij op 22 april 1726 vertrokken met attestatie naar Westerbork. Dit blijkt niet juist te zijn, want hij is op Paasen 22 april 1726 met attestatie van Hogeveen ingekomen bij de kerk te Wanneperveen.
      • De attestatie van Arentjen Berents (Smit) -gewoond hebbende te Dieveren- werd op 10 april 1735 (verm.) te Hoogeveen toegevoegd. Hun huwelijk zal in dat jaar hebben plaatsgevonden, want hun 1e kind Klaasjen werd op 25-9-1735 te Hoogeveen gedoopt, alwaar ook hun overige kinderen.
      • Volgens het haardstedenregister van Hoogeveen woonde Jan Gerrits ten Kleij in 1755 in het Noordse Rot nr 76 en in 1764 op nr 87. Hij is schoenmaker en betaalde de hoogste bijdrage ad. 4 gld.
      • Op 22 april 1784 werd het mutueel testament van Jan ten Kleij en Arentie Smit bekend. Begunstigde is hun kleindochter Hendrikje Jans Corteling dv. Jan Roelofs Corteling en hun dochter Klaasje Jans. De boedel bestond uit twee stukken groenland in Hollandscheveld en kalkkuipen in het kuiphuisien.
    6. Aaldert Gerrits ten Kleij, geb. Hoogeveen 13-1-1709, ovl. Hoogeveen (verm.) voor 1755.
      • Aaldert Gerrits ten Kleij werd op 13 april 1732 lidmaat van de Gereformeerde Kerk te Hoogeveen. <38>
      Aaldert Gerrits ten Kleij tr. ca. 1734 met Hilligien Wolters ten Kate, ged. Hoogeveen 11-12-1709 (gedoopt als Hillegien Steenbergen) , begr. Hoogeveen 22-3-1774, dv. Wolters Hilberts ten Kate en Hendrikje Luichjen Steenbergen. <39>
      • Aaldert Gerrits ten Kleij wordt vermeld in het Hollandsch Rot in 1740 en 1742; betaalt de hoge bijdrage. Volgens het haardstederegister van Hoogeveen woonde Hilligien Wolters ten Kate als weduwe van Aaldert ten Kley in 1755 in het Hollandse Rot nr 40 en betaalde zij de hoogste bijdrage ad. 4 gld <40> .
  48. BERENT JANS BAKKER, geb. Giethoorn, ovl. Hoogeveen voor 1741
    Berent Jans Bakker tr. Giethoorn 29-1-1699 <41> met
  49. GRIETJEN JACOBS, geb. Hoogeveen, ovl. voor 29-8-1742 <42>
    • Grietjen Jacobs werd op 4-4-1697 ingeschreven in het lidmatenregister van Hoogeveen <43> .
    • Op 4-11-1718 werd Berent Jans Bakker samen met zijn vrouw Grietjen Jacobs genoemd als zijnde te Hoogeveen <44> .
    Uit het huwelijk van Berent Jans Bakker en Grietjen Jacobs:
    1. Lammegien Berends Bakker, geb. Giethoorn [kwnr. 41].
    2. Jan Berends Bakker, ovl. na 1741.
      • Ene Jan Berends werd op 22-3-1741 benoemd als hoofdmomber over de kinderen van wijlen Lammegien Berends Bakker bij Harmen Gerrits ten Kleij [=kwnrs. 40+41] <45> . Aangenomen is dat het hier een broer van Lammegien Berends Bakker betrof.
  50. HERMAN HERMANSEN, kleermaker
    Herman Hermansen tr. met
  51. GRIETJEN ARENTS VLIECK, geb. Vorchten (verm.) ca. 1664
    • Het geboortejaar 1664 van Grietjen Arents Vlieck is ingeschat op 21 jaar eerder dan het geboortejaar van haar eerste kind in 1685,
    Uit het huwelijk van Herman Hermansen en Grietjen Arents Vlieck:
    1. Gerrit Herms, ged. Vorchten 3-5-1685.
    2. Aeltjen Herms, ged. Vorchten 21-11-1686.
      Aeltjen Herms otr./tr. Vorchten 3/24-11-1709 met Hendrik Hendriks, jm. van Wesop, dienende te Vorchten.
    3. Maria Herms, ged. Vorchten 10-2-1689, ovl. Vorchten voor 1691.
    4. Willemina Herms, ged. Vorchten 18-1-1690, ovl. Vorchten voor 1700.
    5. Maria Herms, ged. Vorchten 6-1-1691.
    6. Geerlich Herms, ged. Vorchten 29-1-1693.
      Geerlich Herms otr./tr. Vorchten/Veessen 23-7/26-8-1730 met Henrice Berens, ^Vorchten.
    7. Evert Herms, ged. Vorchten 5-1-1696.
      Evert Herms otr./tr. Vorchten/Windesheim 31-1/21-2-1717 met Grietie Maas, jd. van Werven.
    8. Willemina Herms, ged. Vorchten 20-11-1700, ovl. Heerde 14-7-1746.
      Willemina Herms otr./tr. Vorchten/Heerde 8/23-5-1734 (mogelijk huwelijk: Willemtie Herms, jd. van Marle) met Klaas Gerrits Eilander, geb./ged. Wapenveld/Hattem , geb. Wapenveld ca. 5-1707, zv. Gerrit Jacobs Eilander en Gerritje Pieters.
    9. Johanna Herms, ged. Vorchten 2-10-1701 [kwnr. 45].
  52. BEREND JANSEN [VAN ESSEN], geb. Marle, ^op Swanenborch.
    Berend Jansen [van Essen] otr./tr. 1x Vorchten 27-4/17-5-1685 met Catharina Henrix Overkamp, jd. van Boekelt, ^op Swanenburch, ovl. Vorchten (verm.)
    Berend Jansen [van Essen] tr. 2x Vorchten 12-9-1686 met
  53. LUBBIGJE HENRIX KRINEBELD, geb. Raalte, ^huijse Swanenburgh.
    Uit het 2e huwelijk van Berend Jansen [van Essen] met Lubbigje Henrix Krinebeld:
    1. Hendrik-Jan Jansen [van Essen], ged. Wijhe 1-1-1692 [kwnr. 46].
  54. EVERT JANSEN RIETBERG, (jongeman van Jan Rietberg van Besten, Herxen), ovl. voor 1721 (26-10-1721 hertrouw Grietgen Jans Vlieck).
    Evert Jansen Rietberg otr./tr. 1x Vorchten 16/30-9-1683 met Dirckjen Arents Vlieck, geb. Vorchten ca. 1659, ovl. Vorchten 14-7-1700, dv. Arent Hendricks Vlieck, kerkmeester te Vorchten, en Jennechien Geerlichs [=kwnrs. 182+183], eerder ev. Evert Gerritsen van Doorninck
    • Mede namens zijn huisvrouw Derckjen Arents bezwaarde Evert Rietberg op 21-11-1693 zijn (met zijn broers en zusters gelijke verdeelde) aandeel in de erfenis van zijn ouders met 1.100 carolusgulden ten behoeve van Gerrit Marienborg jr. te Deventer. Op 17 november 1734 verklaarde de factoor Derk Dwars als gevolmachtigde van Engelbert Marienburgh als erfgenaam van diens vader burgemeester Gerrit Marienburgh dat de hypotheek, verstrekt aan wijlen Evert Rietberg in 1693, doorgehaald kon worden.
    Evert Jansen Rietberg otr./tr. 2x Vorchten 2/24-3-1704 met
  55. GRIETJEN JANS VLIECK, ged. Vorchten 15-5-1681, ovl. Vorchten voor 1743 (ev. Jan Arens Bosch)
    • De (groot-)ouders van Grietje Jans Vlieck zijn onleend aan de doop- en trouwboeken van Vorchten, thans gemeente Hattem (www.hattem.nl). Een familierelatie tussen Grietjen Jans Vlieck en Dirckjen Arents Vlieck - waarmee haar man Evert Jannes Rietberg eerder was gehuwd- is (nog) niet gevonden.
    • Een relatie met het Veluwse/Puttense geslacht Vlieck -tot in de 14e eeuw- op de website van Henk Lunstroo <46> kon nog niet worden gelegd.
    • In Vorchten bezat Evert Janse Rietberg met zijn tweede vrouw Grietje Jans Vlieck een huis, hof en boomgaard, een berg en schuur, 21/2 morgen buitendijks land, een akker op de Middelluft en een zesde deel van 3 morgen in het Vorchterbroek. De 21/2 morgen verbond hij in 1713 voor een schuld van 1000 gulden ten bate van zijn zuster en zwager Aaltje Rietberg en Hendrik van Werven. Hun nakomelingen kochten in 1730 de 21/2 morgen en de akker van Grietje Jans Vlieck en haar tweede man Jan Aartsen Bosch, waarmee zij in 1721 was getrouwd.
    Grietjen Jans Vlieck otr. 2x Vorchten 26-10-1721 met Jan Arens Bosch, ovl. na 1743
    • Grietje Vlieck hertrouwde in 1721 met de weduwnaar Jan Arens Bosch. Tot voogden over haar zeven kinderen Jan, Geerlig, Derrickien, Maria, Hendrik, Heiltien en Everdina Rietberg werden benoemd neef Jan van Werven, zoon van Hendrik en Aaltje Rietberg alias Van Besten, en Lambert Horst, de man van Grietjens zuster Aaltje Vlieck. De jongste twee kinderen werden in 1721 genoemd in het testament van Jan van Besten Opberg en Woltera Teunissen Opberg.
    • Jan Arens Bosch en Grietjen Vlijck verkochten hun zesde deel in het Vorchterbroek in 1726. Op 10-5-1728 vertrokken zij met attestatie naar Hattem, vandaar op 6-12-1736 naar Wijhe en op 25-12-1738 kwamen ze weer terug in Vorchten.
    • Na het overlijden van Grietje Vlieck hertrouwde Jan Arens Bosch op 22-12-1743 te Vorchten met Hendrina Lucas, wed. van Albert Vestering.
    Uit het 1e huwelijk van Evert Jansen Rietberg met Dirckjen Arents Vlieck:
    1. Geesjen Rietberg, ged. Vorchten 22-6-1684, begr. Amsterdam 19-12-1727 (St. Anthoniekerkhof [verm.]).
      • Geesjen Rietberg deed op St. Michiel [28 september?] 1702 haar belijdenis te Vorchten. Nadien vertrok zij met attestatie naar Amsterdam, waar zij vermoedelijk op 19-12-1727 op het St. Anthoniekerkhof werd begraven.
    2. Aaltje Rietberg, ged. Vorchten 23-2-1687, begr. Deventer 7-5-1762 (Bergkerkhof).
      Aaltje Rietberg otr. Diepenheim 14-4-1719 met Hendrik Lintman, ged. Diepenheim 23-3-1683, 1729 keurnoot te Wijhe, ovl. tussen 1-1745 en 6-1746, zv. Hubert Lintman en Maria Geesinck.
      • In Wijhe werd Hendrik steeds Glintman genoemd, maar hij werd gedoopt en ging in ondertrouw als Hendrik Lintman. Hij en zijn vrouw Aaltje Rietberg waren in 1737 lidmaten in Wijhe. Zij komen vanaf 1736 enige malen voor in het rechterlijk archief van Wijhe.
      • Na het overlijden van Hendrik Glintman omstreeks 1746 vertrok Aaltje Rietberg twaalf jaar later op 1-12-1758 naar Deventer.
    3. Jan Rietberg, ged. Vorchten 16-12-1688, bakker, 3-4-1714 poorter van Amsterdam, ovl. na 1722 (4-10-1722 mogelijk als Jan Ary Riedberg doopgetuige te Haarlem).
      Jan Rietberg otr. Amsterdam 24-2-1713 met Gerritje van Beusekom, ged. Maarssen (verm.) 12-2-1682, dv. Cornelis Aerts van Beusekom en Fijtje Jans van der Vliet.
    4. Joanna Rietberg, ged. Vorchten 22-12-1691, ovl. na 1746.
      Joanna Rietberg otr./tr. 1x Zwolle/Vorchten 11-5/2-6-1715 met Jacob Jans van Someren, geb. Elburg (verm.) 20-11-1687, ovl. voor 1724, zv. Jan Jacobsen van Someren en Lubbegien Stevens.
      Joanna Rietberg otr./tr. 2x Elburg/Doornspijk 20-2/12-3-1724 met Tijmen Egberts, ovl. voor 1746, zv. Elbert Tijmen en Margriete Jacob, eerder ev. Marij Roelofs.
      Joanna Rietberg tr. 3x Elburg 4-12-1746 met Jan Jacobsze, (weduwnaar te Doornspijk).
    5. Arent Vliek Rietberg, ged. Vorchten 6-8-1693 (gedoopt als Arent Vlieck), baggerman, melkverkoper, ovl. Leiden ca. 23-8-1755 (begraven in de week van 23-30 augustus 1755).
      Arent Vliek Rietberg tr. Leiden 26-10-1727 met Cornelia de Tomber, ged. Leiden 30-12-1706 (Hooglandsche Kerk; get.: Andries van Straesburg en Maria de Tomber), ovl. Leiden ca. 17-7-1745 (begraven in de week van 17-24 juli 1745), dv. Bastiaan de Tomber en Cornelia Franse van Koessen/van Honsling.
      • In 1737 kocht Arent Rietbergen in Leiden een huis en erf op de Zuidsingel en in 1741 een tweede huis en erf aldaar, op de hoek van de Oranjegracht. In 1742 kocht hij nog een derde huis en erf aan de westzijde van de Kijffgracht.
      • Nadat zijn vrouw was overleden werden in 1745 haar (stief)grootvader Jacob Hoevenaar, baggerman, en oom Hendrik Lotte, baggerman, benoemd tot voogd over hun kinderen Dirkje, 15 jaar, Jannetje, 14 jaar, Cornelia, 11 jaar, Bastiaan, 5 jaar, en Evert, 2 jaar.
      • De eerder genoemde drie huizen werden in juni 1751 verkocht door notaris Abraham Vromans, sekwester in Arent Rietbergen's insolvente boedel. Cornelia en Bastiaan werden daarna in 1752 opgenomen in het armenweeshuis. Van de vader werd gezegd: thans bij een minne. Bij Arent's overlijden 1755 staat in het gaarder register vermeld "conventuaal" [=kloosterling, kluizenaar].
    6. Heijltje Rietberg, ged. Vorchten 28-7-1695, tweeling met Jacob, ovl. voor 1721.
    7. Jacob Rietberg, geb. Vorchten 28-7-1695, spaanderraper, timmermansknegt, ovl. Leiden ca. 28-9-1737 (begraven in de week van 28 september-5 oktober 1737).
      Jacob Rietberg otr. Amsterdam 9-1-1722 met Teuntje Everts van Duuren, geb. Wijhe ca. 1694, ovl. Leiden (verm.) 19-11-1746 (ev. Gerrit Vendelo).
      • Jacob Rietbergen kocht in 1730 in Leiden een huis en erf in de Kleistraat. Met zijn vrouw Teuntje Everts van Duuren testeerde hij op 19 november 1734. In 1741 bekende zijn weduwe 200 gulden schuld aan Catharina Raffelaer, waarvoor zij het huis aan de Kleistraat verbond. Bij haar overlijden liet zij drie kinderen na, waarvan de twee jongste kinderen op 21 november 1746 in het armenweeshuis werden opgenomen. Als ouders werden vermeld Jacob Rietberg en Teuntje van Duuren, respectievelijk afkomstig van Veugten in Overijssel en van Weijer in Gelderland! In 1748 verkochten de meesters en regenten van het armenweeshuis het huis en erf aan de Klei- of Galgstraat en alimenterende de kinderen van Jacob Rietbergen.
    Uit het 2e huwelijk van Evert Jansen Rietberg met Grietjen Jans Vlieck:
    1. Jan Henric Rietberg, ged. Vorchten 1-1-1705, tweeling met Dercjen, ovl. na 1751 (waar vermelding?).
      • Jan Henric Rietberg deed zeer waarschijnlijk in 1734 te Hattem zijn belijdenis. Op attestatie van Hattem is hij in 1738 lidmaat te Wijhe, maar vertrok in october 1739 naar Amsterdam. Met attestatie van Amsterdam in juli 1745 weer terug in Wijhe. VRAAG: Waar vind de vermelding plaats dat hij in 1751 nog in leven zou zijn?
    2. Dercjen Rietberg, ged. Vorchten 1-1-1705, ovl. Vorchten 2-8-1705.
    3. Geerlich Rietberg, geb. Vorchten tussen 1705 en 1709 [kwnr. 62].
    4. Derckien Rietberg, geb. Vorchten tussen 1705 en 1709, ovl. Wijhe tussen 14-10-1783 en 1-4-1784 (Broederkerkhof).
      Derckien Rietberg tr. Deventer 27-11-1735 (jd. in de Norenbergstraat te Deventer) met Wessel Panneslager, ged. Deventer 27-5-1710, begr. Deventer 24-7-1780 (Broederenkerkhof), zv. Jan Panneslager en Ana Maria Beekmans.
    5. Maria Rietberg, ged. Vorchten 20-1-1709, ovl. na 1721 (vermelding in voogdijakte toen haar moeder hertrouwde in 1721)).
    6. Henric Rietberg, ged. Vorchten 18-4-1710 (als moeder vermeld Grietje Henricks), ovl. voor 1712.
    7. Henric Rietberg, ged. Vorchten 27-11-1712, daghuurder, ovl. tussen 1782 en 1784.
      Henric Rietberg otr./tr. 1x Vorchten/Veessen 9-9/2-10-1735 met Stijntje Jans, ged. Heerde (verm.) 3-11-1709, jd. van Wapenveld, ovl. voor 1768, dv. Jan Harms en Hendrickje Jans, vermeld in 1721.
      • Hendrik Rietberg en Stijntje Janssen kochten in 1744 een huis, erf en bakhuis in Vorchten op pastoriegrond. Bij zijn overlijden omstreeks 1783 liet hij een weeskind achter bij Albertje Pleiter en verder vijf meerderjarige kinderen uit zijn eerste huwelijk met Stijntje Janssen. Deze laatst genoemde kinderen verkochten in 1784 hun aandelen in dit huis.
      Henric Rietberg otr./tr. 2x Vorchten 10/24-7-1768 met Jannigje Janssen Boerkamp, (weduwe van Raalte), ovl. voor 1777.
      Henric Rietberg otr./tr. 3x Vorchten 25-4/11-5-1777 met Albertje Jans Pleiter, ged. Heerde 19-2-1741, (^Marle), ovl. na 1784 (in 1784 hertrouw met Gerrit Janszen uit Wijhe).
      • Het echtpaar vertrok met attestatie naar Wijhe.
    8. Heiltjen Rietberg, vermeld in 1721.
      • Heiltjen en haar zuster Everdina Rietberg worden als de twee jongste kinderen van Evert Jansen Rietberg en Grietjen Jans Vlick genoemd in het testament van Jan van Besten Opberg en Woltera Opberg, die zij in 1721 lieten opstellen.
    9. Everdina Rietberg, vermeld in 1721, begr. Deventer 23-11-1793 (Bergkerkhof).
      • Everdina Rietberg was in 1738 lidmaat in Zwolle en woonde buiten de Kamperpoort. Met attestatie dd. 28-4-1743 keerde zij weer terug naar Vorchten en vertrok van daar naar Deventer.
  56. HERMAN JANSEN OP 'T LINT, ovl. Tongeren (verm.) voor 1748 (opgave Joke Koot feb. 2009)
    • Volgens opgave van Joke Koot (feb. 2009) was Herman Jansen voor 1748 overleden. Vermoedelijk werd bij de volkstelling in augustus 1748 van de kerspel Wijhe, boerschap Tongeren, opgetekend dat Jan Wolters, zoon van oom Wolter Herms, op de hofstede 't Lint woonde. Mogelijk had deze Jan Wolters zijn neef Herman Jansen op het boerenbedrijf 't Lint te Tongeren opgevolgd.
    Herman Jansen op 't Lint tr. met
  57. NIET BEKENDE DOCHTER JANNES REINERS, ovl. voor 1765
    • Op 11-3-1765 vond de verdeling van de nalatenschap plaats onder de kinderen van het echtpaar Jannes Reiniers op de Hasselt en Teuntjen Cornelisse. Tot de erfgenamen behoorden oa. Jennigjen Harms gehuwd met Gerlich Rietberg en Maria Harms gehuwd met Garrit op den Ketteler. <47> Hieraan is ontleend dat Jennigjen en Maria Harms kleinkinderen waren van het genoemde echtpaar. Gezien leeftijden is uit het huwelijk van dit echpaar een onbekende, vroeg overleden oudste dochter verondersteld, die huwde met de eveneens vroeg overleden Harmen Jansen op 't Lint. Uit onderzoeks overwegingen zijn de mogelijke (voor)ouders van deze Herman Jansen en zijn onbekende vrouw als kwartieren van Jennichien en Maria Harms opgenomen.
    Uit het huwelijk van Herman Jansen op 't Lint en Niet bekende dochter Jannes Reiners:
    1. Jennechien Herms, ged. Wijhe 28-10-1725 [kwnr. 63].
    2. Maria Harms, ged. Wijhe 24-12-1730, ovl. na 1765.
      Maria Harms tr. met Garrit [op den Ketteler], ovl. na 1765.
      • Van ene Gerrit Willems Oldenhoef wordt gezegd dat hij landbouwer was op de "Ketteler" te Tongeren. Verder is vermeld "Landbouwer; 1742; Wijhe. Op de ketelaar in Tongere". <48>
      • Verder is er een vermelding gevonden waarin Gerrit Willems op de Keteler van den Oldenhof op 18-9-1735 te Wijhe huwde met Maria Jansen <49> .

    Generatie VIII
    INDEX van familienamen
  58. HENDRIK JANSEN TEN KLEIJ, verm. schoenmaker en bakker
    Hendrik Jansen ten Kleij tr. met
  59. JUDITH WILLEMS MOLT, geb. Coevorden (verm.), ovl. Coevorden ca. 1720. <50>
    • Hendrik Jansen ten Kleij en zijn vrouw Judith Willems Molt woonden tot na 1668 te Coevorden <51> , waar zij hun kinderen lieten dopen. Wanneer zij naar Hoogeveen zijn vertrokken is niet bekend. Mogelijk vestigden zij zich in het Noordse Rot, het oostelijkd deel van Hoogeveen dat onder de Heerlijkheid Echtens-Hoogeveen viel. Op 4-3-1678 ondertekende Hendrich Jansen ten Kleij te Hoogeveen de akte van trouw aan de heer van Echten, gelijktijdig met zijn zoon Jan.
    • In april 1682 was hij als Hendrik van Essche [=Echten?] lid van de kerk te Hoogeveen en werd Judith Willems Molt in het lidmatenregister genoemd als Judith Willems, haar vader Burgemeester van Coevorden en gedoopt te Coevorden.
    • Judith Willems Molt overleed in 1720 in (haar geboorteplaats?) Coevorden (bron: Roel ten Klei).
    Uit het huwelijk van Hendrik Jansen ten Kleij en Judith Willems Molt:
    1. Jan Hendriks ten Kleij, ovl. na 1678.
      • Jan Hendriks ten Kleij ondertekende op 4-3-1678 te Hoogeveen de akte van trouw aan de heer van Echten. In het haardstedenregister van Zuidwoldiger Hoogeveen is hij van 1691 t/m 1694 vermeld als Jan Hendriks Schoenmaker, betaald 2-0-0 gldn.
    2. Hendrik Hendriks ten Kleij/Timpe, ged. Coevorden 3-12-1656.
      Hendrik Hendriks ten Kleij/Timpe otr. Hoogeveen 23-3-1701 met Wiechertje Martens, dv. Marten Hermens de Boer en NN.
      • Hendrick Hendricks Timpe is in het haardsteden register van het Echtens Hogeveen van 1692 t/m/ 1694 vermeld (betaald 1-0-0 gldn.) en vervolgens in het Noordsche Rot van 1704 t/m/ 1707 (betaald 2-0-0 gldn.).
      • Hendrik Hendrix huwde als weduwnaar met Wiechertje Martens, beide van 't Hogeveen. Hij en hun enige zoon Albert met zijn nakomelingen worden regelmatig met de toenaam Timpe aangeduid.
    3. Willem Hendriks ten Kleij, ged. Coevorden 25-8-1658.
      Willem Hendriks ten Kleij tr. Hoogeveen 6-1688 met Geesje Everts, geb. Hoogeveen 1665.
      • Geesjen Evertz was in april 1682 lidmaat van de kerk te Hoogeveen.
      • Volgens het haardstedenregister van Hoogeveen woonde Willem Hendriks ten Kleij in het Westerse Rot nr.182 en werd hij in het register van 1708 t/m 1713 als Bucking vermeld, daarna -tot aan 1722- als Willem Hendriks of Willem Bucking, van 1723 t/m 1727 als Willem Hendriks ten Kley en van 1727 t/m 1733 afwisselend Bucking, Olde Bucking of ten Kley. <52>
    4. Grietien Hendriks ten Kleij, ged. Coevorden 6-4-1662.
    5. Gerrit Hendriks ten Kleij, ged. Coevorden 29-10-1665 [kwnr. 80].
    6. Geesien Hendriks ten Kleij, ged. Coevorden 30-10-1668.
  60. JAN BERENTS BAKKER, ged. Giethoorn 28-9-1653 (gedoopt op oudere leeftijd), bakker te Giethoorn, ovl. voor 1693
    Jan Berents Bakker tr. <53> met
  61. JACOBJEN JACOBS, ovl. Giethoorn (verm.) na 1693.
    Jacobjen Jacobs tr. 2x Giethoorn 5-3-1693 <54> met Jan Jochems, ovl. Giethoorn (verm.) na 1693. Uit het huwelijk van Jan Berents Bakker en Jacobjen Jacobs:
    1. Berent Jans Bakker, geb. Giethoorn [kwnr. 82].
  62. ARENT HENDRICKS VLIECK, kerkmeester te Vorchten
    Arent Hendricks Vlieck tr. met
  63. JENNECHIEN GEERLICHS.
    Uit het huwelijk van Arent Hendricks Vlieck en Jennechien Geerlichs:
    1. Dirckjen Arents Vlieck, geb. Vorchten ca. 1659, ovl. Vorchten 14-7-1700.
      Dirckjen Arents Vlieck otr./tr. 1x Vorchten 18-4/16-5-1679 met Evert Gerritsen van Doorninck, geb. Vorchten, ovl. voor 1683.
      Dirckjen Arents Vlieck otr./tr. 2x Vorchten 16/30-9-1683 met Evert Jansen Rietberg [kwnr. 124].
      • Mede namens zijn huisvrouw Derckjen Arents bezwaarde Evert Rietberg op 21-11-1693 zijn (met zijn broers en zusters gelijke verdeelde) aandeel in de erfenis van zijn ouders met 1.100 carolusgulden ten behoeve van Gerrit Marienborg jr. te Deventer. Op 17 november 1734 verklaarde de factoor Derk Dwars als gevolmachtigde van Engelbert Marienburgh als erfgenaam van diens vader burgemeester Gerrit Marienburgh dat de hypotheek, verstrekt aan wijlen Evert Rietberg in 1693, doorgehaald kon worden.
    2. Jan Arentz Vlieck, geb. Vorchten ca. 1659, ovl. na 1679.
      Jan Arentz Vlieck tr. Vorchten 28-11-1679 met Anna Abrahams Slecht, ^op den Iperenbergh, Wilp.
    3. Egbertien Arents (Vlieck), ged. Vorchten 5-10-1662.
    4. Maria Arents Vlieck, geb. Vorchten ca. 1663, ovl. na 1683.
      Maria Arents Vlieck otr./tr. Vorchten 15-4/6-5-1683 met Coenraad Ceur, geb. Deventer.
    5. Grietjen Arents Vlieck, geb. Vorchten (verm.) ca. 1664 [kwnr. 91].
    6. Henric Arentsz (Vlieck), ged. Vorchten 2-9-1666.
    7. Eijmbertjen Arents Vlieck, geb. Vorchten ca. 1671, ovl. na 1691.
      Eijmbertjen Arents Vlieck tr. Vorchten 1691 met Dellij Brouwer, wdn.Joanne de Vries (Deventer).
  64. JAN JANSEN VAN BESTEN (OP RIETBERG), (pacht)boer, ovl. tussen 2-11-1675 en 29-1-1676
    Jan Jansen van Besten tr. Zwolle 4-6-1643 met
  65. GEESJE JACOBS, (van Zwolle), ovl. na 1680
    • Geesjen Jacobs woonde ten tijde van haar ondertrouw met Jan Jansen (Dijck) op de Nieuwstad te Zwolle Aanvankelijk werd Jan Jansen nog met de familienaam van zijn moeder Heiltje Willems Dijck aangeduid maar nadat hij op de Rietberg ging boeren kreeg hij de toenaam Van Besten, dikwijls aangevuld met Op de Rietberg.
    • Jan Jansen van Besten was van 1655 tot 1669 ook pachtboer op de Odinckhof te Windesheim. Hij was in 1656 lidmaat te Windesheim en zijn vrouw Geesjen Jacobs en werd in 1659 ook als lidmaat te Windesheim vermeld. Gedurende enige jaren trad Jan Jansen van Besten op als keurnoot te Wijhe (in 1661 en 1665 en mog. ook in 1656, 1659 en 1663).
    • Het echtpaar woonde in 1666 op de Rietberg in Wijhe en lieten toen hun testament opstellen. Zij benoemden tot erfgenamen hun kinderen Heijltien, Aeltien, Jacob, Willemtien en Evert, welke volgorde ook als hun leeftijdsvolgorde is aangehouden. Mochten alle kinderen overlijden, dan zou, indien é‚n van beide ouders nog in leven was, de erfenis voor de ene helft naar de vader of moeder gaan en voor de andere helft vererven op de naaste verwanten, te weten aan testateurs zijde: Heijltje de dochter van zijn broer Willem Dijck, gewezen meier op 't erve Opbergen, en de zoon van wijlen zijn broer Evert Dijck, gewoond hebbende te Oldeneel <55> .
    • Op 2 november 1675 kocht Jan Jansen van Besten van zijn neef Hendrick Everts en diens vrouw Annechjen van Voorst 2 morgen land in Tongeren, genaamd de Twee Mergen. Kort daarna zou hij voor 29-1-1676 zijn overleden <56> .
    Uit het huwelijk van Jan Jansen van Besten en Geesje Jacobs:
    1. Heiltje Jans van Besten/Rietberg, begr. Wijhe (verm.) 11-1-1711.
      Heiltje Jans van Besten/Rietberg tr. met Tonis Wolters Opbergh, geb. 1641, keurnoot te Wijhe (diverse perioden), ovl. voor 1706, zv. Wolter Henricks Opbergh en Assele Henricks.
      • Uit het huwelijk van Tonis Wolters Opberg en Heiltje Jans komt een familietak Vos te Mastenbroek voort die zich ook Rietberg ging noemen. <57>
    2. Aaltjen Jans van Besten/Rietberg, ovl. na 1728.
      Aaltjen Jans van Besten/Rietberg tr. Vorchten 22-7-1677 met Henrick van Werven, kerkmeester te Vorchten, ovl. voor 1727, zv. Henrick van Werven, kerkmeester te Vorchten, en Willemtien Gerrits, (verm. moeder).
    3. Jacob Jans van Besten/Rietberg, ovl. na 1666 (vermeld in het testament van zijn ouders).
    4. Willempje Jans van Besten/Rietberg, ovl. na 1734.
      Willempje Jans van Besten/Rietberg tr. Windesheim 3-1-1686 met Cornelis Derksen Dwars, keurnoot te Wijhe (1698-1700), ovl. voor 1704, zv. Derck Cornelisz Dwars en Anna Dircks.
    5. Evert Jansen Rietberg [kwnr. 124].
  66. JAN HENDRICKS VLIECK, geb. Vorchten ca. 1658, veerman (Wijheseveer), ovl. Vorchten voor 1686
    Jan Hendricks Vlieck otr./tr. Vorchten 25-8/22-9-1678 met
  67. MARRICHJEN CORNELISDR, geb. ca. 1654, ovl. na 1686.
    Marrichjen Cornelisdr tr. 1x met Henderick Jansen (Vlieck?) [kwnr. 50].
    • Het geboortejaar 1658 van Jan Hendricks Vlieck is ingeschat 21 jaar eerder dan het geboortejaar 1679 van zijn eerste kind bij Marrichjen Cornelis. Haar geboortejaar 1654 is eveneens 21 jaar jonger ingeschat bij de geboorte van haar eerste kind in 1675 bij Hendrik Jansen, haar eerste echtgenoot.
    • Verondersteld wordt dat deze Hendrick Jansen de vader van Jan Hendrick Vlieck zou kunnen zijn, omdat de veerrechten van Hendricks Jansen na zijn overlijden zeer waarschijnlijk overgegaan zouden kunnen zijn naar zijn oudste zoon. In deze veronderstelling dus naar een zoon uit een eerder huwelijk van hem. Marrichjen Cornelis is dan in 1678 met haar stiefzoon getrouwd, niet zo verwonderlijk gezien de nagenoeg gelijke leeftijden.
    Marrichjen Cornelisdr otr./tr. 3x Wijhe 27-6/24-7-1686 met Henric Jansen Wijndels, geb. Wijhe (verm.), zv. Jan Wijndels, veerman ('t Oldenieler-veer), en NN
    • Jan Wijnholts, de vader van Henric Jansen Wijndels, pachtte van 1661 tot 1667 het Kleine Veer van de Stad Zwolle tegen een jaarpacht van 175 goudgulden. Zijn weduwe zette dat nog voor het jaar 1667-1668 voort tegen een prijs van 131 goudgulden. <58>
    Uit het huwelijk van Jan Hendricks Vlieck en Marrichjen Cornelisdr:
    1. Henderick Jansen (Vlieck), ged. Vorchten 21-4-1679.
    2. Grietjen Jans Vlieck, ged. Vorchten 15-5-1681 [kwnr. 125].
    3. Aeltjen Jans (Vlieck), ged. Vorchten 27-3-1683.
      Aeltjen Jans (Vlieck) otr./tr. Vorchten 19-2/12-3-1713 met Lambert Horst.
    4. Jannichjen Jans (Vlieck), ged. Vorchten 25-1-1685.
    Uit het 1e huwelijk van Marrichjen Cornelisdr met Henderick Jansen (Vlieck?):
    1. Grietie Hendricks, ged. Vorchten 24-1-1675.
    2. Cornelis Hendricks, ged. Vorchten 26-1-1676.
    3. Anna Hendricks, ged. Vorchten 22-7-1677.
  68. JAN HERMS, ovl. na 1685
    Jan Herms tr. met
  69. NN.
    Uit het huwelijk van Jan Herms en NN:
    1. Herman Jansen op 't Lint [kwnr. 126].
  70. JANNES REINERS, landbouwer op de Hasselt, ovl. Wegterholt tussen 9-1764 en 3-1765
    • In 1723 en in 1751 wordt Jannes Reinders op de Hasselt genoemd als keurnoot van Wijhe. <59>
    Jannes Reiners tr. met
  71. TEUNISJE CORNELISSE, landbouwster, ovl. Wegterholt na 1748
    • Jannes Reinders kocht op 20-6-1726 van Nicolaas van Boekholt een stuk land, genaamd de Vier Morgen, gelegen in de buurtschap Tongeren onder Wijhe, aan de Oude Wetering grenzende aan het Smalle Slagh aan de ene zijde en aan het land van de Heer Benthem aan de andere zijde, dit zoals het in bezit is geweest van wijlen Claas Hendriks.
    • Op 24-6-1726 verkregen Jannes Reinders en zijn vrouw Teunisjen Cornelis een hypotheek van 600 Caroli gulden van Hester en Maria Broekhuis, wonende te Deventer. De rente is 4 procent (indien de rente betaald wordt binnen 3 maand na de verschijndag is dit 3 1/2 procent) en de eerste verschijndag 13 augustus 1726. Onderpand is het door hen van Nicolaas van Boekholt aangekochte land, gelegen in de buurtschap Tongeren onder Wijhe, genaamd de Vier Morgen. <60>
    • Bij de volkstelling van Wijhe, boerschap Wegterhold, in augustus 1748 werd opgetekend: Jannes op de Hasselt, Teunisjen zijn vrouw en 3 kinderen ouder dan 18 jaar, tw. Kornelis, Janna en Willemijna. Deze laatste is vermoedelijk dezelfde die op 23-10-1712 als Wubbigjen te Heino werd gedoopt
    • Op 11-3-1765 verklaarden Garrit Lintman en zijn vrouw Aeltjen Jansen, Hendrikus Jansen en zijn vrouw Janna Jansen, Garrit Martens en zijn vrouw Leentjen Jansen, Berent Elshof en en zijn vrouw Lammertjen Jansen, Geerlig Rietberg en zijn vrouw Jennigjen Harms, en Garrit op den Ketteler en en zijn vrouw Maria Harms, maritis tutoribus [=voogden van het echtpaar?], kinderen en universele erfgenamen van wijlen Jannes op de Hasseld en zijn vrouw Teuntjen, dat zij de nalatenschap van hun ouders hadden verdeeld. Tot de erfenis behoorden de katerstede de Hasseld, 4 morgen land, de Grubbenhaar, alsmede een gedeelte land uit het hofhorige erf de Beeke. <61>
    • Hieraan is ontleend dat Jennigjen Harms -geboren in 1725 en gehuwd met Gerlich Rietberg- en Maria Harms -geboren in 1730 en gehuwd met Garrit op den Ketteler- kleinkinderen waren van het echtpaar Jannes Reinders en Teunisjen Cornelis. Gezien leeftijden is uit het huwelijk van dit echpaar een onbekende, vroeg overleden oudste dochter verondersteld, die huwde met de eveneens vroeg overleden Harmen Jansen op 't Lint. Uit onderzoeks overwegingen zijn de mogelijke (voor)ouders van deze Herman Jansen en zijn onbekende vrouw als kwartieren van Jennichien en Maria Harms opgenomen.
    • Op de kwartierstaat van Johanna Petronella Maria Paping <62> wordt dit echtpaar vermeld. De webmaster Joke Koot stelde aanvullende informatie beschikbaar over de kinderen, hun huwelijken en uit het rechtelijk archief van Wijhe (februari 2009).
    Uit het huwelijk van Jannes Reiners en Teunisje Cornelisse:
    1. Niet bekende dochter Jannes Reiners [kwnr. 127].
    2. Aeltje Jansen, ged. Heino 25-4-1706, ovl. na 1765.
      Aeltje Jansen tr. Wijhe 20-11-1734 met Gerrit Teunissen Lintman, ovl. na 1765, zv. Teunis Gerrits Overdijk en NN.
      • Gerrit Teunissen, jm zoon van Teunis Gerrids Overdijk aan de Have te Wesepe X Aeltijn Janssen, jd. van Jannes Reinerts aan het Brouwhuis onder Wijhe.
      • In de volkstelling van 1748 te Tongeren is vermeld: Gerrit Brouwhuis, Aeltjen zijn vrouw, Willemina boven de 10 jaar, Jannes en Marija onder de 10 jaar en 2 dienstboden Maria en Jans.
    3. Reinder Jansen, ged. Heino 2-11-1707.
    4. Cornelis Jansen, ged. Heino 20-5-1709.
    5. Janna Jansen, ged. Heino 1-3-1711, ovl. na 1765.
      Janna Jansen tr. met Hendrik Jansen, ovl. na 1765.
      • In het Gericht te Wijhe zijn op 5-9-1764 verschenen Hendrick Jansen en Janna Jansen (zij ligt ziek te bed, hij gaande en staande, en beiden hun verstand volledig machtig), eheluiden op de Hasseld. Zij maakten hun testament op.
      • De eerststervende benoemt uit een conjugale liefde en affectie de langstlevende tot zijn of haar enigste en universele erfgenaam, en de langstlevende laat de nalatenschap na aan de wederzijdse naastbestaande vrienden, die dan in leven zijn. De testatrice institueert haar vader Jannes tot erfgenaam in de legitieme portie. Haar vader is aanwezig en neemt met deze dispositie genoegen, zo ver zelfs, dat hij van zijn recht tot de legitieme portie afstand doet, als hij haar sterfdag beleeft, met de belofte deze nooit te zullen opeisen en te pretenderen. <63>
      • Op 12-10-1778 lieten Hendrik Jansen en zijn vrouw Janna Jansen, wonende op de Hasseld, wederom een testament maken en vernietigden hun vorige makingen. De testator legateerde vooraf aan zijn nicht Willemina, vrouw van Jan Westerkamp, en in het geval deze overleden is aan haar wettige kind(eren), 100 Caroli gulden. Voor het overige benoemden de comparanten elkaar, de eerststervende de langstlevende, tot zijn of haar universele erfgenaam, zodanig dat de na te laten goederen van de langstlevende genoten zullen worden door hun naaste bloedverwanten [vrienden in bloede], die dan in leven zijn; daarvan is alleen uitgezonderd en onterfd testatrices zuster Leentjen, vrouw van Garrit Garrits, wonende op 't Martens te Heino, dit in het geval deze hun sterfdag mocht beleven. <64>
    6. Wubbigjen Jansen, ged. Heino 23-10-1712.
    7. Lamberdina Jansen [van 't Hasselt], ged. Heino 31-3-1715, landbouweres op de Elshof, begr. Wijhe 17-8-1802.
      Lamberdina Jansen [van 't Hasselt] tr. Wijhe 5-4-1737 met Berend Hendrik Cornelis Elshof, geb. Tongeren op De Leemkuil, landbouwer op de Elshof, begr. Wijhe 19-3-1793 op De Elshof (overleden op de Elshof te Tongeren), zv. Cornelis Hendriks, landbouwer op de Leemkuil te Tongeren, en Swaantje/Susanna Hendriks.
      • Berent Hendrik Cornelis van de Leemkuijle jm. X Lambertjen Janssens van de Hasselt, beijde onder Wijhe.
    8. Leentien Jansen, ged. Heino 22-12-1716, ovl. na 1778.
      Leentien Jansen tr. Wijhe 21-1-1742 met Garrit Garrits op 't Martens, ovl. na 1778, eerder ev. Egbertje Berends.
      • Gerrit Meertens, wedn. van Egbertje Berends onder Heino, en Leentje Jansen jd. op de Linteloo. <65>

    Generatie IX
    INDEX van familienamen
  72. JAN HARMENS TEN KLEIJ, bakker, schoenmaker, begr. Coevorden 29-3-1673
    Jan Harmens ten Kleij tr. met
  73. GRIETIEN OVERWETTERING, ovl. Coevorden (verm.) na 1682
    • Uit het Burgerboek van Coevorden 7-1-1634: Heft Jan Herms backer ende sijne huijsvrouw Grietien Overwetteringe haar borgerschap gewonnen, 't regt daartoe steande betael ook sijn vrij best(?), vertoent gelijke sijn verworvenen regt, is ende de besoeclijk bot gedaen te vergadderinge van Borgm. de Sandt. <66> Gezien het afleggen van de burgereed waren zij vermoedelijk afkomstig van buiten de stad Coevorden.
    • In de periode van 5-8-1634/1-12-1637, op St. Ballensdach 1639 (St. Balthasar, Driekoningen 6 januari?), op 2-2-1657 en mogelijk op 1-5-1663 vonden vermeldingen plaats van Jan Harmsen ten Kleij. In 1650 werd hij als Jan Harmsen Schoenmacker aangeduid.
    • In de grondschatting van van Coevorden over het jaar 1642 wordt Jan Harmsen ten Cleij vermeld met land op "de Hare" en op "Klinckenvlier" en "Laenwolt". In februari 1657 woonde hij aan de Bentheimerstraat. Uit het register van de grondschattings voor het jaar 1646 en het jaar 1650 (OSA 845 crg 210 en crg 254; crg=concept-register): Jonge Jan ten Kley backer (resp. Jan ten Kleyshuis) een huijs 6 gebint 180-0-0; 4 gebint schuijrs 60-0-0; as gericht heijt 500-0-0; een veen bij Harms Woltersplaats 4 mudde 1 spint 7 roede 183-0-0; totaal 923-0-0 gld.
    • In het rampjaar 1672 viel Prins-Bisschop Christoph Bernhard von Galen -beter bekend als Bommen Berend- Drenthe binnen met een Münsters leger van naar schatting 24000 man. De vestingstad Coevorden werd vanaf 15 juni OS. belegerd, gebombardeerd en vervolgens bestormd. Op 2 juli moest de stad zich overgeven. In december van hetzelfde jaar werd Coevorden door de Staatse troepen weer heroverd, na hevige en bloederige gevechten met wederzijds veel doden. De stad werd vervolgens, naar goed militair gebruik, geplunderd door de overwinnaars.
    • Jan Hermens ten Cleij overleefde de gewelddadigheden, maar overleed op 29 maart 1673. Reeds eerder zouden Jan Harmsen ten Kleij en Grietien Overweteringhe gescheiden zijn. <67> Grietien Overwetteringe wordt in 1682 nog vermeld als lid van de gereformeerde kerk.
    • Onbekend is of hun zonen Jan Jansen en Herman Jansen ten Kleij in juli of december 1672 zijn gesneuveld, gevlucht, of gevangen genomen en weggevoerd. De beide broers en hun gezinnen komen na 1672 niet meer voor in de archieven.
    • Hun andere zoon Hendrik Jansen ten Kleij en zijn gezin hebben de inname van Coevorden overleefd. Vermoedelijk zijn ze gevlucht uit Coevorden en beland in Hoogeveen en ze zich daar metterwoon hebben gevestigd. Op 4 maart 1678 tekende Hendrik Jansen ten Kleij, tezamen met zo'n 170 Hoogeveense gezinshoofden, de Akte van trouw aan de Heer van Echten.
    Uit het huwelijk van Jan Harmens ten Kleij en Grietien Overwettering:
    1. Hendrik Jansen ten Kleij [kwnr. 160].
    2. Jan Jansen ten Kleij, kanonnier, constabel, ovl. na 1670.
      Jan Jansen ten Kleij tr. 1x met NN, ovl. Coevorden tussen 8-1669 en 3-1670.
      • In het 1e huwelijk van Jan Jansen ten Kleij werden 4 kinderen geboren, waarvan het laatste kind op 1-8-1669 te Coevorden werd gedoopt.
      Jan Jansen ten Kleij otr. 2x Coevorden 6-3-1670 met Aeltien Harms, ovl. na 1670.
      • In het 2e huwelijk van Jan Jansen ten Kleij met Aeltien Hans werd op 2-12-1670 hun dochter Grietien te Coevorden gedoopt.
    3. Herman Jansen ten Kleij, schoenmaker, ovl. na 1671.
      • In het huwelijk van Herman Jansen ten Kleij werden 5 kinderen geboren en te Coevorden gedoopt, waarvan het laatste kind op 25-6-1671.
    4. Grietie Jansen ten Kleij.
      Grietie Jansen ten Kleij otr. Coevorden 24-3-1658 met Jan Jans Voeget, ^te Leer.
  74. WILLEM GERRITS MOLT, geb. Neuenhaus-D voor 1600, handelaar in koeien, zwijnen, paarden, wagens en tuig, tevens burgemeester van Coevorden, ovl. Coevorden ca. 1656
    Willem Gerrits Molt tr. met
  75. LUTGAERT GEERLICHS VAN DER LIPPE
    • Uit het Burgerboek van Coevorden 13-12-1638: Willem Gerritsen Molt getrouwt hebbende Lutcher Geerlichs, de borgerschap dese stadt gewonnen ende den behorlicken eedt, neffens hedt recht dear toe steande, ..... <68> Mogelijk is Lutgaert Geerlichs van der Lippe dus afkomstig uit de stad Coevorden.
    • In het grondschattingsregister 1642 van Coevorden <69> werd Willem Gerrits Molt ingeschat op 450-0-0. En in de conceptregisters van 1646 en 1650 is opgenomen: huijs 6 gebint (180-0-0); 1/2 dachmaat buijten de Benteme poort (80-0-0) en 3 dachmaat bij Drosterbroeck (360-0-0). <70>
    • Op 2-6-1656 (oude stijl) verkochten de erfgenamen van Wilm Molt -te weten Gerrit Molt, Harmen en Eeverwijn Molt, Hindrik ten Cley en Jan Pruyst weduwe, broers en zwagers- een gedeelte hooiland in Clenkenvlier ter groote van 4 dagmaet en 368 roeden. <71>
    Uit het huwelijk van Willem Gerrits Molt en Lutgaert Geerlichs van der Lippe:
    1. Gerrit Willems Molt, ovl. na 1656.
    2. Judith Willems Molt, geb. Coevorden (verm.) [kwnr. 161].
    3. Herman Willems Molt, ovl. na 1656.
    4. Everweijn Willems Molt, ovl. na 1660.
      • Op 1-3-1657 en 1-3-1660 werden te Coevorden gedoopt respectievelijk Willem en Luttgert, zonen van Everwijn Molt.
    5. ... Molt, ovl. voor 1656.
      ... Molt tr. met Jan Pruys, ovl. na 1656.
      • Jan Pruyst, borgerman, trad op 12-6-1648 (oude stijl) op als keurnoot te Coevorden. <72>
  76. JAN HERMSEN VAN BESTEN OP RIETBERG, pachtboer op de Paddenpoel te Herxen, ovl. Herxen (verm.) voor 1690.
    Jan Hermsen van Besten op Rietberg tr. 2x Kampen 1664 (NL-jrg. 1923, kol. 50) met Wolterje Beeltsnijder, ovl. Herxen (verm.) voor 1690, dv. Gerrit Jacobs Beeltsnijder en Wynolda Jans Steenbergen
    • Gerrit Jacobs Beeldsnijder en Wynolda Jans Steenbergen, de ouders van Wolterje Beeldsnijder, zijn de stamouders van het adelijke geslacht Beeldsnijder. <73>
    • In 1649 kochten Jan Hermsen en Woltertien Beeltsniders 2 morgen in 't Raamslag in Herxen.
    • Hun zonen Hermen Rietbergh gehuwd met Willemtjen van Marle en Gerrit Rietbergh gehuwd met Louijsa Eppenhoff, verklaarden op 21 november 1690 aan Arnold Thomas de Swiersen en Aleida Mechtelt van Egmont 600 carolusgulden schuldig te zijn onder verband van he Langemamusland in Herxen, groot vijf-vierde morgen, belend ten zuiden de dros van Salland, aan de andere zijde Opbergh, toebehorend aan Hermen Rietbergh, en 1 morgen in 3 morgen, gemeenschappelijk met wijlen Joan Rutgers en Jacob Rietbergh, genaamd het Raamslag in Herxen, toebehorend aan Gerrit Rietbergh, zoals comparanten erfden van hun ouders.
    Jan Hermsen van Besten op Rietberg tr. 1x met
  77. HEILTJE WILLEMS DIJCK, ovl. Herxen (verm.) voor 1642
    • Jan Hermsen was van 1629 tot 1668 pachtboer op de Paddenpoel te Herxen, waar kennelijk zijn schoonvader Willem Dijck ook pachtboer op was geweest. Jan Hermsen was verder keurnoot te Wijhe in 1638, 1641 en 1646.
    • Na het overlijden van Heiltje Willems sloot Jan Hermsen eind 1642 een akkoord met de voogden van zijn weeskinderen over de nalatenschap van hun moeder. Uit de uitvoerige rekening blijkt dat Jan Herms voor bijna 27.000 gulden goederen opgaf. De kinderen kregen ondermeer een derde deel uit leenroerig goed te Schelle en acht koeweiden op de Werlermersch. Verder zou Jan Hermsen als voorschot van hun grootouders de bergingen en schuren van de Paddenpoel ontvangen.
    • In augustus 1644 verkocht Jan Hermsen en zijn tweede echtgenote Woltertje Beeltsnijder aan Joachim de Baecke ten Feldener de helft van enige goederen: de Kempemathe in Wechterholt, de helft van twee delen van 't Gagelland waarvan jonker Joachim de Bake het andere derde deel al bezat, en de helft van 't Woest Gagel. In 1646 verkochten Everdt, Jan en Willem Janssen aan deze Joachim de andere helft van de genoemde goederen, verkregen uit het erfdeel van hun moeder Heijltje Willems Dijck.
    • Evert Jansen en Willem Jansen en hun nakomelingen voerden als familienaam de naam van hun moeder Heiltje Willems Dijck. Jan Jansen bleef nog lang de naam Van Besten voeren met vaak de vermelding Op Rietberg.
    Uit het 1e huwelijk van Jan Hermsen van Besten op Rietberg met Heiltje Willems Dijck:
    1. Evert Jansen Dijck, ^Oldeneel, keurnoot te Zwollerkerspel (1647), ovl. voor 1656.
      Evert Jansen Dijck tr. (huwelijkscontract) 6-8-1641 met Aeltien Hermens, ovl. na 1679 (ev. Hendrik Boemer, daarvoor Jacob Lulofsen Boomer).
      • Jan van Besten en Gerrit Hermsen, ooms, werden op 8 november 1656 tot voogd aangesteld over Henrick en Evertien Evertsen Dijck, kinderen van wijlen Evert Jansen Dijck bij Aeltien Hermsen. De moeder beloofde haar kinderen voor vaderlijk goed alle goederen die de vader ten huwelijk had aangebracht alsmede de helft van het erve en de katerstede te Oldeniel die tijdens hun huwelijk is aangekocht, de helft van de paarden en koeien, de huisraad en het gereedschap, en 1.000 carolusgulden. Bovendien zou de zoon nog een veulen krijgen en een zilveren beker, waar de naam of letters van Henrick Jansen van Dijck op staan en de kleren van de vader, en de dochter een bed met toebehoren en kleding.
      • In de loop der jaren werden Aaltien's goederen (de helft van het erf te Oldeniel, genaamd den Bosch, en de katerstede te Oldeniel alsmede de Kleine Weide en de Dalfser Kamp) door haar en haar drie opeenvolgende echtgenoten vele malen bezwaard.
    2. Jan Jansen van Besten (op Rietberg) [kwnr. 248].
    3. Willem Jansen Dijck, pachtboer op Opberg, ovl. tussen 1666 en 1668.
      Willem Jansen Dijck tr. 1643 met Assele Henricks, ovl. na 1682, dv. Hendrick Wijchers Smit en Roelofjen Jans Smit, eerder ev. Wolter Henricx op Opberg.
      • Assele Hendricksen, weduwe van Wolter Henricksen op Upbergen, benoemde op 21 juni 1643 voogden over haar drie kinderen Henrick (1639), Tonis (1641) en Wolterke Wolters (21-3-1643). Vervolgens werd de inventaris van de nalatenschap opgemaakt en deed de moeder erfuiting aan haar kinderen.
      • De moeder van Assele Hendricks is Roeleffken Jansen Smit, een voordochter van Jan Winolts. Deze Jan Winolts was in tweede echt gehuwd met Heijle Hendricks, waaruit Jan Jansen Wynolts werd geboren die voor de tweede maal trouwde met Henrickien Arents. Dit echtpaar verkocht op 23 november 1648 aan hun neef en nicht Willem Jansen Dijck en Assele Henricks een kwart van de Uyttermarckte onder Herxen met een kwart van het huis en de hof daarop, zoals Henrickien Arens van haar ouders had geërfd.
      • Uit het testament van zijn broer Jan van Besten en zijn vrouw blijkt dat in het huwelijk van Willem Jansen Dijck en Assele Henrdriks een dochter Heijltje Dijck geboren is. Zij huwde met Evert Egberts van Marle, broer van Willemtje Egberts van Marle gehuwd met haar oom Hermen Jans Rietberg (het eerste kind hierna uit het huwelijk van Jan Hermsen van Besten met Woltertje Beeltsnijder).
    Uit het 2e huwelijk van Jan Hermsen van Besten op Rietberg met Wolterje Beeltsnijder: <74>
    1. Hermen Jans Rietberg, pachtboer op de Paddepoel te Herxen (1670-1690), keurnoot te Wijhe (1681), ovl. tussen 1697 en 1707. <75>
      Hermen Jans Rietberg tr. ca. 1671 met Willemtje Egberts van Marle, vanaf 1691 pachtster van de Paddenpoel, ovl. tussen 1703 en 1707, dv. Egbert Willems van Marle, (op 't Slijkhuis te Wilp), en NN.
      • Willemtje Egberts deed op 22-5-1670 belijdenis te Vorchten.
      • De moeder van Willemtje Egberts van Marle, wier naam onbekend is, had kinderen uit twee huwelijken. Een zoon, Hendrick ten Bosch, was koopman en schepen te Enkhuizen. Hij maakte in 1698 zijn testament op en benoemde daarin als enig erfgenaam zijn halfbroer Arent van Marle, die bij hem in huis woonde. Verder was bepaald dat Arent van Marle oa. 7.000 gulden moest uitreiken aan Willemtje van Marle weduwe van Herman Rietbergh -zijn zuster en halfzuster van Hendrik Bos- of aan haar kinderen
      • Arent van Marle, koopman te Enkhuizen, liet vijf jaar later zijn testament opmaken en benoemde daarin tot erfgenaam zijn zuster Willemtje van Marle, weduwe van Harman Rietberg, wonend te Wijhe, of bij vooroverlijden haar kinderen. Zij moest aan Christina Neijnaber, dochter van zijn overleden zuster Engeltje van Marle bij Hendrik Neijnaber, predikant te Wilp, 400 carolusgulden uitreiken en aan de kinderen van zijn overleden broer Evert Egberts van Marle -gehuwd met Heijltje van Dijck (=de dochter van Willem Jansen Dijck, de halfbroer van zijn zwager Hermen Jans Rietberg)- elk 100 carolusgulden. Willemtje van Marle overleed echter voor haar broer, waardoor haar kinderen diens erfgenamen werden.
      • In een akte dd. 9-2-1697 worden Herm Rierbergh en Wilmpje van Marle, echtelieden, genoemd als mombers over de nagelaten kinderen van Gerrit Rietberg bij Louijsa Eppenhof. <76>
      • In 1707 werden de ooms Evert Rietberg en Gerrit Dwars als voogd aangesteld over Woltera Rietberg, het jongste kind van Hermen en Willemtje van Marle.
    2. Gerrit Rietberg, geb. Wijhe 1648 (NL-jrg. 1928, kol 191; Ned. Patriciaat 1976, Fabius, blz. 108), bakker, koster, ovl./begr. Kampen 16/19-3-1717 (Buitenkerk).
      Gerrit Rietberg otr./tr. 1x Zwolle/Wijhe 9/31-1-1675 met Joanna Fabius, geb. Heino, jd. in de Smeden, ovl. Zwolle tussen 11-1680 en 6-1681, <77> dv. Wijbrant Fabius, bier- en wijnkoper te Zwolle, schout van Heino (1651-1653), en Fenneken Karstens Meijers.
      • Op attest van Heino dd. 24-3-1695 was Gerrit Rietberg lidmaat te Kampereiland, werd in 1696 lidmaat te Kampen en op 12-12-1696 burger van Kampen. Hij was in 1701/'02 armmeester en van 1705 tot 1717 koster van de Binnen- en Broederkerk.
      • Na het aangaan van zijn tweede huwelijk in 1681 kende Gerrit Rietberg in 1682, in aanwezigheid van Christiaan Fabius en Evert Rietberg als haar voogden, aan zijn dochter Woltertien bij Joanna Fabius haar erfdeel toe. Hij beloofde haar 1 morgen in het Holtenbroek, 1.800 gulden en de kledij met het zilver en goud van de moeder. Woltertien verklaarde in 1701 te zijn voldaan.
      Gerrit Rietberg otr. 2x Zwolle 4-6-1681 met Louijsa Eppenhof, ged. Deventer 2-9-1649, ovl. Kampen 12-2-1691, dv. Laurens Eppenhof en Egberta ten Have.
      • In 1692 trouwde Gerrit voor de derde maal en deed hij in aanwezigheid van de voogden Evert Rietberg en Thomas Kraeienhof erfuiting aan Joanna, zijn enig kind uit zijn tweede huwelijk met Louisa Eppenhof. Hij beloofde haar 250 carolusgulden, alle linnen, wol, zilver en goud die tot de lijfdracht van de moeder behoorden en het bed met toebehoren dat haar moeder ten huwelijk aanbracht.
      Gerrit Rietberg otr./tr. 3x Zwolle/Heino 14-5/3-6-1692 met Jannetie Gerrits Voermans, begr. Kampen 24-11-1724, dv. Gerrit Jansen Voerman en Gesien Jans, eerder ev. Claas Gerrits Greve.
      • In 1697 verkocht Gerrit Rietberg zijn aandeel in het Raamslag. In 1701 droegen hij en zijn vrouw Jannetje Voerman -wier familie ondermeer was gegoed in Herxen- ongeveer 1 morgen in de Bremmeler te Herxen als erfgoed van haar moedere Louijs Eppenhof over aan zijn dochter Woltertien.
      • Gerrit Rietberg testeerde in 1712 en bedacht zijn toen enig overgebleven kind Johanna. Jannigje Voermans overleed in 1724 als weduwe van Gerrit Rietberg. Zij had in haar testament alleen eigen familieleden tot erfgenamen benoemd.
      • Evert Twent, in 1717 de opvolger van Gerrit Rietberg als koster in de Buiten- en Broederkerk van Kampen, beklaagde zich bij de raad over het feit dat diens weduwe de kerkboeken slechts wilde overdragen tegen betaling van 10 carolusgulden, omdat haar man dit destijds ook aan de weduwe Rijnvis had moeten betalen. De raad besloot daarop dat Twent de 10 gulden moest betalen, maar dat dit bedrag door zijn opvolger aan hem of zijn erfgenamen terugbetaald zou worden. Zo zou in de toekomst altijd geschieden.
    3. Evert Rietberg, geb. Wijhe ca. 1657, koopman, begr. Zwolle 19-2-1742 (Grote kerk).
      Evert Rietberg otr./tr. Amsterdam/Zwolle 6/25-4-1680 met Margaretha van Noorle, ged. Zwolle 17-10-1658, ovl./begr. Zwolle 20/26-9-1724 (Grote Kerk), dv. Jan Dercks van Noorle en Albertien Hiddinck.
      • Evert Rietberg werd op 16-2-1685 kleinburger van Zwolle en kocht hij daar in 1692 een huis in de Botervatsteeg. Hij en zijn nazaten zouden in de periode van 1701 tot 1787 een van de belangrijkse regentenfamilies in Zwolle worden. <78>
      • Vanaf 1700 tot aan zijn overlijden in 1742 was Ever Rietberg namens de Sassenstraat gemeensman. <79> Daarnaast vervulde hij diverse functies: in 1724 provisor van het Binnengasthuis, in 1694 procurator en van 1695-1696 president van het St. Nicolaasgilde (kramers, schippers, kooplieden ea. bij de handel betrokkenen) en in 1695, 1725 en 1737 keurnoot te Zwollerkerspel.
      • In 1700 verkochten Evert Rietberg en zijn vrouw Margareta van Noorle namens henzelf en tesamen met Gerrit Lamberts als voogden over Jan en Gerrit Rietbergh, nagelaten zoons van zijn broer Hendrik Rietbergh en Geertien Lambers, aan Cornelis Dwars en zijn huisvrouw Willempje van Besten 2 morgen, genaamd de Wee, uit de erve Rietberg, en 2 morgen uit 4 morgen, genaamd de Doeveler, mede gelegen te Tongeren.
      • Op 2 september 1718 lieten Everhard Riedbergh, gemeensman, en Margaretha van Noorle hun testament vastleggen. Na het overlijden van zijn vrouw liet Evert Rietberghij op 15 november 1724 zijn uiterste wil vastleggen.
    4. Hendrick Rietberg, ovl. voor 1684 (in 1684 hertrouw van zijn weduwe Geertien Lamberts?).
      Hendrick Rietberg tr. voor 1679 met Geertien Lamberts, begr. IJsselmuiden 3-1693 (in de kerk, 6e groeve; ev. Hendrick Dercks Vos), dv. Lambert Hansen en Petertien Gerrits.
      • Henrick Rijtberch en Geertje Lamberts kochten in 1679 van Marichje Henricks de ene helft van een huis en erf op de grond van de Kamper Geestelijkheid in Oosterholt met bergen, schuren, varkenskot, wilgen, elsen en fruitbomen.
      • De weduwe Geertien Lamberts droeg bij haar tweede huwelijk haar zwager Evert Rijtbergen en haar broer Gerrit Lambertsen voor als voogden over haar drie onmondige kinderen Woltertien, Jan en Gerrit Rijtbergen bij Hendrick Rijtbergen. Ze bewees haar kinderen voor hun vaderlijk goed de helft in Seckdoorne, 1 morgen in de Duvele, een halve morgen, Sijenweije genaamd, de helft van haar deel in de Veluwe, een half deel dat zij van Vrouw van Haersolte te goed heeft, de helft van Dominus Schaert te Veessen en verder 1.000 carolusgulden. Haar dochtertje kreeg nog een bed met toebehoren en Jan en Gerrit ieder voor hun uitzet 60 carolusgulden.
    5. Jacob Rietberg, geb. Wijhe 1652, bakker, gildemeester, begr. Kampen 30-4-1689 (Buitenkerk).
      Jacob Rietberg otr. Kampen 26-1-1678 met Helena Rinckhouwer, ged. Kampen 14-8-1659, begr. Kampen 12-5-1711 (Buitenkerk; ev. Johannes van Berckum), dv. Gerrit Jans Rinckhouwer en Janneken Hiddinck.
      • Voor zij haar tweede huwelijk aanging werd door Helena Rinckhouwer op 18 januari 1692 het erfdeel van haar kinderen Jan, Gerrit en Lambertus bij wijlen Jacob Rietbergen vastgelegd. Zij zouden de helft erven van de gezamenlijke bezittingen, maar ook delen in de helft van de schulden (ruim 2.200 gulden). De bezittingen bestonden uit de beide Huissteden, de Koeije met land en huis daarop en 2 morgen in het Raamslag, alle gelegen in Herxen of Wijhe, getaxeerd op 3.625 gulden, en de Buskampjes te Noordele onder Epe in een kamp land, de Koopal genaamd, gemeen liggend met de broers van Jacob Rietberg, alsmede 2 morgen in het Nijebroek, eveneens gemeen liggend met de broers.
      • De Huisstede uit de Rietberg werd in hetzelfde jaar 1698 verkocht aan Egbert Rietberg en zijn vrouw Margaretha van Noorle.
  78. JACOB ALBERTS (REES), ovl. voor 1655
    Jacob Alberts (Rees) tr. met
  79. NN.
    Uit het huwelijk van Jacob Alberts (Rees) en NN:
    1. Albert Jacobs Rees, procurator, ovl. na 1655.
      Albert Jacobs Rees tr. Zwolle 17-7-1655 (Ned. Pariciaat 1976, blz. 107/108) met Fenneken Karstens Meijers, ged. Zwolle 8-1-1624, begr. Zwolle 17-9-1679, dv. Karst Hendricks en Hilleken Wichers, eerder ev. Wijbrant Fabius, bier- en wijnkoper te Zwolle,.
    2. Geesje Jacobs [kwnr. 249].
  80. HENDERICK JANSEN (VLIECK?), veerman, ovl. voor 1678 (22-9-1678 hertrouw weduwe Marrigjen Cornelis).
    Henderick Jansen (Vlieck?) tr. 2x met Marrichjen Cornelisdr [kwnr. 25].
    Henderick Jansen (Vlieck?) tr. 1x met
  81. NN
    • Op grond van het patroniem van Jan Hendricks Vlieck zou een Hendrick Vlieck mogelijke dezelfde kunnen zijn als Henderick Jansen waarmee Marrichjen Cornelis voor de eerste maal huwde. Later hertrouwde zij met de genoemde Jan Hendricks Vlieck. Zowel Henderick Jansen als Jan Hendricks Vlieck waren veerman. Aangenomen kan worden dat de veerrechten na het overlijden van Henderick Jansen overgingen naar zijn ouste zoon, in deze veronderstelling naar Jan Hendricks Vlieck, die kort daarna met zijn stiefmoeder huwde.
    Uit het 1e huwelijk van Henderick Jansen (Vlieck?) met NN:
    1. Jan Hendricks Vlieck, geb. Vorchten ca. 1658 [kwnr. 250].
    Uit het 2e huwelijk van Henderick Jansen (Vlieck?) met Marrichjen Cornelisdr:
    1. Grietie Hendricks, ged. Vorchten 24-1-1675.
    2. Cornelis Hendricks, ged. Vorchten 26-1-1676.
    3. Anna Hendricks, ged. Vorchten 22-7-1677.
  82. HERMEN JANSEN, ovl. voor 1685
    Hermen Jansen tr. met
  83. NN.
    Uit het huwelijk van Hermen Jansen en NN:
    1. Geertien Herms, ovl. na 1685.
    2. Jan Herms [kwnr. 252].
    3. Wolter Hermes, ovl. na 1685.
      • Vermoedelijk werd bij de volkstelling in augustus 1748 van de kerspel Wijhe, boerschap Tongeren, opgetekend dat Jan Wolters, zoon van Wolter Herms, op de hofstede 't Lint woonde. <80> Mogelijk had hij zijn neef Hermen Jansen, zoon van zijn oom Jan Herms, op het boerenbedrijf 't Lint te Tongeren opgevolgd.
  84. REINIER LAMBERTS, landbouwer op de Hasselt, ovl. Wegterholt tussen 1716 en 1723
    Reinier Lamberts tr. met
  85. WILLEMTJE LAMBERTS, ovl. voor 1687
    • Lambert Nijentap en Hendrick Frericks werden op 2-8-1687 aangesteld tot mombers over Cornelis, Swaentjen, Lambert en Joes. Reiners, de onmondige kinderen van Reiner Lamberts en verkregen bij wijlen Willemtje Lamberts, in het huwelijk verwekt. Tussen de vader en de mombers is overeengekomen en geaccordeerd dat de kinderen voor hun moederlijke goed zullen krijgen en genieten een somma van 100 Caroli gulden, en de dochter een bed met toebehoren. De vader zal het voornoemde kapitaal gebruiken tot de kinderen tot 18 jaren zijn gekomen, en dan daarover een behoorlijke rente betalen als zij dan hun goed niet hebben gekregen. De vader verbindt hiervoor zijn plaats, die door hem wordt bewoond. De vader zal de kinderen in eten en drinken, linnen en wol onderhouden, en hen lezen en schrijven laten leren. Mocht een van de kinderen komen te overlijden, dan zal diens nalatenschap aan de anderen komen te vervallen. <81>
    • In het verpondings register van de kerspel Wijhe, buurtschap Wegterhold wordt Rinner op de Hasselt in 1716 voor het erve de Beecke voor een 1/4 deel aangeslagen. In 1723 vond op naam van Jannes op den Hasselt een aanslag plaats voor het hoofdgeld. <82> Hieruit kan geconcludeers worden dat de oudere zonen Cornelis en Lambert voor 1723 zijn overleden en de jonste zoon Joas/Jannes het boerenbedrijf op de Hasselt heeft voortgezet.
    Uit het huwelijk van Reinier Lamberts en Willemtje Lamberts:
    1. Cornelis Reiners, ovl. na 1687.
    2. Swaentien Reiners, ovl. na 1687.
    3. Lambert Reiners, ovl. na 167.
    4. Jannes Reiners [kwnr. 254].
    Generatie X
    INDEX van familienamen
  86. HARMEN JASPERS TEN KLEIJ, keurnoot
    Harmen Jaspers ten Kleij tr. met
  87. ELSKEN SPENGE
    • Herman ten Cleij of ten Kleij was Keurnoot of Volmacht te Coevorden. Dit was een tijdelijk ambt, wat alleen door eigenerfde boeren of vrije burgers door verkiezing kon worden bekleed. Een Keurnoot was bijzitter (assessor) bij de lage rechtspraak, alsmede getuige en mede-ondertekenaar in Schultenakten. Er werd recht gesproken naar Sallands recht, want de Heerlijkheid Coevorden behoorde in die tijd staatkundig nog niet tot de Landschap Drenthe.
    • Harmen Jaspers ten Cleij bezat in 1614 te Coevorden een "Soltstede". Een Soltstede is oorspronkelijk een huisplaats binnen een dorp, waarvan de eigenaar het recht had op een aandeel in de marke: behalve stemrecht en bestuursrecht in de marke, omvatte dat ook materiële rechten, zoals landbouw op een deel van de esgrond, weiderecht voor vee, recht om te plaggen, recht van houtkap, recht om turf te steken, etc. Deze Soltsteden zijn ook blijven bestaan toen Coevorden een stad werd (stadsrechten 1408), hetgeen soms aanleiding gaf tot conflicten.
    Uit het huwelijk van Harmen Jaspers ten Kleij en Elsken Spenge:
    1. Jan Harmens ten Kleij [kwnr. 320].
  88. GERRIT WILLEMS MOLT, geb. Neuenhaus-D (verm.) voor 1560, vervener
    • Het beroep van Gerrit Willems Molt als vervener te Neuenhaus is ontleend aan de kwartierstaat van Elunda Grada Arendina van Holten. <83>
    Gerrit Willems Molt tr. met
  89. FENNA NN
    • In de registers van de grondschatting te Neuenhaus wordt Gerrit Willems Molt in 1646 en 1650 aangeslagen voor: huis 5 gebint (150-0-0), 4 dagmaat achter Coppel (2000-0-0), nog 1 1/2 maat bouland (75-0-0), 1/2 maat in Coburg (60-0-0) en 't hoog op de galgenberg (50-0-0). <84>
    Uit het huwelijk van Gerrit Willems Molt en Fenna NN:
    1. Willem Gerrits Molt, geb. Neuenhaus-D voor 1600 [kwnr. 322].
  90. GEERLICH VAN DER LIPPE, buitenman, ovl. Coevorden voor 1642
    Geerlich van der Lippe tr. met
  91. GEESIEN NN, geb. Coevorden voor 1585. <85>
    • Ouders en grootouders van Geerlich van der Lippe zijn ontleend aan de kwartierstaat van Elunda Grada Arendina van Holten. <86>
    • Op 29-2-1642 vond er voor de schulte van Coevorden tussen Willem Gerrits Molt, echtgenoot van Lutchart Geerlich van der Lippe en Hendrik Geerlichs van der Lippe enerzijds en Jan Roetebus, korporaal, met Adam Harms, echtgenoot van Leentien Geerlings, voordochter van zaliger Anneke Geerlings, gewesene huisvrouw van Smets Roetebus, anderzijds een onderlige koop/verkoop plaats van goederen uit de erfenis van Harmen Geelrichs van der Lippe, broer van Lutchart, Hendrik en Anneke Geerligs van der Lippe. <87>
    Uit het huwelijk van Geerlich van der Lippe en Geesien NN:
    1. Lutgaert Geerlichs van der Lippe [kwnr. 323].
    2. Hindrik Geerlichs van der Lippe.
      • Hindrik Geerlichs van der Lippe had een zoon Harmen, die de stamvader is van het Coevordense geslacht Lipman. <88>
    3. Harmen Geerlichs van der Lippe, geb. ca. 1610, ovl. Coevorden (verm.) voor 1642.
    4. Anneke Geerlichs van der Lippe, ovl. ca. 1642.
      • Anneke Geerlings, gewezen huisvrouw van Smets Roetebus, had een voorkind genaamd Leentien Geerlings. <89>
      Anneke Geerlichs van der Lippe tr. met Smets Roetebus.
    5. Sijmon van der Lippe, soldaat, ovl. na 1661.
      • Op 25-1-1661 werd te Coevorden gedoopt Geesien dv. Sijmon van der Lippe, soldaat. Gezien doopnaam is aangenomen dat Sijmon van der Lippe een zoon is van Geerlich van der Lippe en Geesien NN en hij zijn dochter naar zijn moeder heeft venoemd.
  92. HERMAN JANSSEN (OP DE RIETBERG), ovl. tussen 1630 en 1641
    Herman Janssen (op de Rietberg) tr. met
  93. SWANE VAN BESTEN, geb. ca. 1571, <90> ovl. tussen 2-1648 en 11-1649
    • Over de afkomst van Herman Janssen, gehuwd met Swane van Besten, is niets bekend. Het is opvallend dat van de twee zusters van Swane van Besten ieder een echtgenoot hadden gehuwd die vrijwel altijd voor hen optrad, maar dat in geval van Swane het er in de akten vaak op lijkt dat Herman Janssen er niet zo toe doet. Zoals bij de twist met Johan van Dulmen, gehuwd met Anna van Besten, wordt vermeld dat Van Dulmen met Swaene van Besten tot een akkoord is gekomen. Het meest opvallend is dat voor Zweene van Besten, wanneer zij in 1613 wordt beleend met de halve tienden op Spoelderberg, haar aangetrouwde neef Goert de Baeck als hulder optreedt en niet haar man Herman Rietberch. Dit zou kunnen inhouden dat hij volgens het geldend leenrecht ongekwalificeerd was voor het leenmanschap.
    • Swane van Besten en haar zuster Anna van Besten hadden ieder de helft van de boederij de Rietberg van hun ouders geërfd. Later verkocht Johan van Dulmen hun deel aan Herman Jansen en Swane van Besten, maar voelde hij zich naderhand bekocht. Na een langdurig proces kon een akkoord gesloten worden en kwam de Rietberg kwam toch volledig in hun handen, maar Johan van Dulmen weigerde het akkoord wel te zegelen.
    • Op 10 februari 1648 werd door het gerecht de akten ingeschreven waarin Jan Herensen Dijck en zijn moeder Swaene van Besten verantwoording aflegden over de inkomsten en uitgaven betreffende zijn nicht Maria Winters.
    • Rond 1649 ontstonden er problemen rond de nalatenschap van het echtpaar Herman Janssen-Swane van Besten. Uit de stukken blijkt dat zij toen de vier hieronder genoemde in leven zijnde kinderen hadden. Zoals vermeld in het leenprotocol van de ambtsman van Colmschate uit 1651 blijkt de Rietberg dan in handen te zijn van de twee broers Jan en Hendrik Hermsen en hun zuster Truichien Herms gehuwd met Willem Berends.
    • Op 9 maart 1664 werd Jacob Floir beleend (door wie?) met drie gedeelten van de Rietberg, elk gedeelte ten behoeve Jan Hermsen met Wolterien Beeltsnijder, Menso Gerrits schoonzoon van Hendrik Hermsen en Derck Franken met Henrickien Willems (dochter van Truichien Herms). Later worden deze rechten regelmatig gedeeld en verkocht.
    • Gebaseerd op de artikelreeks in de Nederlandse Leeuw, plaatste Ger Rietberg de genealogie met de mannelijke nakomelingen van Herman Jansen op de Rietberg op zijn website. <91>
    Uit het huwelijk van Herman Janssen (op de Rietberg) en Swane van Besten:
    1. Jan Hermsen van Besten op Rietberg [kwnr. 496].
    2. Aeltien Herms, ovl. ca. 1637.
      Aeltien Herms tr. met Willem Willems Winter, ^op de Rouwenhorst te Herxen, ovl. 1637. <92>
      • Op 11-6-1637 kochten Willem Wilmssen en Aeltien Hermsen de katerstede Rouwenhorst te Herxen. <93>
    3. Truichien Herms, ovl. na 1651.
      Truichien Herms tr. met Willem Berends (van Marle), ovl. tussen 1651 en 1654.
      • Mogelijk was Willem Berendsz een zo <94> on van Berent Egberts "den olden" die in 1600 pachter was van het erf Nieuwenhuis in Marle.
      • Willem Berendsz wordt vanaf 1618 vermeld als pachter van domeingoederen onder Marle (gelegen in de kerspel Wijhe, door een andere loop van de IJssel toen nog Overijsel). Hij was eerder gehuwd met een onbekende. In 1651 vond een vermelding plaats van zijn 2e vrouw Truichien Herms. <95>
    4. Hendrik Hermsen van Besten (Rietberg), geb. ca. 1605 ("olt omtrent 46 jaar" <96> ), keurnoot te Wijhe (1646) en te Zwollerkarspel (1654), ovl. tussen 10-1655 en 8-1656.
      Hendrik Hermsen van Besten (Rietberg) tr. 1x met Anneken Rengers, ovl. voor 1653, dv. Johan Rengers tot de Arendshorst en Josina van Rijsenburg. <97>
      • Anna Rengers was een natuurlijke dochter van Johan Rengers tot de Arendshorst. Een van de erfgenamen van haar vader Johan Rengers was zijn nicht Florentina Rengers, die getrouwd was met Hendrik van Coeverden tot den Bergh. In de zeventiger jaren van de 17de eeuw werd tegen deze Hendrik van Coevorden een proces gevoerd door de erfgenamen van Hendrick Hermsen Rietberg en Anna Rengers. Hierbij werd ondermeer vermeld dat de heer van Coeverden in deze kwestie de originele inventarisatie van wijlen jonker Johan Rengers ter Arentshorst wilde nazien. <98>
      • Op 18 oktober 1655 liet Hendrick Hermsen Rietbergh voogden benoemen over hun zes onmondige kinderen Jan (van Besten), Jannigjen, Marrijken, Aaltjen, Harmtjen en Engbert Hendricks, nagelaten kinderen van Anneken Rengers. Hij overleed zelf een jaar later, want op 29 augustus 1656 wilden de voogden van zijn onmondige kinderen alsmede zijn zoon Jan van Besten op Ammervelde en schoonzoon Menso Gerritsen Meijbergen in het openbaar vruchten te velde verkopen.
      • De meeste Rietberg's die men in Zwolle en omgeving aantreft in de archieven behoren tot de Nederduits Gereformeerde Kerk. Het Rooms-Katholieke geslacht Rietberg heeft als stamvader Menso Gerrits op de Meyberg, zoon van Gerrit Rutgers op de Mars en Aaltien Mensen.
      • Menso Gerrits was eerst gehuwd met Jenneken Hendriks Rietberg, dochter van Hendrick Hermsen Rietbergh en Anneken Rengers. Na haar overlijden trouwde hij met Phijgje Jansen, dochter van Jan Wijnolts Krommendijk en Henrickjen Arents. De in totaal 9 kinderen uit beide huwelijk hebben de familienaam Rietberg aangenomen, waaruit een Rooms-katholieke familie Rietberg in de omgeving van Zwolle is voort gekomen, die in de mannelijke lijn lijkt te zijn uitgestorven. <99>
      Hendrik Hermsen van Besten (Rietberg) otr. 2x Deventer 13-10-1655 met Jenneken Hendricks, (uit Wilp). <100>
  94. WILLEM DIJCK PADDENPOEL
    Willem Dijck Paddenpoel tr. met
  95. NN.
    Uit het huwelijk van Willem Dijck Paddenpoel en NN:
    1. Heiltje Willems Dijck [kwnr. 497].
  96. JAN NN
    Jan NN tr. met
  97. NN.
    Uit het huwelijk van Jan NN en NN:
    1. Hermen Jansen [kwnr. 504].
    2. Merricken Jansen, ovl. na 1685.
      Merricken Jansen tr. met Herman Warners, ^op 't Lint te Tongeren, ovl. na 1685.
      • Hermen Warners op 't Lint en Merreckien Jansen ehelieden lieten in 1685 hun testament opmaken. Zij maakten een testament op de langste levende, daarna tot universele erfgenamen wederzijdse vrienden [in de betekenis van familie?] en verwanten, gelijkelijk te verdelen. Met name worden als erfgenamen genoemd Geertien Hermsen -dochter van haar broer Hermen Jansen- en haar beide broeders Jan en Wolter Herms. <101>

    Generatie XI
    INDEX van familienamen
  98. HERMANUS VAN DER LIPPE, predikant, ovl. Emlichheim-D 1604
    Hermanus van der Lippe tr. Emlichheim-D (verm.) met
  99. CLAASKE RANDERS
    • Volgens Henk Elsinga <102> bekleedde Herman von der Lippe van 1580 tot aan zijn dood in 1604 het ambt van Pastor in de Nederduits Gereformeerd kerk te Emlichheim.
    Uit het huwelijk van Hermanus van der Lippe en Claaske Randers:
    1. Geerlich van der Lippe [kwnr. 646].
  100. JOHAN VAN BESTEN, ^Laerwold.
    Johan van Besten tr. 2x met Johanna de Mepsche, <103> ovl. voor 1593, dv. Geert/Gerardus de Mepsche en Hille Alberda, <104> eerder ev. Geert de Sigers, eigenerfde ^Eelde Johan van Besten tr. 1x met
  101. GEERTRUIJD DE SIGERS
    • Kennelijk had Geertruid de Sigers ter Borch na het overlijden van haar ouders uit de boedelscheiding de erve Rietberg toebedeeld gekregen, want na haar overlijden en van haar man Johan van Besten, werd de Rietberg voor ieder de helft toebedeeld aan hun dochters Anna en Swane van Besten.
    Uit het 1e huwelijk van Johan van Besten met Geertruijd de Sigers:
    1. Anna van Besten.
      Anna van Besten tr. met Johan van Dulmen.
    2. Henrica van Besten.
      Henrica van Besten tr. met Johan van Camphuijsen.
    3. Swane van Besten, geb. ca. 1571 [kwnr. 993].
    Uit het 2e huwelijk van Johan van Besten met Johanna de Mepsche:
    1. Geertruid van Besten, dochter van Johan uit Laerwold, ovl. na 1616.
      Geertruid van Besten otr./tr. Groningen 20-4/12-5-1616 <105> met Coert van Aswede, zv. Borchard van Aswede, borchman te Quakenbrugge en Cloppenburg, erfgezetene te Arckestede, en NN.
    Generatie XII
    INDEX van familienamen
  102. HINDRIK GERLICHS VAN DER LIPPE
    Hindrik Gerlichs van der Lippe tr. met
  103. NN.
    Uit het huwelijk van Hindrik Gerlichs van der Lippe en NN:
    1. Hermanus van der Lippe [kwnr. 1292].
  104. HENRICK VAN BESTEN
    Henrick van Besten tr. met
  105. MARIA VAN LAER TOT LAERWOLD.
    Uit het huwelijk van Henrick van Besten en Maria van Laer tot Laerwold:
    1. Johan van Besten [kwnr. 1986].
    2. Maria van Besten.
      Maria van Besten tr. met Johan Wayer, zv. Johan Wayer, 1525 schepen van Zwolle, en Swane van Rietberge [=kwnrs. 7950+7951].
    3. Bele van Besten.
      Bele van Besten tr. met Evert van Tongeren, schout van Ommen en ambtman van het stift Essen (1571-1604), ovl. te ? 18-7-1604, zv. Johan van Tongeren en Elisabeth van Bloemendael.
  106. REINT DE SIGERS, ovl. Eelde (verm.) voor 1573.
    Reint de Sigers tr. 1x voor 1536 met Eltike NN, ovl. Eelde 22-12-1545
    • Voorouders van de adellijke familie "de Sighers ther Borch" bewoonden in de 16de en 17de eeuw de havezate Ter Borch ten zuiden van Eelde, gelegen op het landgoed van de Waterburcht. De naam Ter Borch is zeer waarschijnlijk aan deze waterburcht ontleend en aan de geslachtsnaam Sigers toegevoegd. De havezate werd in 1798 in zijn geheel afgebroken; de ligging is in 2000 bij de reconstructie van het terrein van de Waterburcht aangegeven. <106>
    • Eelde maakte oorspronkelijk deel uit van de dingspel Noordenveld, waar Reint de Sigers in 1542 en 1550 optrad als ette (= rechter in de etstoel, het voormalige hoogste gerechtshof in Drenthe. <107> ) De leden van het geslacht vervulden verder belangrijke posities in het bestuur van de Landschap Drenthe en bezaten zij aanzienlijke huizen in Eelde.
    • Het familiewapen wordt als volgt omschreven: In goud een omgewende opvliegende raaf van sabel, aan wier bek een kruisboog van azuur hangt, met schacht en kruk van keel. Het schild gedekt door een gouden kroon van drie bladeren en twee parels. Het wapen terug te vinden in het gebrandschilderde raam van het landhuis Vennebroek, in 1848 gebouwd op de plaats van een voormalige havezate ten noorden van Eelde, die in 1689 door achterkleinzoon Johan de Sigers ther Borch was aangekocht. Een aangepaste wapen werd door de voormalige gemeente Eelde gebruikt.
    • Op de grafzerk van Eltike in de kerk van Eelde wordt het wapen op de andere hoekpunten vergezeld door de wapens voor van Addinge (of Ripperda) en Schaffer. Het wapen op het vierde hoekpunt is verloren gegaan. Een relatie naar deze families kon (nog) niet achterhaald worden.
    Reint de Sigers tr. 2x met
  107. ANNA WAYER, ovl. Eelde (verm.) tussen 1602 en 1608.
    Uit het 2e huwelijk van Reint de Sigers met Anna Wayer:
    1. Geert de Sigers, eigenerfde ^Eelde, ovl. voor 1608.
      Geert de Sigers tr. met Johanna de Mepsche, <108> ovl. voor 1593, dv. Geert/Gerardus de Mepsche en Hille Alberda. <109>
      • Uit het huwelijk van Geert de Sigers en Johanna Mepsche werd een zoon Reint geboren die in 1643 verzocht om toegelaten te worden tot de Ridderschap van Drenthe. Diens zoon Johan de Sigers ter Borch werd op 17-2-1646 tot de ridderschap toegelaten, waarmee Ther Borch te Eelde als havezate werd erkend en van schatting was vrijgesteld. <110>
      • Deze Ridderschap vormde vanaf 1603, naast de Eigenerfden, een van de twee standen in de Staten van Drenthe. Voor toelating tot de Ridderschap moest men van adellijke afkomst zijn, een zaalstede of havezate bezitten en er ook in wonen. De edelman moest zelf erkenning van zijn huis als havezate aanvragen. <111> Bij de vestiging van het Koninkrijk der Nederlanden in 1813/1815 verkreeg de adel een officiële status. Nazaat jhr. Gerhardus Bernardus de Sigers ther Borch werd bij KB van 13-3-1889 erkend te behoren tot de Nederlandse adel, als zijnde behorende tot de inheemse adel van voor 1795, van voor de Franse tijd. De adelstitel gaat allen over op de mannelijke nakomelingen en het geslacht stierf in 1924 uit. <112>
    2. Eltike de Sigers, ovl. Zeerijp 8-12-1601 (begr. in de kerk).
      Eltike de Sigers tr. met Writzer ten Holthe, hoofdeling in Zeerijp, ovl. Zeerijp (verm.) tussen 3-1613 en 8-1613, zv. Johan ten Holthe en Margareta Harkinge.
      • Writzer ten Holthe op Backum, hoofdeling in Zeerijp, had eerst de zijde van het Spaanse gezag gehouden, maar sloot zich in 1594 aan bij het nieuwe bewind. <113>
      • Mogelijk dat met Bauckum bedoeld is het huis Boukamaheerd, ene boerenplaats van ongeveer 40 bunder land, wat gestaan heeft in de niet meer bestaande plaats Ten Holthe. Het wapen van dit adelijke huis, zijnde een baal of bengel, om de pot aan op te hangen, komt menigvuldig op de wapenborden te Zeerijp voor. <114>
    3. Geertruijd de Sigers [kwnr. 1987].
    Generatie XIII
    INDEX van familienamen
  108. ... DE SIGERS
    ... de Sigers tr. met
  109. ... CORENPOORT
    • De moeder van Reint de Sigers te Eelde zou volgens een rouwbord in de kerk van Zeerijp Corenpoort (Koernportinge) geheten hebben. Van Reint de Sigers wordt vanaf 1528 al melding gemaakt. <115>
    Uit het huwelijk van ... de Sigers en ... Corenpoort:
    1. Reint de Sigers [kwnr. 3974].
  110. JOHAN WAYER, 1525 schepen van Zwolle, ovl. voor 1564
    Johan Wayer tr. met
  111. SWANE VAN RIETBERGE, ovl. voor 1564
    • In het schattingsregister van Salland uit 1520 wordt Johan Wayer genoemd als eigenaar van de erve Rietberg in de buurtschap Tongeren. Op 11-7-1564 werd door zijn zoon Johan Wayer en zijn vier dochters de nalatenschap van hem en zijn vrouw Swane van Rietberge verdeeld. Zijn oudste dochter Anna Wayer, gehuwd met Reijnt Zijgers, verkreeg de ene helft van de erve -bestaande uit een huis, hooiberg, bomen, ossenweide, de Tungerkamp en al het overige- toebedeeld en de andere helft ging naar Geertruid Wayer, gehuwd met Henrick van Uterwijck. Kort daarna nam Reijnt Zegers op 15-7-1564 deze helft over tegen een jaarrente van 90 goudgulden en een inlossing van 1800 goudgulden met een opzegremijn van een jaar. <116>
    Uit het huwelijk van Johan Wayer en Swane van Rietberge:
    1. Remmelt Wayer.
      Remmelt Wayer tr. met Andries van Lynneren.
    2. Eva Wayer.
    3. Anna Wayer [kwnr. 3975].
    4. Johan Wayer.
      Johan Wayer tr. met Maria van Besten, dv. Henrick van Besten en Maria van Laer tot Laerwold [=kwnrs. 3972+3973].
    5. Geertruid Wayer.
      Geertruid Wayer tr. 1x met Henrick van Coert ter Loe.
      Geertruid Wayer tr. 2x 1585 met Johan van Bolten.
      Geertruid Wayer tr. 3x met Henrick van Uterwijck, geb. ca. 1564.
    Generatie XIV
    INDEX van familienamen
  112. ... VAN RIETBERGE
    ... van Rietberge tr. met
  113. NN.
    Uit het huwelijk van ... van Rietberge en NN:
    1. Swane van Rietberge [kwnr. 7951].
    Generatie XV
    INDEX van familienamen
  114. OELRICK VAN RIETBERGE, geb. ca. 1450
    Oelrick van Rietberge tr. met
  115. SWANE NN
    • In 1445 werd te Tongeren ene Oelrick van Rietberge ende syn guet genoemd en in 1450 schonken Oelrick van Reetberge en zijn vrouw Sweene een bijdrage voor en priesterlijke prebende in de kerk van Wijhe. Onduidelijk is zijn relatie met de familie Van Tongeren, maar vermoedelijk is een deel van het erve Rietberg afgeplitst van het goed Tongeren, als belening of als vererving. In 1520 is er sprake van een pachter Gheryt ten Rietbarch en Johan Wayer als eigenaar van de erve Rietberg. Johan Wayer was getrouwd met Swane van Rietberg, vermoedelijk een kleindochter van Oelrick van Rietberge.
    • Een open vraag is of dit erf naar Oelrick van Rietberge is genoemd of Oelrick naar de naam van het erf. <117>
    Uit het huwelijk van Oelrick van Rietberge en Swane NN:
    1. ... van Rietberge [kwnr. 15902].

    TOP


    NOTEN:
    Terug door aanklikken op nootnummer

    Verkortingen gebruikt in de noten:
    Bev.Reg. - BevolkingsregisterKNGvGW - Koningklijk Genootschap voor Geslacht- en WapenkundeOSA - ?
    HCO - Historisch Centrum Overijssel te ZwolleNL - Nederlandsche LeeuwRAD - Regionaal Archief Drente te Assen?
    HUA - Het Utrechts Archief te UtrechtORA - Oud Rechtelijk Archief

    1. Haags Gemeentearchief, Bev.Reg. -Den Haag, periode 1880-1895, deel 124 blad 89.
    2. Haags Gemeentearchief, Bev.Reg. -Den Haag, periode 1880-1895, deel 44 blad 78.
    3. Haags Gemeentearchief, Bev.Reg.-Den Haag, periode 1896-1913, deel 94 bladen 3 en 27.
    4. HUA, Bev.Reg.-Utrecht 1890-1899, blad 3679.
    5. HUA, Bev.Reg.-Maartensdijk periode 1880-1900 blad .58.
    6. Persoonskaart.
    7. HUA, Huwelijksbijlage aktenr. 247, afgegeven 20 april 1896 door de Commisaris der Koningin in de provincie Utrecht.
    8. HUA, Dienstbaren Register Rhenen 1862-1889, blad 29.
    9. HUA, Bev.Reg.-Utrecht 1880-1889, blad 2204.
    10. Achterhoeks Archief, Bev.Reg. Lichtenvoorde blad nr. 169.
    11. HUA, Bev.Reg.-Utrecht 1890-1899, blad 3679. Nazoekingen in het gemeentearchief van Haarlem hebben geen aanvullende informatie opgelever.
    12. HUA, Bev.Reg Maartensdijk periode 1880-1900 blad 149.
    13. Roel ten Kleij - home.tiscali.nl/~t987027/
    14. KNGvGW-1983, blz. 21.
    15. Henk Elsinga - home.wanadoo.nl/henkelsinga (Juni 2012 website wel bereikbaar, maar blanco)
    16. bron: Roel ten Kleij.
    17. Sophia Kroes - home.planet.nl/~kroes715/sophie/pg_00005.htm, kwnr. 401 ev.
    18. Nederlandse Leeuw - jrg. 1967.
    19. www.buzepol.com.
    20. In het Registre Civique 1811 van de Commune Heerde, buurtschap Vorchten, is onder nr. 1 is ook een gelijkluidende naamgenoot, eveneens journalier geb. 29-08-1772, vermeld maar gezien het bekende huwelijksjaar van Dirk Arends minder waarschijnlijk.
    21. Nederlandsche Leeuw jrg. 1955, kol. 388.
    24. bron: Jeanette Blokhuis-Potasse
    25. bron: Jeanette Blokhuis-Potasse
    26. bron: Roel ten Klei.
    27. bron: Roel ten Klei.
    28. KNGvGW 1983.
    29. Van Dale - Groot Woordenboek der Nederlandse Taal1984.
    30. G. Rietberg in: Zutphen, Tijdschrift voor de Historie van Zutphen, jrg. 1997-3, pag 65-69.
    31. bron: Roel ten Klei.
    32. KNGvGW-1983.
    33. KNGvGW-1983.
    34. bron: Roel ten Klei.
    35. KNGvGW-1983.
    36. bron: Roel ten Klei.
    37. bron: Roel ten Klei.
    38. bron: Roel ten Klei.
    39. De familie Ten Cate/Kate wordt beschreven in de "Genealogische aantekeningen betreffende Drentse families", verzameld door F.H. Robaard 1970-1991 (bldn. 453- 469), aanwezig in het CBG te Den Haag.
    40. bron: Roel ten Klei.
    41. KNGvGW-1983.
    42. KNGvGW 1983.
    43. KNGvGW 1983.
    44. KNGvGW-1983.
    45. bron: Roel ten Klei.
    46. Henk Lunstro: Parenteel van Wilhelm Vlieck - home.planet.nl/~lunst001/vliek.htm
    47. HCO-ORA Wijhe, inv. nr. 15 fol 326.
    48. http://home.hetnet.nl/~poldenh/3.htm, sinds 2008 niet meer bereikbaar.
    49. Gens Nostra, jrg. 1987 bld. 148 ev.: H. Oldenhof en Dr. P.Bos, Genealogie Oldenhof (oorspronkelijk Wijhe en omgeving) bld. 157.
    50. bron: Roel ten Klei.
    51. KNGvGW-1983.
    52. bron: Roel ten Klei, november 2001.
    53. KNGvGW-1983.
    54. KNGvGW-1983.
    55. of Oldeniel, naar een voormalige havezate (CD-rom A.J. van der Aa, Aardrijkskundig Woordenboek).
    56. NL-jrg. 2003, kol. 149, noot 149: HCO, ORA Wijhe, inv.nr. 41.
    57. NL-jrg. 2001, kol. 362-374; G.J.A. Rientjes en B. van Doorn: Een Rietberg in de familietak Vos - Wie was Hendrik Hendriks Rietberg.
    58. Wim Coster: Het Kleine of Oldener Veer, een geschiedenis van eeuwen over de IJssel, blz. 19. Uitgave Historisch Centrum Overijssel, Zwolle - 2004.
    59. HCO-ORA Wijhe, inv.nrs. 10 fol. 211 en 14 fol. 1751.
    60. HCO, ORA-wijhe, deel 11 resp. fol. 164 en fol. 174.
    61. NL-jrg. 2003, kol. 156 noot 168: HCO-ORA Wijhe, inv. nr. 15 fol 326.
    62. Joke Koot-Paping - home.planet.nl/~koot0011/kwartier2/joke-frm3.htm
    63. HCO, ORA-Wijhe, deel 15, folio 306v.
    64. HCO, ORA-Wijhe, deel 17, folio 121.
    65. Opgave Joke Koot feb. 2009: huwelijk Wijhe, 545a-166.
    66. RAD Borgerboek Coevorden-inv.nr. 392, folio 21.
    67. bron: Roel ten Kleij.
    68. RAD Burgerboek Coevorden-inv.nr. 392, fol 14; bron: Roel ten Klei.
    69. OSA 845, reg. 91.
    70. bron: Jeanne van Holten.
    71. Schultengerecht Coevorden - Vrijwillige rechtspraak, Inventarisnummer 4, deel 4, akte 32; bron: Jeanne van Holten.
    72. Schultengerecht Coevorden - Vrijwillige rechtspraak, inv.nr. 4 - deel 2, akte 23.
    73. Ned. Adelsboek- 1940, blz. 162.
    74. Dudok van Heel verwijst in NL-jrg. 1965, kol. 374 naar Ned. Patriciaat jrg. 1930, blz. 31.
    75. NL-jrg. 1966, kol. 174.
    76. NL-jrg. 1966, kol. 174: RA. Wijhe inv.nr. 7.
    77. Ned. Patriciaat-jrg. 1976, blz.108.
    78. J.J. Streng: Stemme in staat - De bestuurlijke elite in de stadsrepubliek Zwolle 1579-1795, blz. Uitgeverij Verloren, Hilversum - 1997.
    79. Lid van de gezworenen gemeente, een college dat de burgerij bij het stadsbestuur vertegenwoordigde (Van Dale-1984).
    80. Joke Koot feb. 2009.
    81. HC0, ORA-Wijhe, deel 7 folio 322.
    82. HCO Statenarchief, toegangsnr. 3.1 nrs 2499 fol. 83v en 2682 fol. 40.
    83. bron: Jeanne van Holten - home.kpn.nl/holten50/ - maart 2009.
    84. bron: Jeanne van Holten.
    85. Op diverse websites wordt Gesien Everts ten Kleij genoemd als echtgenoot van Geerlich van der Lippe. Zij zou een dochter moeten zijn van Evert Willem Ten Kleij/Bucking, geboren in 1721. Er lijkt mij een fout te zijn opgetreden bij het genereren omstreeks het jaar 2000 van de overzichten door het programma GED4WEB.
    86. HCO Statenarchief, toegangsnr. 3.1 nrs 2499 fol. 83v en 2682 fol. 40.
    87. bron: Roel ten Klei.
    88. coevern.nl/stambomen/lipman.html
    89. bron: Roel ten Klei.
    90. ontleend aan een akte dd. 19-7-1621 (HCO, ORA-Wijhe, inv.nr. 39 en 40)
    91. www.rietbergweb.nl. Betreffende de diverse naamgevingen die voorkomen en ontleend zijn aan de echtgenoten of boerderijen (zelfs gecombineerd), zie het artikel "Jan van Besten aan de IJssel ..." van R. van Bessen-Jongman en B. van Dooren (Gens Nostra-jrg. 2006, blz. 226 ev.)
    92. NL-jrg. 2003, kol. 141, noot 51 verwijst voor dit overlijdens jaar naar : HCO, ORA-Wijhe, inv.nr. 40 dd. 16-11-1649.
    93. NL-jrg. 2003, kol. 141, noot 50: HCO, ORA-Wijhe, inv.nr. 3 pag. 156.
    94. Ned. Patrciaat 1982, blz. 215.
    95. Ned. Patriciaat 1982, blz. 214/215.
    96. NL-jrg. 2003, kol. 257, noot 375: HCO, ORA Wijhe-inv.nr. 40 dd. 13-11-1651.
    97. verm. ouders, NL-jrg. 1956, kol. 305.
    98. NL-jrg. 2003, kol. 257 noot 377, verwijzende naar A.J. Gevers en A.J. Mensema: De havezaten van Salland en hun bewoners, p. 255. Uitgever: Canaletto Alphen a/d Rijn, 3e druk 1993.
    99. NL-jrg. 2002, nr. 3-4, kolom 118-139; B. van Dooren en G.J.A. Rientjes: De Rooms-Katholieke familie Rietberg.
    100. Het 2e huwelijk van Hendrick Hermsen van Besten met Jenneken Hendricks is ontleend aan de aanvulling op de genealogie Rietberg in NL-jrg. 2005, kol. 353.
    101. HCO, ORA Wijhe, deel 7 fol 271.
    102. http://home.wanadoo.nl/henkelsinga.
    103. Nederland's Adelsboek 1951, blz. 283/284.
    104. Nederland's Adelsboek 1951, blz. 283/284.
    105. NL-jrg. 1943, kol. 199.
    106. Litt.: J.J. Franck-Kuyten, "Het huis Terborch in Eelde". Ons Waardeel 2 - 1982.
    107. Van Dale - 1984
    108. Nederland's Adelsboek 1951, blz. 283/284
    109. Nederland's Adelsboek 1951, blz. 283/284
    110. www.arendarendse.nl sub de Sigers ther Borch.
    111. Encyclopedie Drenthe Online.
    112. Nederland's Patriciaat 1951, blz. 283.
    113. NL-jrg. 1948; Mr. H.L. Hommes: Bijdragen tot genealogiën van oude adellijke geslachten in Stad en Lande VI, kol. 33/34.
    114. A.J. van der Aa, Aardrijkskundig Woordenboek.
    115. Nederland's Adelsboek 1951: het geslacht De Sigers ther Borch, uitgestorven in 1924, blz. 283 ev.
    116. NL-jrg. 2003, kol. 134.
    117. NL-jrg. 2003, kol. 129/130.

TOP


FAMILIENAMEN in de kwartierstaat Aaltje Potasse
Koppeling naar de eerst voorkomende kwartierouder, mogelijk meerdere takken.


BAKKER
BERENDS
BESTEN
BOUWMAN
CLAASSEN
CORNELISDR
CORNELISSE
DIJCK
DUUREN
ESSEN
GEERLICHS
HARMS
HENDRIKS
HERMS
HERMS
JACOBS
JACOBS
JACOBS
JANS
JANS
KEMPER
KLEIJ
KRINEBELD
KUIPER
LAERWOLD
LAMBERTS
LIPPE
MASTENBROEK
MEIJER
MOLT
OVERWETTERING
POTASSE
RANDERS
REINERS
RIETBERG
RIETBERG
RIETBERGE
RIETGELT
SIGERS
SPENGE
VLIECK
VLIECK
VOSSEBELT
VRIES
WAYER
.
.
.

TOP


©Vic. Poolen
mail@vicpoolen.nl

.

.

.

.

.

.

.

.

.