Poolen KWARTIERSTAAT van Willem Jan Frederik Poolen
geb. 17-5-1846 te Rotterdam
zoon van Jan Poolen en Adriana Elisabeth Bastiaanse

BLAUW verwijzing naar ouders en naar het kwartier van het kind

Samenstelling: Vic. Poolen 30-10-2012

www.vicpoolen.nl
Rotterdam


In de kwartierstaat zijn de volgende verkortingen gebruikt:
geb.-geboren ged.-gedoopt zv.-zoon van ev.-echtgeno(o)t(e)van ^-wonende/verblijvende te
ovl.-overleden bgr.-begraven dv.-dochter van wed.-weduwe van
otr.-ondertrouw tr.-getrouwd kv.-kind van wedn.-weduwnaar van

      Generatie I
      INDEX van familienamen
    1. WILLEM JAN FREDERIK POOLEN, geb. Rotterdam 17-5-1846, rooms katholiek, commissionair in tabak, ovl. Haarlem 8-6-1917 (in het R.K.-ziekenhuis St.Joannes de Deo).
      Willem Jan Frederik Poolen tr. Rotterdam 13-5-1868 met Anna Koster, geb. Rotterdam 18-8-1844, nederl.herv., ovl. Amsterdam 25-1-1911, dv. Lourens Koster, in 1841 geëmployeerde aan de Nederlandse Stoomboot Maatschappij en omstreeks 1867 commissaris van de Leidse- en Delftsche pakschuit, en Johanna Quart, in 1841 winkelierster
      • Voor hun huwelijk woonde Willem Jan Frederik Poolen in de Jonker Fransstraat, wijk 13 nr. 590 en Anna Koster aan de Nieuwehaven, wijk 12 nr. 337 te Rotterdam.
      • Anna Koster kreeg van haar ouders geen toestemming voor haar huwelijk met Willem Jan Frederik Poolen. Als huwelijksgetuigen traden op: Frederik Hendrik Görlitz, 48 jaar - hoofdonderwijzer, neef van de bruidegom [kv. kind d.-kwnrs. 10+11]; Herman Veltmeijer, 65 jaar; Antoine Jean le Gras, 29 jaar - toneelspeler; Cornelis Hendrik van der Graaf, 30 jaar - boekhouder.
      • Bij zijn huwelijk werd Willem Jan Frederik Poolen aangeduid als reiziger, maar hij werd later in het bevolkingsregister van Rotterdam ook reisbediende genoemd. Zijn beroep betekende voor zijn gezin kennelijk regelmatig terugkerende verhuizingen:
        -Het gezin vestigde zich op 3 februari 1874 te Amsterdam en werd Willem Jan Frederik Poolen als commissionair vermeld. 29 april 1876 vertrok de familie naar Princenhage, maar werd op 14 mei 1878 weer te Amsterdam ingeschreven.
        -Vervolgens: 13 mei 1882 naar Sloten - 2 mei 1885 naar Nieuwer Amstel - 4 november 1889 terug in Amsterdam - 20 juni 1892 weer naar Nieuwer Amstel, maar een jaar later op 26 juni 1893 weer terug te Amsterdam.
        -Willem Jan Frederik Poolen en Anna Koster vertrokken op 4 augustus 1900 zonder kinderen naar Rotterdam, waar zij een sigarenwinkel gingen drijven. Op 26 juni 1902 werd Willem Jan Frederik Poolen, koopman in sigaren, failliet verklaard en lieten zij zich op 3 augustus dav. weer uitschrijven naar Amsterdam. Daar werden zij op 2 oktober 1902 ingeschreven en liet Willem Jan Fredrik Poolen zich commissionair in sigaren noemen. Het faillissement werd op 2 januari 1904 beëindigd door het bindend worden van de enige uitdelingslijst.
      • Anna Koster overleed in 1911 te Amsterdam en Willem Jan Frederik Poolen in 1917 te Haarlem. Waarom hij naar Haarlem is gegaan is niet bekend, want hij staat aldaar slechts in het passanten-register vermeld, met als woonadres het ziekenhuis.
      Uit het huwelijk van Willem Jan Frederik Poolen en Anna Koster:
      1. Jan Willem Frederik Poolen, geb. Rotterdam 13-5-1869, nederl.herv., spoorwegbeambte, ladingmeester, ovl. Rotterdam 12-4-1932.
        • Jan Willem Frederik Poolen werd op 7 april 1891 vanuit Amsterdam naar Rotterdam overgeschreven. Op 31-12-1894 trad hij als hulparbeider in dienst van de Spoorwegen, met als standplaats Feijenoord. Op 5-8-1900 werd hij daar benoemd als voorman-arbeider en kreeg hij er vervolgens op 25-9-1906 een aanstelling als ladingmeester. In deze functie kreeg hij op 30-10-1924 eervol ontslag met pensioen wegens invaliditeit. <1>
        Jan Willem Frederik Poolen tr. Rotterdam 28-12-1892 met Jacoba Alida Christina van Loenen, geb. Tiel 28-12-1869, ovl. Rotterdam 26-10-1947, dv. Johan van Loenen, koetsier, ^Rotterdam, en Aletta Catharina Spillenaar.
      2. Lourens Poolen, geb. Rotterdam 12-3-1871, nederl.herv., chef de bureau bij Blikman en Sartorius, groothandel in kantoorbenodigdheden te Amsterdam, lekendichter onder de naam El Neloop, ovl. Amsterdam 16-3-1946.
        Lourens Poolen tr. Amsterdam 31-5-1894 met Magdalena Rammers, geb. Schiedam 22-8-1855, hulp in de huishouding, ovl. Amsterdam 19-7-1940, dv. Pieter Rammers, timmerman(-sknecht), en Maria Wilhelmina Oosterhold.
        • Magdalena Rammers werd op 11 september 1874 -komende uit Schiedam- te Amsterdam ingeschreven en was tot aan haar huwlijk met Lourens Poolen hulp in de huishouding bij de familie Poolen-Koster.
        • Uit het huwelijk van Lourens Poolen en Magdalena Rammers zijn geen kinderen geboren.
      3. Albert Jean Poolen, geb. Rotterdam 13-2-1873, nederl.herv., hofmeester bij de Kon. Marine (bij zijn overlijden vermeld als scheepskok, ^Rotterdam), ovl. Vrijenban 4-6-1908 (thans gemeente Delft).
        • Op 7 april 1891 liet Albert Jean Poolen bij notaris Jan Pieter Roeland Suringar te Rotterdam zijn testament opstellen. Hij wordt daarin hofmeester genoemd, ongehuwd en wonende te Amsterdam. <2> Vervolgens werd hij op 21 april dav. vanuit die stad naar het Marine-Wachtschip te Den Helder uitgeschreven. Op 10 augustus 1897 hernieuwde hij voor genoemde notaris zijn testament en daarin wordt hij aangeduid als hofmeester bij de Koninklijke Marine, ^Nieuw Helvoet. <3>
        • Op 25 april 1899 vestigde hij zich te Rotterdam, komende van het logementschip in Nieuw Helvoet. Aanvankelijk was hij ingeschreven als broodbakker, later is dat gewijzigd in hofmeester.
        Albert Jean Poolen tr. Hellevoetsluis 7-1-1897 met Frederika Johanna Cornelia Hagenaar, geb. Den Helder 20-4-1874, ovl. Den Haag 3-6-1931, dv. Cornelis Hagenaar en Anna Maria Veen.
        • Frederika Johanna Cornelia Hagenaar was op 17 april 1908 -voor het overlijden van Albert Jean Poolen- al ingeschreven in Amsterdam, komende uit Rotterdam en vertrok op 17 april 1909 als weduwe weer naar Rotterdam.
        • Uit het huwelijk van Albert Jean Poolen en Frederika Johanna Cornnelia Hagenaar zijn geen kinderen bekend.
        • Frederika Johanna Cornelia Hagenaar tr.(2) Brielle 20.07.1910 Jan 't Hart, scheepsbediende, geb. Brielle 22.02.1887, ovl. verm. 's-Gravenhage na 1924. Het echtpaar 't Hart-Hagenaar werd op 7 april 1913 uit de burgelijke stand van Rotterdam afgevoerd naar Amsterdam en daar op 9 juli 1924 naar 's-Gravenhage.
      4. Willem Hendricus Poolen, geb. Amsterdam 11-2-1875, nederl.herv., perroncontroleur, ovl./begr. Amsterdam/Zutphen 18/21-12-1961.
        • Willem Hendricus Poolen voldeed zijn militaire dienst in het 7e regiment infantrie, lichting 1875, stamboeknr. 87628. <4>
        Willem Hendricus Poolen tr. (nederl.herv.) Amsterdam 23-3-1898 (predikant: L. Schulen tot Peursem) met Janna Geertruida Justina van Essen, geb. Maartensdijk 30-10-1874, dienstbode, ovl./begr. Zutphen 16/20-8-1954, dv. Jan van Essen, stoker gasbedrijf te Utrecht, later tuinman, en Hendrika Johanna van der Horst, dienstbode.
        • Janna Geertruida Justina van Essen woonde achtereenvolgens in Groenekan, Utrecht, Groenekan, Breda, Groenekan en op 25-2-1895 kwam zij naar Amsterdam. Voordat zij trouwde woonde zij vanaf 15-7-1896 bij haar zuster Cornelia Hendrica van Essen, die gehuwd was met Coenraad Kalkhoven. <5>
        • De toestemming voor het huwelijk tussen Willem Hendricus Poolen en Janna Geertruida Justina van Essen werd verkregen "... des bruidegoms bij notariële akte en de vader der bruid voor ons tegenwoordig ...".
        • Op 10-2-1900 vertrokken zij vanuit Amsterdam naar Utrecht en woonden achtereenvolgens in de Riouwstraat nrs. 63 en 67 (1903). Willem Hendricus Poolen wordt genoemd als banketbakker, werkman, <6> en was kopervormer voordat hij op 20-2-1903 als hulp-/treinarbeider bij de Nederlandsche Centraal Spoorwegen in dienst trad. Als conducteur bij de Stoomtramweg vertrok hij op 19-5-1908 met zijn gezin naar Elburg en werd op 26 november dav. portier te Kampen. Op 13-9-1908 werd het gezin komende van IJsselmuiden weer te Utrecht ingeschreven. Zij woonden Violenstraat 24 en later (1910) Papaverstraat 33.
        • Per 1 januari 1913 werd Willem Hendricus Poolen perronconducteur en werd hij op 20-5-1923 overgeplaatst naar Zutphen, waarheen hij op 12-7-1923 met zijn vrouw Geertruida Justina van Essen en hun zoon Hendrik Johannes naar toe verhuisden (Zerboldstraat 2). Per 1-12-1935 kreeg hij (wegens het bereiken van de 60-jarige leeftijd) eervol ontslag. <7> Na het overlijden van Geertruida Justina van Essen in 1954 ging Willem Hendricus Poolen kort daarna bij zijn zoon Willem Jan Frederik in Amsterdam wonen.
      5. Johan Poolen, geb. Princenhage 21-11-1877, nederl.herv., militair, ovl. Batavia-Ned.Ind. 8-9-1901 aan de gevolgen van een poging tot zelfdoding..
        • Johan Poolen was "den 2- November 1894 vrijwillig ge-engageerd als kanonier voor acht jaren" bij het 2e Regiment Vestingartillerie, 7e compagnie te Amsterdam. "Bij zijne aankomst bij het korps [in de Oranje-Nassau kazerne] lang 1.602 meter en bij het intreden van zijn 19. levensjaar 1.638 m.". Hij werd op 3 november 1895 bevorderd tot hoornblazer en op 28 december van hetzelfde jaar overgeplaats naar de instructie compagnie. <8>
        • Op 9 mei 1896 ging Johan Poolen, met een hernieuwde verbintenis voor 6 jaar en een gratificatie van 200,-- gulden, over naar de Koloniale Troepen. Op 18 mei 1896 liet hij, kanonier bij de vestingartillerie van het Oost-Indische leger en op dat moment gelegerd in het garnizoen te Harderwijk, bij notaris Jan Pieter Roeland Suringar te Rotterdam zijn testament opstellen. <9> Met het SS. Ardjoeno vertrok hij op 18 juli 1896 vanuit Rotterdam naar Indië, waar hij op 23 augustus dav. aankwam. Op 8 september 1901 overleed Johan Poolen te Batavia aan de gevolgen van een gepoogde zelfmoord. Aangezien het adres van zijn ouders aanvankelijk niet bekend was, werd pas 2 jaar later -op 19 oktober 1903- zijn papieren en 160,285 gulden aan hen overgemaakt. <10>

      Generatie II
      INDEX van familienamen
    2. JAN POOLEN, geb. Rotterdam 24-3-1815, nederl.herv., inspecteur van politie, later kunstdraaier, ovl. Rotterdam 23-4-1870 na een kortstondig doch smartelijk lijden. <11>
      • Bij zijn huwelijk in 1843 met Adriana Bastiaanse werd Jan Poolen genoemd als commies der stedelijke belasting. Adriana Elisabeth Bastiaanse was van katholieke huize en zijn de kinderen uit haar huwelijk met hem in het bevolkingsregister van Rotterdam als Rooms Catholiek ingeschreven.
      • Op 1 april 1846 trad hij als Inspecteur 2e Klasse in dienst bij de Rotterdamse politie, die hij wegens "ligchaamszwakte" op eigen verzoek per 1 februari 1867 met eervol ontslag verliet. Gedurende zijn dienstperiode vonden er 11 aantekeningen plaats in het Register van Discipline betreffende hem opgelegde disciplinaire straffen, variërende van berisping, strafnachtwachten, intrekking vrije zondagen en tot twee keer toe inhoudingen van zijn tractement over respectievelijk een halve maand cq. 8 dagen. <12>
      • Bij het overlijden van zijn zoon Anton Francisus in mei 1868 en bij het huwelijk van zijn zoon Willem Jan Frederik met Anna Koster in diezelfde maand werd Jan Poolen als Kunstdraaijer aangeduid, evenals bij zijn overlijden in 1870. <13>
      Jan Poolen tr. Rotterdam 15-2-1843 met
    3. ADRIANA ELISABETH BASTIAANSE, geb. Rotterdam 5-1-1825, rooms katholiek, ovl. Amsterdam 11-5-1912.
      • Na het overlijden van haar man ging Adriana Elisabeth Bastiaanse op 16 februari 1872 naar Delft en nam zij haar minderjarige zoon Jan Carel Alexander met haar mee. In april 1878 kwam zij weer terug in Rotterdam.
      Adriana Elisabeth Bastiaanse tr. 2x Rotterdam 1-5-1878 met Hendrik van Lis, geb. Rotterdam 16-11-1819, rooms katholiek, stadschambtenaar, ovl. Rotterdam 11-1-1887 (69j.), zv. Gerrit van Lis, sjouwer, en Hendrina Drooghart, eerder ev. Catharina Maria Christina Horreweld
      • Op 5 april 1895 werd Adriana Elisabeth Bastiaanse van Rotterdam uitgeschreven naar Hellevoetsluis, maar in de overlijdensakte van haar dochter Maria Johanna Poolen (overleden op 22 mei 1899 te Delft) werd genoemd dat zij in Amsterdam woonde. Zij overleed daar in 1912 ten huize van haar dochter Adriana Elizabeth Poolen, weduwe van Jacobus Adrianus Verhaert.
      Uit het huwelijk van Jan Poolen en Adriana Elisabeth Bastiaanse:
      1. Johanna Maria Poolen, geb. Rotterdam 9-7-1843, rooms katholiek, ovl. Rotterdam 29-8-1843.
      2. Willem Jan Poolen, geb. Rotterdam 24-6-1844, rooms katholiek, ovl. Rotterdam 18-12-1844.
      3. Willem Jan Frederik Poolen, geb. Rotterdam 17-5-1846, rooms katholiek [kwnr. 1].
      4. Maria Johanna Poolen, geb. Rotterdam 19-9-1848, rooms katholiek, modegoedmaakster, huishoudster, ovl. Delft 22-5-1899.
        • Bij gerechtelijke acte dd. 13 januari 1869 werd door Jan Poolen, kunstdraaijer wonende in de Jonker Fransstraat te Rotterdam, aan zijn minderjarige dochter Maria Johanna Poolen handlichting verleend "tot de geheele ontvangst, de uitgave van en de beschikking over hare inkomsten, het drijven van nering en handel en het aangaan van alle verbintenissen daartoe betrekkelijk". <14>
        Maria Johanna Poolen tr. Rotterdam 9-5-1877 met Pieter Bosman, geb. Rotterdam 3-8-1848, nederl.herv., instrumentmaker, ovl. Delft 26-4-1885, zv. Johannes Bosman, scheepmaker, en Amalia Josephine Gaedig.
        • Uit de huwelijksakte van Maria Johanna Poolen met Pieter Bosman wordt ontleend: "...alsnu verklaarden partijen te erkennen twee kinderen, beiden alhier geboren het eerst genaamd Maria Adriana Elizabeth den zesden Mei eenduizend achthonderd negen en zestig en het tweede genaamd Antonius Franciscus den dertienden September eenduizend achthonderd zeventig."
        • Ook reeds eerder was er bij Maria Johanna een kind geboren, want op 12 november 1871 overleed een dochter van haar: Frederika Maria Poolen, oud drie jaar en zeven maanden.
        • In mei 1882 vestigde het gezin Bosman-Poolen zich in Delft. Na het overlijden van Pieter Bosman in 1885 werd Maria Johanna Poolen huishoudster bij de (rooms kath.) koopman Florentius Verheul in Delft.
      5. Adriana Elisabeth Poolen, geb. Rotterdam 6-9-1850, rooms katholiek, modiste, ovl. Amsterdam 31-1-1933.
        Adriana Elisabeth Poolen tr. Rotterdam 27-11-1878 met Jacobus Adrianus Verhaert, geb. Rotterdam 21-7-1851, constabel, ovl. Nieuw-Helvoet 29-12-1895, zv. Adrien Verhaert, broodbakker, en Claire Francina Houben.
        • De carrière en onderscheidingen (oa. Ereteken Atjeh) van Jacobus Adrianus Verhaert zijn opgetekend in het Stammboek Marinepersoneel 1813-1940. <15>
      6. Jan Poolen, geb. Rotterdam 1-11-1852, rooms katholiek, ovl. Rotterdam 18-1-1853.
      7. Jan Carel Alexander Poolen, geb. Rotterdam 28-2-1861, rooms katholiek, kantoorbediende, ovl. Den Haag 28-9-1944.
        Jan Carel Alexander Poolen otr./tr. Rotterdam/Delft 4/24-4-1889 met Wilhelmina Eshuis, geb. Rotterdam 11-6-1865, remonstrants, naaister, ovl. Epe 29-3-1945, dv. Hendrik Eshuis, dir. Gymnastiek-en Zwemschool, en Elizabeth Poolen [=dv. kwnr. 4/5-c].
      8. Anna Elisabeth Amelia Poolen, geb. Rotterdam 7-12-1863, rooms katholiek, ovl. Rotterdam 24-2-1864.
      9. Anton Fransiscus Poolen, geb. Rotterdam 4-8-1865, rooms katholiek, ovl. Rotterdam 2-5-1868.
      Generatie III
      INDEX van familienamen
    4. JAN POOLEN, ged. Rotterdam 8-8-1779 (^Zandstraat, doopget. Maria de Bosson), schoolhouder, ovl. Rotterdam 11-6-1817 (^Gortmolenstraat N346)
      • Jan Poolen is -als enige met deze familienaam- in de Liste Civique uit 1811 opgenomen en wordt hij aangeduid als onderwijzer, oud 32 jaar. <16>
      Jan Poolen otr./tr. (schepentrouwboek) Rotterdam 9/24-5-1801 met
    5. JOHANNA MARIA WILLEMSE, geb. Aarlanderveen, ged. Alphen a/d Rijn 30-4-1775 (get. Johanna Wilhelmina de Groot), ovl. Rotterdam 15-8-1853, dv. Jacobus Willemse, beeldhouwersknecht, en Jacoba Cornelia de Groot.

      • Jan Poolen, jm. ^Rotterdam X Johanna Maria Willemse, jd. van Alphen ^Rotterdam, pro deo.
      Uit het huwelijk van Jan Poolen en Johanna Maria Willemse:
      1. Pieter Jan Poolen, geb./ged. Rotterdam 15/17-1-1802 (^Molestraat, doopget. Sibilla van de Garnaaij), hoofdonderwijzer, ovl. Rotterdam 27-12-1873 (^Oostplein).
        Pieter Jan Poolen tr. Rotterdam 9-4-1834 met Trijntje Verheul, geb. Giesendam 14-12-1799, ovl. Rotterdam 3-10-1879, dv. Dirk Verheul, dijkwerker, en Annigje Verschoor.
      2. Jacoba Cornelia Poolen, geb./ged. Rotterdam 15/20-11-1803 (^Molestraat, doopget. Jacoba Cornelia de Groot), ovl./begr. Rotterdam 8/10-4-1807 (^Molestraat M346).
      3. Cornelis Pieter Poolen, geb./ged. Rotterdam 14/16-2-1806 (^Molenstraat, doopget. Sara Poolen), kantoorbediende, beëdigd klerk aan het kantoor der Hypotheken, ovl. Delft 28-4-1886.
        Cornelis Pieter Poolen tr. Rotterdam 30-5-1835 met Wilhelmina Beijerman, geb. Rotterdam 15-11-1809, ovl. Delft 5-7-1900, dv. Christiaan Beijerman, commissaris v/h Schippersveer, en Elizabeth van Hoboken. <17>
        • Het gezin Poolen-Beijerman vestigde zich in juni 1882 te Delft.
      4. Jacoba Christina Cornelia Poolen, geb./ged. Rotterdam 22-11/11-12-1808 (^Molestraat N246, doopget. Christina Cornelia Willemsen), ongehuwd, dienstbode, ovl. Haarlem 14-2-1890.
        • Jacoba Christina Cornelia Poolen was diensbode in Haarlem, als laatste op het adres Kruisstraat 57/812, vanwaar zij werd overgeschreven naar het Gestichtenregister.<18>
        • Van haar overlijden op het adres Gasthuisvest 47 te Haarlem, maar gewoond hebbende Nieuwegracht NZ, werd aangifte gedaan door een huismeester en portier. <19> In een familieadvertentie werd haar overlijden bekend gemaakt door F.C. Hos, executeur-testamentair wonende aan de Kruisweg 48. In een volgende annonce verzocht hij dat wie iets te vorderen had of verschuldigd was aan de nalatenschap van Mejuffrouw J.C.C. Poolen daarvan opgaaf te doen. <20>
      5. Jan Poolen, geb. Rotterdam 24-3-1815, nederl.herv. [kwnr. 2].
    6. WILLEM BASTIAANSE, geb./ged. Rotterdam 19-2/20-3-1793 (kind van Anna Reijnhard ^Doelewater, vader Aart Bastiaanse, geen doopgetuigen), schipper, ovl. Rotterdam 12-12-1848 (^Hoogstraat 11)
      • Na het huwelijk op 27-9-1801 van zijn ouders Aart Bastiaanse en Anna Reijnart werd Willem Reijnart op 15-10-1801 door hen geŽcht.
      • In een notariële akte dd. 16-1-1808, opgemaakt bij not. Hermanus Adrianus Schadee, wordt Willem Bastiaanse vermeld als jonge of jongste knecht op het damlooperschip genaamd Vrouwe Petronella, die komende uit Gent tijdens de vaart vertraging had opgelopen door controles van de commiezen. <21>
      Willem Bastiaanse tr. Rotterdam 8-12-1819 met
    7. MARIA JOHANNA BOUWMAN, geb./ged. (rooms katholiek) Dunkerque/Duinkerken-F/Rotterdam 22-3-1794/19-3-1800 (get. Sibilla de Krauw), turftonster, ovl. Rotterdam 25-12-1878 (vermeld als Johanna Maria Bouman ^Schotelboschlaan N54). <22>
      • Aan het doopregister van de RK-parochie Leeuwenstraat te Rotterdam is ontleend dat Maria Joanna -"nata Dunkercae 22 Maart 1794"- op 19-3-1800 is gedoopt na Authorisatie van de Municipaliteit van deze stad.
      Uit het huwelijk van Willem Reijnart/Bastiaanse en Maria Johanna Bouwman:
      1. Maria Wilhelmina Bastiaanse, geb. Rotterdam 15-5-1818 Bij huwelijk van ouders erkend, ovl. Rotterdam 6-10-1853 (^Schiekade 14-548).
        Maria Wilhelmina Bastiaanse tr. Rotterdam 18-12-1839 met Bastaan van den Bos, geb. 's-Gravenzande 2-5-1810, kasteleins- en voermansknecht (tijdens huwelijk ^gemeente Veur-ZH), later sjouwer, ovl. Rotterdam 7-5-1867 (^Coolsingel 15-323), zv. Evert van den Bos, arbeider ^Maassluis, en Maria van der Hoeve.
        • Bij hun huwelijk erkenden Bastiaan van den Bos en Maria Johanna Bouwman hun kind genaamd Johanna Maria, geboren te Rotterdam 6-12-1839.
      2. Anna Adriana Bastiaanse, geb. Rotterdam 5-12-1820, ovl. Rotterdam 25-1-1913 (oud 91j. ^West Kruiskade 12).
        • Op 27-1-1845 werd te Rotterdam aangifte gedaan van de geboorte van een levenloos kind van Anna Adriana Bastiaanse ^Schiekade R162.
        Anna Adriana Bastiaanse tr. Medemblik 20-9-1846 met Hendrik Leenderts, geb. Medemblik 30-1-1818, schoenmaker, ovl. Rotterdam 26-3-1868 (^Coolsingel 15-320), zv. IJsbrand Leenders en Barendje Hendriks.
        • Uit het huwelijk van Hendrik Leenderts en Anna Adriana Bastiaanse zijn te Rotterdam geen kinderen bekend.
      3. Adriana Elisabeth Bastiaanse, geb. Rotterdam 5-1-1825, rooms katholiek [kwnr. 3].
      4. Wilhelmina Helena Bastiaanse, geb. Rotterdam 10-4-1827, ovl. Rotterdam 2-11-1890 (ovl. in een huis aan de Coolsingel, geb. (sic) en won. te 's-Gravenhage, weduwe).
        Wilhelmina Helena Bastiaanse tr. Groningen 31-5-1855 met Cornelis Jacobus Hubertus Oosterhof, geb. Nijmegen 3-10-1824, toneelspeler, ovl. Groningen (verm.) tussen 1862 en 1890 (mogelijk overlijden in Groningen, geen overlijden in 's-Gravenhage gevondem), zv. Cornelis Berend Tjeerds Oosterhof en Hillena Jacoba Smit.
        • Wilhelmina Helena Bastiaanse, ongehuwd ^Noorderstraat te Rotterdam, beviel op 6-1-1851 te Amsterdam van een zoon Cornelis Jacobus Hubertus Bastiaanse. Als getuige bij de opstelling van de geboorteakte was aanwezig Cornelis Jacobus Hubertus Oosterhof, oud 25j. toneelspeler ^als boven. Op 13-8-1852 werd te Rotterdam aangifte gedaan van het overlijden in het huis Kruiskade 15/239 van Cornelis Jacobus Hubertus Oosterhof, oud 1j. 7m. en 7d., geb. en won. in Amsterdam, zv. Cornelis Jacobus Hubertus Oosterhoff, toneelspeler en Wilhelmina Helena Bastiaanse ^Amsterdam. De aangifte werd gedaan door de vader oud 28 jaar.
        • Cornelis Jacobus Hubertus Bastiaanse, oud 29 jaar, was op 26-11-1852 eveneens getuige bij de aangifte van de geboorte van Johanna Maria dv. zijn toekomstige, ongehuwde schoonzuster Johanna Maria Bastiaanse. In de marge van de akte is aangetekend dat bij de voltrekking van zijn huwelijk op 31 mei 1855 te Groningen met Wilhelmina Helena Bastiaanse, zij tezamen dit kind erkennen. <23> Uit de betreffende akte van het te Groningen gesloten huwelijk blijkt dat tegelijkertijd 2 kinderen zijn gewettigd. <24>
        • Op 17-5-1856 werd in den Haag aangifte gedaan van het overlijden van Cornelis Berends Tjeerd Oosterhoff, oud 1j. en 2m. geb. te Groningen, won. te Amsterdam. Uit dit huwelijk zijn nog twee te Amsterdam geboren kinderen bekend, maar bij het laatst geboren kind Willem Jan Frederik Oosterhof (geb. 28-8-1862) werd vermeld dat Wilhelmina Helena Bastiaanse woonde te Groningen en de vader niet aanwezig was.
      5. Johanna Maria Bastiaanse, geb. Rotterdam 9-8-1829, ovl. Rotterdam 12-9-1857 (^Goudse Singel 15-323).
        • Op 25-11-1852 werd te Rotterdam geboren Johanna Maria, dv. Johanna Maria Bastiaanse ^Koolsekade 14-520. Als eerst genoemde getuige bij de aangifte trad daarbij op Cornelis Jacobus Hubertus Oosterhof, van beroep acteur oud 29 jaar ^Coolse Kade 14-520. In de marge van de geboorteakte is aangetekend: "Dit kind is door Cornelis Jacobus Hubertus Oosterhof en Wilhelmina Helena Bastiaanse tezamen erkend bij de voltrekking van hun huwelijk te Groningen den 31 mei 1855".
        • Johanna Maria Bastiaanse woonde bij haar moeder op de Rottekade 1072, toen zij op 4-8-1856 naar Medemblik werd uitgeschreven. <25>
        Johanna Maria Bastiaanse tr. Medemblik 27-7-1856 met Leendert Leenders, geb. Medemblik 11-12-1821, in Medemblik logementshouder, in bev.register van Rotterdam genoemd als dagloner, ovl. na 1857, zv. IJsbrand Leenders en Barendje Hendriks, eerder ev. Rijkje Stobben.
        • Op 15-9-1857 werden Leendert Leenders en Johanna Maria Bastiaanse met hun in Medemblik geboren kinderen IJsbrand en Maria Johanna ingeschreven in het bevolkings register van Rotterdan, wonende Goudseweg 566. Kort daarna verhuisden zij naar Kipstraat 178, waar Johanna Maria Bastiaanse overleed en de 2 kinderen kort daarna: IJsbrand op 12-10-1857 oud 4 jaar en Maria Johanna op 17-3-1858 oud 1ľ jaar.
      6. Elizabeth Susanna Bastianse, geb. Rotterdam 27-12-1835, ovl. Rotterdam 31-3-1837 (^Kikkersteeg I314).
      Generatie IV
      INDEX van familienamen
    8. PIETER POOLEN, ged. Rotterdam 10-1-1747 (^Doelstraat, doopget. Jan van der Garnaij, Eliezabet Poolen en Willemijntje Ham), timmermansknecht, ovl. 14-3-1786 op de uitreis aan boord van het schip Standvastigheid
      Pieter Poolen otr./tr. Rotterdam 6/22-6-1773 met
    9. SIBILLA VAN DEN GARNAIJ, ged. Rotterdam 4-2-1753 (^op de Zijl, doopget. Claas Poolen, Sara en Willemijntje Ham), ovl. Rotterdam 9-2-1833 (ten huize van haar schoonzoon Willem Willemse ^Pannekoekstraat I336)
      • Pieter Polen, jm. ^Peperstraat X Sibilla van den Garnaij, jd. ^Sandstraat.
      • Uit het protocol van notaris Woutherus du Pril te Rotterdam, kennelijk naar aanleiding van een al langer lopende affaire: "Op heden den 2e Maert 1781 ....." verklaarde "..... deposant Pieter Poolen dat hij in den Jare 1779 op een Zaterdag namiddag zonder zich echter de precise tijd te konnen herinneren in dienst van Sr. Pieter Nederdijk mr. Timmerman alhier, bezig zijnde met het slaen van een klamp onder de goot van 't huis van de Reg uitkomende in de boekwijte broodgang in de tweede Lombertstraat alhier de Gerechtsbode Dirk van Eck bij hem is gekomen en hem heeft aangezegt dat hij interdictie deed tegen den verdere voortgang van dat werk, dat hij deposant zulks hebben verstaan, aanstonds is uitgescheiden met werken zonder weer iets te verrichten." <26>
      • Pieter Poolen is als huijstimmerman een verbintenis aangegaan met de kamer Rotterdam van de VOC. Hij vertrok op 14-11-1785 vanaf Goeree met bestemming Batavia aan boord van het schip Standvastigheid, waarop hij 14-3-1786 overleed. Het schip kwam op 19-7-1786 te Batavia aan. <27>
      Uit het huwelijk van Pieter Poolen en Sibilla van den Garnaij:
      1. Sara Poolen, ged. Rotterdam 3-4-1774 (^in de Zandstraat, doopget. Maria de Bosson), begr. Rotterdam 27-3-1777 (^Sandstraat 3 huijs K. Wagestraat).
      2. Maria Poolen, ged. Rotterdam 7-7-1776 (^in de 4 Windestraat, doopget. Maria de Bosson), begr. Rotterdam 21-2-1777 (^4 Windestraat bove Schoolmeester, oud ģ jaar).
      3. Sara Poolen, ged. Rotterdam 5-7-1778 (^Vierwindestraat, doopget. Hendrijna Statius), ovl. Rotterdam voor 1782.
      4. Jan Poolen, ged. Rotterdam 8-8-1779 [kwnr. 4].
      5. Sara Poolen, ged. Rotterdam 23-6-1782 (^Zandstraat, doopget. Hendrina Statius), winkelier-/naaister, ovl. Rotterdam 5-5-1861 (^Chrispijnlaan 15-159).
        • Sara Poolen, meerderjarig en ongehuwd winkelierster, ^Schiedamse dijk, liet op 10 januari 1831 voor notaris du Pril te Rotterdam haar testament opmaken. Zij verklaarde dat met betrekking tot de goederen, schulden en baten van de winkel die "..... in volle en vrije eigendom toebehoort aan Johanna Hagen (met wie ik te zamen wone en een winkel exercere) zonder dat ik daar op of aan eenige het minste recht van eigendom heb. .....". een legaat aan haar moeder, benoemde zij Johanna Hagen als enige erfgenaam en als testamentair executeur. <28>
        • Johanna Hagen liet eveneens haar testament opmaken en benoemde haar compagnon en goede vriendin Sara Poolen -behoudens legaten- als algeheel erfgenaam. <29>
        • Op 27 juli 1833 herzagen beiden hun eerdere testamenten en benoemden elkaar als enige erfgenaam en bleef voorts de inhoud van de afzonderlijke testamenten nagenoeg dezelfde: Bij het overlijden van de langstlevende zou een ™ deel van de nalatenschap vererven aan Maria Poolen, huisvrouw van Willem Willemse en een ™ deel aan Cornelis Poolen, zoon van Sara's broer Jan Poolen; de andere helft naar familie cq. kennissen van Johanna Hagen. <30> (Johanna Hagen overleed als eerste op 17 december 1850).
        • Uit een inventarisatie van een boedelscheiding, opgesteld door notaris Nicolaas Lambert te Rotterdam op 20 mei 1842, werd aan het onderdeel "Lasten" de aktiviteiten van Sara Poolen ontleend: "Aan jufvrouw Poolen, naaister alhier twintig gulden Vijf- en tachtig Cents, dus .......... 20,85 ". <31>
      6. Maria Poolen, ged. Rotterdam 18-9-1785 (^in de Zandstraat, doopget. Nicolaas Poolen en Maria de Bosson), ovl. Rotterdam 13-4-1852.
        Maria Poolen otr./tr. (schepentrouwboek) Rotterdam 29-8/13-9-1807 met Willem Willemse, ged. Alphen a/d Rijn 26-11-1780, directeur over den arbeid en het huis van Correctie te Rotterdam, ovl. Rotterdam 13-4-1852 (^Spui 5), zv. Jacobus Willemse, beeldhouwersknecht, en Jacoba Cornelia de Groot.
        • Willem Willemse, jm. van Alphen X Maria Poolen, jd. van Rotterdam.
    10. AART BASTIAANSE, ged. Rotterdam 25-3-1764 (^Vest bij de Lombertstraat, get.: Willem Bastiaanse en Heijltie Vogelezang), ovl./begr. Rotterdam 7/10-3-1802 (man van Anna Reijnhart ^Molewerf aan de vest, 1 minderj.k.).
      Aart Bastiaanse otr./tr. 1x Rotterdam 29-6/13-7-1783 met Besselina van Gent, ged. Rotterdam 11-9-1763 (^op de Botersloot, get.: Nikolaaas Gabriël en Jannitie van der Plijn), ovl./begr. Rotterdam 23/26-1-1801 (overl. in het armhuis), dv. Pieter van Gent en Geertruij Relijk
      • Bessalina van Gent ongehuwde dochter oud 19 jaar, haar moeder Geertruij Relijk ev. Pieter van Gent en nog 2 anderen verklaarden op 25-11-1782, op verzoek van Gerrit Bastiaanse [ <32>kwnr. 24 - Bessalina's toekomstige schoonvader], bij not. Woutherus de Prill voor waar te zijn dat diens dochter Maria Bastiaanse door Anna Woordhouder, ev. Wouter van Es, werd lastig gevallen en in woorden trachtte te geraken, waarop Maria antwoordde dat zij dat maar tegen haar vader moest zeggen. Haar vader kwam op dat moment langs en verzocht Anna Woordhouder zijn dochter met rust te laten. Hierop reageerde zij met "Ja, we weten wel wat gij zijt, je bent een schelm" en herhaalde dat meerdere malen, hoewel Gerrit Bastiaanse daarop niet antwoordde of terugschold. <32>].
      • Aart Bastiaanse, jm. van Rotterdam ^Vest X Beselina van Gent, jd. van Rotterdam ^Botersloot.
      • Op 3-10-1786 verstrekte Bessalina van Gent, gesepareerde huisvrouw van Aart Bastiaanse, bij not. Hermanus Adrianus Schadé te Rotterdam aan Jan Hubrecht Lentfrinck, procureur bij deze stad, machtiging om haar in alle rechtzaken te vertegenwoordigen. <34>
      Aart Bastiaanse otr./tr. 2x (schepentrouwboek) Rotterdam 12/27-9-1801 met
    11. ANNA REIJNART, ged. Loosduinen 23-12-1770 (dv. Jan Ruinaard en Gerretie Smeent; LS 2-57), ovl. Rotterdam 5-4-1845 (wed. Aart Bastiaanse ^Doelstraat 340), dv. Johannes Reijnard, sjouwer, en Gerritje Smeets.

      • Aart Bastiaanse, wedn. van Rotterdam, X (schepentrouw, pro deo) Anna Reijnart, jd. van Den Hage. Hun kind Willem Bastiaanse werd geëcht volgens Authorisatie van de Municipaliteit (van Rotterdam) in dato 15 oktober 1801.
      • Op 8-2-1802 laten Aart Bastiaanse en Anna Reijnard bij not. Willem Johan van Rijp hun testament opstellen en benoemen elkaar wederzijds als erfgenaam en voogd over hun kinderen, met uitsluiting van de Weeskamer. <35> Een maand later overleed Aart Bastiaanse.
      Anna Reijnart otr./tr. 2x (schepentrouwboek) Rotterdam 8/23-1-1803 met Hendrick Liesvelt, ged. Rotterdam 20-4-1779 (^Groenendaal, get. Elisabeth Vermijs), ovl. Rotterdam 31-10-1820, zv. Simon Liesvelt en Elizabeth Vermijs
      • Hendrik Liesvelt, jm. van Rotterdam, X (schepentrouw) Anna Reijnhart, wed. Aart Bastiaanse van Rotterdam, Pro Deo.
      • Bij de aangifte van het overlijden van Hendrik Liesvelt verklaarden de aangevers niet zeker te zijn over de ouders van de overledene. Verklaard werd dat Hendrik Liesveld gehuwd was met Elisabeth Vermijs en hij een zoon was van Hendrik Liesveld en Klasina Creddie. Klasina Creddie was echter de 2e echtgenote van Simon Liesvelt en daarmee de stiefmoeder van Hendrik Liesvelt. Abusievelijk moet zijn moeder Elisabeth Vermijs als echtgenote zijn vermeld.
      Uit het 1e huwelijk van Aart Bastiaanse met Besselina van Gent:
      1. Doodgeboren kind Bastiaanse, begr. Rotterdam 20-9-1783 (^Botersloot 3 huijs Kalverstraat).
      2. Geertruij Bastiaanse, ged. Rotterdam 17-8-1784 (^Op de Botersloot, get.: Pieter van Gent en Geertruij Relijk), begr. Rotterdam 19-1-1785 (kraamkind van Aert Bastiaans ^Molewerf).
      3. Jacoba Bastiaanse, geb./ged. Rotterdam 16-9/5-10-1786 (^Botersloot, get. Pieter van Gent), ovl. na 1803.
        • Ene Jacoba Bastiaanse overleed op 27-04-1809 en werd op 1-5-1809 vanwege de diaken begraven. Mogelijk dat deze dezelfde is als de hier genoemde, die 16 jaar geweest zou moeten zijn, toen haar vader op 10-3-1802 werd begraven, nalatende 1 minderjarig kind. Mogelijk dat daarmee alleen het enige levende kind bedoeld werd uit diens 2e huwelijk met Anna Reijnart, omdat Jacoba Bastiaanse vermoedelijk niet bij haar vader verbleef.
      Uit het 2e huwelijk van Aart Bastiaanse met Anna Reijnart:
      1. Willem Bastiaanse, geb./ged. Rotterdam 19-2/20-3-1793 [kwnr. 6].
      2. Anthonij Reijnart, geb./ged. Rotterdam 11-3/6-4-1796 (onegt kind van Anna Reijnhard ^Molenwerf, geen doopgetuigen), begr. Rotterdam 20-9-1796 (onegt kind van Anna Reijnhard. ^Molenwerf. Diaken).
      Uit het 2e huwelijk van Anna Reijnart met Hendrick Liesvelt:
      1. Johan Filip Liesvelt, ged. Rotterdam 16-8-1803 (^in de Peperstraat, get. Alida Rijnardt), ovl./begr. Rotterdam 25/27-8-1804 (^Lommerstraat).
    12. BERNARDUS BOUWMAN, ged. (rooms katholiek) Rotterdam 24-3-1759 (parochie Leeuwenstraat, get.: Willem Gremkamp en Elizabet Ris), kleimakersknecht, ovl. Rotterdam 18-9-1816 (wedn. Sannetje Moerkerk)
      Bernardus Bouwman tr. met
    13. SUSANNA MOERKERKE, ged. (nederd.geref.) Rotterdam 14-1-1766 (^in de Schildersteeg, get. Pieter Moerkerke en Anna Hakke), ovl. Rotterdam 21-8-1814
      • De kinderen uit het huwelijk van Bernardus Bouwman en Susanna Moerkerken werden Rooms-Katholiek gedoopt en werd er bij de moeder in het doopregister de aantekening "Acath" geplaatst (Acath = A-catholiek = niet katholiek).
      Uit het huwelijk van Bernardus Bouwman en Susanna Moerkerke:
      1. Joanna Susanna Bouwman, geb. Dunkerque/Duinkerken-F ca. 8-1790, ovl. Rotterdam 29-5-1867.
        Joanna Susanna Bouwman otr. Rotterdam 16-10-1816 met Joannes van Bebber, geb. Rotterdam ca. 1785 (bij huwelijk in 1816 oud 31 jaar), ovl. voor 1867, zv. Daniel van Bebber en Catharina de Graaf.
        • Bij het aangaan van hun huwelijk erkennen Joannes van Bebber en Joanna Susanna Bouwman als hun gezamenlijk kind de op 26-4-1815 geboren dochter Catharina Susanna Bouwman.
      2. Maria Johanna Bouwman, geb./ged. (rooms katholiek) Dunkerque/Duinkerken-F/Rotterdam 22-3-1794/19-3-1800 [kwnr. 7].
      3. Christoforus Everardus Bouwman, ged. (rooms katholiek) Rotterdam 23-9-1796 (parchie 't Stijger, get.: Sybille de Krauw en Stephanus Goer), ovl./begr. Rotterdam 3/6-6-1800 (3j, Dijk Sleutelsteeg midde).
      4. Cornelius Anthonius Bouwman, ged. (rooms katholiek) Rotterdam 24-12-1797 (parochie 't Stijger, get.: Antonius van Lieshout en Sybilla Kraam), ovl./begr. Rotterdam 18/20-9-1799 (^Sleutelsteeg midde).
      5. Nicolaas Theodorus Bouwman, geb. ca. 1801, ovl./begr. Rotterdam 7/9-7-1808 (kv. Bernardus Bouwman oud 7 jaar, ^Doelwater F293, armbestuur).
      6. Lena Joanna Bouwman, geb./ged. (rooms katholiek) Rotterdam 9/10-3-1803 (parochie Leeuwenstraat, get. Joanna Damen), ovl. Rotterdam 30-1-1867 (^Rotte 14-141).
        Lena Joanna Bouwman tr. Rotterdam 8-2-1826 met Hermanus Oostendorp, geb./ged. (rooms katholiek) Rotterdam 26/27-1-1805 (parochie Leeuwenstraat, get.: Hermanus Molen en Sibilla van Bon), wagenaar, ovl. Rotterdam 2-1-1860 (^Rottekade 14-137), zv. Jan Rudolf Oostendorp en Dorothea de Loo.
      7. Adriana Elisabeth Bouwman, ged. (rooms katholiek) Rotterdam 30-7-1807 (parochie Leeuwenstraat, get.: Dirck Boumans en Adriana Elisabeth Hernst), werkster, ovl. Rotterdam 14-12-1870 (^Coolsingel 15-323).
        Adriana Elisabeth Bouwman tr. Rotterdam 19-6-1833 met Hendrik Slie, geb. Rotterdam 22-2-1813, werkman, ovl. Lekkerkerk 2-9-1849 (^Rotterdam), zv. Paulus Slie en Petronella van Merlo, ^Rotterdam.
        • Bij het aangaan van hun huwelijk erkennen Hendrik Slie en Adriana Elisabeth Bouwman als hun gezamelijk kind de op 13-4-1833 te Rotterdam geboren dochter Petronella Johanna Bouwman.

      Generatie V
      INDEX van familienamen
    14. NICOLAAS POOLEN, ged. Rotterdam 18-6-1716 (^in de Knollemansteegh, doopget. Kniertie Schoonhout en Arijaantie Nieuwenhuijsen), timmermansknegt, ovl./begr. Rotterdam 7/11-4-1795 (^Oppert Hoedemakersgang)
      • Nicolaas Poolen staat in de voogdijregisters van Rotterdam diverse malen als toeziend voogd genoemd (oa. in 1755 en in 1770).
      Nicolaas Poolen otr./tr. 2x Rotterdam 10/26-2-1771 met Henderijntje Statius, ged. Delft 2-8-1728 (Henrica, get. Jannetie van der Linden), begr. Rotterdam 26-7-1796 (^Oppert), dv. Philip Statius en Jacomijntie de Smidt
      • Nicolaas Poolen, wedn. ^Peperstraat X Henderijntje Statius, jd. ^Kipstraat.
      • Uit het protocol van notaris Adam Schadee te Rotterdam: "Testament van Man en Vrouw waarin geen making van Fedei[=Fideï] Commis is (dwz. er is geen overhandse erfstelling ofwel er zijn geen aangewezen erfgenamen), hebbende de Testateuren verklaard beneden de Twee Duijzend Gulden gegoed te zijn en geen Amt of bediening te hebben." "Op den 1e October 1774 compareerden ..... Nicolaas Poolen, Timmermansknegt, bevroren weduwnaar van Sara Ham en Hendrina Statius. Echtelieden woonagtig in de Zandstraat op de hoek van de Peperstraat binnen de stad." Geregeld werd de onderlinge vererfing, mede met betrekking tot de zoon Pieter Poolen uit eerder huwelijk verwekt en/of zijn nakomelingen. Voorts werden er voogden aangewezen over deze nakomelingen ingeval van diens overlijden: "Sr. Bartholee, woonagtig alhier en Barend Dijkman, platielbakker, woonagtig op de Molslaan te Delft". <36> De laatste was op 9 juni 1743 te Delft gehuwd met Maria Statius, mogelijk een zuster van Henderijntje.
      • Uit dit huwelijk van Nicolaas Poolen met Henderijntje Statius waren geen kinderen.
      • Klaas Poolen en Henderijntie Statius waren op 30-9-1781 te Rotterdam getuigen bij de doop van Henderijntie Meijer dochter van Hendrik Meijer en Anna Gerritdsr van der Werth. Hendrik Meijer was eerder gehuwd geweest met hun op 35-jarige leeftijd overleden nicht Anna Pieternella [Barentsdr] Poolen.
      Nicolaas Poolen otr./tr. 1x Rotterdam 29-4/14-5-1742 met
    15. SARA HAM, ged. Rotterdam 27-5-1714 (^op de Rotte, doopget. Jan Pieterse Ham[?] en Neeltie Ham, als naam van de moeder wordt opgegeven Maria Willems Levens), begr. Rotterdam 12-4-1770 (^Peeperstraat bove Stal van Resort, minderj. kind: 1)
      • Klaas Polen, jm. ^Doelestraat X Sara Ham, jd. ^Rijstuin.
      • Op 30 april 1751 verschenen voor notaris Jacob Vroombrouck te Rotterdam: "Claes Poore, in huwelijk hebbende Sara Ham en Coenraed Downing, in huwelijk hebbende Wilhelmina Ham, zijn de gemelde Sara en Wilhelmina denige nagelaten kinderen van Maria van der Veer in eerder huwelijk verwekt bij Pieter Jantz Ham". Ten behoeve van Johannes van der Garnaij, weduwe van gemelde Maria van der Veer werd vastgelegd dat er geen boedelscheiding zal plaats vinden. <37>
      • In het voogdijregister van Rotterdam werd op 7 mei 1770 vastgelegd dat de voogdijschap over "de nagelaten minderjarige zoon van wijle Sara Ham daar vader af is Nicolaas Poolen" was neergelegd bij Jan Jansen de Swart en Bartholomeus Halé.
      Uit het 1e huwelijk van Nicolaas Poolen met Sara Ham:
      1. Craemkind Poolen, begr. Rotterdam 13-3-1743 (^Lambertstraat over 't molenwerf).
      2. Maria Poolen, ged. Rotterdam 26-7-1744 (^Botersloot, doopget. Johannes van den Garnaij en Maria van der Veer), begr. Rotterdam 18-11-1744 (Craemkind van Claas Poole, ^Bootersloot verbij de Calverstraat).
      3. Pieter Poolen, ged. Rotterdam 10-1-1747 [kwnr. 8].
    16. JAN VAN DEN GARNAIJ, geb. Gouda ca. 1703, begr. Rotterdam 29-7-1765 (^Raamstraat over Zandstraat, 5 minderj.k, Zuiderkerkhof).
      Jan van den Garnaij otr./tr. 1x Gouda 22-1/5-2-1730 met Jannigje Willemse de Jong, geb. Nieuwerkerk a/d IJssel, begr. Gouda 3-12-1734, eerder ev. Jan Jooste Poolman
      • Jan Pieterse van Garnaij, jm. ^Vijverstraat X Jannigje Willemse de Jong, wed. Jan Joosten Poolman ^Peperstraat. Als jongedochter van geboortig van Nieuwerkerk aan de IJssel huwde Jannigje Willems de Jong in 1725 met Jan Joosten Poolman, geboortig van de Lage in't Graafschap van der Lip.
      • Uit het huwelijk van Jan Pieterse van Garnaij en Jannigje Willemse de Jong zijn (nog?) geen kinderen bekend. Wel vond er in 1735 tbv. de Weeskamer te Rotterdam een boedelscheiding plaats. <38> In 1735 wordt Jan van den Garnay ook vermeld in het Register van Voogdijen evenals in 1765. <39>
      Jan van den Garnaij otr./tr. 2x Gouda/Rotterdam 4/20-12-1735 met Maria Willems van der Veer [kwnr. 35].
      • Op 28 november 1735 verstrekte Gouda aan Jan Pietersz van Garnay -weduwnaar- de akte van indemniteit (= garantiestelling indien betrokkene in een andere woonplaats tot armenzorg vervalt) ten behoeve van zijn voorgenomen vestiging in Rotterdam.
      • In het trouwboek van Gouda is opgenomen: Jan Pieterse van de Garnaij, wedn. van Gouda X Marijtje van der Veer, wed. van Pieter Ham wonende te Rotterdam.
        En in het trouwboek van Rotterdam: Jan Pieterz van de Garnaij, wedn. van Gouda ^Wilde Zeesteeg X Marijtje van der Veer, wede. van Pieter Jans Ham ^Wilde Zeesteeg.
      • Op 11 september 1737 verkreeg Jan Pietersz van de Garnay een voorlopige verblijfsvergunning voor Rotterdam. In de provisionele administratie is daarover opgenomen: "Jan van den Gernaey oud 34 jaar van Gouda en sijn vrouw Marijtie van der Veer alhier en twee kinderen genaamd Sara Ham oud 23 jaar en Willemijnta Ham oud 17 jaar". In de marge is vermeld: "8(e) Wijk 5(e) Sm(aldeel)".
      • Uit het 2e huwelijk van Jan Pietersz van den Garnaij met Maria Willems van der veer zijn geen kinderen bekend.
      Jan van den Garnaij otr./tr. 3x Rotterdam 21-5/6-6-1752 met
    17. MARIA DE BOSSON, ged. Rotterdam 7-10-1714 (^Leuwestraadt, doopget. Johannis de Vos en Geertje Santacker), ovl./begr. Rotterdam 24/29-4-1794 (wed. Jan van de Garnaij ^Zandstraat bij de Korte Wagestraat, 3 meerdj.k., 3 gld.).
      Maria de Bosson otr./tr. 1x Rotterdam 7/23-9-1738 met Jan Groeneschild, geb. Rotterdam (verm.) ca. 1715, ziekentrooster bij de VOC, ovl. 6-3-1747 op de uitreis aan boord van de Voorzigtigheijd, zv. Abraham Groeneschild en Marija de Clerk, eerder ev. Antonia Hartingsveld
      • Als jongeman van Rotterdam huwde Jan Groeneschild in 1735 voor de 1e maal met Anthonia van Hartigsveld. Hieruit geconcludeerd dat hij omstreek 1715 geboren moet zijn, hetgeen wordt ondersteund door een gat in de vermelding van geboorten bij zijn ouders, regelmatig om de 2 jaar, omstreeks 1715 bijna 5 jaar.
      • Jan Groeneschild, wedn. ^Vrankestraat X Maria Bosson, jd. ^Breestraat.
      • Op 5-8-1741 had Jan Groeneschild -staande op zijn vertrek als ziekentrooster met 't schip 's-Heeren Arentskerke naar Oost-Indië, in dienst van de Oostindische Compagnie voor de kamer Rotterdam- een schulddelging geregeld onder vrijwaring van zijn huijsvrouwe Maria Bosson. <40>
      • Hij was met de kamer Rotterdam van de VOC een drietal verbintenissen aangegaan:
        -Uitreis met het schip s-Heeren Arentskerken,vertrek op 24-10-1741 vanaf Goeree, bestemming Batavia, aankomst 17-7-1742. <41> Terug met het schip Diemermeer voor de kamer Amsterdam, vertrek Batavia 7-12-1742, aankomst Texel 19-7-1743.
        -Uitreis met het schip Standvastigheid, vertrek op 27-11-1743 vanaf Goeree bestemming Batavia, aankomst 22-6-1744. <42> Terug met het schip Kerkwijk voor de kamer Amsterdam, vertrek Ceylon 15-1-1745, aankomst Texel 26-8-1745.
        -Uitreis met het schip Voorzichtigheid, vertrek op 7-1-1747 vanaf Goeree bestemming Batavia, aankomst 3-8-1747. <43> Einde verbintenis 6-3-1747 door overlijden aan boord van het schip.
      • Jan van de Gernaij, wedn. van Gouda ^Doelestraat X Marijtje de Bosson, wede. van Jan Groeneschilt ^Zijl.
      • Voor notaris Adriaen Schadé te Rotterdam verschenen "..... 30 juny 1753 ..... Jan van de Gernaij, als in huwelijk hebbende Maritje Bosson, bevroren Weduwe en boedelhoudster van Jan Groeneschild, ..... en deselve Maritje Bosson ..... woonende de Comparanten binnen dese Stad, te kennen gevende dat den voornoemden Jan Groenenschild in den jaere 1746 bescheijden zijnde om voor Ziekentrooster op het schip genoemd de Voorzigtigheijd voor de Kamer Rotterdam te vaeren nae Oost Indien. Op de voorsz. Reijze mede genomen heeft Eenige bestelgoederen voorts Vijff Vaten Akerbier, een Kas met hoeden en een Kas met pijpen en nog Eenige Kleederen en plunje .... Dat denselve Groeneschild Eenige Weeken na zij Vertrek op de Uijtreijse overleden zijnde ....."
      • Voor zijn vertrek had Jan Groeneschild aan de kapitein Willem de Wijs en aan de opperchirurgein Jan van Dueren volmachten verleend, om -in geval van zijn overlijden- deze goedern te Batavia te verkopen en vindt nu de afrekening plaats. Het batig saldo bedraagt "De Somme van Twee honderd Vijf en Dertig guldens en eene Stuyver, zijnde 235.5. gldn." <44>
      • Gerrit Groeneschilt en Pieter van Aarsen werden op 21 augustus 1765 tot voogden benoemd over de nagelaten minderjarige kinderen van wijle Jan van den Garnaij, "...daar Moeder aft is Marietje de Bosson .....". <45>
      Uit het 3e huwelijk van Jan van den Garnaij met Maria de Bosson:
      1. Sibilla van den Garnaij, ged. Rotterdam 4-2-1753 [kwnr. 9].
      2. Pieter van den Garnaij, ged. Rotterdam 24-4-1755 (^op de Zijl, doopget. Cornelia de Bosson), ongehuwd, ovl. Rotterdam 12-2-1830 (^Keizerstraat 327, aangifte door zijn neef Willem Willemse).
        • Pieter van den Garnaaij wordt genoemd in een notariele akte dd. 14-12-1808 bij notaris Jan Hubrecht Lentferinck te Rotterdam.
      3. Cornelia van den Garnaij, ged. Rotterdam 8-12-1757 (^in de Sandstraat, doopget. Everina de Bosson), ovl./begr. Rotterdam 12/16-1-1806 (bejaarde jongedochter ^Raamstraat hoek Haagseveer).
      Uit het 1e huwelijk van Maria de Bosson met Jan Groeneschild:
      1. Marija Groeneschild, ged. Rotterdam 31-5-1739 (^Breestraat, get.: Abraham Groeneschild en Marija de Klerk), begr. Rotterdam 13-7-1741 (2j. ^Goudse wagestraat bij 't Blauwe Paart).
      2. Abraham Groeneschild, ged. Rotterdam 24-1-1741 (^Gousewagenstraad, get.: Gerrit Groeneschilt en Maria de Klerk), begr. Rotterdam 7-10-1769 (jm. ^Sandstraat tusse Trousteeg en K.Wagestraat).
      3. Philippus Groeneschild, ged. Rotterdam 7-6-1744 (^Breestraat, get.: Willem de Vos, Willem Mommers, Cornelia Zandacker en Cornelia de Bosson), begr. Rotterdam 17-1-1771 (jm. ^Santstraat bij de Korte Wagestraat).
    18. GERRIT BASTIAANSE, ged. Rotterdam 11-9-1734 (^Molenwerf, get.: Aeltie en Marija Hamel), lakenverwer, ovl./begr. Rotterdam 20/24-5-1797 (wedn. Jacoba van Hees, klasse 6 gld., meerj.k: 5)
      Gerrit Bastiaanse otr./tr. Rotterdam 24-4/8-5-1757 met
    19. JACOBA VAN HEES, ged. Zuilichem 21-7-1733, begr. Rotterdam 13-6-1788 (ev. Gerrit Bastiaanse ^Vest bij Lommertsraat, meerdj.k: 5), dv. Aart van Hees en Heijlke Gijsbertse Vogelsank.

      • Gerrit Bastiaanse, jm. van Rotterdam ^Vest X Jacoba van Hees, jd. van Zuijlichem ^Lombartstraat.
      • Wegens ongesteldheid van zijn lichaam machtigde Gerrit Bastiaanse, stukverwer ^Stadsvest, bij not. Jacob Pieter Beijerman op 13-6-1789 zijn zoon Willem Bastiaanse om hem generalijk te vertegenwoordigen en zijn zaken en belangen te behartigen. Hij merkte de akte met een X, verklarende door beroerte aan zijn hand niet te kunnen schrijven. <46>
      • Op 6-8-1792 liet Gerrit Bartiaanse, stukverwer wedn. juffr. Jacoba van Hees, bij not. Jan Huibrecht Lentfrink zijn testament opmaken. Hij legateerde aan zijn dochters Heijltje en Maria diverse stukken uit zijn inboedel en aan elk van hen een van de beste japons en rokken zijns overleden huisvrouw. En aan zijn kleinkinderen ieder 100 gulden tot een gedachtenis.
        -Voorts benoemde hij tot algehele erfgenamen zijn 5 kinderen Willem, Heijltje, Gerrit, Aart en Maria Bastiaanse, uitgezonderd zijn dochter Heijltje Bastiaanse, "indien dezelve de cohabitatie of samenleving met Paulus van den Bergen op zijn overlijden mogten hebben hervat, doch anders niet".
        -Zijn zoon Willem, en indien overleden zijn zoon Aart, krijgen de voorkeur in keuze van het huis met ververij aan de Pompenburg, alsmede het pakhuis met erf en de ververij met het pakhuis aan de steeg, beiden naast het genoemde huis met ververij, mitsgaders het vlot en het huis waarin hijzelf woont, met alle vaste en losse gereedschappen, tesamen voor de somma van 15.000 gulden te verrekenen met de nalatenschap. Zijn zoon Gerrit krijgt de voorkeur van keuze van een huis met erf aan de westzijde van de Botersloot op de hoek van de Kalverstrat, zijnde de som van 3.500 gulden.
        -Verder verklaarde hij dat indien zijn dochter Heijlthe tegen zijn verwachting de cohabitatie of samenleving met Paulus van den Berge mocht hebben hervat, haar gerechte deel onder administratie wordt gesteld van nader te benoemen excecuteurs en voogden, en zij alleen hieruit de jaarlijkse vruchtgebruik en renten verkrijgt. Bij haar overlijden wordt expresselijk verboden dat zij op haar nalatende kinderen zal succederen en vererven.
      • Aansluitend in deze en in een volgende akte werden er nog uitgebreid allerlei aanvullende bepalingen vastgelegd en geregeld. <47>
      • Op 25-2-1799 vond voor genoemde notaris de onderlinge quitering plaats tussen de 5 erfgenamen van de op 20-5-1797 overleden Gerrir Bastiaanse. De nalatenschop bedroeg 23.975:15:6 gulden en elk ontving 4.795:3:1 1/5 gulden. <48>
      Uit het huwelijk van Gerrit Bastiaanse en Jacoba van Hees:
      1. Willem Bastiaanse, ged. Rotterdam 31-1-1758 (^Vest bij de Lombertstaat, get.: Willem Bastiaanse en Maria Hamel), kousenverwer, ovl. Rotterdam 15-3-1815 (56j. wedn. Johanna Vissenburg ^stadsarmenhuis).
        Willem Bastiaanse otr./tr. Rotterdam 18-5/1-6-1783 met Johanna Vissenburg, ged. Rotterdam 15-9-1763 (get. Aplonia Schinkels), bgr. Kralingen 22-6-1811(overledene was verdonken en woonde te Rotterdam in het Armhuis), dv. Evert Vissenburg, ^Kaasmarkt, en Anna Elisabeth Nakkens, afkomstig van Dusseldorp.
        • Willem Bastiaanse, jm. van Rotterdam ^Vest X Johanna Vissenburg, jd. van Rotterdam ^Kaasmarkt. Uit dit huwelijk zijn geen kinderen bekend.
        • Op 12-9-1783 lieten sr. Willem Bastiaanse en zijn vrouw juffr. Johanna Vissenberg ^Kaasmarkt bij not. Petrus Constatinus van Rijp hun wederzijdse testament opstellen. <49>
        • Op verzoek van Christiaan Blomhart en zijn vrouw Anna Cornelia van de Heijde verklaarden Pieternelletje Lubbers, Jacob Velthuizen en Marie Willemse, jongedochter van competente ouderdom, allen ^Kaasmarkt, op 30-7-1789 bij not. Jan Hubrecht Lentfrinck voor waer te zijn "dat op vrijdag den 24e dezer des namiddag omtrent twee uren een zekere Antje Vissenburg, huisvrouw van Willem Bastiaanse woonende mede aldaar, met de Requirant (=de verzoeker Christiaan Blomhart) in woordentwist geraeke zijnde, onder andere door de voornoemde Antje Vissenburg tegens hem Requirant hebben hooren zeggen: je neukt mijn mans zuster en mijn man neukt je wijff". <50>
        • Op 20-10-1794 huurde Willem Bastiaanse van zijn vader Gerrit Bastiaanse het huis met verwerij en erf aan de Vest op Pompenburg, alsmede het pakhuis met erf gelegen aan de steeg naast het genoemde huis, mitsgaders de droogplatten en ramen op alle deszelve, alsmede het Vlot en Huisje met alle de vaste en losse gereedschappen, voor de tijd van 3 jaar tegen 800 gulden per jaar, ingaande 1 oktober van dat jaar. Als huurder moest hij ketels, kuipen en verder gereedschap onderhouden en in behoorlijke staat houden en na het einde van de huurperiode dienen op te leveren. De huur kon na 3 jaar op dezelfde condities worden voortgezet. <51>
        • Johanna Vissenburg, ev. Willem Bastiaanse, werd op 12-5-1795 voor notaris Lentfrinck, als erfgename van haar grootmoeder Apolonia Schinkel, 1032:14 gulden toebedeeld overeenkomstig haar testament van 12-10-1789. Na verekening van reeds in bezit zijnd zilverwerk en meubilair ad 530:3, ontving zij nog 502:11 gulden. <52>
        • Willem Bastiaanse verstrekte op 26-11-1798 Leonard Dooremans volmacht om namens hem te compareren voor de Burgers Schepen inzake de vereffening van schulden en schuldvorderingen. <53> Een overeenkomstige machtiging werd op 15-2-1799 verstrekt door Willem Bastiaanse en zijn vrouw Johanna Vissenburg, die gezamenlijk de schuldverrekening op zich nemen. <54> En nogmaals op 1-3-1799, met vermelding van schuldvorderingen van 1000 gulden en 20 stuivers van ieder van zijn 4 broers en zusters, voortvloeiende uit de erfdeling van hun vaders nalatenschap, overeenkomstig de akte van boedelscheiding dd. 25-2-1799. <55>
        • Op 1-8-1800 werd door Willem Bastiaanse voor not. Willem Johan van Rijp executeurs benoemd in zijn boedel, voogden over zijn na te laten minderjarige erfgenaam of erfgenamen en administareurs van derzelve goederen. <56>
        • Op 14-11-1805 werd -onder condities die door de wethouderschap dezer stad (Rotterdam) uit krachte van zeker provisioneel vonnis bij Heren Schepen gewezen- ten laste van de echtelieden Willem Bastiaanse en Johanna Vissenburg publiekelijk geveild:
          -Een huis, kousenverwerij en erf, gelegen aan de Stadsveste, alsmede alle vaste en losse gereedschappen bij de genoemde kousenverwerij behorende, mitsgaders nog een huis met erf daarachter gelegen.
          -Een kuiphuis met erf op Pompenburg aan het einde van de Lombartstraat.
          -Twee huisjes met erven gelegen aan de noordzijde van het Molenwerf, aan het einde van de Lombartstraat.
          De koopster machtigde haar vertegenwoordiger om de gezamelijke aankoop van deze panden onder de gestelde condities te accepteren voor een bedrag van 6500,-- gld. <57>
      2. Heijltje Bastiaanse, ged. Rotterdam 23-12-1759 (^Vest bij de 2e Lombertstraat, get.: Gijsbertus en Jannetje van Hees), ovl./begr. Rotterdam 3/7-7-1803 (vrouw van Poulus van den Berg ^Karnemelksteeg bij Weeshuijs).
        Heijltje Bastiaanse tr. ca. 1781 met Paulus van den Berg, ged. (rooms katholiek) Rotterdam 28-10-1747 (get. Petrus de Ruijter), ovl./begr. Cool/Hillegersberg 24/25-8-1808 (wedn. Ingenatia Cool,bgr. in de kerk, ovl. op de Buiten-Rotte onder Blommersdijk, vervoerd naar Hillegondsberg, 1 meerderj.k. Gaarder Cool 6 stuivers, gaarder Hillegersberg 6:10:5 gld., kleed van 2 gld.), zv. Nicolaus van den Berg en Elisabet Cornelis Benthuijsen, eerder ev. Ignatia Kool, (begr. 28-11-1780).
        • Op 20-8-1781 compareerden Gerrit Bastiaanse en Jacoba Hees voor notaris Anthony Westerbaan te Rotterdan en verklaarden zij "te consenteren (=te bewilliggen) dat hun doghter Heiltje Bastiaanse, wonende alhier en alhier zich ten huwelijk begevende met Paulus van den Berg, weduwnaar van Ignatia Kool mede alhier woonachtig, en dat dezelve naar voorafgaande huwelijks proclamatien in de egten staat werden bevestigt, waartoe zij comparanten hun van herte Des Heeren Zegen toewenschende. En opdat hiervan blijken magt, versogten de comparanten Acte om te kunnen dienen naar het behoord". <58>
        • Op 27-11-1781 werd in de Grote kerk te Rotterdam gedoopt: Jacoba, onechte kind van Heijltie Bastiaanse ^Botersloot, get.: Gerrit Bastiaanse en Jacoba van Hees.
        • Op 13-8-1783 werd Rooms Katholiek gedoopt Nicolaus, zv. Paulus van den Bergh en Hijntje Bastiaanse (acath), evenals op 29-10-1784 hun zoon Paulus. Beide zoontjes overleden binnen een jaar na hun geboorte.
        • Op 11-5-1802 ontving Matthijs Rubbeling, ev. Jacoba van den Berg dv. Heijltje Bastiaanse aan haar verwekt door Paulus van den Berg, bij notaris Pieter Commys te Cool, namens haar 100 gulden, als legaat van haar op 20 mei 1797 overleden grootvader Gerrit Bastiaense, en 24 gulden, zijnde 4 procent interest vanaf genoemde datum. <59>
      3. Gerrit Bastiaanse, ged. Rotterdam 8-11-1761 (^Vest op Pompenburg, get. Aaltie Peper), ovl./begr. Rotterdam 20/23-8-1811 (man van Willemijntje de Haas, minderj.k: 2, meerderj.k: 1).
        Gerrit Bastiaanse otr./tr. Rotterdam 4/21-5-1783 met Hermina de Hes, ged. Harderwijk 13-6-1759, ovl. Rotterdam 27-2-1839 (als Wilhelmina de Hes, ^ten huize van haar schoonzoon Jan van Zetten Vest L513), dv. Cornelis de Hes en Hendrikje van Aarts/Aken.
        • Gerrit Bastiaanse, jm. van Rotterdam, ^Vest X Hermina de Hes, jd. van Harderwijk ^Botersloot. Het echtpaar Bastiaanse-de Hes verhuisde kennelijk naar Harderwijk, waar 2 kinderen van hen -respectievelijk Jacoba (~14-3-1784) en Gerrit (~28-9-1786)- werden gedoopt. Een mogelijk overlijden van Hermina de Hes daarna in Harderwijk of Rotterdam kon niet worden achterhaald. Want vanaf 1790 zijn er in Rotterdam drie dopelingen vermeld met Gerrit Bastiaanse als vader en Willemina de Hes als moeder. Zij overleed in 1839 op 83-jarige leeftijd te Rotterdam, met de vermelding dat zij te Doesburg was geboren en de dochter was van wijlen Cornelis de Hes en ... (de hierna volgende zinsdelen zijn onleesbaar, behalve fragmentarisch: ... de moeder ... onbekend ... ). <60>
        • Van Willemina de Hes is geen doopdatum bekend, maar zou haar geboorte volgens de vermelding omstreeks 1755/56 plaats gehad kunnen hebben. En zouden haar ouders ook Cornelis de Hes en Hendrikje (Aarts) van Aken geweest kunnen zijn. Uit dit echtpaar zijn te Harderwijk 7 kinderen gedoopt, maar geen Wilhelmina hoewel die mogelijk in 1755 geboren zou kunnen zijn.
          Een 2e huwelijk van Gerrit Bastiaanse met ene Willemina de Hes is niet uit te sluiten. Ik denk echter eerder dat Hermina de Hes als voornaam Wilhelmina heeft aangenomen toen zij met haar gezin naar Rotterdam terugkeerde.
        • Op 4-3-1799 verklaarde Willemijntje de Hes, huisvrouw van Gerrit Bastiaanse, voor not. Jan Huibrecht Lentfrink dat zij, met uitsluiting van de weeskamer, tot directeur harer begravenis en tot redderaers van haren inboedel en nalatenschap, mitsgaders tot voogden over alle minderjarige, uitlandige kinderen en toezicht behoevende te benoemen haar zwagers Willem en Aart Bastiaanse. <61>
      4. Aart Bastiaanse, ged. Rotterdam 25-3-1764 [kwnr. 12].
      5. Maria Bastiaanse, ged. Rotterdam 12-4-1767 (^Vest bij de Lombertstraat, get. Maria Hamel), ovl. Rotterdam 18-3-1813 (ongehuwd ^stadsarmenhuis).
      6. Sophia Barbara Bastiaanse, ged. Rotterdam 29-9-1771 (^Vest in de Lombertstraat, get.: Jacob Verzijde en Jenneke van Hees), begr. Rotterdam 10-6-1772 (klasse 3 gld.).
    20. EVERT BOUWMAN, geb. Borik? (verm.) (Limburg? Mogelijk: Borif, volgens Van der AA het dorp Bodegraven, zoals onder de landslieden bekend), begr. Rotterdam 15-4-1763 (de man van Cebilla Kraeij, ^Korte Frankestraat, minderj.kind: 2)
      Evert Bouwman otr./tr. (schepentrouwboek) Rotterdam 10/25-4-1756 (Pro Deo) met
    21. SIBILLA KRAUW, geb. Grevenbicht ca. 1724, ovl./begr. Rotterdam 8/11-2-1806 (oud 82 jaar, wed. Evert Bouwman ^Doelstraat Starregang, Stadsdiaken)
      • Evert Bouwman, jm. van Borik X (stadstrouw-pro deo) Sibilla Kraaij, jd. van Grevenbeek.
      Uit het huwelijk van Evert Bouwman en Sibilla Krauw:
      1. Adam Bouwman, ged. (rooms katholiek) Rotterdam 31-5-1757 (parochie Leeuwenstraat, get.: Adam Essen en Catharina Bas), ovl. voor 1763.
      2. Bernardus Bouwman, ged. (rooms katholiek) Rotterdam 24-3-1759 [kwnr. 14].
      3. Theodorus Bouwman, ged. (rooms katholiek) Rotterdam 24-4-1761 (parochie Leeuwenstraat, get.: Barent Bouwman en Margarita Kogenaar), ovl. voor 1763.
      4. Everardus Bouwman, ged. (rooms katholiek) Rotterdam 29-4-1763 (parochie Leeuwenstraat, get.: Leendert Boers en Helena Heijnen), ovl./begr. Rotterdam 29-10/1-11-1793 (^Zandstraat bij Hofstraat, minderj.k. 3).
        Everardus Bouwman otr./tr. (schepentrouwboek) Rotterdam 22-4/7-5-1786 (Pro Deo) met Elisabeth Looijart, ged. (rooms katholiek) Rotterdam 27-7-1759 (parochie 't Stijger, get.: Maria Keetwijk vice Elisabeta Keetwijk en Franciscus Groenendijk), ovl. Rotterdam 3-7-1839 in het Stadsarmenhuis, dv. Johannes Looijaards en Anna Kilte.
        • Evert Bouwmans, jm. van Rotterdam X (stadstrouw-pro deo) Elisabeth Looijart, jd. van Rotterdam.
    22. CORNELIS MOERKERKE, ged. Zuid-Beijerland 26-3-1732 (get. Geertje Gerrits Moerkerke), begr. Rotterdam 18-5-1782 (man van Lena Hermans, ^Dijk over 't Stal van van der Staal, minderj.k. 5)
      Cornelis Moerkerke otr./tr. Rotterdam 21-4/7-5-1765 met
    23. LEENA AKKERMANS, ged. (rooms katholiek) Rotterdam 2-3-1743 (parochie Leeuwenstraat, doopnaam Helena, get. Helena Cramers), ovl./begr. Rotterdam 28/30-3-1809 (weduwe Jan Pillen ^Doelwatertje F292)
      • Cornelis Moerkerke, jm. van Zuid-Beijerland ^Koestraat X Lena Akkermans, jd. van Rotterdam ^Schildersteeg.
      Leena Akkermans otr./tr. 2x Rotterdam 26-11/12-12-1786 met Johannes Pelle, ged. Schiedam 18-11-1739 (get.: Ariaantie van Rees en Joanna van Nieuwenhoven), ovl. Rotterdam (verm.) voor 1809, zv. Hendrik Pelle en Maria van Erve, eerder ev. Elisabeth Ros
      • Bij resolutie van 23 februari 1760 was ten behoeve van de armen van Rotterdan aan Maria van Erve, ev. Gijsbert van der Graaft, acte van indemniteit verleend voor haarzelf als voor haar 2 kinderen Neeltie Kozijn en Jan Pelle, in vorige huwelijken verwekt. <62>
      • Johannes Pelle, weduwn. van Schiedam ^Zevenhuissteeg op de Schiedamse dijk X Lena Akkermans, weduwe Cornelis Moerkerke van Rotterdam ^Karresteeg.
      Uit het huwelijk van Cornelis Moerkerke en Leena Akkermans:
      1. Susanna Moerkerke, ged. (nederd.geref.) Rotterdam 14-1-1766 [kwnr. 15].
      2. Willem Moerkerke, ged. Rotterdam 22-1-1769 (^in de Brandsteeg, get. Anna Specht), ovl. na 1782.
      3. Anna Moerkerke, ged. Rotterdam 10-1-1771 (^in de Hartelsteeg, get. Mattheus van Attenhove en Johanna de Bruijn), ovl./begr. Rotterdam 19/22-10-1806 (ovl. in het Gasthuis, gewoond hebbende in de Doelstraat).
        • Op 10-12-1802 overleed Lena, oud 2Ĺ jaar, onegt kind van Anna Moerkerke. Op 13e daarop volgende vond de begrafenis plaats vanwege de stadsdiaken.
      4. Henderijntje Moerkerke, ged. Rotterdam 19-4-1774 (^in de Sleutelsteeg op den Schiedijk, get. Marietge de Jong), begr. Rotterdam 18-6-1776 (kv. Cornelis Moerkerke ^Dijk).
      5. Henderijntje Moerkerke, ged. Rotterdam 28-11-1776 (^in de Sleutelsteeg-Dijk, get Elisabeth Arens), ovl. na 1805.
        • Op 12-5-1800 werd Reijnier (oud 1 jaar, ^Dijk Sleutelsteeg) te Rotterdam begraven en op 19-2-1805 een doodgeboren kind (^Zijlsteeg), beide onegte kinderen van Hendrina Moerkerken.
      6. Cornelia Moerkerke, geb. Rotterdam 6-7-1781 (^Schotsedijk, get. Cornelia Madanas), ovl. Rotterdam 29-1-1783 (een kind van Lena Akkerman, weduwe van Cornelis Moerkerke ^Dijk 7huijssteeg).
      Uit het 2e huwelijk van Leena Akkermans met Johannes Pelle:
      1. Pieter Pelle, ged. Rotterdam 11-5-1788 (^Karresteeg, get. Doretea Ros).
      Generatie VI
      INDEX van familienamen
    24. PIETER POOL, ged. (ev.luthers) Blomberg-D 7-6-1673 (vader: Gösslich Poell, peten: Johann Avenhusen en Albert Tymann - doopbewijs dd. 13-3-1951 uitgeschreven door de pastoor van de Ev.Ref. Kirchengemeinde), ovl. na 1721
      • De schrijfwijze van de familienaam komt men in de Rotterdamse archieven tegen als Pool, Poole, Polen en Poolen. De naam Pool komt ook in Duitsland voor, naast Poell en Pohl (=huidige schrijfwijze en zeer veel voortkomend in de stamstad Blomberg).
      Pieter Pool otr./tr. 2x Rotterdam 3/19-8-1721 met Ariaantje Pieters, geb. Rotterdam (verm.), ovl. na 1721, eerder ev. Pieter de Groot
      • Pieter Pool weduwnaar, van 't Graafschap van der Lipp, ^Knollemanssteeg, X Ariaantje Pieters weduwe van Pieter de Groot, van Rotterdam,^Vijversteeg.
      Pieter Pool otr./tr. 1x Rotterdam 14/30-3-1706 met
    25. JOHANNA SCHOONHOUT (DB-137:465:22), ged. Rotterdam 9-8-1676 (doopget. Davits van den Handt[=van der Ham] en Maddelentie Hansonet), ovl. Rotterdam tussen 1718 en 1721, dv. Nicolaas Pieters Schoonhout en Lowijse Jans van der Hammen.

      • Pieter Poole, jm. van Blommenbergh ^Korte Wagestraat X Johanna Schoonhout jd. ^Oppert.
      • Op 11 augustus 1708 verkreeg Pieter Poolen een voorlopige verblijfsvergunning. In de provisionele administratie van Rotterdam is daarover het volgende opgenomen: "Pieter Polen, out 36 Jaren, geboortig van de Stad Blomberg en zijn huijsvrouw Johanna Schoonhout geboortig van Rotterdam out 32 jaer met haer kind 1ģ jaer". In de marge is vermeld: "3e Smaldeel 10e Wijk".
      • In het voogdijregister van de Weeskamer te Rotterdam is vermeld: "Woensdagh Den 23 juli 1721, Pieter Pieterse en Claes Pieters sijn nevens elkander geordonneert tot voogden over de nagelaten Weeskinderen van wijle Johanna Schoonhout daer vader af is Pieter Poel, onder den behoorlijke Eed bij henlieden in handen van de Ed.Achtb. heeren Weesmeesteren gedaan."
      Uit het 1e huwelijk van Pieter Pool met Johanna Schoonhout:
      1. Lysebeth Poolen, ged. Rotterdam 21-12-1706 (^in de Broedersteegh, doopget. Elsie van Dijn), ovl. na 1747 (10-1-1747 getuige bij de doop van Pieter Poolen, zv. van haar broer Nicolaas Poolen en Sara Ham).
      2. Barent Poolen, ged. Rotterdam 28-8-1708 (^Baanstraat, doopget. Jan Casimir en Jannetie Voormeer), ovl. Rotterdam voor 1710.
      3. Barent Poolen, ged. Rotterdam 8-7-1710 (^Slickvaert, doopget. Aeltje Jans), scheepstimmerman, ovl. in Azië 19-6-1742.
        Barent Poolen otr./tr. Rotterdam 15/30-5-1735 met Geertruij Kooijwijk, ged. Rotterdam 8-5-1710 (^op de Hoogstraat bij de Vlasmarkt), begr. Rotterdam 7-6-1740 (^werkhuis, diaken), dv. Gerrit Ariens Kooijwijk en Anna Dircks Quackernaat.
        • Kort voor haar huwelijk met Barent Poolen woonde Geertruij Kooijwijk "..... ten huijze vant Jan de Bires(?) buijte regent van het weeshuijs deser stad." <63>
        • Barent Poolen, jm. ^Botersloot X Geertruij Kooijwijk, jd. ^Lambertstraat.
        • Barent Poolen werd op 30 november 1735 -samen met Jans van de Garnaeij- benoemd tot toeziend voogd over de nagelaten kinderen van Pieter Jans Ham, waarvan Maria Willems van de Veer de moeder is [=kwnrs. 34+35] <64>
        • Barent Poole vertrok op 15-5-1740 als scheepstimmerman met het schip Hof niet Altijd Winter van de kamer Rotterdam naar Batavia, aankomst 16-8-1741. Op zijn vrouw Geertruij Kooiwijk had hij een maandbrief uitstaan. Op 19-6-1742 overleed hij in Azië. <65>
      4. Claas Poolen, ged. Rotterdam 1-5-1712 (^in de Baanstraat, doopget. Caat Cornelis), begr. Rotterdam 14-7-1714 (Westerkerkhof, kind van Pieter Poole in de Knollemansteeg, oud 2 jaar).
      5. Alida Poolen, ged. Rotterdam 3-6-1714 (^Knollemansteeg, doopget. Alida van Eck).
        • Van Alida Poolen zijn in de Rotterdamse archieven geen verdere gegevens gevonden.
      6. Nicolaas Poolen, ged. Rotterdam 18-6-1716 [kwnr. 16].
      7. Anna Margriet Poolen, ged. Rotterdam 26-6-1718 (^in de Vogelesang, doopget. Sophia Selijn), begr. Rotterdam 28-11-1718 (^agter Clooster in de Knollemansteeg, oud ģ jaar).
    26. PIETER JANSE HAM, ged. Rotterdam 26-11-1690 (^Vissersdijk, get.: Frans Pieters en Hendrickje Tijssen), matroos bij de VOC, ovl. 6-7-1729 tijdens de uitreis aan boord van het schip Padmos
      Pieter Janse Ham otr./tr. Rotterdam 19-6/6-7-1712 met
    27. MARIA WILLEMS VAN DER VEER, geb. Rotterdam (verm.) ca. 1690, begr. Rotterdam 11-1-1751 (^Doelestraat, 2 meerderj.k, Schotse kerkhof)
      • Op 25 februari 1718 was Maria Willems van der Veer getuige bij notaris Herbert van der Meij te Rotterdam aangaande een niet toegestane betreding van een woonhuis en wordt zij omschreven als "..... out omtrent agt en twintig Jaren." <66>
      • Pieter Johannes Ham, jm. van Rotterdam ^Lombertstraat X Marietje Willems van der Veer, jd. van Rotterdam ^Botersloot.
      • Pieter Janse Ham ging een drietal verbintenissen aan met de kamer Rotterdam van de VOC:
        -Als matroos: uitreis 24-11-1715 van Goeree bestemming Batavia met het schip Groenswaart, aankomst 6-7-1716. Hij was een maandbrief op zijn vrouw Maria Wilems van der Veer overeengekomen. <67> Terug met het schip Neptunis voor de kamer Delft, vertrek Batavia 1-12-1719 en aankomst Goeree 6-8-1720.
        -Als bosschieter: uitreis 23-2-1721 van Goeree bestemming Batavia met het schip Neptunus, aankomst 24-10-1721. <68> Terug met het schip Huis ten Donk voor de kamer Rotterdan, vertrek Batavia 1-12-1725 en aankomst Goeree 5-7-1726.
        -Als matroos: uitreis 9-4-1729 van Goeree bestemming Batavia met het schip Padmos, aankomst 28-11-1729. <69> Einde verbintenis 6-7-1729 door overlijden aan boord van het schip.
      • Uit het protocol van Arnoldus Guijlicher, notaris te Rotterdam (dd. 14 maart 1716). Voor hem compareerden: "..... en Maritge Willems van der Veer, huisvrouw van Pietersz Jansz Ham, tegenwoordig matroos op het schip genaemd GroenSwaert daer schipper op is Jacob Bogaert int laeste van den voorledenen Jare 1715 ten dienste van de Weled. Heeren bewinthebberen der geoctroyeerde Oostindische Compagnie ter kamere alhier uitgevaren zijnde naar Oost Indien. Hij is nagelaten zoon en voor derde part erfgenaam van wijle Jan Pietersz Ham, die met de Domburg int begin van de Jare 1704 naar Oostindien is gevaren en aldaar is overleden ..... [in de maand augustus 1713 te Amboina]".
        Er werden machtigingen afgegeven om de nog te ontvangen gages en maandlonen van de overledene te innen. <70>
      • Op 7 oktober 1722 werd door notaris Johan van Gesel te Rotterdam een verklaring opgesteld omtrent het afgesloten huwelijk van Pieter Janse Ham en Maria Willems van der Veer. Pieter is in het jaar 1720 als matroos naar Oostindië uitgevaren op het schip de Neptunes van de kamer te Rotterdam en van Maria werd verklaard dat zij "..... zich is gedragende als een eerlijke en geschikte Vrou ....." <71>
      • Op 9 maart 1733 werd door notaris Jan Swinnas te Rotterdam een verklaring opgesteld waaruit blijkt dat Jan Pieters Ham in het jaar 1729 wederom als matroos was uitgevaren naar Oostindië, aan boord van het schip Padmos van de kamer Rotterdam en dat hij tijdens de uitreis was overleden. <72>
      • In het voogdijregister van Rotterdam is opgenomen (30-11-1735): "Barent Poolen en Jan van de Garnaeij zijn nevens elkaar geordonneert tot voogden over de nagelaten weeskinderen van wijle Pieter Jans Ham daer moeder af is Maria Willems van der Veer."
      Maria Willems van der Veer otr./tr. 2x Gouda/Rotterdam 4/20-12-1735 met Jan van den Garnaij [=kwnr. 18], geb. Gouda ca. 1703, begr. Roterdam 29-7-1765, zv. Pieter Pieters van den Garnaij en Sebilla Storm [=kwnr 36/37], eerder ev. Jannigje Willemse de Jong.
      • Op 28 november 1735 verstrekte Gouda aan Jan Pietersz van Garnay -weduwnaar- de akte van indemniteit (= garantiestelling indien betrokkene in een andere woonplaats tot armenzorg vervalt) ten behoeve van zijn voorgenomen vestiging in Rotterdam.
      • In het trouwboek van Gouda is opgenomen: Jan Pieterse van de Garnaij, wedn. van Gouda X Marijtje van der Veer, wed. van Pieter Ham wonende te Rotterdam.
      • En in het trouwboek van Rotterdam Jan Pieterz van de Garnaij, wedn. van Gouda ^Wilde Zeesteeg X Marijtje van der Veer, wede. van Pieter Jans Ham ^Wilde Zeesteeg.
      • Op 11 september 1737 verkreeg Jan Pietersz van de Garnay een voorlopige verblijfsvergunning voor Rotterdam. In de provisionele administratie is daarover opgenomen: "Jan van den Gernaey oud 34 jaar van Gouda en sijn vrouw Marijtie van der Veer alhier en twee kinderen genaamd Sara Ham oud 23 jaar en Willemijnta Ham oud 17 jaar". In de marge is vermeld: "8(e) Wijk 5(e) Sm(aldeel)".
      • Uit het beider 2e huwelijk van Jan Pietersz van den Garnaij en Maria Willems van der Veer zijn geen kinderen bekend.
      Uit het huwelijk van Pieter Janse Ham en Maria Willems van der Veer:
      1. Sara Ham, ged. Rotterdam 27-5-1714 [kwnr. 17].
      2. Willemijntje Ham, ged. Rotterdam 29-7-1721 (^in de Swaanestraat, doopget. Jan Vermuie, Hendrik Cupedo, Wilhelmina Willems en Clara Verdongh), ovl./begr. Rotterdam 25/28-5-1800 (81 jaar, ^Armhuijs).
        Willemijntje Ham otr./tr. Rotterdam 5/21-9-1745 met Coenraed Doevening, geb. Braunschweig-D (verm.), begr. Rotterdam 31-3-1759 (^Botersloot in 't Boonesteegje, Waalsekerk-diaken).
        • Coenraed Doevening, wedn. van Brunswijk ^Botersloot X Willemijntje Ham, jd. ^Botersloot.
    28. PIETER PIETERS VAN DEN GARNAIJ, ged. Gouda 1-2-1673 (get. Willemmijna Jans), ovl. voor 1722.
      Pieter Pieters van den Garnaij otr./tr. 1x Gouda 11/25-7-1694 met Francijntje Gilles de Voeser, ovl. Gouda ca. 1-1695
      • Pieter Pieters van de Garnaij jm. X Francijntie Jillis, jd. op de Nieuwe Haven.
      • Ter vastlegging van de voogdijschap verscheen op 8 februari 1695 voor de weeskamer te Gouda Pieter Pieters van de Garnay, weduwnaar van Francientie de Voeser. Daarbij aanwezig Gillis de Voeser en Willem van de Garnay als voogden over Neeltie Pieters van de Garnay, oud 9 weken. Vastgelegd werd het moederlijke erfdeel van 3 gld en 3 stuivers. <73>
      Pieter Pieters van den Garnaij otr./tr. 2x Gouda/Rotterdam 22-4/13-5-1696 (Betoog verleent na Rotterdam 11.5.1696) met
    29. SEBILLA STORM, ged. (remonstrants) Gouda 13-3-1667, in 1689 als lidmaat bij de Gereformeerde Gemeente te Gouda ingeschreven, ovl. Gouda 19-5-1738 op de Groeneweg
      • Pieter Pietersen van den Garnaij, wedn. van Gouda ^onbekend X Sibille Jans Stroom, jd. van onbekend, gewoond hebbende bij 't Oudehooft te Rotterdam.
      • Sibilla Jans, wed. Pieter van de Garnay, daagde Jan Crawaet op 7-2-1722 voor de Politiemeesters van Gouda en eiste dat zij het huisje van de gedaagde tot 1-5-1723 mocht bewonen. Het vonnis hield in dat Jan Crawaet bewoning tot 1-2-1723 moest gedogen. <74>
      Uit het 1e huwelijk van Pieter Pieters van den Garnaij met Francijntje Gilles de Voeser:
      1. Neeltje Pieters van den Garnaij, geb. Gouda ca. 12-1694, begr. Gouda 21-8-1753 (wed. Jan van de Starre).
        Neeltje Pieters van den Garnaij otr./tr. Gouda 20-5/3-6-1725 met Jan Jacobs van de Starre, ged. (remonstrants) Gouda 1-4-1703, begr. Gouda 10-11-1746, zv. Jacob Janse van de Starre en Aaltje Kornelis.
        • Jan Jacob van de Starre jm in de Vrouwesteegh X Neeltje Pieters van Garnaij jd. op de Nieuwe Haven, bijden van Gouda.
      Uit het 2e huwelijk van Pieter Pieters van den Garnaij met Sebilla Storm:
      1. Jacoba van den Garnaij, ged. Gouda 30-1-1697 (get. Marijtie Pieters), dienstmaagd bij burgm. G.Suys, begr. Gouda 5-8-1779 in de Sint Janskerk aan de zuidzijde van het Koor, graf 7 laag 3 [=3e rij vanaf het koor]. <75>
        • Jacoba Garnaaij was vanaf mei 1742 diensmaagd bij mr. Govert Suys -burgemeester van Gouda- en zijn vrouw Catharina van Leeuwen. In 1743 vond met toestemming van de schepenen van Gouda de ontbinding van dit huwelijk plaats. In zijn testament uit 1751 legateerde mr. Govert Suys o.a. een hofstede onder Broek, Thuyl en 't Weegje aan Jacoba Garnaaij, te vererven aan Theunis den Ridder en Maria Garnaaij (haar zuster) of hun nakomelingen. Voorts legateerde hij oa. aan Jacoba Garnaay en Elisabeth de Ridder, syne domesticquen, gedurende 1 jaar en 6 weken de vrije inwoning en het onderhoud van spijs en drank, onder het genot van aan hun geaccordeerde uurloon. Tevens legateerde hij aan Jacoba Garnaay een grafstede in de St.-Janskerk te Gouda. Na zijn overlijden in 1756 werd het testament door zijn ex-vrouw Catharina van Leeuwen tot aan de Hoge Raad toe aangevochten. <76>
        • In september 1751 kocht Jacoba Garnay van Arnoldus van Keulen een huis aan de Vest voor de prijs van 104 gldn. <77>
        • Onder nummer 0121 in het kohier verponding 1772 wordt Jacoba de Garnay vermeld voor een pand in de Minderbroederssteeg. <78>
        • Jacoba van Garnay daagde Jannigje Kerkhoven op 22-10-1777 voor de politiemeesters. Jacoba van Garnay eiste betaling van 24 gldn over 1Ĺ jaar uitkering wegens het waarnemen van een turftonsters-plaats. Conform de eis -volgens confessie van schuld- werd gedaagde verplicht te betalen met 8 gldn. op 1 december 1777, de overige 16 gldn. voor 1 mei 1778 en werd zij mede veroordeeld in de kosten. <79>
      2. Marija van den Garnaij, ged. Gouda 3-2-1700 (get. Marija Pieters), begr. Gouda 23-11-1757.
        Marija van den Garnaij otr./tr. Gouda 18-5/2-6-1727 met Teunis de Ridder, ged. Gouda 15-4-1705 (get. Aaltie Arijsens), ovl. Gouda 1751 (overleden op 12 augustus of op 29 november 1751), zv. Teunis de Ridder en Lijsbeth van Mechelen.
        • Teunis de Ridder, jm. ^op de Groeneweg X Maria van de Garnaij, jd. ^op de Spieringstraat, beijde van Gouda.
      3. Jan van den Garnaij, geb. Gouda ca. 1703 [kwnr. 18].
      4. Jacobus van den Garnaij, ged. Gouda 12-3-1704 (get. Jan Storm en Arijaantie Jans), begr. Gouda 15-4-1705.
    30. PHILIPPUS DE BOSSON, ged. Oosterhout 11-7-1683 (geen doopget. vermeld), schipper, begr. Rotterdam 12-1-1741 (^Frankestraat boove de Schoolmeester, diaken.=diaconie?), zv. Philip de Bosson, vorster, en Maria Cornelis Meeuwissen.

      • Oosterhout
        De voorouders van Philippus de Bosson zijn vermeld in de deelkwartierstaat VOOROUDERS UIT HET PROTESTANTSE BRABANT.
      • De (voor-)ouders van Philippus de Bosson zijn ontleend aan de genealogie De Bosson, in 1977 gepubliceerd in Gens Nostra <80> en aangevuld met eigen onderzoeksresultaten.

      Philippus de Bosson otr./tr. Rotterdam 30-10/15-11-1712 met

    31. CORNELIA SANTACKER, ged. Rotterdam 22-8-1683 (doopget. Neetie Jans en Dorete van Noort), begr. Rotterdam 6-10-1759 (wed. Filiphus Beberson ^Frankestraat over de Smit, meerj. kind: 4)
      • Philippus de Bosson, jm. van Oosterhout ^Lombaartstraat X Cornelia Sandackers, jd. ^Frans Watertje.
      Uit het huwelijk van Philippus de Bosson en Cornelia Santacker:
      1. Bijatruia de Bosson, ged. Rotterdam 29-1-1713 (^op 't Frans Watertje, doopget. Johannis de Vos en Geertje Sanakers). <81>
        Bijatruia de Bosson otr./tr. Rotterdam 3/18-5-1739 met Wouter Heij, ged. Oosterhout 8-7-1718 (get. Peryne Wouters Heij, vrouw van Willem van Rinxt), zv. Abraham Wouters Heij en Magdalena Hally/Halby.
        • Wouter Haij, jm. van Oosterhout ^Frankestraat X Beatrix Bosson, jd. ^Frankestraat. <82>
      2. Maria de Bosson, ged. Rotterdam 7-10-1714 [kwnr. 19].
      3. Cornelia de Bosson, ged. Rotterdam 2-8-1716 (^Leuvestraat, get.: Johannes de Vos en Geertie Santacker), ovl. tussen 1767 en 1775.
        Cornelia de Bosson otr./tr. Rotterdam 3/19-5-1744 met Willem Mommers, ged. Rotterdam 17-8-1721, ovl. Rotterdam 19-10-1807 in het Gasthuis, zv. Pieter Pietersz Mommers en Klare Willemsdr de Haas.
        • Willem Mommers, jm. ^Breestraat X Cornelia de Bosson, jd. ^Steiger.
        • Cornelia de Bosson en haar man Willem Mommers waren op 14-4-1767 getuigen bij de doop van Anna dv. zijn broer Pieter Mommers en Cornelia Duijs.
          In haar testament van 9 mei 1775 werd Cornelia de Bosson door Everdijna de Bosson aangeduid als haar overleden zuster. <83>
      4. Geertje de Bosson, ged. Rotterdam 19-7-1718 (^Raamstraet, doopget. Johannes de Vos en Geertje Santacker).
      5. Anna de Bosson, ged. Rotterdam 13-11-1720 (^op de Rotte, doopget. Johannes de Vosch en Geertruij Santacker), ovl. voor 1723.
      6. Johanna de Bosson, ged. Rotterdam 29-3-1723 (^op de Rotte, doopget. Johannes de Vos en Geertje Santacker), ovl. Rotterdam 30-12-1799 (^N.Blaak bij de beurs, nalatende 3 meerderj. kinderen).
        • Johanna de Bosson wordt genoemd in het testament dd. 1775 van haar zuster Everijna.
        Johanna de Bosson otr./tr. Rotterdam 8/26-12-1754 met Dirk Noot, ged. Streefkerk 11-11-1731 (get. Grietje Cnelis de Graef), begr. Rotterdam 8-6-1763 (ev. Johanna Debosson ^Doelstraat in een gang, bgr. op woensdag in de week van 5-11 juni 1763), zv. Jasper Gerritsze Noot en Jannigje Cornelis de Graef.
        • Dirk Noot, jm. van Streefkerk ^onder Blommersdijk X Johanna de Bosson, jd. ^Vrankestraat.
      7. Debora de Bosson, ged. Rotterdam 14-10-1725 (^op de Rotte, doopget. Geertie Sandtackers), begr. Rotterdam 8-10-1728 (Schotse kerhof, kv. Philippus Bosson ^Voogelesang boven Vlijshouwer, oud 2Ĺ jaar.).
      8. Everijna de Bosson, ged. Rotterdam 30-1-1729 (^Vogelesang, get.: Johannes de Vos en Geertruij Sandackers), begr. Rotterdam 14-5-1778 (bej.dr. ^Frankestraat aan de Vest, bgr. op donderdag in de week van 10-16 mei 1778).
        • In haar testament, opgesteld dd. 9-5-1775 bij notaris Cornelis van der Looij te Rotterdam testeerde Everijna de Bosson, bejaarde ongehuwde dochter ^westzijde van de Frankestraat, zijnde ziekelijk doch hebbende volkome bekwaamheid, aan haar zusters Maria de Bosson, wed. van de Garnaeij, en Anna de Bosson, wed. Dirk Noot en aan Pieter Mommers, nagelaten zoon van haar overleden zuster Cornelia de Bosson, ieder een vierde deel van haar nalatenschap. Het laatste vierde deel werd toegekend aan haar huisgenote Anna Steenhof, aan wie eerst 50 gld. uit de boedel moest worden voldaan, die testatrice van haar had geleend.
        • Op 28-10-1775 herzag Everijna de Bosson echter haar testament en benoemde Anna Steenhof, meerderj. ongehuwde dochter met wie zij een gezamenlijk huishouden voerde, tot haar enige en algehele erfgename. <84>
    32. WILLEM BASTIAANSE, geb. Aken-D (verm.), begr. Rotterdam 21-12-1764 (Zuiderkerkhof, man van Maria Hamel ^Lommertstraat op Molenwerf, minderj.k: 3, meerderj.k: 3)
      Willem Bastiaanse otr./tr. Rotterdam 6/22-7-1732 met
    33. MARIA HAMEL, ged. Rotterdam 11-7-1715 (^Molenwerf, get.: Marijtie Knelis, Anna Knelis en Hendrik Pot), ovl./begr. Rotterdam 22/26-10-1797 (wed. Willem Bastiaanse ^G.Weg over L. Warande, meerdj.k: 3, pro deo)
      • Wilhelmus Bastianis, jm. van Aken ^Molenwerf X Maria Hamels, jd. van Rotterdam ^Molenwerf.
      • Op 12-7-1764 laten Willem Bastiaanse en Maritje Hamel, ^in een steeg uitkomende aan de Molewerf en de Veste, hun wederzijdse testament opstellen bij not. Hermanus Adrianus Schadee en benoemden elkaar als erfgenaam en voogd over hun kinderen, onder toekenning van legitieme porties aan hun kinderen. <85>
      • Op 10-7-1783 herziet Maria Hamel, wed. Willem Bastiaanse, bij genoemde notaris haar eerdere testament als weduwe en boedelhoudster van wijlen haar man, gepasseerd op 12-11-1772. Als enige en algehele erfgenamen benoemde zij nu haar kinderen Aaltje ev. Wouter van Ouwerkerk, Gerrit, Willemina ev. Ambrosius Blom, Catharina ev. Ary Schipper en Jacoba Bastiaanse ev. Gerrit Breda, ieder voor een zesde deel en het resterende zesde deel aan de 3 nagelaten kinderen van wijlen haar dochter Maria Bastiaanse in huwelijk verwekt met Adriaan Blokzijl. Stellende als voogden en administrateurs haar zoon Gerrit Bastiaanse en haar schoonzoon Wouter van Ouwerkerk. <86>
      Uit het huwelijk van Willem Bastiaanse en Maria Hamel:
      1. Aaltie Bastiaanse, ged. Rotterdam 7-10-1732 (^Molenwerf, get.: Gerrit Hamel en Aaltie Hamel), begr. Rotterdam 21-9-1785 (Prinsekerk, vrouw van Wouter Ouwerkerk, ^2e Lomberstraat bij Doelstraat, minderj.k: 1, meerderj.k: 2).
        Aaltie Bastiaanse otr./tr. Rotterdam 25-9/11-10-1757 met Wouter van Ouwerkerk, geb./ged. Rotterdam 11/15-9-1737 (get.: Jan Wouterse van Ouwerkerk en Johanna Franse Wiltschut), begr. Rotterdam 29-10-1789 (wedn. Alida Bastiaanse ^Zwanesteeg Agterklooster, minderj.k: 1, meerderj.k: 2, 3 gld.), zv. Frans Wouterse van Ouwerkerk en Lijsbeth Cornelisse de Beste.
        • Wouter van Ouwerkerk, jm. van Rotterdam ^aan de Delftse Poort X Alida Bastiaanse, jd. van Rotterdam ^Molewerf.
      2. Gerrit Bastiaanse, ged. Rotterdam 11-9-1734 [kwnr. 24].
      3. Katrijna Bastiaanse, ged. Rotterdam 5-7-1736 (^Molenwerf, get.: Katrijna en Ariaantie Hamel), begr. Rotterdam 27-12-1737 (kv. Willem Bastijaanse ^Lombertstraat Moolenwerf).
      4. Marijtje Bastiaanse, ged. Rotterdam 21-9-1738 (^Molenwerf, get.: Antonij Katron en Katrijna Hamel), begr. Rotterdam 20-2-1775 (Schotse kerkhof, ev. Abraham Blokzijl, minderj.k: 3, klasse 3 gld.).
        Marijtje Bastiaanse otr./tr. Rotterdam 2/18-5-1762 met Abraham Blokzijl, ged. Rotterdam 3-10-1734 (^Eijlant bij de Luijtersekerk, get.: Claas van der Lindt en Marijtie Couwenhoven), ovl./begr. Rotterdam 25/31-3-1796 (Prinsekerk, wedn. Maartje de Wijne ^Doelstraat, minderj.k: 6), zv. Teunisse Cornelisse Blokzijl en Ariaantje Abrams de Lint, eerder ev. Anna van Amerongen, wed. Wijnant Corpet/Korper.
        • Abraham Blokzijl, wedn. van Rotterdam ^Rotte X Marijtje Bastiaanse, jd. van Rotterdam ^Lombertstraat. Abraham Blokzijl hertrouwde 28-5/13-6-1775 met Maartje de Weijne dv. Johannes de Weijne en Cornelia Storm.
      5. Willemijntje Bastiaanse, ged. Rotterdam 13-7-1741 (^Molenwerf, get.: Willem van Agchem, Kaatje Hamel en Hermijn van Pevé), ovl./begr. Rotterdam 30-6/3-7-1809 (wed. Ambrosius Bloem, meerderj.k: 4).
        Willemijntje Bastiaanse otr./tr. Rotterdam 19-4/5-5-1767 met Ambrosius Bloem, geb. Arnhem (verm.), meester kleermaker, ovl./begr. Rotterdam 6/12-11-1794 (man van Willemina Basteijansen ^Botersloot over Prinsestraat, minderj.k: 2, meerderj.k: 2).
        • Ambrosius Bloem, jm. van Arnhem X Willemijntje Bastiaanse, jd. van Rotterdam ^2e Lombertstraat.
        • Op 16-8-1768 stelden Ambrosius Bloem, meester kleermaker, en Willemina Bastiaanse, ^tweede Lombertstraat, bij not. Adriaan Schadee hun wederzijdse testament op en benoemden elkaar als erfgenaam en voogd over hun kinderen, onder toekenning van legitieme porties aan hun kinderen. <87>
      6. Johanna Bastiaanse, ged. Rotterdam 12-12-1743 (^Molenwerf in de Lommerstraat, get.: Willem van Agchem en Catrina Hamel), begr. Rotterdam 2-12-1745 (kv. Willem Bastijaanse ^Moolenwerf midde).
      7. Kaatje Bastiaanse, ged. Rotterdam 18-7-1747 (^Molenwerf, get. Kaatie Hamel), ovl. Rotterdam 24-5-1826 (^Lange Baanstraat H264).
        Kaatje Bastiaanse otr./tr. Rotterdam 1/17-5-1768 met Arij Schipper, ged. Rotterdam 26-3-1748 (^Delfzeveer, get. Maria Dirks Wensveen), commissaris van Trekkers van de Delfsche jaagschuijten, ovl./begr. Rotterdam 11/15-6-1809 (man van Catharina Bastiaanse ^Vest F259, minderj.k: 2, meerderj.k: 4), zv. Cornelis Sijmons Schipper en Kaatie Ariense Sommers.
        • Arij Schipper, jm. van Rotterdam ^Vest X Caatje Bastiaanse, jd. van Rotterdam ^Lomberstraat.
      8. Christiaan Bastiaanse, ged. Rotterdam 11-4-1751 (^Molenwerf, get.: Willem van Agchem en Jannetje de Boter), begr. Rotterdam 24-11-1752 (kv. Willem Bastiaanse ^Lommertstraat over de Molenwerf).
      9. Cristiaan Bastiaanse, ged. Rotterdam 25-4-1754 (^Molenwerf,get.: Adriaan Adolf Hordijk en Josina de Craaij), begr. Rotterdam 4-11-1756 (kv. Willem Bastiaanse ^Molenwerf midde).
      10. Jacoba Bastiaanse, ged. Rotterdam 16-8-1757 (^Molenwerf, get.: Gerrijt en Aaltje Bastiaanse), ovl./begr. Rotterdam 27-4/1-5-1809 (wed. Gerrit Breda ^Heerestraat J36, diaken).
        Jacoba Bastiaanse otr./tr. Cool/Rotterdam 4/20-5-1782 met Gerrit Breda, ged. Zevenhuizen 1-3-1750, begr. Hillegersberg 12-12-1803 (oud 52j en 6m, ovl. op 't Slagveld onder Cool, vervoerd naar Hillegondsberg, minderj.k: 3. Cool, gaarder begraven, pro deo), zv. Hendrik Breda en Maartje Jans Baerents.
        • Gerrit Breda, jm. van Zevenhuizen ^Rotte onder Blommersdijk X Jacoba Bastiaanse, jd. van Rotterdam ^ Lombartstraat. Cool, gaarder trouwen: pro deo.
        • Op 9-12-1803 verschenen voor not. Joannes Frabciscus Langestraat te Beukelsdijk, Oost en West Blommerdijk genaamd Cool, Monsieur Gerrit Breda en Jacoba Bastiaanse, echtelieden ^binnen deze ambacht. Zij benoemden elkaar over en weer tot enige en algehele erfgenamen. <88>
    34. HENDRIK GERRITS MOERKERKE, ged. Mijnsheerenland 31-5-1676 (get. Lijntie Pieters), begr. Zuid-Beijerland 2-1-1757 (pro deo)
      • De familienaam Moerkerke is afkomstig van de heerlijkheid Moerkerken, thans Mijnsheerenland (gemeente Binnenmaas). In 1437 werd het aan Lodewijk van Praet, heer van Moerkerken te Vlaanderen, toegestaan om de huidige Oudelandse Polder te bedijken. In de loop der tijd kreeg deze streek de naam Mijnsheerenland-van-Moerkerken. <89> Er zijn een aantal niet verwante families die hun familienaam Moerkerke(n) aan deze heerlijkheid hebben ontleend. <90>
      • Hendrik Gerrits Moerkerke werd meer dan 80 jaar oud en had op het laatst van zijn levensjaren van de Armen genoten. Ook namens haar andere broers en zusters, verzocht zijn dochter Saertie Hendriks Moerkerken aan de kerkeraad of zij het geringe overschotje der goederen van haar vader mocht behouden. Zij wilde hem een eerlijke begrafenis geven en het genotene aan de Armen betalen. <91>
      Hendrik Gerrits Moerkerke tr. 1x Zuid-Beijerland 24-9-1700 met Maritje Cleysse van der Plicht, ged. Sint Anthonie Polder 9-11-1670 (get. Leentie Aerden), ovl. voor 1716, dv. Cleijs Tonis van der Pligt en Ariaentje Henrix Weda. <92>
      • Hendrik Gerritsz Moerkerke, jm. van Mijnsheerenland ^Eendrachtspolder X Maritie Cleijsse van der Plicht, jd. van St.Anthonie Polder (Maasdam, thans gemeente Binnenmaas) ^Numansdorp. <93>
      Hendrik Gerrits Moerkerke otr. 2x Zuid-Beijerland 6-3-1716 met
    35. SUSANNIGJE PIETERS JONAS, ged. Geervliet 22-3-1693 (geheven van Arijaentgen Hendriks), ^Zuid-Beijerland, ovl. Zuid-Beijerland (verm.) na 1732
      • Susannigje Pieters Jonas deed op 19 april 1715 belijdenis te Zuid-Beijerland.
      • Hendrik Gerritz Moerkerke, geb. van Mijnsheereland ^onder den Hitsert wedn. Maritje Kleis van der Pligt, % Susannetje Pieters Jonas jd. van Geervliet en ^onder den Hitsert. <94>
      Uit het 1e huwelijk van Hendrik Gerrits Moerkerke met Maritje Cleysse van der Plicht:
      1. Gerrit Moerkerke, ged. Zuid-Beijerland 5-12-1700 (doopget. Sara Gerritsdr Moerkerke), begr. Zuid-Beijerland 1-5-1767 (pro deo).
        Gerrit Moerkerke otr. Zuid-Beijerland 5-1-1747 (pro deo) met Marijgje Leendertsdr Baars, begr. Zuid-Beijerland 8-6-1775 (ev. Stoffel Veugelaar). <95>
        • Gerrits Hendriksz Moerkerken, jm. geboortig en wonende onder Den Hitsert % Marijgje Leendertsdr Baers, jd. geboortig en wonende onder Den Hitsert. Gerrit Moerkerke zou dan 46 jaar geweest zijn, hetgeen rijkelijk aan de oude kant lijkt te zijn, maar niet onmogelijk is. Zijn weduwe hertrouwde op 22-12-1769 te Zuid-Beijerland met Stoffel Veugelaar.
      2. Claas Moerkerke, ged. Zuid-Beijerland 11-6-1702 (doopget. Neeltje Gerritsdr Moerkerke), ovl. Zuid-Beijerland voor 1702.
      3. Lysbeth Moerkerke, ged. Zuid-Beijerland 21-2-1706 (doopget. Geertie Gerritsdr Moerkerke).
      Uit het 2e huwelijk van Hendrik Gerrits Moerkerke met Susannigje Pieters Jonas:
      1. Pieter Moerkerke, ged. Zuid-Beijerland 24-1-1717 (get. Neeltie Gerrits), ovl. na 1766.
        • Op 23-1-1766 verzocht Pieter Moerkerken, oom van Hendrik Meijers zv. zijn zuster Saertje, aan de kerkeraad van Zuid-Beijerland om hem 50 gldn. te willen geven om de genoemde jongeling, die door de Armen onderhouden werd, tot de vaart uit te rusten. Hendrik Meiers had op 27-6-1766 afscheid genomen van de predikant -waar hij uitbesteed was geweest- om naar zijn oom te gaan. Er was de nodige orde op zijn kleren gesteld, maar volgens broeder Vermaas was men niet voldaan. De kerkeraad meende dat men zonder rede klaagde. <96>
      2. Cornelis Moerkerke, ged. Zuid-Beijerland 19-6-1718 (get. Neeltie Joris), ovl. Zuid-Beijerland voor 1732.
      3. Saertje Moerkerke, ged. Zuid-Beijerland 26-7-1722 (get. Lysbet Hendriks Moerkerke), begr. Zuid-Beijerland 22-2-1762. <97>
        • Sara Hendriks Moerkerken deed op 4-4-1740 belijdenis in Zuid-Beijerland.
        Saertje Moerkerke otr. Zuid-Beijerland 23-4-1745 (pro deo) met Hendrik Meijer, ged. Mijnsheerenland 10-5-1716 (get. Susannetje Arijens Broekman), ovl. Zuid-Beijerland 27-11-1757, <98> zv. Hendrik Hendriksz Meijer, (van Wesepe nabij Deventer), en Lena Maartens Kraaij. <99>
        • Hendrik Meijer, jm. van Middelharnis wonende onder Den Hitsert % Sara Hendriksdr Moerkerken, jd. van Den Hitsert ^aldaar.
        • Met een akte van indemniteit van Mijnsheerenland had Hendrik Hendrikse Meijer zich in 1745 te Zuid-Beijerland gevestigd. In 1756 werd hij ziek en verklaarde Saertje Moerkerke dat hun huishouden ondersteuning behoefde. Nadat de predikant van Mijnsheerenland hiervan kennis had genomen, antwoordde deze per brief dd. 29-2/14-3-1756 dat men wekelijks 16 stuivers beschikbaar stelde. De kerkeraad van Zuid-Beijerland liet 13-3-1757 echter weten dat die bedeling door Mijnsheerenland echter te wensen overliet. <100> Na zijn overlijden keerde de diaconie van Zuid-Beijerland aan het huishouden van zijn nagelaten weduwe jaarlijks ongeveer 30 gldn en 208 broden uit, tot aan haar overlijden in februari 1762. <101>
        • Saertje Moerkerke had onder voorwaarden haar huis en goederen nagelaten aan de diaconie van de Gereformeerde Kerk te Zuid-Beijerland, waarover het volgende een samenvatting in hoofdzaken: <102>
          -Van haar huishouden betaalde de diaconie 1.5.6 gldn. aan thee, oly en stijfzel, toen zij boven de aarde stond. Haar doodkist werd gemaakt door Kornelis de Man, het bier op haar begrafenis kwam van Jacob en Leenderd Vermaas
          -Haar beesten werden geweid door Rokus in 't Velt. Het zout- en hoorngeld voor haar beesten werd door de diaconie aan Hr. G. van der Koold betaald.
          -Voor het schoonmaken van haar huisje betaalde de diaconie 10.0.0 gldn. Gerrit Maasdam maakte het huisje van Weduwe Ros schoon ter gelegenheid van het verkopen der goederen van Saertie Moerkerken.
        • 21-2-1762: Saartie Moerkerken is vorige week donderdag overleden als weduwe van Hendrik Meinders. Vastgesteld werd:
          -Het vaars kreeg als hoogste inschrijver Rokus in 't Velt voor 55.10.1 gldn.
          -Het kalf naar Dirk Herweijer.
          -De hoenders en het verken voor 1.16.0 en 7.10.0 naar Jacob Vermaas.
          -Het oudste meisje [Susanna, ged. 15-3-1750] werd besteed bij Dirk Herweijer voor 4 jaar tot mei 1766 en wel voor de kost, mits de Armen jaarlijks een zak Haagse vrijen en 10 tonnen turf toegaven en Herweijer het meisje naar school liet gaan.
          -Het 2e meisje [Lena, ged. 8-10-1752] werd tot 1763 besteed bij Aert van der Mast voor 20.0.0 gldn., waarbij de diaconie tevens 10 tonnen turf, een zak Haags, een oud bed en deken moest toegeven en [van der Mast] het kind naar school moest laten gaan.
          -Het jongetje [Hendrik, ged. 22-9-1754] is besteed tot mei 1763 bij de weduwe Dolaart voor 20.0.0 gldn., 10 tonnen turf en een brood per week en het kind moest schoolgaan; de weduwe zou het kind bestoppen en benaijen.
        • 7-3-1762: De nagelaten goederen en haar huis werden verkocht:
          -Adrianus Bisdom kocht het huisje en betaalde 156.0.0 gldn. aan de diaconie.
          -Voor haar nagelaten goeden ontving de diaconie 222.15.0 gldn.
          -Silversmit Struijk betaalde 12.4.0 wegens een (oor-)ijser met gouden krullen en silveren slootjes.
      4. Crelia Moerkerke, ged. Zuid-Beijerland 11-7-1723 (get. Lysbet Hendriks Moerkerke), ovl. Zuid-Beijerland voor 1732.
      5. Cornelis Moerkerke, ged. Zuid-Beijerland 26-3-1732 [kwnr. 30].
    36. WILLEM AKKERMANS, geb. Breda, ovl./begr. Rotterdam 6/9-4-1791 (wedn. Anna Specht ^K.Hoogstraat naast Versnel, 1 meerderj.k., pro deo)
      Willem Akkermans otr./tr. Rotterdam 30-10/15-11-1740 met
    37. ANNA SPECHT, geb. Buuren (verm.), begr. Rotterdam 19-10-1770 (vrouw van Willem Akkermans ^G.Wagestraat hoek Agterklooster, meerderj. kind: 1)
      • Willem Akkermans, jm. van Breda ^Lombertsteeg X Anna Specht, jd. van Buuren ^Oppert.
      Uit het huwelijk van Willem Akkermans en Anna Specht:
      1. Helena Akkermans, ged. (rooms katholiek) Rotterdam 16-8-1741 (parochie Leeuwenstraat, get. Helena Cremers), begr. Rotterdam 28-4-1742 (kv. Willem Akkermans, ^2e Lommertstraat over Wilde Zeegsteeg).
      2. Leena Akkermans, ged. (rooms katholiek) Rotterdam 2-3-1743 [kwnr. 31].
      3. Cornelia Akkermans, ged. Rotterdam 30-6-1746 (parochie Leeuwenstraat, get.: Hendrik Poortman en Joanna de Bruijn), begr. Rotterdam 30-7-1749 (kv. Willem Akkermans ^op de Oude Kleermart bij de Kipstraat).
      Generatie VII
      INDEX van familienamen
    38. GOTTSCHALCK POOL, geb. ca. 1630, schoenmaker, ovl./begr. Blomberg-D 17/21-11-1708 (Gottschalck Pool, 78 jaar). <103>
      • Op 3 maart 1654 werd door Gottschalck Poell te Blomberg de burgereed afgelegd. <104> Dat was gebruikelijk bij de vorming van een huisgezin, waarom 1654 als vermoedelijke huwelijksjaar is aangehouden.
      Gottschalck Pool tr. Blomberg-D ca. 1654 met
    39. LIESABETH MISCHE, begr. Blomberg-D 28-11-1685. <105>
      • Aanvullende gegevens omtrent het beroep van Gottschalck Pool, de naam van zijn echtgenote, hun ouders en hun kinderen met aangetrouwden verstrekt door Heinz- Walter Rolf, voorzitter van de Heimatsverein van Blomberg.
      Uit het huwelijk van Gottschalck Pool en Liesabeth Mische:
      1. Anna Trien/Catherina Pool, ged. (ev.luthers) Blomberg-D 1-1-1662.
        Anna Trien/Catherina Pool tr. (ev.luthers) Blomberg-D 21-6-1706 met Anthon(?) Niemann.
        • Op 17-10-1710 legde ene Anthon Nieman te Blomberg de burgereed af. <106> Mogelijk huwde Catharina Pool op 21 juni 1706 met deze Nieman.
      2. Pieter Pool, ged. (ev.luthers) Blomberg-D 7-6-1673 [kwnr. 32].
      3. Anna Margaretha Pool, ged. (ev.luthers) Blomberg-D 27-12-1685.
        Anna Margaretha Pool tr. met Hermann Tappe die in 1692 de burgereed te Blomberg-D aflegde.
    40. JAN PIETERS (HAM), geb. Ouderkerk a/d IJssel, soldaat bij de VOC, ovl. Ambon-Ned.Ind. 8-1713
      • In januari 1704 vertrok Jan Pieters Ham als soldaat voor de Verenigde Oostindische Compagnie naar Indië aan boord van de Domburg, uitgerust door de kamer van de Compagnie te Middelburg. In de maand augustus 1713 overleed hij te Amboina. <107>
      Jan Pieters (Ham) otr./tr. 2x Rotterdam 14-12-1698/6-1-1699 met Dieuwertje Koets van Vriesland
      • Jan Pietersz Ham, wedn. van Sara Bergen ^Visserdijk X Dieuwertje Koets, jd. van Vriesland ^Nieuwe Vogelsangh.
      Jan Pieters (Ham) otr./tr. 1x Rotterdam 1/17-2-1688 met
    41. SARA CORNELIS (VAN BERGEN), ged. (ev.luthers) Rotterdam 18-12-1667 (get.: Baertie Roelands en Hendrijna Tijsse), begr. Rotterdam 8-3-1698 (vrouw van Jan Knelissen ^Vissersdijk naast Verlee, diaken. Vermoedelijk heeft haar broer Joannes van Bergen aangifte gedaan en is hij abusievelijk voor de echtgenoot aangezien)
      • Jan Pieterszen, jm. van Ouwerkerk op den IJssel ^achter 't Clooster X Sara Cornelis, jd. van Rotterdam ^Vissersdijk.
      • Mathijs van Bergen, timmerman en Mathijs Pijlijser, metselaersknegt werden op 11 december 1698 als voogden benoemd over de nagelaten weeskinderen van Sara van Bergen, "daar vader af is Jan Pieters Ham." <108>
      • Als soldaat voor de Verenigde Oostindische Compagnie vertrok Jan Pieters Ham op 27-2-1704 vanaf de Wielingen naar Indië aan boord van de Stad Domburg, uitgerust door de kamer Zeeland te Middelburg. De Stad Domburg kwam op 28-8-1704 te Batavia aan. Voor zijn vertrek was hij een maandbrief overeen gekomen ten gunste van zijn kinderen Neeltje, Pieter en Jannetje Jansen Ham. Op 11-8-1713 be indigde het dienstverband door zijn overlijden. <109>
      • Uit het protocol van Jan Swinnas, notaris te Rotterdam: "Op huijden den 10 October 1711 compareerden voor mij Jessie Thijsdr, wede. wijle Cornelis Pieters van Bergen. Woonende alhier, grootmoeder van moederszijde van Neeltje, Pieter en Jannetje Jans Ham kinderen van Jan Pieters Ham van Rotterdam. Voornoemde kinderen werden door de comparante gealimenteerd ende onderhouden volgens attestatie op den 16 november 1709 voor de Ed:agtbare Heeren Schepenen deser Stad. De regt verkreeg zij bij maandbrief van de heeren bewinthebberen van de Oostindische Compagnie ter Kamere van Middelburgh in Zeeland, toebehorende aan Jan Pieters Ham die in Januari 1704 als soldaat met het Schip Domburg van deze kamer naar Oostindie is gevaren. .....". <110>
        Jessie Thijsdr gaf volmacht aan de beurtschipper op Middelburg om de te ontvangen gages en maandgelden van Jan Pieters Ham te innen. Soortgelijke machtigingen werden ook in de jaren 1713 t/m 1715 afgegeven. <111>
      Uit het 1e huwelijk van Jan Pieters (Ham) met Sara Cornelis (van Bergen):
      1. Neeltje Janse Ham, ged. Rotterdam 12-10-1688 (^Visserdijk, get. Gerret Pijeterse en Arijaentgen Cornelus), begr. Rotterdam (verm.) 27-11-1751 (^Bleijkersteeg).
        Neeltje Janse Ham otr./tr. 1x Rotterdam 23-10/4-11-1707 met Dirk van der Tas, ged. Rotterdam 23-2-1681 (get.: Johannes Dirckse, Dirck Dirckse en Engeltje Servaes), ovl. Rotterdam tussen 1711 en 1715, zv. Louweris Dirckse van der Tas en Anneke Ariens van der Meulen.
        • Dirk van der Tas, jm. van Rotterdam ^Vissersdijk X Neeltje Jans Ham, jd. van Rotterdam ^Vissersdijk. Op 8-1-1711 werd het enig bekende kind -Jan genaamd- uit dit huwelijk gedoopt, met ene Maritje Jans (een zuster van Neeltje Jans?) als doopgetuige.
        Neeltje Janse Ham otr./tr. 2x Rotterdam 14/23-7-1715 met Jan Dirkzen de Swart, geb. Rotterdam (verm.), begr. Rotterdam 9-9-1732 (Waalse Kerk ^Jongmansteeg, diaken).
        • Jan Dirkzen, jm. van Rotterdam ^Vissersdijk X Neeltje Jans Ham, wede. van Rotterdam ^Vissersdijk.
      2. Pieter Janse Ham, ged. Rotterdam 26-11-1690 [kwnr. 34].
      3. Cornelia Janse Ham, ged. Rotterdam 12-10-1692 (get. Aerjaentie de Pruis, Lijsbet, Jan de Moeij en Matthijs Kornelisse), begr. Rotterdam 13-5-1702 (kv. Jan Ham ^over 't Dolhuijs, Waalsekerk; ook mogelijk zijn zoon Matthijs Ham of Anna Ham uit het 2e huwelijk).
      4. Jannetje Janse Ham, ged. Rotterdam 20-1-1695 (get. IJffie Tijssen), ovl. na 1724 (14-12-1724 doop laatst bekende kind).
        Jannetje Janse Ham otr./tr. Rotterdam 15/31-3-1722 met Hendrik Jansze van Zeil, geb. Schalkwijk, ovl. na 1724.
        • Hendrik Jansze van Zeil, jm. van Schalkwijk ^Vissersdijk X Jannetje Jansse Ham, jd. van Rotterdam ^Vissersdijk. Uit dit huwelijk 3 bekende kinderen, die allen jong stierven. Zij waren nog in ondertrouw toen hun eerste kind op 1-3-1722 remonstrants werd gedoopt, met Neeltie Jans en Jan Swart als doopgetuigen.
      5. Mathijs Janse Ham, ged. Rotterdam 18-11-1696 (doopget. Aefie Tijsen), begr. Rotterdam 24-1-1703 (kv. Jan Ham ^Gietersteeg, ook mogelijk zijn dochter Cornelia Ham of Anna Ham uit het 2e huwelijk).
      Uit het 2e huwelijk van Jan Pieters (Ham) met Dieuwertje Koets:
      1. Anna Ham, ged. Rotterdam 30-6-1701 (^Schavesteegh; get. Aeltie Pieters), begr. Rotterdam 24-1-1703 (kv. Jan Ham ^Schavesteeg vooraan, Waalsekerk-diake; ook mogelijk dochter Cornelia of zoon Matthijs Ham uit zijn 1e huwelijk).
    42. WILLEM VAN DER VEER
      Willem van der Veer tr. met
    43. NN
      • Maria Willems, Catharina Willems en Willemina Willems zijn als zusters aangemerkt omdat zij regelmatig als doopgetuigen bij elkaar optraden, waarbij regelmatig de naamtoevoeging Van der Veer was vermeld. Als leeftijdvolgorde zijn de huwelijksdata aangehouden.
      Uit het huwelijk van Willem van der Veer en NN:
      1. Maria Willems van der Veer, geb. Rotterdam (verm.) ca. 1690 [kwnr. 35].
      2. Catharina Willems van der Veer, geb. Rotterdam (verm.), begr. Rotterdam 29-1-1767 (wed. Jan Been, ^Goudseweg over de Jodenlaan, 1 meerderj.k. Waalse kerk).
        Catharina Willems van der Veer otr./tr. 1x Rotterdam 4/21-2-1725 met Jan Pieters van Vliet, geb./ged. Hillegersberg 7-6-1705 (geb.- en dooplaats en ouders nader onderzoeken), ovl. na 1730, zv. Pieter Janse van Vliet en Pietertie Braat.
        • Jan Pieters van Vlied, jm. van Rotterdam ^Doelwatertje X Catharina Willems van der Veer, jd. van Rotterdam ^Botersloot. Het laatst bekende kind uit dit huwelijk werd in 1730 gedoopt.
        Catharina Willems van der Veer tr. 2x na 1730 met Jan Been, ovl. voor 1767.
      3. Willemijna Willems van der Veer, geb. Rotterdam (verm.), begr. Rotterdam 12-7-1762 (ev. Tomas Blok ^Lommerstraat bij de Wilde Zeesteeg, 1 meerderj.k, Waalse kerk).
        • Willemijna van der Veer was op 18-8-1740 te Rotterdam getuige bij de doop van Cornelia van der Veer, dochter van Abram van der Veer en Elisabet Kemmer.(Wat is de familierelatie?: Abram van der Veer, jm. van 'sHage ^Peperstraat X 12/26-4-1739 Elisabeth Lempers, jd. van 't Brandenburgse ^Hoogstraat)
        Willemijna Willems van der Veer otr./tr. 1x Rotterdam 17-11/3-12-1726 met Johannis Langebeek, geb. Rotterdam (verm.), ovl. voor 1732.
        • Jan Langenbeecq, jm. van Rotterdam ^Calverstraat X Willemijntje Willems van der Veer, jd. van Rotterdam ^Botersloot. Uit dit huwelijk twee kinderen, waarvan de jongste in 1729 was geboren, maar die beiden kort na elkaar in 1730 overleden.
        Willemijna Willems van der Veer otr./tr. 2x Rotterdam 9/25-3-1732 met Tomas Blok, ged. Rotterdam 5-6-1704 (^Fransevelt, get.: Lijsbeth Heindricks en Aegtie Pieters), begr. Rotterdam 18-1-1781 (77j. ^Zijl Nauwesteeg, diaken), zv. Tomas Blok en Neeltie van de Meijde.
        • Thomas Blok, jm. van Rotterdam ^Calverstraat X Willemijntje Willems van der Veer, wede. Jan Langenbeek van Rotterdam ^Botersloot. Tomas Blok hertrouwde op 6/22-2-1763 te Rotterdam met Johanna Zuidenbos, wed. Cornelis Vrijenhoek ^Botersloot.
        • Thomas Blok testeerde op 24-7-1765 tot zijn algehele en enige erfgenamen zijn huisvrouw Johanna Zuijderbosch en zijn voordochter Neeltje Blok -huisvrouw van Bartholomeus Halé- verwekt bij zijn overleden huisvrouw Willemijntje Willems van der Veer. <112>
    44. PIETER LIEVENS (VAN DEN GARNAIJ), ged. Gouda 12-10-1650 (get. Neeltgen Barens), begr. Gouda 25-3-1709
      Pieter Lievens (van den Garnaij) otr./tr. Gouda 24-9/9-10-1672 met
    45. STIJNA PIETERS (DE POTTER), geb. Hooglede-B (verm.), begr. Gouda 11-6-1718 (Stijna Pieters, weduwe van Pieters Lievens Garnaij)
      • Pieter Lievense jm van Gouda buijten de Cleijweg Poort X Centge Pieters, jd. van Hoo(o?)... in Vlaanderen woonende buijten de Cleijwegh Poort.
      • Door slijtage van het doopboek is geboorteplaats van Centge Pieters slecht leesbaar, vermoedelijk Hooglede. Haar voornaam Centge (afgeleid van Vincentius) is kennelijk later verbasterd in het Hollandse Stijna.
      Uit het huwelijk van Pieter Lievens (van den Garnaij) en Stijna Pieters (de Potter):
      1. Pieter Pieters van den Garnaij, ged. Gouda 1-2-1673 [kwnr. 36].
      2. Neeltije Pieterse (van den Garnaij), ged. Gouda 29-5-1676 (get. Grietije Pieters).
      3. Lieve Pieters van den Garnaij, geb. Gouda ca. 1680, ovl. na 1729 (9-11-1729 doop van zijn zoon Jacob).
        Lieve Pieters van den Garnaij otr./tr. Gouda 15/29-7-1714 met Stijntje Andriesse Melchior, ged. Gouda 1-4-1689 (gedoopt als Christijntie Aeltie Jans. get. Neeltie Vincke), begr. Gouda 4-5-1739, dv. Andries Jacobse Melchior en Aeltie Jans.
        • Lieve Pietersz van Garnaeij, jm. in de Nieuwe Vrouwe Steegh X Stijntje Andriesse Melchior, jd. op de Nieuwe haven, beijde van Gouda.
      4. Isack Pieterse (van den Garnaij), ged. Gouda 8-4-1682 (get. Jannigje Wijnants).
      5. Jannigje Pieterse (van den Garnaij), ged. Gouda 31-10-1683 (get. Stijntie Isacks), ovl. Gouda voor 1692.
      6. Elijsabeth Pieterse (van den Garnaij), ged. Gouda 3-11-1685 (get. Martijntje Lievens).
      7. Onbekend kind van Pieterse (van den Garnaij), ged. Gouda 10-8-1689 (get. Martijntie Lievens).
      8. Jannigje Pieters van den Garnaij, ged. Gouda 27-8-1692 (get. Marijtie Pieters), begr. Gouda 16-3-1757.
        Jannigje Pieters van den Garnaij otr./tr. 1x Gouda 14/28-7-1720 met Jan Pietersz van Weijmers, zv. Pieter van Weijmers en Grietje Isaakse de Koning.
        Jannigje Pieters van den Garnaij otr./tr. 2x Gouda 15/29-7-1731 met Jan Houtham, ged. Gouda 5-10-1706 (get. Geertruijt Raf), zv. Jan Houtham en Margie Willems.
        • Jan Houtman jm. X Jannigje van Garnaaij, wed. Jan Pietersse Weijmes, beide op de Nieuwe Haen en van Gouda.
      9. Willemtie Pieterse (van den Garnaij), ged. Gouda 5-6-1695 (dv. Lijntje Pieters (sic), get. Jacomijntje Jans), begr. Gouda (verm.) 17-11-1698.
      10. Johanna Pieterse (van den Garnaij), ged. Gouda 16-11-1696 (get. Jacomijntje Jans), begr. Gouda 17-11-1698.
    46. JAN JACOBS STORM, geb. Gouda, schoolmeester te Gouda, ovl. na 12-1706
      Jan Jacobs Storm otr./tr. Gouda 24-11/10-12-1662 met
    47. MARIA PIETERS MUL, begr. Gouda 8-9-1700 (huisvrouw van Mr. Jan Storm)
      • Jan Jacobsen, jm van Gouda ^Aaltje Baksteehje X Marijchen Pieters, van Gouda ^in de Wijde poort op de Groeneweg.
      • Op 10-5-1674 werd Jan Storm door Loiys de Logier voor de politiemeesters gedaagd. Hij eiste betaling van 4.6.- gldn. over geleend geld. Jan Storm erkende de schuld en werd hij conform de eis gevonnist. Hij moest betalen met 6 stuivers per week en werd mede-veroordeeld in de kosten. <113>
      • Op 15-6-1678 werd mr. Jan Storm opnieuw voor de politiemeesters te Gouda gedaagd. Nelletje Lourus eiste betaling van 14.10.8 gldn. over geleverde winkelwaren. De gedaagde bekende de schuld en werd conform de eis veroordeeld tot betaling met 3 stuivers per week en werd hij mede veroordeeld in de kosten. <114>
      • Jan Storm staat als eerste in het Gildeboek van het Schoolmeestersgilde te Gouda vermeld, met de aantekening dat hij op 19-12-1706 is vertrokken. <115>
      Uit het huwelijk van Jan Jacobs Storm en Maria Pieters Mul:
      1. Jacob Storm, ged. (nederd.geref.) Gouda 26-10-1663 (get. Betijen Jacobs Storm).
      2. Sebilla Storm, ged. (remonstrants) Gouda 13-3-1667 [kwnr. 37].
      3. Hillegont Storm, ged. (remonstrants) Gouda 24-9-1669.
      4. Grietie Storm, ged. (remonstrants) Gouda 21-9-1672.
        Grietie Storm otr./tr. 1x Gouda 7/21-2-1694 met Isack Jansen van Meekeren, begr. Gouda 7-3-1712.
        • Isack Jansen van Meekeren, jm. ^Boersteegh X Grietie Storm, jd. ^Boersteegh.
        Grietie Storm otr./tr. 2x Gouda 17-7/7-8-1718 met Roeland Dirksz Hoevenaar, begr. Gouda 7-3-1724 (Roelof Hoevenaar), eerder ev. Lijsbeth Willems Ravenstein, daarvoor ev. Aaltje Hendricks de Jong.
        • Roeland Dircks Hoevenaar, wedn. laatst van Lijsbeth Willemse Ravestein X Grietje Storm, wed. van Isaac van Mekeren, beide wonende op de Groenewegh,
      5. Arijaentje Jans Storm, ged. (remonstrants) Gouda 15-9-1675, begr. Gouda 6-10-1716 (huisvrouw van Bastiaen Jansz).
        Arijaentje Jans Storm otr. Gouda 3-5-1699 met Bastiaen Jansz van der Meulen, geb. Gorinchem, begr. Gouda 20-2-1733.
        • Batiaens Jansz van der Meulen, jm. van Gorcum ^Sack % Adriana Jans Storm, jd. van Gouda ^in de Stoofsteeg.
      6. Jannetje Storm, ged. (nederd.geref.) Gouda 10-2-1679 (get.: Jan Vermeul en Jannetje Pieters).
        Jannetje Storm otr./tr. 1x Gouda 1/15-5-1707 met Jacob Cornelis Langeveld, begr. Gouda 30-1-1717.
        • Jacob Cornelis Langeveld, jm. ^CleyweghsSteegh X Jannatje Storm, jd. ^CleyweghsSteeg.
        Jannetje Storm tr. 2x Gouda 21-1-1720 met Ariensz Blok, begr. Gouda 12-9-1720 (Adriaan Blok).
      7. Antonius Storm, ged. (nederd.geref.) Gouda 20-9-1682 (get. Gerret Jacobse en Aeghte Storm), begr. Gouda 10-11-1699 (Teunis Storm).
        • Vermoedelijk is Antonius Storm dezelfde als Thonis Storm die op 14-11-1698 door Gerrit van Huyssen voor de politiemeesters van Gouda was gedaagd. Hij eiste betaling van 13.15.8 gldn. over gehaald brood. Thonis Sorm werd gevonnist conform de eis, alsmede in de kosten. <116>
    48. EVERT REIJNIERS SANTACKER, geb. Rotterdam (verm.) na 1652, begr. Rotterdam 16-12-1707 (wedn. Bejateres Schuijermans ^Langebaanstraat, meerderj. kind: 3, Schotse kerkhof)
      • In een akte dd. 25-1-1681 aangaande de gezamelijke verkoop van een huis, wordt Evert Santacker genoemd voor zich zelf en voor zijn uitlandige broer Jan Santacker voor het gezamelijk 3e deel (vadersdeel) in de nalatenschap van zijn tante Geertje Everts Santackers, in haar leven weduwe van Cornelis Aelbers Santvoort. <117>
      Evert Reijniers Santacker otr./tr. Rotterdam/Den Haag 2/16-2-1676 met
    49. BEATRIX SCHUERMANS, ged. (ev.luthers) Den Haag 21-8-1647 (get.: Hans van Praech en Anna Charles), begr. Rotterdam 23-9-1698 (^Kipstraat)
      • Evert Reijniers Sandtacker, jm. van Rotterdam ^Draeijsteeg X Beatrix Schuermans, jd. van 's-Gravenhage ^onbekend, attestatie gegeven om te trouwen na den Hage 16 februari 1676.
      • Beatrix Schuermans, huijsvrou van Evert van Santacker, gebuur van Bartholomeus van den Broeck, bakker wonende op de Kleine Steijger, legde 1-10-1681 op verzoek van hem, met ware woorden in plaats van eede, een verklaring af dat Femmetje Barents, huijsvrouw van Jan Jaspersz van den Briel, voor het huis van genoemde van de Broeck groot geweld en getier heeft gemaakt. <118> De wijze waarop de verklaring werd afgelegd doet een doopsgezinde achtergrond van Beatrix Schuermans vermoeden.
      Uit het huwelijk van Evert Reijniers Santacker en Beatrix Schuermans:
      1. Debora Santacker, ged. Rotterdam 15-11-1676 (doopget. Jan Sandtacker en Dorete van Nort), ovl. Rotterdam voor 1678.
      2. Debora Santacker, ged. Rotterdam 2-3-1678 (doopget. Jan Sandtacker en Sibella Schuermans), begr. Rotterdam 13-5-1720 (ev. Leendert van der Kloef ^Baanstraat bij de Penningsbregge, 5 minderj.k.).
        Debora Santacker otr./tr. Rotterdam 8-4/20-5-1703 met Leendert Leenderts van der Kloet, ged. Rotterdam 8-6-1677 (get.: Cornelis Janse en Emmetie Pieters), begr. Rotterdam 4-5-1742 (ev. Jannetje Klinken ^Wijnstraat hoek Wijnbrugsteeg, 2 meerderj.k), zv. Lendert Hieronimusz van der Kloet/Kloot en Trijntje Cornelis (van der Knaap).
        • Lenert Lenerts van der Cloet, jm. van Rotterdam ^Lombertstraat X Debora Everts, jd. van Rotterdam ^Kipstraat. Leendert van der Kloet huwde 13-5-1722 2x met Jannetje Huiberts van Klinke.
      3. Doodgeboren kind Santacker, begr. Rotterdam 7-8-1679 (kind van Evert Santacker ^Steijger in 't Vijggevat).
      4. Geertie Santacker, ged. Rotterdam 6-2-1681 (doopget. Jan Santacker, Dorete van Noort en Geertruij Evers), ovl. na 1741.
        Geertie Santacker otr./tr. Rotterdam 18-11/5-12-1708 met Johannes de Vos, geb. Rotterdam (verm.), begr. Rotterdam 13-7-1741 (ev. Geertje Santacker ^Rotte bij Verstolk, 2 meerderj.k.).
        • Johannes de Vos, jm. van Rotterdam ^Westwagestraat X Geertje Sandackers, jd. van Rotterdam ^Botersloot.
      5. Cornelia Santacker, ged. Rotterdam 22-8-1683 [kwnr. 39].
    50. GERRIT HAMEL, geb. Schiedam tussen 1690 en 1693, matroos, kwartiermeester, ovl. tussen 1741 en 23-11-1733 (St.Janskerkhof, man van Aaltie Cornelisse Peeper ^Molenwerf, mindj.k.: 1, meerdj.k.: 1)
      • Onder verwijzing naar de volgorde van de in leven zijnde kinderen genoemd in het testament dd. 3-5-1721 van zijn moeder Maria Cornelis en de bekende doopdata van zijn broers en zusters, moet Gerrit Hamel geboren zijn in de periode 1688- 1695. Gezien het tijdsverloop van 5 jaar tussen de geboorte van zijn broer Gijsbert en zijn zuster Aaltje (beiden overleden voor 1721) lijkt zijn geboorte tussen 1690 en 1693 reëel. <119>
      • Zonder enige verdere verwijzing is als huiseigenaar te Schiedam vermeld: Gereit Hamel 24.4.1723 - 4.4.1726. <120> Mogelijk is Gerrit Hamel hiermee identiek en was hij eigenaar geworden van het ouderlijke pand. Helaas niet terug gevonden in de Schiedamse archieven.
      Gerrit Hamel tr. 1x (buitenecht.) met Baarte Gerrits
      Gerrit Hamel otr./tr. 2x Rotterdam 3/19-3-1715 met
    51. AALTJE CORNELIS PEPER, ged. Rotterdam 19-8-1691 (Aletta dv. Cornelis Jacobse en Catrina Jans ^buijten de Goutse Poort, get.: Joost Jooste en Maria Jans), begr. Rotterdam 25-8-1772 (wed. Gerrit Hamel ^Lambertus over de Wilde Zeesteeg, nalatende 1 meerderjarig kind en 2 kindskinderen mo [=mondig?])
      • Gerrit Hamel, jm. van Schiedam ^Pompenburg X Aaltje Cornelis Peper, jd. van Rotterdam ^Molenwerf.
      • Op 15-4-1719 lieten Gerrit Hamel en Aeltje Cornelis Peper hun wederzijds testament opmaken en benoemden elkaar als enige erfgenaam en als voogd over hun kinderen. Gerrit Hamel stond gereed om als matroos met het schip Nederhoven ten dienste der Geoctroijeerde Oostindische Compagnie naar Oost Indiën te vertrekken. <121>
      • Op 4-5-1719 voer hij uit als matroos op het schip Nederhoven voor de kamer Rotterdam, vertrokken vanaf Goeree bestemming Batavia, aankomst 10-1-1720. <122> Terug met het schip Nederhoven voor de kamer Zeeland, vertrek Ceylon 22-11-1721 en aankomst Rammekens 7-8-1722.
      • Hij is nog een 2e verbintenis aangegaan als kwartiermeester op het schip Padmos, uitreis 7-4-1723, vertrokken vanaf Hellevoetsluis bestemming Batavia aankomst 25-10-1723.12. <123> Eveneens terug met het schip Patmos voor de kamer Rotterdam, vertrek Batavia 22-1-1724 en aankomst Goeree 8-9-1724.
      • Op 5-11-1733 vernieuwden Gerrit Hamel en Aeltje Peper hun wederzijdse testament. Zij benoemden de langstlevend als enige en algemeen erfgenaam, met de verplichting om hun dochter Katharina te onderhouden en op te voeden tot haar 25e jaar, tenzij zij eerder zou trouwen. Verder quiteerden zij hun dochter Maria Hamel, gehuwd met Willems Bastiaanse, ten laste van haar legitieme portie met wat zij bij haar huwelijk had verkregen. Mocht de langstlevende weer trouwen, dan zou dochter Maria Hamel 500 gld. krijgen en dochter Katharina Hamel 700 gld. <124>
      • Op 2-10-1739 liet Aeltje Peper, wed. Gerrit Hamel, bij not. Adriaan Schadee vastleggen dat zij had besloten om de heren Weesmeesters en de Weeskamer alsnog uit te sluiten van haar boedel en het toezicht op de minderjarige erfgenamen. Zij benoemde vervolgens haar zwager (sic) Willem Bastiaanse en mons. Sander Hudehuison als executeurs in haar na te laten goederen en tot voogden over alle onmondigen en met name over Catharina Hamel op grond van het testament van haar man Gerrit Hamel van 5 november 1733. <125>
      • Op 17-2-1749 liet Aeltje Peper een nieuw testament opmaken en legateerde aan Aeltje Bastiaens en Gerrit Bastiaens, kinderen van haar dochter Maria Hamel verwekt bij Willem Bastiaens, ieder 25 gld. Verder worden als enige en algehele erfgenamen benoemd haar dochter Maria Hamel voor de ene helft, en de nagelaten kinderen van haar dochter Catharina Hamel tesamen voor de wederhelft. <126>
      Uit het 1e huwelijk van Gerrit Hamel met Baarte Gerrits:
      1. Gerrit Hamel, ged. Schiedam 15-1-1712 (get.: Judith Christiaanse en Grietie Hendriks).
        • In het doopboek staat aangegeven: Gerrit, onecht kind, "zoo de moeder zegt" de vader Gerrit Gerritse Hamel. Was deze geboorte de aanleiding van Gerrit Hamel om naar Rotterdam te vertrekken?
      Uit het 2e huwelijk van Gerrit Hamel met Aaltje Cornelis Peper:
      1. Maria Hamel, ged. Rotterdam 11-7-1715 [kwnr. 49].
      2. Gerrit Hamel, ged. Rotterdam 27-6-1717 (^Molenwerf, get.: Maartije Knelis en Anna Knelis), ovl. voor 1733.
      3. Catarijn Hamel, ged. Rotterdam 15-12-1718 (^Molenwerf, get.: Jan Blankert, Caatje Schonemans en Anna Cneelis), begr. Rotterdam 20-1-1749 (met haar kraemkind, vrouw van Willem van Aghem ^Lommertstraat bij de brouwerij, minderj.k.: 2).
        Catarijn Hamel otr./tr. Rotterdam 17/31-1-1741 met Willem van Agchem, ged. Rotterdam 16-9-1714 (^Pannekoekstraat. Get.: Jans Stoffels Grobbe en Joosje Willems), schoolmeester, begr. Rotterdam 24-3-1753 (huurgraf Prinsenkerk, man van Jannetie de Booter ^Lombertstraat over de Doelstraat, minderj.k:2), zv. Willem Willems van Agchem en Elisabet Jans Grobbe.
        • Willem van Agchem, jm. van Rotterdam ^Lambertstraat X Caatje Hamel, jd. van Rotterdam ^Lambertstraat. Willem van Agchem hertrouwde 8/22-11-1750 met Jannetje de Boter, wed. Jillis Wagenaar. Op 7-11-1750 hadden zij bij not. Gualtherus Kolf huwelijkse voorwaarden laten opstellen, waarin Willem van Aghem als schoolmeester wordt aangeduid. <127>
    52. GERRIT HENDRIKS (RINGELENBURG), geb. Mijnsheerenland ca. 1650, begr. Mijnsheerenland 14-9-1681 (pro deo). <128>
      • Gerrit Hendricks op 't land werd 16-2-1672 ingeschreven op de lijst van weerbare mannen (18-60 jaar) van Mijnsheerenland; 10-5-1672 als musquettier en als zodanig op 16-5-1672 in het 9e rot van Moerkerke. Op 31-1-1673 werd hij door loting geplaatst op de lijst om de 4e maand aan veldtocht deel te nemen. <129> [Mobilisatie en voorbereiding van de veldtocht door Prins Willem III van Oranje tegen Frankrijk na de invallen in het rampjaar 1672]
      Gerrit Hendriks (Ringelenburg) tr. 1x Mijnsheerenland 14-10-1668 met Macheltje Pieters (Munter), geb. Charlois, begr. Mijnsheerenland 20-8-1670, dv. Pieter Andries (Munter), kerkmeester te Charlois, en Joosge Jansdr, <130> eerder ev. Arij Dammens
      • Op 17 december 1654 compareren voor het gerecht van Charlois: Willem Jansz Bosman getr. met Neeltje Corsen, wed. van Andries Pietersz Munter; Aryen Laeurisz van Dyck getr. met Adriaentje Pietersdr en Jan Teunisz Polderman als voogd van Heyndrickge Pieters, Machteltge Pieters en Herber Pietersz Munter, alle kinderen en erfgenamen van Pieter Andries Munter en Joosge Jansz, beiden zaliger. Zij verklaarden te hebben getransporteerd aan hun meerderjarige broeder en mede-erfgenaam Cornelis Pieters Munter "huys, berge, schuere, telinge ende plantagie met de werff daer 't selve op staet, groo ontrent drie hont..., gelegen in Smeetslant onder de jurisdictie van Charlois". <131> :
      • Gerrit Hendricks, jm. geboren en wonende Mijnsheerenland, % Machteltie Pieters, wed. Aij Dammens ^Mijnsheerenland.
      Gerrit Hendriks (Ringelenburg) otr./tr. 2x Mijnsheerenland 5/29-10-1673 met
    53. LIESBETH HENDRIKS VAN DEN BERG, ged. Asperen 20-3-1644 (get.: Lubbert Jansz en Trijntje Hendricks), bij huwelijk ^Mijnsheerenland, ovl. na 1694
      • Gerrit Heijndricse Ringelen pachtte in 1681 van de Heer van Moerkerken in Oudeland van Moerkerken 1ste blocktiende tegen 308.11.00 gldn + kosten, betaling door overgauw [=overgave, overdracht?]. <132>
      • In het Blockboek der Morgentalen van 1682 -aanwezig in het Heerlijkheidsarchief Mijnsherenland (inv.nr 39)- is Gerrit Hendricx als een van de pachters in het 5e block opgenomen. Hij pachtte van Hendrick Jooste Biersteker 1 morgen 200 roede zaailand en 3 morgen 554 roede weiland. Hij bezat zelf een werfte met boomgaard en 300 roede weiland. <133>
      • Geert Hendricxse (Ringelenburgh) was "eigenaar in Oudeland, daar 't Huijs opstaat 300 roe" en betaalde daarvoor over de jaren 1670-1681 f 4.16.6 verponding, te voldoen in het daar op volgende jaar. De betaling over de jaren 1682-1691 werd door zijn weduwe voortgezet en daarna over de jaren 1692 t/m 1694 wel op haar naam, maar betaald door haar schoonzuster Jannetje Hendriks. Vermoedelijk werd het huis aan laatsgenoemde overgedragen, want over de jaren 1695-1704 betaalde zij onder op haar eigen naam en ook voor een andere woning in haar bezit te Mijnsheerenland. <134>
      Uit het 1e huwelijk van Gerrit Hendriks (Ringelenburg) met Macheltje Pieters (Munter):
      1. Neeltje Ringelenburg, ged. Mijnsheerenland 21-8-1669 (get. Jannechie Hendrix), ovl. Mijnsheerenland voor 1674.
      Uit het 2e huwelijk van Gerrit Hendriks (Ringelenburg) met Liesbeth Hendriks van den Berg:
      1. Neeltge Gerrits (Moerkerke), ged. Mijnsheerenland 5-8-1674 (get. Jannigje Gerrits), ovl. na 1717 (24-1-1717 getuige bij de doop van Pieter, zv. haar broer Hendrik Moerkerke en Susannigje Jonas).
        Neeltge Gerrits (Moerkerke) tr. Mijnsheerenland ca. 1700 met Daniël Cleysz Binnenweg, ovl. voor 1723, zv. Cleys Dane en Anneke Roockes, <135> eerder ev. Aefge Pleune Blaek, daarvoor ev. Lena Jans de Geus. <136>
        • Daniel Binnenweg staat omstreeks 1710 ingeschreven als lidmaat van Klaaswaal. Hij wordt regelmatig genoemd als opkoper van landbouwproducten en als koper en verkoper van huizen. Op 5-2-1705 vond een vermelding plaats dat hij in het bezit is van een blauwe merrij (aftants) en een dito out 6 jaar. <137>
        • De meerderjarige en de voogden over de minderjarige kinderen van Neeltge Gerrits Moerkerken, wed. Daniel Cleijsse Binnenwegt, verkopen op 3-6-1723 meubelen en huisraet. <138>
      2. Hendrik Gerrits Moerkerke, ged. Mijnsheerenland 31-5-1676 [kwnr. 60].
      3. Sara Gerrits (Moerkerke), ged. Mijnsheerenland 6-3-1678 (get. Annegie Gerrits), ovl. Puttershoek 1722. <139>
        Sara Gerrits (Moerkerke) otr./tr. Puttershoek 30-12-1701/15-1-1702 (pro deo) met Dirck Bastiaens Weeda, ged. Cillaarshoek 12-5-1675, ovl. na 1722 (18-2-1722 genoemd als voogd in het testament van Joost Hendriks van Prooijen en zijn schoonzuster Geertje Gerrits Moerkerke), zv. Bastiaan Cornelisse Weeda en Maaike Benjamin Hooghstraten, <140> eerder ev. Neeltie Maertens.
        • Uit het huwelijk van Dirck Bartiaens Weeda met Sara Gerrits Moerkerke werden 11 kinderen geboren. Hiervan werden van 6 kinderen aangifte van overlijden gedaan op 29-4-1704, 28-7-1710, ..-9-1711, 20-5-1712, 30-12-1714 en op 25-11-1721 van Cornelia Dircks Weeda als enig benoemd kind, allen pro deo. <141>
        • Ene Neelte Weeda, dv. Dirck Weeda huurde op 1-5-1718 een stoel in de kerk te Putterhoek. <142> Een bekende dochter Neeltje uit bovengenoemd huwelijk werd op 3-9-1702 gedoopt (NOOT: dit lijkt niet geheel over een te stemmen: zij zou dan nog geen 16 jaar zijn.)
      4. Geertie Gerrits (Moerkerke), ged. Mijnsheerenland 5-10-1681 (get. Neeltie Ariens Loopik en Jan Hendrikcx), ovl. Numansdorp 23-11-1757 (Gaarder Numansdorp: aangifte van overlijden van de wed. Geertrui Moerkerke door haar schoonzoon Adrianus Andeweg 3.0.0 gldn.).
        Geertie Gerrits (Moerkerke) otr./tr. Numansdorp 30-12-1708/16-1-1709 met Joost Hendriks van Prooijen, ged. Numansdorp 10-12-1662, veerman op Willemstad, begr. Numansdorp 24-1-1733 op het kerkhof (3x geluijt beste kleed, 3.1.0 gldn), <143> zv. Hendrik Cornelisz 't Hoen/van Prooijen, veerman op Willemstad, en Kommertje Joris Kool, <144> eerder ev. Hilletje Bouwens, daarvoor ev. Marijchie Jans Schop.
        • Joost Hendriks van Prooijen, out schepen in wette, en zijn vrouw Geertje Gerrits Moerkerke testeren op 10-10-1720 voor de schepenen van Numansdorp. Hij -ziek te bedde- vermaakt aan zijn voorkinderen bij Maria Jans Schop een huis en erf aan de oostzijde van de Voorstraat te Numansdorp. Tot voogden worden aangewezen Johannes van Talen en haar zwager Dirk Bastiaans Weda ^Puttershoek.
        • Op 18-2-1722 herroepen Joost Hendriks van Prooijen -weer schepen van Numansdorp en in redelijke gezondheid- en zijn vrouw dit eerdere testament. Hij vermaakt aan zijn 3 kinderen bij zijn overleden vrouw Maria Jans Schop 300.0.0 gldn. en 33.0.0 gldn aan de kinderen die aanspraak maken op de boedel. Geertje Gerrits zal haar kinderen tot de mondige dagen opvoeden en hen dan een zilveren dukaat uitkeren. De voogden als eerder genoemd. <145>
        • Van de ambachtsheer van Cromstrijen had Joost Hendriks van Prooyen het veerrecht gekregen om personen over te zetten van Numansdorp naar Willemstad. Zijn zoon Johannes Joostsz als zijn opvolger betaalde hiervoor in 1740 een recognitie van 16 gldn. aan de Ambachtsheerlijkheid. Aan dit veerrecht was de verplichting verbonden om het kanaal van de Cromstrijense haven aan beide zijde af te bakenen ten dienste van alle vreemde schippers, die -bij de instelling van de ordonnantie- daarvoor aan de veerman 3 stuivers per jaar verschuldigd waren. <146>
        • Joost Hendriks van Prooyen had deze verplichte werkzaamheden kennelijk uitgebreid tot het onderhouden van de beide havendammen waarvoor hij jaarlijks van gemeneland ongeveer 585 gldn. onving. Zijn weduwe Geertje Moerkerke zette deze aktiviteiten voort en ontving daarvoor jaarlijks deze vergoeding. <147> Daarnaast werden kenelijk nog andere aannemingsaktiviteiten verricht, want Geertie Geerids, wed. Joost Hendrikse Prooje, ontving op 15-11-1737 2.5.0 gldn. wegens teren van arme huissie op Claaswael. <148>
    54. PIETER JONASSE, geb. Leiden (verm.) ca. 1636, ovl. Geervliet tussen 30-3-1698 en 25-12-1698
      • In Leiden zijn echter geen doopdatum en ouders gevonden, wel een vermelding in het attestatie boek: 19-5-1662 - Petrus Jonas, prop[onent] naar Schiedam (Marekerk). Deze vermelding betreft echter een Ds. Petrus Jonas, die daar op 11-9-1668 in ondertrouw ging met Pauwelina Gillis, jd. van Delfshaven. Beiden overleden echter voor 1680.
      Pieter Jonasse tr. 1x met Geertruij Hagen, ovl. voor 1683
      Pieter Jonasse tr. 2x Geervliet 21-11-1683 met
    55. CORNELIA CORNELISSE VAN HULST, geb. Den Bommel, ovl. Geervliet (verm.) na 1724 (5-11-1724 doopgetuige bij Cornelia dv. Hendrik Wilke en haar dochter Pieternella.)
      • Getrout Pieter Jonasse, wedn. van Geertuij van Hagen, geboren binnen Leiden en Cornelia Cornelisse van Hulst, jd. geboren te Bommel, bijde woonende alhier [=Geervliet]
      • Ontleend aan "Een nieuw register der lidmaten die in de kercke Jes. Chris. tot Geervliet sijn bevonden op X Janu. 1697": <149>
        -Lidmate in de Kerckstraat: Cornelia de vrouw van Pieter Jonas.
        -Vermelding in periode 30-3 t/m 25-12-1698: Pieter Jonas dood.
        -Lidmate in 1727: Pietertie Jonas.
      Uit het 2e huwelijk van Pieter Jonasse met Cornelia Cornelisse van Hulst:
      1. Aderjanus Jonas, ged. Geervliet 5-11-1684 (geheven van Janken haar moeder, de peet Isack den Diender), ovl. voor 1689 (vermoedelijk).
      2. Ariaentje Jonas, ged. Geervliet 3-7-1689 (geheven van Dirkje Dirckx), ovl. na 1732 (27-8-1732 doopgetuige bij Jannetie dv. Hendrik Wilke en haar zuster Pieternella).
      3. Susannigje Pieters Jonas, ged. Geervliet 22-3-1693 [kwnr. 61].
      4. Pieternella Jonas, ged. Geervliet 23-10-1695 (geheven van Arijaentge Hendriks in plaats van Hendrika van Nimwegen), ovl. Geervliet voor 1698.
      5. Pieternella Jonas, ged. Geervliet 2-3-1698 (geheven van Arijaentgen Hendriks), ovl. Geervliet (verm.) na 1738.
        Pieternella Jonas tr. Geervliet 17-8-1721 met Hendrik Wilke/Willeken, geb. Recke-D (verm.) (geboortig van Rekke int Graafschap Lingen), ovl. Geervliet (verm.) na 1738.
        • Het laatst bekende kind uit het huwelijk van Hendrik Wilke en Pieternella Pietersdr Jonas werd op 19-11-1738 te Geervliet gedoopt.

      Generatie VIII
      INDEX van familienamen
    56. PETER POOL, schoenmaker(?), ovl. Blomberg-D 5-1-1661
      • In 1630 legde ene Peter Pohl te Blomberg de burgereed af; <150> mogelijk was deze dezelfde als de hier genoemde. Het afleggen van de burgereed was gebruikelijk bij de vorming van een huisgezin, waarom 1630 als vermoedelijk huwelijksjaar is aangehouden.
      Peter Pool tr. Blomberg-D (verm.) ca. 1630 met
    57. NN, begr. Blomberg-D 31-7-1681.
      Uit het huwelijk van Peter Pool en NN:
      1. Gottschalck Pool, geb. ca. 1630 [kwnr. 64].
    58. TöNNIES MISCHE
      • In 1628 legde T"nnis Mi†ke te Blomberg de burgereed af; <151> mogelijk was deze dezelfde al de hier genoemde T"nnis Mische. Het afleggen van de burgereed was gebruikelijk bij de vorming van een huisgezin, waarom 1628 als vermoedelijk huwelijksjaar is aangehouden.
      Tönnies Mische tr. Blomberg-D (verm.) ca. 1628 met
    59. NN.
      Uit het huwelijk van Tönnies Mische en NN:
      1. Liesabeth Mische [kwnr. 65].
    60. CORNELIS PIETERS (VAN BERGEN), geb. Bergen-N (verm.), begr. Rotterdam 20-8-1687 (mv. Iefje Jans ^Vissersijck over Duijnendijck, [aanwezig?] een bidder, 3 mindj. en 1 meerdj.k.)
      Cornelis Pieters (van Bergen) otr./tr. Rotterdam 20-11/4-12-1661 met
    61. IEFJE TIJSSEN, geb. Rotterdam (verm.), ovl. Rotterdam na 1715
      • Vooralsnog is aangehouden dat Iefje Tijssen een dochter is uit het huwelijk van Thijs Hendrixen en Neeltie Schilmans/Tielmans? [=kwnrs. 278/279] De voornaam van Iefje is bij haar ook tegengekomen als IJffje, Jijttgen, Jessie en Eva. Na het overlijden van haar dochter Sara van Bergen wordt zij na 1715 als Jessie Thijsdr nog diverse malem als gemachtigde genoemd (zie kwnr. 69).
      • Cornelis Pieterse, jm. van Bergen in Noorwegen ^Schrijnwerkerssteeg X Jesje Tijse, jd. van Rotterdan ^Schrijnwerkerssteeg.
      • Cornelis Pieterse overleed in 1687, nalatende 1 meerderjarige en 3 minderjarige kinderen. Bekend zijn Sara [=knd. e], Cornelis [=knd. j] en Jacobus [=knd k] als toen in leven zijnde minderjarige kinderen. Vermoedelijk is Joannes [=knd.b] als meerderjarige ook in leven geweest; zijn oudere broer Pieter zou tussen 1683 (diens meederjarige leeftijd) en 1687 overleden kunnen zijn. Van 5 niet met name genoemde, minderjarige kinderen zijn begraafdata bekend en hoewel beredeneerd, toch enigszins speculatief toegekend.
      Uit het huwelijk van Cornelis Pieters (van Bergen) en Iefje Tijssen:
      1. Pieter van Bergen, ged. (ev.luthers) Rotterdam 3-9-1662 (get.: Matthijs Hendricx en Neeltie Schelmans), ovl. tussen 1681 en 1687.
      2. Joannes van Bergen, ged. (nederd.geref.) Rotterdam 29-11-1663 (get.: Neeltgen Tielemans en Aechien Abrams), ovl. na 1698.
        • Aangenomen is dat Joannes van Bergen (Jan Knelis) op 8-3-1698 aangifte heeft gedaan van het overlijden van zijn zuster Sara van Bergen (Sara Knelis), waarbij hij abusievelijk voor haar echtgenoot is aangezien. Overigens zijn er (nog) geen verdere, aanvullende gegevens van hem gevonden.
      3. Mathijs van Bergen, ged. (nederd.geref.) Rotterdam 21-12-1664.
      4. Cornelis van Bergen, ged. (ev.luthers) Rotterdam 31-10-1666 (get.: Trijntie Stoffelen en de ouderlingen Hendrik Hensbergen en Jan de Colonia), begr. Rotterdam 2-9-1675 (kv. Cornelis Pieter ^Vijsserdick in Sijndt Pietter Scheptije).
      5. Sara Cornelis (van Bergen), ged. (ev.luthers) Rotterdam 18-12-1667 [kwnr. 69].
      6. Annetie van Bergen, ged. (ev.luthers) Rotterdam 20-6-1669 (get. Trijntie Christoffels), begr. Rotterdam 11-8-1670 (kv. Cornelis Pieters ^op 't Vijsserdick over de seekijst bij de Stijnchsteech).
      7. Jacob van Bergen, ged. (ev.luthers) Rotterdam 26-6-1672 (get.: Hendrikje Thijssen en Catharina Christoffelsz), begr. Rotterdam 21-8-1672 (kv. Cornelis Pieters ^Vijsserdick over de Seebeijst).
      8. Jacob van Bergen, ged. (nederd.geref.) Rotterdam 20-7-1673 (get.: Maartgen Ariens en Aechien Tijsen), begr. Rotterdam 3-7-1679 (kv. Cornelis Pieters ^Vijsserdick).
      9. Annetie van Bergen, ged. (ev.luthers) Rotterdam 22-4-1676 (Domini in de Hoofsteegh; get.: Juriaan Matthijssen en Aeltie Hendricksz), begr. Rotterdam 26-6-1676 (kv. Cornelis Pieters ^Vijsserdick over de Vergulde Schepkijst).
      10. Cornelis van Bergen, ged. (ev.luthers) Rotterdam 9-2-1679 (get.: Geertie Claesz en Hendrikje Thijssen), begr. Rotterdam 18-9-1719 (man van Jannetje Teunis).
        Cornelis van Bergen otr./tr. Rotterdam 8/24-11-1699 met Jannetje Theunis (van Waes), ged. Rotterdam 23-9-1672 (get.: Louis Jansse, Annetje Willems en Jannetie Tomas), begr. Rotterdam 19-4-1741 (wed. Cornelis van Berge ^Visserdijk bij de Schrijnwerker boven Kettelein), dv. Teunis Jansse (van Waes) en Marijtie Tomas.
        • Cornelis van Berge, jm. van Rotterdam ^Vissersdijk X Jannetje Theunis van Waes, jd. van Rotterdam ^Baanstraat.
      11. Jacobus van Bergen, ged. (ev.luthers) Rotterdam 26-4-1682 (get.: Hendrikje Tijsz, Geertie Claesz en Matthijs Pieters), sakkendrager, begr. Rotterdam 2-5-1740 (mv. Clara van Heel, 2 mindj. en 1 meerdj.k.).
        • Verondersteld wordt dat de doopgetuige Matthijs Pieters dezelfde is als Matthijs van Bergen die op 11-12-1698 als voogd werd benoemd over de nagelaten weeskinderen van Jacobus' zuster Sara van Bergen "daer vader af is Jan Pieters Ham" (zie kwnr. 69). Deze Matthijs zal dan naar alle waarschijnlijkheid een broer zijn geweest van hun vader Cornelis Pieters.
        Jacobus van Bergen otr./tr. Rotterdam 13/29-10-1709 met Clara van Heel, ged. Rotterdam 4-7-1683 (get.: Jan Pieters van der Wint en Ermpie Willems), vleesdraagster, begr. Rotterdam 7-2-1752 (wed. Jacobus van Berge ^Pannekoekstraat in 't midden, 3 meerj.k. Waalsekerk ), dv. Stefanus van Heel en Annetie Willems.
        • Jacob Cornelis van Bergen, jm. van Rotterdam ^Vissersdijk X Clara van Heel, jd. van Rotterdam ^Schiedamsedijk.
    62. LIEVEN PIETERS (VAN DEN GARNAIJ), geb. Gouda, zv. Pieter Lievens en Jannetje NN?, begr. Gouda 17-12-1706
      • In 1591 werd ene Lieven Pieters-linnenwever vermeld met betrekking tot de verponding van het pand Nieuwe Haven -huidige nummering 13- en in 1600 wederom, samen -voor ieder de helft- met een weeskind van Grietgen Jansd. (zijn moeder?)
      • In het trouwboek is opgeschreven:
        -7-4-1584: Lieven Pieters, zoon van Asten in Brabant met Grietje Jans, dochter vander Goude.
        -6-11-1599/12-1-1600: Lieven Pieters van Asten uit Brabant met Maryen Aryens van Stolck.
      • Vermoedelijk werd deze Lieven Pieters ook vermeld bij de verponding van het pand Kleiwegstraat 13, in 1601 als linnenwever, in 1607 als eigenaar, maar in 1612 werd hij verder niet nader aangeduid. Is hij de grootvader van de hier genoemde Lieven Pieters van den Garnay? En is aan het beroep van linnenwever de familienaam (van den) Garnay ontleend?
      • NOOT: Locaties nagaan in Repertorium C.J. Mattheijs, SAHM, Gouda NT 1817.
      Lieven Pieters (van den Garnaij) otr./tr. 2x Gouda 31-10/13-11-1665 met Grietken Pietersen, begr. Gouda 27-4-1711 (wed. Lieven NN.)
      • Lieven Pietersen, wedn. van Gouda ^buijten de Cleyweg Poort X Grietken Pietersen, wed. mede van Gouda, ^in de St.Theunis Steeg int Clooster.
      Lieven Pieters (van den Garnaij) otr./tr. 1x Gouda 8/27-4-1650 met
    63. LIJSBETH WILLEMS GLAS, ovl. Gouda voor 1665
      • Lieven Pieters, jm. van der Goude in de Vrouwen Steeg alhier X Lijsbeth Willems, jd. buijten de Kleiwegspoort.
      • Ter vastlegging van de voogdijschap verscheen Lieven Pieters Garnay, weduwnaar van Liesbeth Willems Glas, op 20 oktober 1665 voor de weeskamer te Gouda. Als voogden over zijn kinderen, Pieter oud 15 jaar, Willem oud 10 jaar en Martijntje oud 8 jaar, waren daarbij aanwezig Gijsbert Willems en Jan Willems Glas. <152>
      Uit het 1e huwelijk van Lieven Pieters (van den Garnaij) met Lijsbeth Willems Glas:
      1. Jannetje Lievens (van Gernaij), ovl. na 1719 (25-1-1719 getuige bij de doop van Sijna dv. Live Pieterz van Gernaij [=kwnr. 72/73-c] en Stijntje Andriesz).
      2. Pieter Lievens (van den Garnaij), ged. Gouda 12-10-1650 [kwnr. 72].
      3. Willem Lievense (van den Garnaij), ged. Gouda 2-1-1654 (get. Teuntje Claes), ovl. Gouda voor 1-1655.
      4. Willem Lievense (van den Garnaij), ged. Gouda 29-1-1655 (get. Cornelia Heijndricx), begr. Gouda 26-3-1700.
        Willem Lievense (van den Garnaij) otr./tr. Gouda 22-4/13-5-1685 met Marij Pieterse, begr. Gouda 10-4-1700, eerder ev. Simon Hendreck.
        • Willem Lievense Gernaaij, jm. tot Goude X Marij Pietersz, wed. Simon Hendreck tot Gouda op de Groenewegh.
      5. Martijntje Lievense (van den Garnaij), geb. Gouda ca. 1657, ovl. na 1692 (27-8-1692 getuige bij de doop van Jannetie zv. haar broer Pieter Lievens).
    64. JACOB JANSZ STORM, geb. Gouda ca. 1615.
      Jacob Jansz Storm otr./tr. 2x Gouda 24-6/14-7-1649 met Niesjen Gerrits, geb. Zutphen
      • Jacob Jans Storm, weduwnaar van Goude woonende in de WijdeStraat X Niesjen Gerrits jd. van Zutphen woonende op de Gouwe.
      Jacob Jansz Storm otr./tr. 1x Gouda/Bodegraven 8-4/7-5-1634 met
    65. HILLEGONT LENAERTS VAN SLEG(?), geb. Bodegraven, ovl. Gouda voor 1649
      • Jacob Jans Storm jg. van der Goude ^Vijverstraat X Hillegony Lennaert van Sleg(? Familienaam slecht leesbaar) van Bodegraven ende aldaer wonachtich. Attestatie van heden 7 meij 1634 tot Bodegraven.
      • Op 4-4-1642 werd Jacob Jansz Storm bij de politiemeesters gedaagd door Pieter Middelandt, die van hem 3.9.8 gldn. eiste als reste van gehaalde waren. De uitspraak was conform de eis. (SAHM, kamerboek politiemeesters Gouda 1642, inv.nr 283 blz. 23 - bron ac2)
      • De kinderen in beide huwelijken zijn op grond van patroniemen en ingeschatte geboortejaren (speculatief) ingevoerd.
      Uit het 1e huwelijk van Jacob Jansz Storm met Hillegont Lenaerts van Sleg(?):
      1. Jan Jacobs Storm, geb. Gouda [kwnr. 74].
      Uit het 2e huwelijk van Jacob Jansz Storm met Niesjen Gerrits:
      1. Sara Jacobs Storm, geb. Gouda, ovl. Gouda tussen 3-1688 en 8-1688.
        Sara Jacobs Storm otr./tr. Gouda 8/23-12-1674 met Cornelus Jansz van der Wegh, begr. Gouda 12-8-1713.
        • Cornelis Jansz van der Wegh, wedn. van Gouda ^op de Groenewegh X Sara Jacobs Storm jd. van Gouda ^op de Groeneweg.
        • Cornelis Jansz van der Wegh, wedn. tot Gouda X 3/15-8-1688 met Neeltje Ariens, wed. Wouter Cornelis Lepelaar ^op het Weeserf. Neeltie Arijsen was op 10-3-1688 te Gouda getuige bij de doop van Niesie, dv. Cornelis Jansz en Sara Jacobs.
      2. Betijen Jacobs Storm, ovl. na 1663 (26-10-1663 getuige bij de doop van Jacob, zv. Jan Jacobs Storm en Maria Pieters Mul).
      3. Gerret Jacobse (Storm?), ovl. na 1682 (20-9-1682 samen met Aeghte Storm [zijn vrouw of zuster?] getuigen bij de doop van Antonius, zv. Jan Jacobs Storm en Maria Pieters Mul).
    66. REINIER EVERTS (SANTACKER), geb. Arnhem (verm.) ca. 1613, marktschipper op Breda, ovl. voor 1664.
      Reinier Everts (Santacker) otr./tr. 1x Rotterdam 22-5/5-6-1633 met Jannetje Jans (de Liège), ovl. tussen 1640 en 1646
      • Reijndert Evertsen, jm. van Arnhem X Janneken Jans, jd. van Rotterdam.
      • In een huwelijkscontract dd. 6-7-1639 tussen Elias Jans Heu, schipper wedn. Brechjen Cornelisdr ^Schiedam, en Jannetje Willemsdr, wed. Heindrick Cornelisz Yser schipper, werd bepaald dat wanneer de bruidegom als eerste zou komen te overlijden, er aan zijn nicht Jannetgen Jansdr de Liège, vrouw van Reynier Evertsz, marektschipper ^Breda, onder meer een bedrag van 500 gulden moest worden uitgekeerd. <153>
      Reinier Everts (Santacker) otr./tr. 2x Rotterdam 20-5/5-6-1646 met
    67. NEELTGEN JANS, geb. Montfoort (verm.), ovl. na 1685
      • Reijnier Everts, weduwnaar van Aernhem ^Boomptgens X Neeltge Jans jd. van Montfoort ^Boomptgens. Als leeftijdsvolgorde van hun 2 zoons is de volgorde van hun huwelijksdata aangehouden.
      • Uit het testament van zijn zuster Geertruijt Everts blijkt dat Reijnier Everts Santacker voor 1664 overleden is. <154> Zijn 2e vrouw Neeltje Jans wordt nadien regelmatig genoemd als doopgetuige bij zijn kleinkinderen, het laatst op 1-11-1685 bij Dorete dv. Jan Santacker en Dorete van Noort.
      Uit het 1e huwelijk van Reinier Everts (Santacker) met Jannetje Jans (de Liège):
      1. Eevert Reijniers Santacker, ged. Rotterdam 22-8-1638 (get.: Geertrut Eevers en Gibertgen Jans), begr. Rotterdam 21-7-1652 (kv. Reijer Everts).
      2. Elisa Santacker, ged. Rotterdam 26-2-1640 (doopget. Jannetge Willems), begr. Rotterdam 18-11-1646 (kv. Reijer Everts).
      Uit het 2e huwelijk van Reinier Everts (Santacker) met Neeltgen Jans:
      1. Jan Reijniers Santacker, geb. Rotterdam (verm.), schipper ter zee, ovl. na 1689.
        Jan Reijniers Santacker otr./tr. Rotterdam 28-10/11-11-1674 met Dorothea Cornelis van Noort, geb. Rotterdam, begr. Rotterdam 8-11-1685.
        • Jan Reijniersen Sandacker, jm. ^Draijsteeg X Dorothea Cornelis van Noort, jd. ^Boompjes. Uit dit huwelijk zijn 3 kinderen bekend, waarvan Dorothea als laatst bekende op 1-11-1685 werd gedoopt. Een paar dagen later, op 4-11-1685, lieten Jan Reijniers Santacker en Dorethe Cornelis van Noort hun wederzijds testament opstellen. <155>
        • Kort daarna moet Dorethe Cornelis van Noort overleden zijn, want op 3-5-1687 verleende Jan Reijne Santacker, stierman ter zee op reijs staende omme naar Spanje te gaan en vermoedelijk wel anderhalf jaar weg te blijven, procuratie aan Geertruijt Roos, wed. Cornelis Joost Roos. En op 12-6-1687 liet hij zijn testament opstellen. Hij benoemde zijn -kennelijk als enig kind in leven gebleven- dochter Dorothea Santackers tot algehele erfgename en bij haar vooroverlijden zijn moeder Neeltje Jans, wed. Reijnier Euwouts Santacker. <156>
      2. Evert Reijniers Santacker, geb. Rotterdam (verm.) na 1652 [kwnr. 78].
    68. DANIëL SCHUERMANS, geb. Herford-D (jm. van Hervoort =Herford nabij Blomberg in Duitsland?), soldaat
      Daniël Schuermans tr. Den Haag 28-2-1645 met
    69. LIBRA ADRIAENS, geb. Schoonhoven
      • Onderzoek in het Streekarchief Midden-Holland te Gouda hebben geen aanvullende gegevens opgeleverd omtrent de afkomst uit Schoonhoven van Libra Adriaens. (dec. 2000/sept. 2009; speculatief: Lysbeth Ariensz, ged. 17-3-1609, dv. Arien Bosch, soldaat onder capitein Ram, engelsman, en Rebecq?)
      Uit het huwelijk van Daniël Schuermans en Libra Adriaens:
      1. Beatrix Schuermans, ged. (ev.luthers) Den Haag 21-8-1647 [kwnr. 79].
      2. Sibbilla Schuermans, ged. (ev.luthers) Den Haag 7-9-1649 (get.: Ariaaentgen Jansdr.), ovl. Den Haag voor 1650.
      3. Sibilla Schuermans, ged. (ev.luthers) Den Haag 9-10-1650 (get.: Dirck Heijndricksen en Sibilla Karels).
        Sibilla Schuermans tr. Den Haag 29-10-1673 met Wessel van Brinckhuijsen.
      4. Johannis Schuermans, ged. (ev.luthers) Den Haag 28-7-1652 (get.: Christina Cruijthoff en Heijndrickgen Willemsdr.).
      5. Frans Hendrik Schuermans, ged. (ev.luthers) Den Haag 23-10-1654 (get.: Johanna Amelingh, Pieter Martensen en juff. Maria Carels).
    70. GERRIT (GERRITS?) HAMEL, geb. Vianen ca. 1658 (verm. geboren na het overlijden van zijn vader en derhalve naar hem vernoemd), messenmaker, begr. Schiedam 24-12-1710 (^Molestraat), zv. Gerrit Nicolaesz Hamel en Maria de Bruin.
      Gerrit (Gerrits?) Hamel otr./tr. Geertruidenberg 21-6/6-8-1682 met
    71. MARIA/MAARTJE CORNELIS (GROENEWOUD), geb. Schiedam (verm.), begr. Schiedam (verm.) 4-3-1728 (Maertge Cornelis ^in 't Broersveld)
      • Bij zijn ondertrouw was Gerrit Hamel ruiter inde de compagnie van Zijne HoogEd de Heer van Zuijlesteijn, collonel in dienst deser Lande, in garnizoen alhier [=Gertruidenberg] en waar zijn toekomstige vrouw Maria Cornelis, jd. van Schiedam, ook woonde. <156A> NOOT: Was haar vader ook militair?
      • Uit het Besogneboek van Burgemeesteren van Schiedam, resolutie van 4 en 18 oktober 1688: "Compareerde Gerrit Hamel woonende tot Viane, sijnde Messemaker, versouckt alhier te mogen comen woonen, met sijn huijsvrou genoemt Maertge Cornelis met vier kinderen, den genome tot Burger en sal sijn eed doen als hij hier compt woonen". <157>
      • De volgende vermelding is nog niet te plaatsen: Egbert Jacobsz, konstabel, Abraham Cornelisz, provoost, en Maerten Sijdrechts, matroos, varende bij commandeur Bernardus Engelenberg, verklaren op verzoek van Gerrit Hamel, korporaal, dat deze op 27 maart 1692, toen zij het Franse schip Susanna aanhielden, niet met de sloep naar het Franse schip is mee geweest, maar steeds aan boord is gebleven, in dato 18 november 1692. <158>
      • Op 4-4-1706 en 24-4-1723 verkocht Maria Groenwoud huizen te Schiedam. <159>
      • Op 3 mei 1721 had Maria Cornelis, wed. Gerrit Hamel, haar testament laten opmaken en vermaakte 6 carolus guldens aan haar kinderen Maria Hamel ev. Gerrit Hamel [=Bastiaen de Graaff, verwarring met haar moeder?], Cornelia Hamel ev. Hendrik Pot, Gerrit Hamel, Geertruij Hamel, Nicolaas Hamel, Jacob Hamel en Hendrina Hamel. Vervolgens benoemde zij haar dochter Ariaantje Hamel tot haar enige en algehele erfgename. <160>
      • Na de opstelling van haar testament wordt Maria/Maartje Cornelis niet meer vermeld als getuige bij de doop van haar kleinkinderen; haar dochter Adriana Hamel wordt daarna bijna altijd als doopgetuige genoemd. Aangenomen is dat Maria/Maertje Cornelis dezelfde is als Maertje Cornelis, waarvan vermeld is dat die in 1728 werd begraven.
      • Als leeftijdsvolgorde van de oudere kinderen is aangehouden zoals die in het eerder genoemde testament dd. 3-5-1721 van Maria Cornelis is vermeld, er van uitgaande dat kort na haar huwelijk met Gerrit Hamel hun dochter Maria (te Geertruidenberg?) is geboren.
      Uit het huwelijk van Gerrit (Gerrits?) Hamel en Maria/Maartje Cornelis (Groenewoud):
      1. Maria Hamel, ged. Vianen 5-11-1682, ovl. na 1721.
        Maria Hamel tr. Schiedam 3-4-1706 met Bastiaen de Graeff, ovl. na 1721.
      2. Cornelia Hamel, ged. Vianen 20-11-1683 (kv. Gerrit Hamel), ovl. na 1721.
        Cornelia Hamel tr. met Hendrik Pot, ovl. na 1721.
        • In een notariële akte opgesteld te Schiedam op 17-2-1748 wordt van Neeltje Pot ev. Dirck Tijsse Kiela vermeld dat zij "de enige nagelaten zuster en erfgename ab intestato is geweest van wijlen haar broeder Hendrik Pot". <161> Van het echtpaar Hendrik Pot-Cornelia Hamel zijn te Schiedam geen kinderen bekend. Bovendien zou Cornelia Hamel ook eerder overleden moeten zijn dan Hendrik Pot, van welke overlijdingen echter ook geen vermeldingen bekend zijn.
      3. Aefjen Hamel, ged. Vianen 5-1-1686 (Aefjen kv. Geret Hamel), ovl. voor 1721.
      4. Adriana Hamel, ged. Vianen 21-7-1687 (kv. Gerrit Hamel en Marij Hamel), begr. Rotterdam 25-2-1766 (wed. Hermanus van Pevie ^Delfsevaart bij Krattebrug, 2 meerdj. k.).
        • Op 8-9-1713 werd te Schiedam gedoopt Abraham (get.: Aariaantje Jan Sparrer en Maria Hamel), spurius (=onecht kind), waarvan moeder is Adriana Hamel en vader volgens haar opgegeven Abraham Koemans.
        • Op verzoek van Maria Cornelis Groenwoud weduwe van Gerrit Hamel, als moeder en voogd over haar minderjarige dochter Ariaantje Gerrits Hamels, werden door enkele getuigen waaronder de vroedvrouw in een notariële akte dd. 17-11-1713 vastgelegd dat Ariaantje Hamels ten huize van haar moeder op 2-9-1713 in 't kraambed is bevallen en verlost is van een zoon. Verder verklaarden zij dat genoemde Ariaantje Hamels in haar kraambed heeft gezworen dat de vader van haar kind is: "Abraham Koemans, gesworen clerck op het secretarij deser stad" en dat zij "noijt voor off na met ijemand eenige secrete off vleesschelijke conversatie en heeft gehad". <162>
        • Deze Abraham Koemans was beëdig klerk ter secreatie, die 1x huwde op 10-2-1703 met Maria van der Keuij/Kevy, ovl. voor of in 1712, want op 2-6-1713 huwde hij 2x met Hillegonda van Dalen. In hun testament dd. 25-8-1713 wordt verwezen naar de kinderen uit het eerste huwelijk van Abraham Coemans. <163>
        Adriana Hamel otr. Schiedam 22-11-1721 met Hermanus van Pevie, matroos bij de VOC, ovl. in Azië 6-3-1738.
        • Op 26-1-1720 werd te Schiedam gedoopt Ermijntje (get.: Cornelia Hamel em Maria Hamel), hoere-kind. 't Kind (soo gesegt wordt door de moeder) van Harmannis van Pyvy en Adriaantje Hamel. Op 19-4-1721 werd het kind als Harmijntje kv. Hermanus van Pevy begraven. Op 16-12-1722 vond de doop plaats van Harmina van Pevy (get. Geertruij Hamel en Hendrina Hamel). Van de genoemde Hermanus van Pevy is in Schiedam geen verdere informatie aangetroffen.
        • Uit het Besogneboek van Burgemeesteren van Schiedam, resolutie van 11 november 1730: "Is acte van cautie den armen van Rotterdam geconsenteerd voor de alimentatie van Ariaentje Hamel en desselfs kind Hermina van Pevy oud 8 jaaren". <164>
        • Adriana Hamel wordt in Rotterdam twee keer genoemd als doopgetuige bij de kinderen van haar zoon Abraham Koemans, gehuwd met Cornelia van der Schilde.
        • Op verzoek van Adriana Hamel, ev. Hermannus van Perij, verklaarden Jacomijntje Waardenburg en Debora van Santen op 7-10-1735 voor not. Kalff te Rotterdam dat zij haar goed kenden en dat zij "een ordentelijke en deugdzame vrouw is, die haar wel comporteert [=zich goed gedraagt] en hare huishouding ent kind, bij haar voornoemde man aan haar verwekt, naarstig en deugdelijk waarneent in goede staat". Ten tijde van de aflegging van deze verklaring was Herman Perij in 1733 in dienst van de kamer Rotterdam van de VOC, als matroos op het schip De Maria Adriana gevaren naar Oost-Indiën. <165>
        • Hermanus Pevy vertrok als matroos op het schip Maria Adriana voor de kamer Rotterdam op 28-1-1733 van Goeree naar Batavia, aankomst 28-7-1734. Terug met het schip Hofwegen voor de kamer Rotterdam, vertrek Batavia 20-12-1735 en aankomst Goeree op 9-8-1736. <166>
        • Op 11-4-1737 vertrok hij als bosschieter op het schip Rijnhuizen voor de kamer Rotterdam van Goeree naar Batavia, aankomst 6-12-1737. Op 6-3-1738 beëindiging van zijn dienstverband door overlijden.
      5. Gijsbert Hamel, ged. Schiedam 11-5-1689 (get.: Aaltje Cornelis Groenewoud en Neeltje Jansdr), ovl. Schiedam (verm.) voor 1721.
      6. Gerrit Hamel, geb. Schiedam tussen 1690 en 1693 [kwnr. 98].
      7. Aaltje Hamel, ged. Schiedam 7-2-1694 (geen doogetuigen vermeld), begr. Schiedam 24-6-1707 (kv. Gerrit Hamel).
      8. Geertruid Hamel, ged. Schiedam 1-2-1697 (get. Annetge Dirks de Jong), ovl. na 1769.
        Geertruid Hamel otr./tr. Schiedam 17-1/1-2-1722 met Jacob Louwrens Oome/Ooms, geb. Hoge Zwaluwe (verm.), <167> zeevarensgezel, begr. Schiedam 14-2-1763 (^Lange Achterweg).
        • Op 17-9-1741 verstrekte Jacob Louweritz Ooms, zeevarensgesel, procuratie aan zijn vrouw Geertrij Hamel met betrekking tot de aankoop de 16 dezer maand van een huis aan de Lange Achterweg ad. 430 gulden en ter voldoening van de benodigde hypothecaiere schulden. <168>
        • In dienst van de VOC vertrok hij kort hierna:
          -Als bosschieter: uitreis 14-12-1741 bestemming Batavia met het schip Knappenhof, aankomst 13-10-1742. Terug met het schip Leeuwerik, einde verbintenis 00-00-1743. <169>
          -Als schiemansmaat: uitreis 7-1-1747 bestemming Batavia met het schip Voorzichtigheid, aankomst 3-8-1747. Terug met het schip Brouwer, einde verbintenis 00-00-1754. <170>
        • Op 9-2-1763 lieten Jacobus Ooms en Geertruij Hamel hun gezamenlijke testament opstellen en benoemden elkaar wederzijds, behoudens de legitieme porties aan hun kinderen, als erfgenaam en als voogden over hun minderjarige kinderen. <171>
        • Op 7-3-1769 verkocht Geertruijd Hamel een huis aan Jan Jansen. <172>
      9. Henderina Hamel, ged. Schiedam 30-11-1698 (geen doopgetuigen vermeld), begr. Rotterdam (verm.) 23-7-1744 (^Molewerf in Apesteegie, diaken. NOOT: deze begraving is twijfelachtig).
        • Op 30-10-1722 werd te Schiedam gedoopt Harmen (get.: Marijtje Hamel en Ariaantje Hamel), onecht. 't Kind waarvan vader is, soo de moeder segt, Harmen Jansse Moor en moeder Henderijntje Hamel. Harmen werd vermoedelijk op 4-2-1723 te Schiedam begraven als kv. Harmen Moor.
        Henderina Hamel otr. Schiedam 15-1-1724 met Isaak Harmense (van der Bilt), ged. Schiedam 24-8-1701 (get.: Abraham Isaacs, Lijsbet Isaacs en Hester Harmens), zv. Harmen Harmens en Jannetje Isaacs.
      10. Nicolaas Hamel, ged. Schiedam 6-8-1700 (get.: Marijtie Gerrits en Marijke Pieters), matroos bij de VOC, ovl. ca. 1724 (vermist).
        • Nicolaas Hamel uit Schiedam vertrok als matroos op het schip Noordkaap voor de kamer van Amsterdam op 16-10-1721 van Texel naar Batavia, waar het schip op 30-7-1722 aankwam. <173> Vermeld wordt dat het dienstverband op 13-11-1724 in Nederland beëindigd werd door vermissing. Waar en wanneer deze vermissing heeft plaatsgevonden is niet aangegeven.
      11. Jacob Hamel, ged. Schiedam 4-3-1703 ('s-avonds, staande beide [de ouders] tot getuigen over haar eigen kind), ovl. na 1721.
        Jacob Hamel otr. Schiedam 26-7-1721 met Maritje Claes, geb. Schiedam.
    72. CORNELIS JACOBS PEPER, ged. Dordrecht 25-4-1671, matroos bij de VOC, ovl. voor 1730
      Cornelis Jacobs Peper otr./tr. Rotterdam 24-9/8-10-1690 met
    73. CATHARINA JANS SCHONEMAN, ged. Rotterdam 4-2-1666 (get. Lijntie Pieters), begr. Rotterdam 2-4-1739 (wed. Cornelis Peper, 1 meerderj.k.)
      • Cornelis Jacobs Peper, jm. van Dordrecht ^Lummerstraat X Catharina Schonemans, jd. van Rotterdam ^Lummerstraat.
      • -Cornelis Peper uit Rotterdam vertrok op 27-10-1709 vanaf Texel als bosschieter met het schip Oudenaarde voor de kamer Amsterdam naar Batavia, aankomst 9-8-1710. Hij had een schuldbrief afgegeven en was ten gunste van zijn vrouw Trijntie Jans een maandbrief overeengekomen. Terug met het schip Beverweerd van de kamer Amsterdam, vertrek 25-12-1713 vanaf Ceylon en aankomst Texel op 30-7-1714. <174>
      • -Kort daarna voer hij op 22-10-1714 uit als matroos op het schip Linschoten, eveneens voor de kamer Amsterdam naar Batavia, waar op 23-6-1715 aankomst. Hij had alleen een schuldbrief afgegeven. Terug met het schip Kiefhoek van de kamer Rotterdam, vertrek op 15-1-1719 vanaf Batavia en aankomst Goeree op 8-8-1719. <175>
      • In een op 24-8-1730 afgelegde verkaring voor not. Johan Vermé wordt Catharijna Schoonemans, wed. Cornelis Jacobse Peper, genoemd als 65-jarige.
      Uit het huwelijk van Cornelis Jacobs Peper en Catharina Jans Schoneman:
      1. Aaltje Cornelis Peper, ged. Rotterdam 19-8-1691 [ <176>kwnr. 99]. <176>].
      2. Maddeleentie Cornelis Peper, ged. Rotterdam 21-10-1692 (^Doelstraat, get.: Willem Antonisse en Maria Schoonemans), ovl. voor 1695.
      3. Maddeleentje Cornelis Peper, ged. Rotterdam 27-9-1695 (^Doelstraat, get.: Arij van der See en Maria Schoonemans), begr. Rotterdam 30-6-1734 (Zuiderkerkhof, ev. Jan van Brakel ^Botersloot bij de Doelstraat).
        Maddeleentje Cornelis Peper otr./tr. Rotterdam 13/29-11-1729 met Jan Gabrielsz van Brakel, ged. Rotterdam 26-6-1701 (get. Lysbeth Jans), ovl. na 1738 (7-9-1738 doop van zijn zoon Gabriel uit zijn 2e huwlijk), zv. Gabriel Arijens van Brakel en Marije Jans.
        • Jan Gabrielsz van Brakel, jm van Rotterdam ^Lombartstraat X Magdaleentej Peper, jd. van Rotterdam ^Doelstraat. Uit dit huwelijk zijn geen kinderen bekend. Jan van Brakel hertrouwde 20-10/5-11-1737 te Rotterdam met Christina van der Straat.
      4. Johanna Cornelis Peper, ged. Rotterdam 21-3-1697 (^Doelstraat, geen doopgetuigen vermeld), ovl. Rotterdam tussen 13-4-1721 en 23-5-1721.
        Johanna Cornelis Peper otr./tr. Rotterdam 17-3/2-4-1720 met Jan Blankert, ged. Rotterdam 16-5-1697 (^Kalverstraat, geen doopgetuigen vermeld), begr. Rotterdam 23-5-1721 (wedn. Johanna Peper ^Molenwerf in de Lomberstraat, 1 minderj.k), zv. Job Janse Blankert en Cornelia Jans Hogendijk.
        • Joh. Blankaert, jm. van Rotterdam ^Molewerf X Anna Cornelis Peper, jd. van Rotterdam ^Molewerf. Uit dit huwelijk werd geboren Cornelia, ged. 13-4-1721 (get. Job Blankert en Caetie Schonemans), die kort na het overlijden van haar ouders ook overleed en op 22-8-1721 werd begraven.
      5. Jacob Cornelis Peper, ged. Rotterdam 28-8-1704 (^Doelstraat, get.: Jan Jacobse, Barber Arijens, Arij Cornelisse en Geertruij Jans), soldaat en matroos voor de VOC, ovl. Kaap de Goede Hoop 4-9-1731.
        • Op 17-12-1729 verstrekte Katja Schoonemans, wed. Kornelis Jakobsz Peper, bij not. Simon Breur een machtiging aan Pieter Duinkerke, schipper op Middelburg, om 3 maanden gage van haar zoon Jakop Peper in ontvangst te nemen die zij te goed had van de Heren Bewindhebbers der Generale Geöctroyeerde Nederlandsche Oostindische Compagnie ter Kamer van Middelburg. Zij was daartoe gemandateerd volgens de maandbrief gedateerd 27 april 1724 van haar zoon. Ten tijde van de verstrekking van deze machtiging was Jakob Peper matroos op de hoeker genaamd Zelandia en varende naar de Cabo de bonne Esperance. <178>
        • Op 10-8-1730 werd er wederom, maar nu door Jacob Peper zelf, een machtiging aan een schipper op Middelburg verstrekt om het aan hem toekomende te incasseren. <179> Kort daarna voer hij op 10-10-1730 uit als matroos op het schip Hofvliet, voor de kamer Rotterdam naar Batavia. Hij had alleen een schuldbrief afgegeven. Zijn dienstverband beëindigde op 4-9-1731 te Kaap de Goede Hoop door overlijden. <180>
      6. Marijtie Cornelis Peper, ged. Rotterdam 28-8-1704 (^Doelstraat, get.: Jan Jacobse, Barber Arijens, Arij Cornelisse en Geertruij Jans), tweeling met Jacob, begr. Rotterdam 23-9-1704 (kv. Cornelis Jacobs ^Doelstraat, diaken).
    74. HENDRIK GERRITS (RINGELENBURG), ovl. Mijnsheerenland voor 1656.
      Hendrik Gerrits (Ringelenburg) tr. Maasdam 1627 met
    75. NEELTJE CORNELISSE TIMMERMAN, geb. Maasdam, ovl. Heinenoord na 1656.

    76. Uit het huwelijk van Hendrik Gerrits (Ringelenburg) en Neeltje Cornelisse Timmerman: <181>
      1. Anneken Hendriks (Ringelenburg), geb. Mijnsheerenland, ovl. Heinenoord tussen 9-1655 en 10-1665.
        Anneken Hendriks (Ringelenburg) tr. ca. 9-1655 met Claas Jansz Bosschieter, geb. Heinenoord, ovl. na 1657, zv. Jan Adriaensz (Bosschieter) en Lijntke Heijndrickx, (SMHW, StreekGenealogie nr. 453 - Bosschieter), eerder ev. Marijtge Teunis, geb. Prinsland.
        • Claes Jansz Bosschieter ^op Heinenoord is 100:0:0 gldn. schuldig aan de 2 nagelaten weeskinderen door hem geprocureerd bij zijn overleden huisvrouw Marike Thonis, zijnde de successie van hun overleden moeder volgens haar testament gepasseerd bij de secretaris van Oud-Beijerland. Voorts nog 50:18:0 gldn. van de verkochte kleding vam hun moeder. In het weesboek van Heinenoord was op 7-8-1655 geregistreerd dat Bosschieter de kinderen de vorengenoemde bedragen -gesommeerd ad 150:0:0 gldn.- bij mondigheid van hen zal betalen en heeft hiervoor verbonden zijn huis, beplantingen en beteling, staande aan de buitenberm van de oude zeedijk op het dorp van Heinenoord. <182>
        • Zoals gebruikeljk zijn bovengenoemde akten zeer waarschijnlijk opgesteld naar aanleiding van zijn voorgenomen huwelijk met Anneke Hendriks (Ringelenburg). Dat huwelijk zal nog voor het einde van het jaar 1655 plaats gevonden hebben, maar gezien onderstaande akte overleed Anneke Hendriks daarna binnen een jaar (mogelijk bij de geboorte van haar 1e kind. NOOT: data verifiëren).
        • Claes Jansz Bosschieter, inwoner Heinenoord, is schuldig aan de erfgenamen van zijn overleden huysvrouw Annete Hendricx -waaronder Neeltje Cornelis wed. Hendrik Gerrits van Ringelenburg- 70.00.00 gldn. wegens geleende penningen voor de clederen tot haere lijve hebbende behoort. Zijnde gepasseerd voor schout en gerechte van 11-10-1656 en zal de som in drie termijnen betalen op Dortse coude beestenmarkt 1656 en daar op volgende en heeft sijn persoon en goederen hiervoor verbonden. Op 4-3-1657 heeft hij de genoemde schuldbrief getoond en die voldoende is ondertekend. <183>
        • Claes Jan Bosschieter hertrouwde omstreeks 1659 met Floortie Jans Schepens. <184>
      2. Jannetje Hendriks (Ringelenburg), geb. Mijnsheerenland, ovl. Mijnsheerenland (verm.) na 1717.
        Jannetje Hendriks (Ringelenburg) otr./tr. Puttershoek 18-8/15-9-1674 met Pieter Leenderts Veerman, ged. Puttershoek 27-11-1639, begr. Puttershoek 11-10-1677, zv. Leendert Willems (Veerman), de veerman te Puttershoek, en Perintge Pieters, <185> eerder ev. Jobje Cornelis.
        • Met attestatie van Mijnsheerenland dd. 18-8-1674 ging Jannigie Heijndricks, jd. van en ^Mijnsheerenland op 15-9-1674 te Puttershoek in ondertrouw met Pieter Leenderts, wedn. Jobje Cornelis ^Puttershoek. <186>
        • Na het overlijden van Geertje Hendriks werd haar zoon Willem de Geus van 1681 t/m 1687 tegen 42 gldn. per jaar bij zijn moeije Jannetie Heijndricks te Puttershoek uitbesteed. <187>
        • In 1687 was Jannetge Hendricx, wed. Pieter Leenderts, eigenaar van het pand Westhavenzijde 6 te Puttershoek. <188>
        • Van 1693 t/m 1695 betaalde Jannigje Heijndricx de 100e penning voor de weduwe Gerrit Heijndricx, haar schoonzuster. Van 1696 t/m 1704 deed zij dat op haar eigen naam en tevens voor een ander pand in Mijnsheerenland. <189>
        • In een inventarislijst wordt op 30-7-1707 een obligatie genoemd ten gunste van Jannigje Hendriks, wed. Pieter Leendert, wonende onder Mijnsheerenland. <190> En in 1717 komt zij voor op de lidmatenlijst van Mijnsheerenland, als inwonend moeder bij Jan Pieters Smits gehuwd met haar dochter Neeltge Pieters Veerman, achter in het dorp. <191>
      3. Geertje Hendriks (Ringelenburg), geb. Mijnsheerenland, begr. Mijnsheerenland 28-9-1681.
        Geertje Hendriks (Ringelenburg) tr. 1x met Jan Jans de Geus, ovl. voor 1674, zv. Jan Jans de Geus en Grietje Leenderts. <192>
        • In 1665 werd Jan Jans de Geus aangeduid als een schamel arbeijder, die een huis met haardstede bezat, waarvoor hij geen belasting behoefde te betalen. In 1666 werd hij echter voor 3 gldn. aangeslagen voor een huis met twee haardsteden en een oven. <193> In 1669 neemt hij 50 gldn. hypotheek op bij de Heilige Geest-armen, met zijn huis als onderpand. Kennelijk bij het overlijden van zijn vrouw Geertje Hendrix wordt in 1681 aangetekend dat er sedert 27-6-1672 een hypotheekschuld van 50 gldn bestaat. <194>
        • In 1674 wordt aangegeven dat Geertien Hendricks, wed. Jan Jans de Geus met twee kinderen boven en een kind beneden de acht jaren, leeft van de armen. In het genoemde jaar werd zij bedeeld met 10 tonnen turf. <195>
        Geertje Hendriks (Ringelenburg) tr. 2x Mijnsheerenland 30-5-1676 met Cornelis Willemse, geb. Dubbeldam (verm.).
        • In het rekenboek van ontfang ende uitgeef der diaconie te Dubbeldam <196> is op 21-5-1656 een inkomstenpost van ene Cornelis Willemse aangetekend. <197>
        • 28-9-1681 is Geertie Heijndricx pro deo begraven. De Heilige Geest-armen betaalde 1 poos luijen voor 0.10.0 gldn. en Maerten Lauwerus voor het graf maken. <198> Haar zoon Willem de Geus werd uitbesteed bij zijn tante Jannetje Heyndricx te Puttershoek. Van haar dochter Neeltje de Geus is geen melding gemaakt, mogelijk is zij al gehuwd met Anthony Claesz Jungerius ^Mijnsheerenland. Het huisje van Geertie Heijndricx werd door de Heilige Geest-armen verkocht voor 70.0.0 gldn. en haar boedel bracht 23.14.0 gldn. op. <199>
      4. Igie Hendriks (Ringelenburg), geb. Mijnsheerenland, ovl. na 1677 (11-4-1677 getuige bij de doop te Puttershoek van Neeltje, dv. Pieter Leenders en haar zuster Jannigie Heyndricksdr).
      5. Maergie Hendriks (Ringelenburg), geb. Mijnsheerenland, ovl. na 1671 (11-3-1671 getuige bij de doop te Mijnsheerenland van Hendrick zv. Jan Jans de Geus en haar zuster Geertje Hendrix).
      6. Gerrit Hendriks (Ringelenburg), geb. Mijnsheerenland ca. 1650 [kwnr. 120].
      7. Willem Hendriks Ringelenburg (alias Baes), geb. Mijnsheerenland, ovl. Barendrecht 7-9-1700 (West-Barendrecht en Carnisse).
        • Van Willem Hendriks (Moerkerken/Ringelenburg) is verondersteld dat hij een kind is uit het huwelijk van Hendrik Gerrits Ringelenburg en Neeltje Cornelis Timmerman. <200>
        Willem Hendriks Ringelenburg otr./tr. Barendrecht/Dordrecht 29-11/16-12-1676 met Lena Hendriks Leenheer, ged. Heerjansdam 5-2-1650 (get.: Jan Roken, Pietertien Ariens, Tuentien/Ementien? Wylms en Aeghien Frederix), ovl. Barendrecht 15-10-1732 (West-B. en Carnisse), dv. Hendrick Cornelisz Leenheer, boer te Heerjansdam, leenman van de grafelijkheid, heemraad, schepen en stedehouder van 1654 tot 1659 van Heerjansdam, en Marike Rookusdr Troost. <201>
        • Lena Hendriks Leenheer hertrouwde op 20-1-1718 te Barendrecht met Bruyn Ariensz Hamburg, smid te Barendrecht. Als zijn weduwe en bijgestaan door haar zoon Henrdrick Willemse Moerkerke, transporteerde zij op 10-6-1719 een huis met keet en erf aan de Stratwegh te West-Barendrecht aan mr. smid Bastjaan Claesse van der Speck. <202>
    77. HENDRIK ARIENS VAN DEN BERG (OOK: VAN DEN BERCH), begr. Asperen 18-1-1688 in de kerk voor de gerechtigheid (3.10.00 gldn). <203>
      Hendrik Ariens van den Berg tr. met
    78. TEUNTJE JANS VAN SOMEREN/SOMERS, geb. Nispen, begr. Asperen 12-3-1679 beneden in de kerk (3.10.00 gldn.).
      Uit het huwelijk van Hendrik Ariens van den Berg en Teuntje Jans van Someren/Somers:
      1. Arien van den Berg, ged. Asperen 29-1-1640 (get.: Jannetie Jans en Hendrick Jans van Lexmond), begr. Asperen 3-1640.
      2. Anneke van den Berg, ged. Asperen 22-12-1641 (get. Theunis Jans en Jannetie Jans), begr. Asperen 5-6-1644.
      3. Liesbeth Hendriks van den Berg, ged. Asperen 20-3-1644 [kwnr. 121].
      4. Arien van den Berg, ged. Asperen 24-9-1646 (get.: Claes Gerrits ipv. Hans Jans en Thijs Jans ^Herwaerden).
      5. Jan van den Berg, ged. Asperen 5-2-1651 (get.: Willem Jansen Meeuwen en Lijsken Jans), ovl. Asperen (verm.) na 1696.
        Jan van den Berg tr. Asperen ca. 1685 met Claeske Fredericks, ged. Asperen 6-4-1653, ovl. Asperen (verm.) na 1695.
        • Het eerst bekende kind kind uit het huwelijk van Jan Hendrickse van den Bergh en Claeske Fredericks werd op 9-12-1685 te Asperen gedoopt, het laatste bekende kind aldaar op 7-8-1696. (DOOPGETUIGEN IVM. OUDERS!)
      6. Saertje van den Berg, ged. Asperen 6-4-1653 (get. Willem van Meeuwen), begr. Asperen 30-4-1673.
        • Op 30-4-1673 werd een graf geopend voor een dochter van Hendrick Ariens van den Bergh. Aangenomen is dat het een graf betrof voor Saertje van den Berg, die toen nog niet meerderjarig was.

      Generatie IX
      INDEX van familienamen
    79. JOHAN MISCHE
      Johan Mische tr. met
    80. NN.
      Uit het huwelijk van Johan Mische en NN:
      1. Tönnies Mische [kwnr. 130].
    81. PIETER (VAN BERGEN)
      Pieter (van Bergen) tr. met
    82. NN.
      Uit het huwelijk van Pieter (van Bergen) en NN:
      1. Cornelis Pieters (van Bergen), geb. Bergen-N (verm.) [kwnr. 138].
      2. Mathijs Pieters (van Bergen), timmerman, ovl. na 1698.
        • Mogelijk is hij dezelfde die als Mattheijs Pietersen, jm. van Frerix Hal in Noorwegen ^Baanstraat op 8/22-8-1683 huwde met Heijltje Jasom, jd. van Rotterdam ^Korte Hooftsteegh. In de omgeving van Bergen is echter geen plaats gevonden met een overeenkomstige naam, maar misschien was zijn Noorse afkomst reden voor zijn contacten met Cornelis Pieters (van Bergen).
    83. THIJS HENDRIXEN, geb. Valkenburg (verm.) ZH, ovl. na 1662 (3-9-1662: Matthijs Hendricx en Neeltie Schelmans zijn te Rotterdam getuigen bij de doop van Pieter zv. Cornelis Pieters (van Bergen) en hun dochter Jessie/Ijffje Tijssen)
      Thijs Hendrixen otr./tr. Rotterdam 16-1/5-2-1639 met
    84. NEELTIE SCHILMANS, ovl. na 1663 (29-11-1663 als Neeltje Tielemans te Rotterdam getuige bij de doop van Joannes zv. Cornelis Pieter (van Bergen) en haar dochter Jessie/Ijffje Tijssen).
      Neeltie Schilmans tr. 1x met Ariens Crijns, van Bodegraven, ovl. voor 1639
      • Thijs Hendrixsz, jg. van Valckenburg ^Schiedamsche Dijck X Neeltie Schilmans, wed. Ariens Crijns van Bodegraven ^Hilgersdijck
      • Vooralsnog is aangehouden dat Jessie Tijssen een dochter is uit het huwelijk van Thijs Hendrixen en Neeltie Schilmans. De voornaam van Jessie is ook tegen gekomen als Jijttgen, Ijffje en Eva.
      Uit het huwelijk van Thijs Hendrixen en Neeltie Schilmans:
      1. Iefje Tijssen, geb. Rotterdam (verm.) [kwnr. 139].
      2. Grietge Tijssen, ged. Rotterdam 30-11-1645 (get.: Jan Heinderickxsse en Neeltge Gerrits), tweeling met Heinderick.
      3. Heinderick Tijssen, ged. Rotterdam 30-11-1645 (Jan Heinderickxsse en Neeltge Gerrits), tweeling met Grietge.
    85. WILLEM (GLAS)
      Willem (Glas) tr. met
    86. MARTIJNTJE NN
      • Ingevoerd als vermoedelijk ouderpaar van Lijsbeth, Gijsbert en Jan Willems Glas. <203A> Zowel Lijsbeth als Jan Willems Glas hadden een dochter de voornaam Martijntje meegegeven en vermoedelijk vernoemd naar hun moeder.
      Uit het huwelijk van Willem (Glas) en Martijntje NN:
      1. Lijsbeth Willems Glas [kwnr. 145].
      2. Gijsbert Willems Glas, ovl. na 1665.
      3. Jan Willems Glas, ovl. na 1665.
        Jan Willems Glas tr. met Gertije Hendrickx.
    87. EVERT JANSZ (SANTACKER?), geb. Leeuwarden (verm.), genaamd: van Aernem, ovl. Arnhem (verm.) voor 1637
      Evert Jansz (Santacker?) otr./tr. Rotterdam 6/20-5-1607 met
    88. MAGDALEENTJE WILLEMS, geb. Noordwijk aan Zee (verm.), (verondersteld huwelijk)
      • Evert Jans, jm. van Leewarden X Magdaleentje Willems, jd. van Noortwijk. Dit huwelijk is een pure veronderstelling, gezien het patroniem Willems en de mogelijke vernoeming van een van hun kinderen. Daarbij stemt de huwelijksdatum overeen met veronderstelde geboortedata van de kinderen, ontleend aan hun huwelijksdata.
      • Op 25-8-1637 werd voor not. Nicolaas Vogel Adriaansz de volgende procuratie verleend: Reynier Evertsz, schipper van Aernem, Gertien Evertsdr, weduwe van Gillis Carpentier, en Geertruyt Evertsdr, bejaarde jongedochter, namens Willem Evertsz, wonend in 's-Hartogenbosch, hun broer, machtigen N.N. Coets, procureur te Aernem, om als erfgenamen van Janneken Jansdr, hun moeye, gewezen huisvrouw van Engel Pleyster, gelden te innen. <204>
      • Op basis hiervan zijn deze kinderen vermeld als zijnde uit het huwelijk van de hier genoemde -en vermoedelijk eerder overleden- Evert Jansz (van Arnhem), als broer van de genoemde Janneke Jansdr.
      Uit het huwelijk van Evert Jansz (Santacker?) en Magdaleentje Willems:
      1. Jan Everts (Santacker), geb. Arnhem (verm.) ca. 1608, ovl. tussen 1624 en 1637.
      2. Geertje Everts (Santacker), geb. Arnhem (verm.) ca. 1610, begr. Rotterdam 27-7-1672 (vrouw van Lendert Jans ^Boemttiens tot de anckersmijdt in Sijntteloeij, begr. in de kerk en 2 uren beluijt).
        • Aangenomen is dat de hier boven genoemde Jan Everts en Geertje Everts dezelfde zijn die door Evert Jans Santacker en zijn vrouw Geertgen Claesdr in hun gezamenlijk testament van 15-9-1624 worden genoemd als Jan Everts en Geertgen Evertsdr, kinderen van zijn neef Evert Jans van Aernem. <205> NOOT: Waren deze twee kinderen hun petekinderen en werden daarom de volgende kinderen niet bedeeld?
        Geertje Everts (Santacker) otr. 1x (schepentrouwboek) Rotterdam 28-4-1630 met Jillis Carpenter, geb. Rouaan-F (verm.) ca. 1610, koopman met handelsrelaties naar Rouen (=Rouaan?) in Frankrijk, ovl. Rotterdam 6-10-1636.
        • Jillis Carpenter, jm. van Rouen X (stadstrouw) Geertje Evers, jd. van Rotterdam.
        Geertje Everts (Santacker) otr./tr. 2x (schepentrouwboek) Rotterdam 3/20-3-1650 met Cornelis Aelbertsen van Santvoort, geb. Rotterdam (verm.) ca. 1611, ovl. Rotterdam 4-8-1652, eerder ev. Maritge Claes.
        • Cornelis Aelbertsz Santvoort, wed. ^Rotterdam X Geertie Everts, wed. Gillis Carpentier ^Rotterdam.
        • In een akte dd. 25 januari 1681 gepasseerd voor notaris Servaes Hannot te Rotterdam wordt genoemd de verkoop van een huis, vanwege wijlen Geertje Evers Santacker, in haar leven weduwe van Cornelis Aelbers Santvoort, als erflaatster aan Geertruij Evers Santacker, aan de erfgenamen van Willem Everts Santacker en aan Reinier Everts Santacker, mede voor zijn uitlandige broer Jan Everts, en ieder voor een 3e deel in de gezamelijke nalatenschap. <206>
        Geertje Everts (Santacker) otr./tr. 3x (schepentrouwboek) Rotterdam 13-4/7-5-1656 met Sebastiaen Mesen/Niesen, geb. Schiedam (verm.), wedn. van Schiedam, ovl. Rotterdam (verm.) voor 1664, eerder ev. Maria van Daelen.
        • Op 15-4-1656 lieten Sebastiaen Niese, weduwnaar van Maria van Daelen nu wonende te Schiedam, en Geertien Everts Santacker, weduwe van Cornelis Aelberts Santvoort ^Rotterdam, hun huwelijkse voorwaarden opstellen bij not. Jacobus Delphius alhier. <207>
        • Op 16-8-1664 liet Geertge Evertsen, wed. Bastiaen Niesen ^oostzijde Leuvehaven omtrent het Nieuwe Hooft, bij not. Philips Basteels haar testament opmaken. Zij benoemde tot haar erfgenamen haar zuster Geertruijt Evertse, haar nicht Maria Reijniers wonend in het Gasthuijs tot Arnhem in Gelderland, haar broer Willem Evertse Santacker, wonend te s'Hertogenbosch, Geertruijt Everts haar zuster en Evert en Jan Reijnierse Santacker, zonen van haar broeder zaliger waarover Cornelis Joosten Roos, haar zwager en Maerten Jacobse Nannius als voogden worden benoemd. <208>
        • In een vervolgakte dd. 26-8-1664 legateerde zij haar juwelen aan haar zuster Geertruijt Everts, huijsvrouw van Cornelis Joosten en liet een legaat na aan het Gasthuis tot Arnhem in Gelderland ter respecte (haar) nigte Maria Reijniers, aldaar woont en gealimenteert wort. <209>
        Geertje Everts (Santacker) otr./tr. 4x (schepentrouwboek) Rotterdam 20-1/7-2-1668 met Leendert Jans van den Treeck, ovl. na 1672, eerder ev. Elisabeth Jochems van Ruijtenbeeck.
        • Leendert Jans van den Treeck, laatst wedn. van Elisabeth Jochems van Ruijtenbeek ^Amersfoort X Geertje Everts Santacker, laatst wed. van Bastiaen Niesen ^Rotterdam
      3. Reinier Everts (Santacker), geb. Arnhem (verm.) ca. 1613 [kwnr. 156].
      4. Geertruijd Everts (Santacker), geb. Arnhem (verm.) ca. 1620, begr. Rotterdam (verm.) 31-7-1704.
        • Uit het register der doden van Rotterdam is ontleend: begraven 31-7-1704 Geertruij Sandacker, wede. ^Sandstraat. Aangenomen is dat het de begraving van de hier genoemde Geertruijt Everts Santacker betreft.
        Geertruijd Everts (Santacker) tr. (schepentrouwboek) Rotterdam 12-2-1640 met Cornelis Joosten Roos, meester grofsmit, ovl. Rotterdam 1-8-1685 (^Dijk).
        • Cornelis Joosten jm. X Geertruijt Everts, jd. van Aernem ^Rotterdam.
        • In het door Joost Hendricksz van de Boer op 21-4-1670 te Rotterdam opgemaakte testament wordt Cornelis Joosten Roos, meester grofsmit, en Geertruijd Everts Santacker genoemd als zijnde testateurs oom en zijn aangetrouwde vrouw. <210>
        • In de akte dd. 25-1-1681 aangaande de gezamelijke verkoop van een huis, wordt Cornelis Joosten Roos genoemd voor zichzelf, als voor zijn echtgenoot Geertruij Evers Santacker voor haar 3e deel in de nalatenschap van Geertje Evers Santacker, in haar leven weduwe van Cornelis Aelbers Santvoort. <211>
        • Op 30-10-1689 liet Grietge Hendriks, dienstmaagd en wonende bij Geertruijt Everts wed. Cornelis Joost Roos, haar testament opmaken. Zij testeerde haar nalatenschap aan Dorothea Santacker, dv. Jan Reijnier Santacker, schipper ter zee. <212>
      5. Willem Everts (Santacker), geb. Arnhem (verm.), ovl. 's-Hertogenbosch (verm.) tussen 1668 en 1681.
        Willem Everts (Santacker) tr. met Eva Frans, ovl. 's-Hertogenbosch (verm.) na 1681.
        • Eva Fransdr was in april 1658 ingeschreven in het lidmatenboek van de Gereformeerde Kerk te 's-Hertogenbosch. In april 1675 werd haar dochter Jenneken en in april 1677 haar dochter Geertruydt Sandacker ingeschreven, beiden vermoedelijk op grond van hun belijding normaliter op 18-jarige leeftijd. Bij dochter Gijsberten Sandacker ^in de Cruysstraat werd in juli 1678 inderdaad vermeld dat dit naar aanleiding van haar belijdenis was. <213> Naar aanleiding hiervan is geconcludeerd dat Jenneken Santackter geboren is omstreeks 1657, maar vermoedelijk niet te 's-Hertogenbosch, omdat haar moeder Eva Fransdr pas daarna in 1658 werd ingeschreven.
        • Op 5-5-1666 verklaarde Arien de Gelder, marctschipper van 's Hartogenbos op Rotterdam, bij notaris Jacob Duijfhuijsen jr. te Rotterdam, op verzoek van zijn zoon Pieter Ariensz de Gelder, schipper, wonende te 's Hartogenbos, dat hij toestemming zal geven dat zijn zoon in het huwelijk mag treden met Lysbet Willemsdr Santacker, wonende te 's-Hartogenbos. <214>
        • Op 27-1-1668 werd Willem Devers Santaken nog als getuige genoemd bij een protestantse doop te 's-Hertogenbosch.
        • In de akte dd. 25-1-1681 aangaande de gezamelijke verkoop van een huis, wordt -betreffende een 3e deel in de nalatenschap van Geertje Everts Santacker- Cornelis Joosten Roos ev. Gertruij Evers Santacker genoemd als procuratie hebbende van Eva Frans, nagelaten weduwe van Willem Santacker. Verder is aanwezig Pieter van Gelder als man van Elijsabeth en als voogd over Francois, Gijsbert en Johanna Santacker, en verder procuratie hebbende van Jacob Weijgergancq in huwelijk gehad hebbende Evertie Santacker, allen nagelaten kinderen en mede erfgenamen van Willem Santacker. <215>
    89. CORNELIS (GROENEWOUD)
      Cornelis (Groenewoud) tr. met
    90. NN
      • Op grond van het patroniem Cornelis is uit onderzoeksoverwegingen aangenomen dat onderstaande kinderen broer en zusters van elkaar zijn.
      Uit het huwelijk van Cornelis (Groenewoud) en NN:
      1. Maria/Maartje Cornelis (Groenewoud), geb. Schiedam (verm.) [kwnr. 197].
      2. Jan Cornelisse (Groenewoud), begr. Schiedam 27-12-1714 (^Achter de Stooff).
      3. Aaltje Cornelis (Groenewoud), begr. Schiedam 16-11-1748 (^op de Haven).
        • Op 11-5-1689 was een Aaltje Cornelis Groenewoud getuige bij de doop van Gijsbert, zoon van Gerrit Hamel en Maartje Cornelis. Verondersteld wordt dat zij dezelfde is als de hier genoemde, die op 16-11-1748 werd begraven.
    91. JACOB CORSTIAANSE PEPER, ^Dordrecht, ovl. Dordrecht (verm.) na 1681
      Jacob Corstiaanse Peper tr. met
    92. MAGDALEENTJE JANS, ovl. Dordrecht (verm.) na 1681.
      Uit het huwelijk van Jacob Corstiaanse Peper en Magdaleentje Jans:
      1. Laurentia Peper, ged. Dordrecht 1-11-1666, ovl. Dordrecht (verm.) voor 1669.
      2. Dorothea Peper, ged. Dordrecht 11-2-1668.
      3. Laurensje Peper, ged. Dordrecht 25-11-1669.
      4. Cornelis Jacobs Peper, ged. Dordrecht 25-4-1671 [kwnr. 198].
      5. Johannes Peper, ged. Dordrecht 16-1-1673, ovl. Dordrecht (verm.) voor 1674.
      6. Jan Jacobse Peper, ged. Dordrecht 15-5-1674, ovl. na 1704.
        Jan Jacobse Peper otr./tr. Rotterdam 25-12-1696/10-1-1697 met Barbera Arijens Stightermans, geb. Rotterdam (verm.) ca. 1663, ovl. na 1704, eerder ev. Pieter Pieterse Verleijen.
        • Barbara Arijens huwde in 1683 voor de eerste keer, derhalve zou zij omstreeks 1663 geboren kunnen zijn.
        • Jan Jacobsz Peper, jm. van Dordrecht ^Meulewerf X Barbera Ariensz, wed. Pieter Pieters van Rotterdam ^Meulewerf. Beide echtelieden zijn op 28-8-1704 getuigen bij de doop van de tweeling Jacob en Marijtie, kinderen van zijn broer Cornelis Jacobs Peper en Catharina Jans Schonemans.
      7. Marijken Peper, ged. Dordrecht 23-12-1675.
      8. Lijntjen Peper, ged. Dordrecht 24-6-1678.
      9. Abraham Peper, ged. Dordrecht 21-3-1681.
    93. JAN CORNELISSE SCHONEMAN, geb. Rotterdam (verm.) ca. 1641, grutter (GAR, Weeskamer-inv.nr. 463, bld. 400), begr. Rotterdam 10-11-1673 (Johannes Schoenneman ^Botersloot)
      • Jan Cornelisz Schooneman, zoon van Grietge Willemsdr en mede-erfgenaam van wijlen Maritge Flore weduwe van Willem Claesz Geesbergen, comparants grootouders, bevestigde op 29-4-1662 bij not. Arnout Wagensveld te hebben ontvangen van Floris Willemsz Drost, zijn oom en voogd, een bedrag van 354 gulden als zijn deel van de erfenis van Maritge Flore volgens de inventaris en boedelscheiding. Deze boedelscheiding is gepasseerd op 05-05-1650 t.o.v. notaris Jacob Delphius. <216>
      Jan Cornelisse Schoneman otr./tr. 1x Rotterdam/Bleiswijk 9/22-4-1662 met Clara Thijsen Pliet, geb. Deventer, begr. Rotterdam 14-1-1663 (Claertje Thijsd huisvrouw van Jan Cornelisz)
      • Jan Cornelisse Schooneman, jm. van Rotterdam ^Quackernaat % Clara Thijsen Pliek, jd. van Deventer ^Lommertstraat. Attestatie gegeven om te trouwen te Blijswijk 22-4-1662, waar overigens geen inschrijving is gevonden.
      Jan Cornelisse Schoneman otr./tr. 2x Rotterdam/Bleiswijk 1/15-4-1663 met
    94. AELTJE JANS VAN SANTEN, geb. Rotterdam (verm.), begr. Rotterdam 11-12-1673 (wed. ^Boettersloot in de Oranije greijtmolen)
      • Jan Cornelisse Schooneman, wedn. van Rotterdam ^Botersloot % Aeltje Jans van Santen, jd. van Rotterdam ^Meent. Attestatie gegeven om te trouwen in Blijswijk 15-4-1663, waar bij de opgegeven datum vermeld is: Jan Cornelis Schooneman wednr. en Aeltjen Jans van Xanten jd. beide van Rotterdam. Er zijn geen verdere relaties met Bleiswijk gevonden.
      Uit het 2e huwelijk van Jan Cornelisse Schoneman met Aeltje Jans van Santen:
      1. Cornelis Schoneman, ged. Rotterdam 6-4-1664 (get.: Willem Schooneman en Grietge Dirckx), ovl. voor 1667.
      2. Aletta Schoneman, ged. Rotterdam 24-2-1665 (get.: Joannes Adriaense van Santen, Petrus van Santen en Alette van Leeuwen), begr. Rotterdam 26-6-1669 (kv. Johannes Schoneman ^Boettersloot).
      3. Catharina Jans Schoneman, ged. Rotterdam 4-2-1666 [kwnr. 199].
      4. Cornelis Janse Schoneman, ged. Rotterdam 20-11-1667 (get.: Cornelis Jansse Schooneman en Baertge Cornelisse), begr. Rotterdam 2-9-1718 (man van Cornelia Sander, 3 minderj.k.).
        Cornelis Janse Schoneman otr./tr. Rotterdam 21-9/7-10-1704 met Cornelia Sanders Reglé, begr. Rotterdam 8-11-1727 (wed. Cornelis Schonemans, 3 minderj.k).
        • Cornelis Jansz Schonemans, jm. van onbekend ^Vranckestraat X Cornelia Sandersz Reglé, jd. van onbekend ^Bagijnhof.
        • Cornelisz Jansz Schonemans als zoon van Jan Cornelisse Schoneman en Aeltje Jans van Santen is niet geheel bevestigd, maar wordt ondersteund door de vernoeming van zijn kinderen naar dit ouderpaar, hoewel er geen doopgetuigen uit deze familie genoemd worden (ouders en broers en zusters zijn allen voor 1704 overleden).
      5. Kind Schoneman, begr. Rotterdam 21-8-1671 (kv. Johannes Schoenneman ^Boetersloot).
      6. Grietie Schoneman, ged. Rotterdam 15-7-1670 (get.: Willem Schonemans en Grietie Schonemans), begr. Rotterdam 10-11-1673 (kv. Johannes Schoenneman ^Boetersloot).
      7. Maria Schoneman, ged. Rotterdam 3-5-1672 (get. Pieter van Santen), begr. Rotterdam 10-6-1704 (kraemvrouw van Arij van der Zee ^'t Roosant in de gaper, 4 minderj.k).
        Maria Schoneman otr./tr. Rotterdam 7/21-8-1695 met Arij van der Zee, ged. Rotterdam 17-5-1660 (get.: Neeltje Ariens en Annetje Engelbrechts van der Zee), begr. Rotterdam 10-4-1748 (wedn. Heiltie Willems ^Frankestraat vooraan, 1 meerderj.k.), zv. Cornelisz Engelbrechtse van der Zee en Lijsbeth Jans van Leeuwe, eerder ev. Ingetie de Vries.
        • Arij van der Zee, weduwnaar van onbekend ^Rotte X Maria Schonemans, jd. van Rotterdam ^Molewerf. Hij hertrouwde op 10/24-8-1704 met Heijltje Willems, wed. Claas Janse Brackel van Rotterdam ^Zantstraat.
    95. CORNELIS ANDRIESSE (TIMMERMAN/LOOPICKER?), geb. Maasdam (verm.) voor 1568 (in 1589 meerderjarig <217> ), timmerman, ovl. Maasdam (verm.) 1639
      • Op 9-2-1591 vond in het weeshuis te Maasdam uitkoop plaats van Cornelis Andries Timmerman ter eenre en Floris Huijgens en Pieter Willems als voogden van Adriaen Andries en Neeltege Andries (jongere broer en zuster van Cornelis Andriesz), achtergebleven van Andries Arijens Timmerman en Janneke Cornelis ter andere zijde. Aan Cornelis Andries komt het huis, heining, erve, etc. staande op de dijk van Maasdam toe, met oa. houtwerk, gereedschap van timmeragie zoals Janneke Cornelis dit bij haar dood heeft nagelaten. <218>
      • In 1609 wordt Cornelis Andries genoemd als ouderling te Maasdam en is in 1639 ook als zodanig opgenomen in het Lidmatenregister. <219> Bij de overdracht op 2-12-1611 aan hem van 400 gldn. wegens verkoop van kerkeland wordt hij genoemd als timmerman en kerkmeester en bij de afsluiting op 1-1-1618 van de armenrekening ook als heemraad. <220>
      • In 1628 ontving Cornelis Andriesse, timmerman en molenaar, 124 gldn. om de watermolen van de St.Anthoniepolder een jaar lang te malen, te timmeren, te onderhouden en voorts wat hem nog door hem besteed was. In 1629 ontving hij daarvoor 87 gldn. Daarna zou hij dat tot 1639 gezamenlijk met zijn zoon Jan Cornelisse doen. <221>
      • Tot nagenoeg aan zijn overlijden in 1639 wordt hij regelmatig in de functies van kerkmeester en heemraad vermeld. Zijn erfgenamen betalen 0.70.00 gldn. voor het gebruik van het doodkleed. <222>
      Cornelis Andriesse (Timmerman/Loopicker?) tr. met
    96. MARIGJE BASTIAENS, ovl. na 1624
      • Maritge Bastiaens, huisvrouw van Cornelis Andries Timmerman, voerde op 12-9-1624 "wegens het melken van koeien(?)" een rechtzaak tegen Jan Gijsberts. <223>
      • Als Cornelis Andries Timmerman op 3-2-1630 optreedt als borg voor Hendrik Gerrits Smijdt tot 's-Gravendeel wordt hij genoemd als diens schoonvader en als vader van Andries Cornelis Timmerman, die ook als borg optrad. <224>
      • Gegevens over de kinderen uit het huwelijk van Cornelis Andriesse Timmerman en Marigje Bastiaens zijn ontleend aan Streekgenealogie 635 - Timmerman en Ringelenburg (aanwezig in het Streekmuseum Hoekse Waard te Heinenoord) en aan het Jubileumboek "1593 's-Gravendeel 1993" - blz. 132. <225> Wegens het ontbreken van goede indicaties van de geboortedata zijn -in afwijking van het vermelde in het Jubileumboek- de huwelijksdata van de kinderen als leeftijdsvolgorde aangehouden.
      Uit het huwelijk van Cornelis Andriesse (Timmerman/Loopicker?) en Marigje Bastiaens:
      1. Cornelis Cornelisse Timmerman, begr. 's-Gravendeel 2-1-1664.
        • Uit de "Lijste vande thijende coopers woonende in nieu bonavontura,de moockhouck, sgravendeel, stryen, pietershouck, sillershouck ende maesdam die door dinnundatie in de jaere 1634 beschadicht zijn; in t dorp sgravendeel":
        • Cornelisz Cornelisz timmerman alle zijn koren vergaen, een halven berch hoy wech gedreven en t achterhuys ingespoelt. Is schuldich t 16e block onder sgravendeel de anno 1633: 118-0-0. <226>
        • Cornelis Cornelis Timmerman wordt in het Jubileumboek "1593 's-Gravendeel 1993" - blz. 52 genoemd als schepen van 's-Gravendeel (1654-1657). In 1658 kocht hij in de Korte Kerkstraat 12 aldaar een huis. <227> Voorts was hij daar in 1659 ouderling en wordt hij in 1663 vermeld als lidmaat ^in de Rijkestraat. <228>
        Cornelis Cornelisse Timmerman tr. Maasdam 28-11-1618 met Adriaantje Willems, ovl. 's-Gravendeel tussen 1667 en 5-1669, <229> dv. Willem Gerrits/Gerard en NN.
        • Cornelis Cornelis Timmerman wordt genoemd als zwager [=aanverwante] van Willem Gerard, die op 2-6-1619 een huis verkocht. <230> Op 21-10-1660 wordt Cornelis Cornelis Timmerman vermeld als getrouwd hebbende Aerjaentie Willems, die mede-erfgename en dochter is van Willem Gerrits. <231>
        • In het register 1667 van de 200ste penning te 's-Gravendeel is opgenomen de timmermansweduwe Cornelis Cornelis - VL [=45 pond? Zij zou dan voor 45x200=9000 pond gegoed zijn] <232>
      2. Andries Cornelisse Timmerman, geb. Maasdam, timmerman, ^Korte Kerkstraat te 's-Gravendeel, ovl. 's-Gravendeel voor 1657.
        Andries Cornelisse Timmerman tr. 1x Maasdam 2-6-1619 met Sijgje/Siken Aarts (Boender), ovl. 's-Gravendeel ca. 3-1620, dv. Aert Cornelisse Wijten en Joosgen Lenerts. <233>
        • Uit het huwelijk van Andries Cornelisse Timmerman en Sijgje Aerts werd omstreeks april 1620 een zoon Ary geboren, waarvoor Andries Cornelisse op 17-5-1620 een accoord sloot met Cornelis Aerts Boender betreffende uitkoop van de overleden Sijgje Aerts, diens zuster. <234> Deze zoon zal kort daarna zijn overleden.
        Andries Cornelisse Timmerman tr. 2x ca. 1625 met ... Gerrits Smijdt/Smid?, ovl. voor 1642.
        • Op 3-2-1630 stelde Andries Cornelis Timmerman zich borg voor zijn zwager Hendrik Geerits Smijdts te 's-Gravendeel. <235> Mogelijk is deze de broer van de nog niet bekende vrouw van het tweede huwelijk van Andries Cornelisse Timmerman, waaruit een dochter Maria geboren werd. Deze Maria Andriesse huwde met Floris Cornelis de Geus (in 1680 genoemd als een arme arbeider), een kleinkind van haar oudtante Ploentge Andriesse Timmerman. <236> De erfpacht van het huis in de Korte Kerkstraat (waarin Andries Cornelisse Timmerman woonde), werd kennelijk overgenomen door genoemde Floris de Geus, wiens zoon Andries Florisz in 1731 "het vierde erff besit". <237>
        • Na het overlijden van Andries Cornelis werd zijn huis op 1-5-1657 door uitkoop eigendom van zijn zoon Arij Andries uit zijn 2e huwelijk met ... Gerrits Smijdt/Smid? <238>
        • Zoon Arie Andriesse kreeg de toenaam Van der Wulp en zijn nakomelingen in 's-Gravendeel zouden later deze toenaam als familienaam gaan voeren. In het Jubileumboek "'s-Gravendeel 1593-1993" is op pagina 131 ev. -onder het hoofdstuk Bevolking- de stamreeks van deze familie Van der Wulp opgenomen, beginnende met de oudst bekende voorvader, zijn grootvader Andries Adriaens, van beroep timmerman.
        Andries Cornelisse Timmerman tr. 3x ca. 1642 met Ariaentie Philips, ovl. voor 1657.
        • Op 5-9-1657 passeerde de akte van uitkoop ten behoeve van de alimentatie van de 15-jarige Bastijaen Andriesse uit het huwelijk van Andries Cornelisse Timmerman en Arijaentie Philips, beiden overleden. Hierbij waren aanwezig Arij Andriesse en zijn zwager Fleuris Cornelisse. Arij Andriesse Timmerman zal alle timmermansgereedschappen in vrije eigendom bezitten. <239>
        • De genoemde Bastiaan Andriesse huwde met Pleuntje Andriesse en gingen hun nakomelingen de familienaam Moerkerken gebruiken. <240>
      3. Arie Cornelisse Timmerman, geb. Maasdam, ovl. 's-Gravendeel (verm.) na 1674.
        Arie Cornelisse Timmerman tr. 1x Maasdam 6-9-1626 met Machelken Aalberts Craeyensteijn, geb. Strijen, ovl. Maasdam (verm.) voor 1657, dv. Alberts Aert Craeyenstein en Machtelt Corsse.
        • Op 4 april 1631 kocht Arie Cornelisse Timmerman de windkorenmolen aan de Bonevantuurse Hooge Zeedij te 's-Gravendeelt. <241>
        Arie Cornelisse Timmerman tr. 2x Numansdorp 20-10-1657 met Anniken Claesen, weduwe.
        • In 1657 wordt Arie Cornelis Timmerman genoemd als Kerkmeester en van 1657 tot 1662 als schepen van 's-Gravendeel. <242> In 1674 wordt hij nog een keer genoemd als schepen bij de opstelling van een inventaris in zijn aanwezigheid. <243>
        • In 1667 is hij aannemer van het dijkwerk Kilpoldertje, waarvan op 26-7-1672 nog melding wordt gemaakt. <244>
        • In het register 1667 van de 200ste penning te 's-Gravendeel is opgenomen Arij Corn[eli]s timmerman - VL [=45 pond? hij zou dan voor 45x200=9000 pond gegoed zijn]. <245>
      4. Neeltje Cornelisse Timmerman, geb. Maasdam [kwnr. 241].
      5. Jan Cornelisse Timmerman, geb. Maasdam, ovl. voor 1664. <246>
        • Jan Cornelisse en zijn vader Cornelis Andriesse, timmerluijden, worden vanaf het jaar 1630 tot en met 1638 jaarlijks vermeld voor het gezamelijk verrichten van "malen, timmeren en onderhouden" van de watermolen van de St.Anthoniepolder. <247>
        • Op 14-2-1649 werd Jan Cornelis, timmerman, gekozen tot kerkmeester van Maasdam. <248>
        Jan Cornelisse Timmerman tr. Maasdam 1627 met Gijsje Gijsen van Es, ged. Poortugaal 6-10-1601, ovl. na 1675, <249> dv. Gijs Gijsse de Jonge en Willempje Jacobs, waerdinne in den Arent te Maasdam, eerder ev. Bastiaen Pietersen.
        • Op 2e Pinksterdag 1651 (30-6-1651?) traden Jan Cornelis, timmerman ^Maasdam, en Pieter Aerts, resp. schoonvader en vader van Simon Pieters, molenaar te Schiedam(?), als borgen voor hem op. <250>
        • In het register 1667 van de 200ste penning te 's-Gravendeel is opgenomen de weduwe van Jan Corn[elissen] Timmerman van Maesdam - aenges. VL [=aangeslagen voor 45 pond? Zij zou dan voor 45x200 = 9000 pond gegoed zijn?] <251>
    97. JOHANNES MARTINUSZ SOMERS.
      Johannes Martinusz Somers tr. 1x met Maria Roelandsdr
      , ovl. voor 1619
      Johannes Martinusz Somers otr. 2x Nispen 30-5-1619 (huwget.: Michael Verwiet en Gerardus Buijens) met
    98. ANNA ANTHONISDR VAN HAVE
      • De ouders en broers en zusters van Teuntje Jans van Someren/Somers zijn ontleend aan de genealogische database Rijerkerk en aangevuld/gecorrigeerd met eigen onderzoeksbevindingen. <252>
      Uit het 1e huwelijk van Johannes Martinusz Somers met Maria Roelandsdr:
      1. Martinus Johannesz Somers, begr. Nispen 11-4-1688 (volle uitvaart).
        Martinus Johannesz Somers tr. met Lucia Wilhelmina van Gorp, ged. Nispen 25-11-1607, begr. Nispen 14-4-1650, dv. Willebrord Cornelisz van Gorp en Cornelia Pietersdr.
      2. Johanna Johannesdr Somers, begr. Nispen 3-1-1679.
      3. Johannes Johannesz Somers, begr. Nispen 12-1-1670 samen met zijn dochter Martina.
        Johannes Johannesz Somers tr. met Margaretha Jansdr.
      4. Catharna Johannesdr Somers.
      5. Anna Johannesdr Somers.
      Uit het 2e huwelijk van Johannes Martinusz Somers met Anna Anthonisdr van Have:
      1. Teuntje Jans van Someren/Somers, geb. Nispen [kwnr. 243].
      2. Anthonis Johannesz Somers.
      3. Adrianus Johannesz Somers, ovl. na 1641 (22-12-1641 mogelijk samen met zijn zuster Johanna Jans Somers getuigen bij de doop van Anneke, dv. Hendrik van den Berg en hun zuster Teuntje Jans van Someren/Somers).
      4. Jodocus Johannesz Somers.
      Generatie X
      INDEX van familienamen
    99. JAN JANSZ? (SANTACKER?)
      Jan Jansz? (Santacker?) tr. met
    100. NN
      • Jan Jansz is ingevoerd als mogelijke vader van Evert Jans van Aernem, wiens kinderen Jan Evertsz en Geertgen Evertsdr worden genoemd in het gezamelijk testament dd. 15-9-1624 van Evert Jansz Santacker (die dan mogelijk zijn broer is) en diens vrouw Geertge Claesdr. Jan Jansz tevens verondersteld als vader van Janneke Jansdr en Reinier Jansz op grond van vermelde familierelaties in de geraadpleegde notariële akten.
      • NOOT: Het vaderschap over ieder van de genoemde kinderen is dus nog niet bevestigd.
      Uit het huwelijk van Jan Jansz? (Santacker?) en NN:
      1. Evert Jansz (Santacker?), geb. Leeuwarden (verm.) [kwnr. 312].
      2. Janneke Jansdr Santacker, begr. Arnhem 8-7-1636 (Engel Plisters vrouw, een(maal geluid?): 3-0-0).
        Janneke Jansdr Santacker tr. 1x met Peter van Scherickhaven, begr. Arnhem 17-3-1627.
        Janneke Jansdr Santacker otr. 2x Arnhem 23-9-1627 met Engel Plijster, begr. Arnhem 15-8-1670 (tweemael (geluid?): 7-8-0), zv. Jacop Plijster en NN.
        • Engel Plijster, soen van Jacop Plijster % Jenneken Jansdr Santacker, wed. Peter van Scherickhaven,
        • Na het overlijden van Janneken Jansdr huwde Engel Plijster, wedn. van Arnhem, op Pijnxteren 1637 (tussen 21-5 en 4-6-1637) met Mechtelt Calercamps van Borckelo, naegelaten dochter van Borckelo. Ondertrouwt tot Borclo.
        • De (vermoedelijke) kinderen van Evert Jansz (van Arnhem) werden op 25-8-1637 als erfgenamen genoemd van hun moeye Janneken Jansdr, gewezen huisvrouw van Engel Pleyster. <253>  
      3. Reinier Jansz? (Santacker?), ovl. Arnhem (verm.).
        Reinier Jansz? (Santacker?) tr. met NN.
        • Reinier Jansz(?) is ingevoerd als mogelijke ouder van Maria Reijniers ^Gasthuis te Arnhem, aan wie Geertje Everts Santacker bij testament een legaat naliet. <254>
      4. Leendert Jans Santacker.
    101. CORNELIS JANSE SCHONEMAN, geb. Rhoon (verm.) ca. 1609, molenaar, begr. Rotterdam 8-9-1669 (ev. Trijntje Dirckts ^op 't einde van de Boetersloot)
      • Een mogelijke relatie met het door T. van der Loos beschreven nageslacht van Dirck Philips Schooneman in Ons Voorgeslacht van september 1980, 35e jaargang nr. 298, is (nog?) niet aangetoond.
      Cornelis Janse Schoneman tr. 2x (buitenecht.) ca. 1643 met Emmetge Gijsberts, ovl. na 1660
      • Op 25-10-1660 legden Cornelis Jans Schooneman -corenmolenaer op de corenmolen "de Pomp"- en zijn vrouw Trijntge Dircx ter ene zijde en Emmetge Gijsberts ter andere zijde een verklaring af. Cornelis Jans Schooneman en Emmetje Gijsberts hebben 17 jaar geleden een buitenechtelijke zoon Cornelis Cornelisz (of Cnelis Cnelisz.) gekregen. Deze zoon is tot nu toe door Cornelis Jans Schooneman onderhouden. Hij zal hem vanaf nu niet verder onderhouden maar belooft hem bij zijn huwelijk 150 gulden. <256>
      • Als enig toepasselijk is uit het doopregister van Rotterdam achterhaald: Gedoopt 24-11-1643 Corneles, zoon van Corneles Janse en Emmetge Claes, met als getuigen Gertgen Heinderix en Adriaen Wouterse. Vooralsnog is aangehouden dat het hier de bewuste zoon betreft.
      Cornelis Janse Schoneman otr./tr. 3x Rotterdam 17/31-1-1644 met Trijntje Dircks, geb. Brielle (verm.), ovl. Rotterdam (verm.) tussen 1683 en 1690
      • Cornelis Jansen, molenaar wedn. ^Lommertstraat X Trijntje Dircks, jd. van Briel ^Bottersloot.
      • Cornelis Jansz Schoneman, molenaer, kocht op 20-5-1655 via notaris Jacob Duyfhuysen jr van Jan Heyndrickxz, molenaer, de helft van een coorn-wintmolen aan het eind van de Botersloot op Pompenburch, met de helft van de molewerf met een vrij rijpad dat uitkomt in de Lombardstraet, plus de helft van 2 huisjes aan de zuidzijde van het rijpad, naast de molenwerf, plus veel toebehoren. Koopprijs 3.400 gulden. De koper gebruikt het al enige maanden. <257>
      • Op verzoek van Frans Dircxz Slooten, molenaer te Leyden en de molenaersknechts aldaar verklaarden Cornelis Jansz Schoneman, 46 jaar, hooftmannen van molenaers binnen en buiten de stad, en Bastiaen Meeusz, molenaer en baes, 31 jaar, op 30-5-1655 voor notaris Jacob Duyfhuysen jr dat molenaarsknechts alhier maar eenmaal een bijdrage voor het gilde hoeven te betalen, ook al veranderen ze nog zo vaak van baas. Als ze de stad verlaten en na een jaar weer hier willen werken betalen ze ook maar eenmaal het inkomstgeld. <258>
      • Volgens akte dd. 20-5-1683 is uit de nalatenschap van Jan Symon Hoogwerf 400 gulden capitale toegekend aan Trijntje Dircks en haar kinderen. <259> Vervolgens verschenen op 8-9-1683 voor not. Jacobus van Allen te Rotterdam: Trijntje Dircs wed. Cornelis Jan Schooneman, Dirck Schooneman, Pieter Schooneman, Cornelis Gerritse van de Heden ev. Sara Schooneman en Willem Antonisse ev. Trijntie Cornelis Schooneman, namens henzelf en namens Cornelis Dirckse de Jongh ev. Baertje Schooneman en Barbara Schooneman, allen kinderen van de eerder genoemde Trijntje Dircks. Zij waren erfgenamen van Jan Symonse Hoogwerf volgens testament dd. 10-2-1669 gepasseerd bij notaris Jacob Bollaert te Schiedam en verstrekte zij procuratie om te procederen tegen de meerderjarige en voogden over de minderjarige kinderen van Joris Keijzer, in leven executeur van het testament, en tegen Johan Veen mede-executeur. <260> Kennelijk verliep de procedure niet vlot, want op 28-7-1690 werd opnieuw door de kinderen van (de nu niet genoemde maar vermoedelijk overleden) Trijntje Dircks procuratie verleend om te procederen tegen genoemde Jan Veen, secretaris tot Schiedam, als executeur inzake de nalatenschap van Jan Symons Hoogerwerff. Jan Jacobs trad hierbij op namens zijn echtgenote Barber Schooneman. <261>
      Cornelis Janse Schoneman otr./tr. 1x Rotterdam 8/24-9-1630 met
    102. GRIETGE WILLEMS GEESTBERGEN, ovl. ca. 1642.
      Grietge Willems Geestbergen tr. 1x Rotterdam 16-5-1627 met Cornelis Abrahams, geb. Zierikzee, begr. Rotterdam 26-9-1627 (begraaflocatie Hofstraat)
      • Cornelis Jansens, jm. van Rhoon X Grietgen Willemsdr, wed. Cornelis Abrahams, beijde ^bij de Schiedamsche poort.
      • In het aangepaste testament dd. 11-6-1642 van Willem Claessen Huysman, brandewijnbrander, en zijn vrouw Maritgen Flooren -de ouders van Grietje Willems- wordt aangegeven dat de drie weeskinderen van hun dochter Grietgen Willemsdr, waarvan de vader is Cornelis Jansz, tot hun meerderjarigheid alleen het vruchtgebruik van hun erfdeel zullen genieten. <262> Aangenomen is dat deze meerderjarigheid bereikt werd op 21-jarige leeftijd, waaruit het geboortejaar van deze drie kinderen is verondersteld aan de hand van de akten aangaande de beschikbaarstelling van hun erfdeel.
      Uit het 1e huwelijk van Cornelis Janse Schoneman met Grietge Willems Geestbergen:
      1. Geertge Cornelis Schoneman, geb. Rotterdam (verm.) ca. 1632, ovl. na 1657.
        Geertge Cornelis Schoneman otr./tr. Rotterdam 19-10/2-11-1653 met Harmen Aryensz, drapier, ovl. na 1657.
        • Herman Ariensz, jm. van Rotterdam ^buyten 't Hofpoortje X Geertje Cornelis , jd. van Rotterdam ^Lombardstraat.
        • Harmen Aryensz, drapenier, getrouwd met Geertge Cornelisdr die mede compareert, die een dochter is van Grietge Willemsdr en dienvolgende mede-erfgename van Maertge Floren wed. van Willem Claesse Geesbergen haar grootouders, verklaren op 10-11-1653 bij notaris Arnout Wagensvelt dat -volgens de boedelscheiding van 5-5-1650 opgemaakt door notaris Jacob Delphiuis- van de som groot 6.375 gld., daarvan 1/3 in 1/6 part, zijnde 354 gld. ontvangen te hebben van Floris Willemse Drost, haar oom en gewezene voogd. <263>
        • Op 1-3-1654 zijn Harmen Areijense en Geertie Cornelis getuigen bij de doop van Marija dv. hun (schoon)vader Cornelis Janse Schoneman en zijn 2e vrouw Trijntje Dircks. De laatst genoemde is op haar beurt op 6-5-1657 getuige bij de doop van Cornelis, zv. de genoemde getuigen en ook het laatst bekende kind uit dat huwelijk.
      2. Willem Cornelisse Schoneman, geb. Rotterdam ca. 1637, ovl. na 1670.
        • Willem Cornelisz Schooneman, zoon van Grietgen Willemsdr en mede-erfgenaam van Maritge Flore die weduwe was van Willem Claesz Geestbergen, zijn grootouders, bevestigde op 30-4-1658 bij not. Arnout Wagensvelt te hebben ontvangen van Floris Willemsz Drost, zijn oom, zijn aandeel in de nalatenschap van Maritge Flore volgens inventaris op 5-5-1650 gepasseerd bij notaris Jacob Delphius. <264>
        Willem Cornelisse Schoneman otr./tr. Rotterdam 21-4/7-5-1658 met Grietge Dirckx, geb. Rotterdam (verm.), ovl. na 1670 (aangenomen is dat zij dezelfde is die als Grietje Schonemans -samen met haar echtgenoot Willem Schonemans- optrad als getuige bij de doop op 15-7-1670 van Grietie, dv. zijn broer Jan Cornelisse Schonemans en Aeltje van Santen).
        • Willem Cornelisz Schonemans, jm. van Rotterdam ^Molenwerf X Grietje Dircx, jd. van Rotterdam ^Doelstraat. Eventuele kinderen uit dit huwelijk zijn niet bekend.
      3. Jan Cornelisse Schoneman, geb. Rotterdam (verm.) ca. 1641 [kwnr. 398].
      Uit het 2e huwelijk van Cornelis Janse Schoneman met Emmetge Gijsberts:
      1. Cornelis Cornelisz Schoneman, geb. Rotterdam ca. 1643, ovl. na 1660.
      Uit het 3e huwelijk van Cornelis Janse Schoneman met Trijntje Dircks:
      1. Baertge Cornelisse Schoneman, ged. Rotterdam 11-6-1645 (get.: Barber Dircks en Trintge Heinderickx), begr. Rotterdam 29-7-1709 (^Peperstraat in 't midden, Waalsekerk diaken).
        Baertge Cornelisse Schoneman otr./tr. Rotterdam 15-6/2-7-1670 met Cornelisz Dircksz (de Jongh), geb. Nieuwerkerk a/d IJssel (verm.).
        • Cornelis Dircksz, jm. van Nieuwerkerk ^Lombertstraat X Baertje Schonemans, jd. van Rotterdam ^Lombertstraat. Uit dit huwelijk 9 kinderen, waarvan het laatste kind op 14-3-1688 te Rotterdam werd gedoopt, waarbij oa. Sara Schoneman als doopgetuige. De doopinschrijvingen vonden plaats onder de familienaam de Jongh.
      2. Dirck Cornelisse Schoneman, ged. Rotterdam 17-9-1647 (get. Leentge Pieters), molenaar, <265> begr. Rotterdam 1-8-1697 (^Dijk, verdronken).
        Dirck Cornelisse Schoneman otr./tr. 1x Rotterdam/Overschie 10/24-12-1673 met Annetje Ariens van de Wateringh, geb. Rotterdam (verm.) ca. 1652, ovl. Rotterdam 16-10-1690, eerder ev. Cornelis Willems van den Bergh, afkomstig uit Delft.
        • Annetje Arijans van Wateringh huwde voor de eerst maal in 1672, derhalve zou zij omstreeks 1652 geboren kunnen zijn. Dirck Cornelisse Schooneman, jm. van Rotterdam ^Lombaerstraat X Annetije Ariens van de Wateringh, wed. Cornelis Willemse ^Lombaertstraat. Attestatie gekregen om te trouwen in Overschie. Het laatst bekende kind uit dit huwelijk werd in 1685 gedoopt.
        • Annetje Ariens, huisvrouw van Dirk Schooneman attesteerde met ware woorden in plaats van eede en legde een verklaring af omtrent de exorbitante arrestatie op de Schiedamsedijk door de Schout en zijn dienaren, waarvan zij en anderen 's-ochtendsvroeg tussen 3 en half 4 getuigen waren geweest. <266> Haar wijze van getuigen doet een doopsgezinde achtergrond vermoeden.
        • Op 19-1-1691 werd voor de Weeskamer van Rotterdam naar aanleiding van het overlijden op 16-10-1690 van Annetje van de Water, ev. Dirck Schooneman, de boedel inventaris opgesteld. Als voogden over haar kinderen waren aanwezig Jacobus Santvliet, dienaar ter ?, en Cornelis van Heeden, binnenvader van 't tughthuijs. <267>
        Dirck Cornelisse Schoneman tr. 2x ca. 1691 met Jannetje Vermee, begr. Rotterdam 18-12-1734 (Schotsekerk, wed. Joost Colman ^Raamstraat Vest, 3 meerderj.k).
        • Dirck Schonemans hertrouwde omstreeks 1691 met Jannetje Vermee, want het eerste kind uit dit huwelijk werd op 13-1-1692 gedoopt. Zij woonden toen op de Schiedamse Dijk. Jannetge Vermee hertrouwde 13/31-3-1698 met Joost Claesse Bolleman, jm. van Delfshaven.
      3. Gijsbert Schoneman, ged. Rotterdam 8-1-1650 (get.: Maertge Denijes en Geertge Cornelis), ovl. Oost-Indië (verm.) tussen 1684 en 1687 (of op de reis daarnaar toe of terug).
        Gijsbert Schoneman otr./tr. Rotterdam 2/16-8-1676 met Cornelia Verdam, geb. Rotterdam (verm.), begr. Rotterdam 12-2-1709 (^Botersloot, Schotse kerkhof).
        • Gijsbert Cornelisz Schooneman, jm. van Rotterdam ^Meulewerff X Cornelia Verdam, jd. van Rotterdam ^Nieuwe Haven. Uit dit huwelijk zijn geen kinderen bekend.
        • Gijsbert Schoneman, "gereed leggende omme met de schepe genaamd de Maes naar oost-Indië te varen", verkreeg op 8-6-1684 een algemene machtiging van Reijnier Blommerswaard om namens hem bij Sr. Fransoijs de Hock, mr. chirurgijn op Batavia, op te vorden wat hem testamentair toekwam. <268>
          Het spiegelretourschip Maas vertrok op 21-6-1684 vanaf de rede van Goeree naar Batavia. Op 11-10-1684 arriveerde het op Kaap de Goede Hoop vanwaar het op 3-11-1684 naar Batavia vertrok en waar het op 10-1-1685 aankwam. Het schip verbleef enige jaren in zuidoost-AziŽ, waarna het op 8-8-1689 op Texel aankwam. <268A> Van deze reis van het schip Maas zijn geen bemanningslijsten aangetroffen. Er is vanuit gegaan dat de hier behandelde Gijsbert Cornelis Schooneman op deze IndiŽ-reis is overleden, want op 12/26-10-1687 hertroude zijn vrouw Cornelia Verdam met Jan Jans Tack, afkomstig van Rotterdam ^op de Huybrugge.
      4. Pieter Schoneman, ged. Rotterdam 28-1-1652, bakker, <269> begr. Rotterdam 15-2-1700 (man van Neeltje Willems ^Santstraat bij de Mosterstraat, 1 minderj. en 1 meerderj.k.).
        Pieter Schoneman otr./tr. Rotterdam 23-11/11-12-1681 met Neeltje Willems Roodbol, geb. Overschie (verm.), begr. Rotterdam 14-8-1707 (Schotse kerkhof, wed. Pieter Schooneman ^Zandstraat hoek Mostertsteeg, 3 meerderj.k.).
        • Pieter Cornelisse Schoonemans, jm van Rotterdam ^Santstraat X Neeltje Willems Roobol, jd. van Overschie ^Delfsche Vaart.
        • Pieter Schooneman kocht op 21-4-1689 het huis met erf aan de zuidzijde van de Mostersteeg gelegen en naast dat van hemzelf. <270>
        • Op 4-9-1690 lieten d'eersame Pieter Schooneman en d'eerbare Neeltje Willemsdr hun wederzijds testament opmaken en benoemden elkaar als universele erfgenaam, onder verplichting de langstlevende kinderen tot hun 20e jaar of tot aan hun huwelijk te zullen opvoeden en te onderhouden, met in achtname van hun legitieme portie. <271>
        • Uit dit huwelijk zijn van 3 kinderen de doopdata bekend, maar die voor het bereiken van de volwassen leeftijd al waren overleden. Van Baartje Schoneman, zeer waarschijnlijk het oudste kind uit dit huwelijk, is echter geen doopdatum bekend, maar zij liet op 25-5-1711 als ongehuwde dochter haar testament opmaken bij not. Johan van Someren. Zij benoemde voor de ene helft Maartje Willems Roodbol en ...huij.. Willems Roodbol, haar moeije en oom van moederszijde, als enige en algemene erfgenamen. Voor de wederhelft benoemde zij Barbara Schoonemans, haar moeije van vaderszijde, mitsgaders de kinderen van Dirck, Maria, Trijntje, Baertje en van Sara Schoonemans, allen bij representie en plaatsvervullingen van hun ouders, zijnde haar oom en moeijen van vaderszijde. <272> Overeenkomstig dit testament vond op 6-7-1713 voor not. Arnoldus Guijlicher de verdeling van haar nalatenschap plaats. <273>
      5. Marija Schoneman, ged. Rotterdam 1-3-1654 (get.: Harmen Areijense en Geertje Cornelis), ovl. Rotterdam (verm.) tussen 1698 en 1711.
        Marija Schoneman otr./tr. Rotterdam 30-1/13-2-1678 met Willem Andriesse, ged. Rotterdam 4-2-1646 (get. Trintge Dircks), ovl. na 1698, zv. Andries Willemse en Sara Daviets.
        • Willem Andries, jm van Rotterdam ^Schiedamsedijk X Maria Schonemans, jd. van Rotterdam ^Molenwerf. Op 19-3-1698 werd het laatst bekende kind uit dit huwelijk gedoopt.
      6. Sara Schoneman, ged. Rotterdam 11-3-1656 (get. Lysbet Cornelis), ovl. Rotterdam (verm.) tussen 1703 en 1711.
        Sara Schoneman otr./tr. 1x Rotterdam 28-1/11-2-1674 met Cornelis Gerritse van der Heede, geb. Lakerveld, molenaar, in 1691 genoemd als binnenvader van het tuchthuis, ovl. Rotterdam (verm.) voor 26-4-1693.
        • Cornelis Gerretse van der Hede, jm. van Lakerveldt ^Oostende X Sara Cornelis Schoonemans, jd. van Rotterdam ^aan 't eijnd van de Lombeetstraat.
        • Op 1-9-1681 lieten Cornelis Gerritse van der Heden, molenaar op de mole genaemt De Lely en sieck te bedde, en Sara Cornelis Schooneman, wonende buiten de Coolwegse poort, hun wederzijds testament opstellen, met in achtname van de legitieme porties voor hun in leven zijnde kinderen. <274> Het laatste kind uit dit huwelijk werd op 26-4-1693 te Rotterdam gedoopt, waarbij vermeld werd dat "Cornelis van der Heden is doot".
        Sara Schoneman otr./tr. 2x Rotterdam/Hillegersberg 30-8/13-9-1693 met Arij van Oostrum, geb. Jaarsveld (verm.).
        • Arij van Oostrum, jm. van Jaersvelt ^buijten de Delfsepoort X Sara Schoonemans, wed. Cornelis van de Heede ^buijten de Delfsepoort. Attestatie gegeven om te trouwen te Hillegersberg 13-9-1693, alwaar vermeld is dat zij ^onder de parochie van Hilgersberg.
      7. Trijntge Schoneman, ged. Rotterdam 4-5-1659 (get.: Jan Sijnmonse Hoogerwerf en Elsje Jans), begr. Rotterdam 5-8-1704 (^'t Meulewerf).
        Trijntge Schoneman otr./tr. Rotterdam 16/30-11-1681 met Willem Antonisse (van Eijnspick), geb. Enspijk (verm.), begr. Rotterdam 19-5-1711 (^Lommertstraat, Skhof).
        • Willem Antonis, jm. van Einspick ^Lombertstraat X Trijntie Cornelis Schoneman, jd. van Delfshaven(?) ^Binnenwegh. Willem Antonisse werd nadien regelmatig met de familienaam Van Eijnspick aangeduid. Op 17-12-1699 werd het laatst bekende kind uit dit huwelijk gedoopt.
        • Na het overlijden van Trijntje Schoneman hertrouwde Willem van Entspreek, wedn. van Entspeek ^Meulewerf, op 25-11/12-12-1708 met Janneke Cornelis van IJssel, wed. Gerrit van Gilsen van Rotterdam ^Schiedamse dijck. Op 9 en 25-8-1711 werden er alimentatieregelingen getroffen voor de kinderen uit beider eerdere huwelijken. <275>
        • Op 18-9-1712 werd er -op verzoek van de meerderjarige kinderen en de voogden van de nog minderjarige kinderen uit het eerdere huwelijk van Willem Antonisse van Eijnspick met Trijntje Schoonemans- een inventaris opgesteld van de goederen en schulden die Janneke van IJssel en haar overleden man samen in gemeenschap van goederen bezaten bij zijn overlijden op 19-5-1711 te Rotterdam. Het onroerende goed omvatte "de helft in een coren windtmolen genaamd Pompenburgh, mitsgaders molenwerff staand en gelegen aan de oostzijde van de Lombertstraat aan het einde met een vrij en eigen uijtpad in de voors. Lombertstraat, alsmede de helft in twee huijsjes en erven staande aan de suidsijde van 't selve pad. ook de helft in de schure en rosmolen alsmede in alle de gereedschappen en toebehoren tot de voorn. koorn- en rosmolen, behoorende insgelijks de helft in de peerden, kammen, billen, karren, steenen en seijlen ten protocollen deser stadt geregistreerd op no. 272.b". Vervolgens een opsomming van contanten, inboedel, etc. <276>
      8. Barbera Schoneman, ged. Rotterdam 29-6-1664 (get. Baertge Cornelis), ovl. na 1711.
        Barbera Schoneman otr./tr. Rotterdam 29-10/15-11-1684 met Jan Jacobse van Roijen, geb. Waardenburg (nabij het plaatsje van Oijen in Nrd-Brabant), ovl. na 1694.
        • Jan Jacobsen, jm. van Weerdenburg ^Raamstraat bij de Vest X Barber Schoeneman, jd. van Rotterdam ^Hoogstraat. Het laatst bekende kind uit het huwelijk van Jan Jacobse (van Roijen) en Barbara Schoneman werd op 31-10-1694 gedoopt, met als getuigen Willem Antonisse en Trijntie Schoneman.
    103. JAN ADRIAANSE VAN SANTEN, geb. Rotterdam (verm.), bakker, ovl. na 1674
      Jan Adriaanse van Santen otr./tr. Rotterdam 3/19-11-1630 met
    104. LIJNTGE PIETERSDR VAN HEEL, geb. Rotterdam (verm.), ovl. na 1666 (4-2-1666 getuige bij de doop van Catharina dv. Jan Cornelisse Schoneman en haar dochter Aeltje Jans van Santen)
      • Jan Aertsen, jonggesel ^Hoochstraat X Lijntgen Pieters, jd. ^Westzeedijk(?), beijde van Rotterdam.
      • Jan Ariensz van Santen, backer en zijn vrouw Lijntge Pietersdr van Heel wonende op de Meent, herroepen op 3-6-1650 bij not. Jacob Duijfhuijzen hun eerder gemaakte testament en benoemen elkaar tot enig erfgenaam. Aan hun evt. kinderen zal bij meerderjarigheid of huwelijk 500 gld. worden uitbetaald. <277>
      • Op 20-7-1674 werd voor de Weeskamer van Rotterdam na het overlijden van hun dochter Aeltje Jans van Santen, wed. Jan Cornelisse Schoneman grutter, haar boedel inventaris opgesteld. Als voogden over haar kinderen waren aanwezig Jan Adriaanse van Santen en Dirck Cornelisse Schooneman, meulenaar. <278>
      Uit het huwelijk van Jan Adriaanse van Santen en Lijntge Pietersdr van Heel:
      1. Aeltje Jans van Santen, geb. Rotterdam (verm.) [kwnr. 399].
      2. Petrus van Santen, geb. Rotterdam (verm.), ovl. na 1672 (3-5-1672 getuige bij de doop van Maria, dv. Jan Cornelis Schoneman en zijn zuster Aeltje Jans van Santen).
        Petrus van Santen otr./tr. Rotterdam/Kralingen 16/30-3-1664 met Aletta van Leeuwen, ovl. na 1682 (15-2-1682 opgetreden als doopgetuige).
        • Petrus van Santen, jm. van Rotterdam ^Meent X Aletta van Leeuwen, jd. van Rotterdam ^Doelwegh. Attestatie gegeven on te trouwen in Cralingen: 30-3-1664.
      3. Maria Jans van Santen, ovl./begr. Rotterdam 6/12-7-1670 (^op de Hooch over de Valck).
        Maria Jans van Santen tr. ca. 1667 met Johannes Barents Swering, kleermaker, ovl. na 1672.
        • In 1668 waren Jan Ariens van Santen en zijn schoondochter Aaltje van Leeuwen getuigen bij de doop van Catharina uit het huwelijk van Johannes Barents Swering met zijn dochter, resp. haar schoonzuster Maria Jans van Santen. Het laatst bekende kind uit dit huwelijk werd in 1670 gedoopt, waarbij Jan Schoneman en Aeltie van Santen als doopgetuigen optraden.
        • Op 17-8-1672 werd voor de Weeskamer van Rotterdam naar aanleiding van het overlijden op 6-7-1670 van Maria Jans van Santen, ev. Johan Sweeren kleermaker, de boedel inventaris opgesteld. Als voogden over haar kinderen waren aanwezig Jan Cornelis Schoneman, grutter, en Pieter van Santen. <279>
        • Kort daarvoor op 31-7-1672 was Johannes Sweering, wedn. van Maritien van Santen ^Oost Eijnde te Rotterdam in ondertrouw gegaan met Jannetje Malliaar, wed. Wijnand Huijskens ^Leijden, dv. Claes Malliaar/Maljaar en Marya Segaar. Attestatie gegeven om te trouwen te Leyden: 20-8-1672. Te Leiden had de ondertrouw plaats gevonden op 6-8-1672 en wordt vermeld dat zij woonde in de Harlemstraat en de bruid met attestatie is gecompareerd.
      4. Aerjaentje Jansdr van Santen, ovl. Delfshaven (verm.) na 1693.
        • Aerjaentje Jansdr van Santen, bej. dochter, ziekelijk, benoemde op 16-4-1693 bij not. Gerrit Post te Delfshaven Willem Snellaert en capitein Jan Dircxsz van der Tas tot haar erfgenamen en vermaakte legaten aan: Annetje Joosten, wed. van Michiel Jansz Schilperoort en haar zuster Yeffje Jansdr van Santen, wed. van Casparus van der Wint. <280>
        • Op grond van voornaam en patroniem is voorlopig aangenomen dat Aerjaentje Jansdr van Santen en -op grond van haar testament- Yefje Jansdr van Santen kinderen zijn uit het huwelijk van Jan Adriaanse van Santen en Lijntge Pietersdr van Heel.
      5. Yefje Jansdr van Santen, ovl. na 1693.
        Yefje Jansdr van Santen tr. met Casparus van der Wint, ovl. voor 1693.
      6. Sijmon van Santen, ged. Rotterdam 10-10-1643 (kv. Jan Adriaense en Lindtgen Pieters).
    105. ANDRIES ADRIAENS, timmerman, ovl. Maasdam voor 1591. <281>
      • Andries Timmerman verzocht op de classisvergadering van 26 april 1583 te Dordrecht namens Maasdam om Hubert de Rijcke als predikant voor Maasdam aan te wijzen. <282> In 1585 verhuurde hij als kerkmeester de kerkelanden. <283>
      Andries Adriaens tr. met
    106. JANNIGJE CORNELIS, ovl. Maasdam voor 1591 (maar na haar man)
      • Op 9-2-1591 vond in het weeshuis te Maasdam uitkoop plaats van Cornelis Andries Timmerman ter eenre en Floris Huijgens en Pieter Willems als voogden van Adriaen Andries en Neeltege Andries (jongere broer en zuster van Cornelis Andriesz), achtergebleven van Andries Arijens Timmerman en Janneke Cornelis ter andere zijde. Aan Cornelis Andries komt het huis, heining, erve, etc. staande op de dijk van Maasdam toe, met oa. houtwerk, gereedschap van timmeragie zoals Janneke Cornelis dit bij haar dood heeft nagelaten. De twee andere kinderen zullen uit de boedel hebben een bed met deken. Neeltje Andries krijgt haar moeders kleren, juwelen, etc. en Adrieaen zal nog drie jaar bij zijn broeder wonen. Cornelis Andries zal aan hen beide 4.0.0 gldn. betalen. <284>
      Uit het huwelijk van Andries Adriaens en Jannigje Cornelis: <285>
      1. Cornelis Andriesse (Timmerman/Loopicker?), geb. Maasdam (verm.) voor 1568 [kwnr. 482].
      2. Ploentge Andriesse Timmerman, geb. Maasdam (verm.) ca. 1570, ovl. Maasdam (verm.) voor 11-1599. <286>
        Ploentge Andriesse Timmerman tr. met Floris Huijgen, molenaar te Maasdam, ovl. na 2-1628. <287>
        • Floris Huygen wordt in akte dd. 9-2-1591 genoemd als voogd over de minderjarige kinderen Adriaen en Neeltje Andriesse, broer en zuster van zijn vrouw Ploentge Andriesse. In een akte van uitkoop dd. 21-11-1599 worden Cornelis en Adriaen Andriesz als haar broers genoemd. <288>
      3. Adriaen Andriesse Timmerman, geb. Maasdam (verm.) ca. 1571 (minderjarig in 1591 <289> ), timmerman te Maasdam, ovl. Maasdam voor 11-1640. <290>
        Adriaen Andriesse Timmerman tr. met Aachge Tonisz.
      4. Neeltge Andriesse Timmerman, geb. Maasdam (verm.) ca. 1580 (minderjarig in 1591 <291> ).
        Neeltge Andriesse Timmerman tr. met Gijsbert Jacobs, geb. ca. 1581, zv. Jacob Gijsberts en Hadewijtgen Jans.
        • Op 31-5-1597 werd een akte van uitkoop opgesteld voor Gijsbert Jacobs oud 16 jaar, zoon van Jacob Gijsberts en zijn overleden moeder Hadwijtgen Jans. <292>
        • Het Jubileumboek "'s-Gravendeel 1593-1993" vermeldt op blz. 132 dat uit het huwelijk van Gijsbert Jacob en Neeltge Andriesse de families Zilverschoon en Buitendijk zijn voortgekomen.

      Generatie XI
      INDEX van familienamen
    107. JAN EVERTSZ (SANTACKER?)
      Jan Evertsz (Santacker?) tr. met
    108. ERMGAERT WIJNANTSDR VAN EIJCK
      • Dit ouderpaar is overgenomen van het kwartierblad Huijgh Verboom, een kleinzoon van hun dochter Gertrud Jansz. gehuwd met Huiijch Adryaan Verboom in de kwartierstaat van Maria Clara Baptista Lingg,(www.xs4all.nl/~timmers/kwb_li01.html#BM3119)
      Uit het huwelijk van Jan Evertsz (Santacker?) en Ermgaert Wijnantsdr van Eijck:
      1. Evert Jansz Santacker, zakkendrager, begr. Rotterdam 22-3-1648 (zakkendrager, ev. Geertge Claes ^Juferstraat).
        Evert Jansz Santacker otr./tr. Rotterdam 25-10/8-11-1592 met Geertgen Claesdr, begr. Rotterdam 11-9-1650 (wed. Evert Jansz Santacker ^Posthoornbrug).
        • Evert Jansen, jm. van Rotterdam ^Havenstraat X Geertgen Claes, jd. van Rotterdam ^Minnestraat.
        • Evert Jansz Santacker en zijn vrouw Gheertgen Claesdr ^Loevenhaven lieten op 16-4-1617 bij not. Jacob Duyfhuysen hun testament opmaken en bepaalden dat wanneer Gheertgen Claesdr als eerste zou sterven, er legaten zouden worden toegekend aan Geertgen Jansdr, gehuwd met Peter Lievensz Schot ^Schiedam, en aan Maertgen Cornelisdr haar tante. <293>
        • Genoemde Pieter Lievens Schot was als oom van Engebrecht Joosten, toekomstig bruidegom van Aeffgen Doennendochter, op 9-1-1618 getuige bij de opstelling van diens huwelijkse voorwaarden. <294> Op 9-3-1620 werd Pieter Schot begraven in de Nieuwkerk, 2 graven diep, 6e plein- 5e graf, 3 gld. De exacte familierelatie met Geertge Claesdr kon (nog?) niet worden achterhaald.
        • Op 15-9-1624 herzien Evert Jansz Santacker en Geertge Claesdr bij not. Willem Jacobsz hun testament en benoemden elkaar over en weer tot universeel erfgenaam met legaten aan hun naaste bloedverwanten en aan Jan Evertsz en Geertgen Evertsdr, kinderen van zijn neef Evert Jansz van Aernem. <295>
        • Evert Jansz Zantacker bevestigde bij genoemde notaris op 17-11-1624 dit testament en voegde daaraan toe, dat zijn kleding aan zijn naaste bloedverwanten zou moeten worden vermaakt. <296>
        • Op 24-7-1636 bij not. Jan van Aller Az en op verzoek van Cornelis Fransz van Dosten cruydenier te Dordrecht verklaarde Merritgen Cornelisdr 50 jr weduwe van Phillip Jansz scheepmaecker wonende te Berchsenhouck dat zij 400 gulden schuldig is aan Huych Adryaen Verboom als restant van een rentebrief die zij heeft overgedragen aan Leendert Huygen Verboom, zoon van Huych Verboom. Ten huize van Evert Jansz Sandtacker heeft Merritgen 25 gulden rente betaald. Volgens Leendert Huygen zou de rente niet aan hem toekomen maar aan zijn zuster te Dordrecht. Genoemde Evert Jansz Sandtacker is een oom van Leendert Huygen Verboom. <297>
        • Evert Jans Santacker wordt -inzake een aangelegenheid met een timmerman- in mei 1643 genoemd als optredend namens de diacony van de mennoniete gemeente genaamd de Oude Vlaming. <298>
        • In hun testament opgemaakt op 5-10-1645 bij not. Arent van der Graeff benoemen Evert Jansz Santacker en zijn vrouw Geertje Claesdr hun nicht Geertje Evertsdr, weduwe van Gillis Carpentier tot enige erfgename.
        • Voorts legateren zij 100 gulden aan de armen van de Menonistegemeente in de Lombertstraet, waar Pieter de Maes leeraer is. En verder laat Evert legaten na aan zijn bloedverwanten en Arien Huijgen Verboom en Geertje aan Cornelisz Bom den Ouden haar neef, Trijntje Cornelis Bom zijn dochter, Meesje Meeusdr haar nicht, Cornelis Bom de Jonge, Maertje Cornelis Bom en Ariaentje Cornelis Bom. <299>
        • Bij not. Adriaan Kieboom gaf Geertge Claesdr, weduwe van Evert Jans Santacker, op 24-2-1649 machtiging aan Michiel Heymans, Jacob Esausz, backer, en Elias Suderman om van Wijnant Gillisz van der Eyck, erfgenamen van Huych Lenerts, suvelvercoper, teruggave te eisen van 1200 gld. <300>
        • NOOT: Opvallend is dat in de bovengenoemde akten geen kinderen worden genoemd, derhalve aangenomen dat zij kinderloos zijn gestorven.
        • -Het 2e meisje [Lena, ged. 8-10-1752] werd tot 1763 besteed bij Aert van der Mast voor 20.0.0 gldn., waarbij de diaconie tevens 10 tonnen turf, een zak Haags, een oud bed en deken moest toegeven en [van der Mast] het kind naar school moest laten gaan.
        • -Het jongetje [Hendrik, ged. 22-9-1754] is besteed tot mei 1763 bij de weduwe Dolaart voor 20.0.0 gldn., 10 tonnen turf en een brood per week en het kind moest schoolgaan; de weduwe zou het kind bestoppen en benaijen.
        • 7-3-1762: De nagelaten goederen en haar huis werden verkocht:
        • -Adrianus Bisdom kocht het huisje en betaalde 156.0.0 gldn. aan de diaconie.
        • -Voor haar nagelaten goeden ontving de diaconie 222.15.0 gldn.
        • -Silversmit Struijk betaalde 12.4.0 wegens een (oor-)ijser met gouden krullen en silveren slootjes.
      2. Jan Jansz? (Santacker?) [kwnr. 624].
      3. Gertruyd Jansz (Santacker?), geb. Rotterdam (verm.), begr. Rotterdam (verm.) 21-10-1616 (NOOT: geen bevestiging gevonden).
        Gertruyd Jansz (Santacker?) otr./tr. Rotterdam 18-10/1-11-1592 met Huijch Adryaan (Verboom), geb. Schiedam (verm.) ca. 1567, kruidenier, begr. Rotterdam 10-2-1632 (NOOT: geen bevestiging gevonden), zv. Ariaen Feijs en Anna Verboom.
        • Huijch Aerents, jg. van Schiedam X Gertgen Jansz, jd. van Rotterdam ^Hoochstraat, met attestatie van Schiedam. Uit dit huwelijk is de genoemde Maria Clara Baptista Lingg een nakomeling.
        • Op 23-5-1605 laten Huych Ariensz, cruyenier ^Steyger (Wasboom steyger?), en zijn vrouw Geertgen Jansdr bij not. Jacob Duyfhuysen hun wederzijds testament opstellen. In een akte dd. 23-3-1609 wordt Huych Ariensz genoemd als cruyenier op de leeftijd van 42 jaar. <301>
    109. WILLEM CLAESZ HUYSMAN/GEESTBERGEN, brandewijnbrander, begr. Rotterdam 5-2-1645 (man van Maertje Floren)
      Willem Claesz Huysman/Geestbergen tr. met
    110. MARITGE FLORIS, begr. Rotterdam 14-11-1649 (wed. Willem Claesz)
      • Op 27-12-1632 lieten Willem Claesz Huysman, brandewijnbrander en zijn vrouw Maritgen Flooren bij notaris Nicolaas van der Hagen hun testament opmaken en benoemden elkaar wederzijds tot ergenaam. Zij moeten hun 3 ongehuwde kinderen hetzelfde geven als hun 3 reeds gehuwde kinderen al hebben ontvangen. <302>
      • Willem Claessen Huysman, brandewijnbrander, en zijn vrouw Maritgen Flooren bevestigen op 11-6-1642 hun eerder opgestelde testament van 27-12-1632 bij notaris Nicolaas van der Hage, echter met de volgende wijzigingen: Hun zoon Claes Willemsz krijgt een legaat van 300 gulden en de drie weeskinderen van hun dochter Grietgen Willemsdr, waarvan vader is Cornelis Jansz, zullen tot hun meerderjarigheid alleen het vruchtgebruik van hun erfdeel genieten. <303>
      • Willem Claesz Geestberge en zijn vrouw Maertgen Floren wonende buiten de Coolsewechpoort lieten op 22-12-1643 hun wederkerig testament opstellen bij notaris Arnout Wagensvelt met legitieme porties voor hun kinderen Claes Willems, Floris Willems, Cornelis Willems, Weyntge Willems en de kinderen van hun overleden dochters Grietge Willems en Burchge Willems. <304>
      • Op grond van de kwitering genoemd onder Geertge Cornelis, dv. Cornelis Janse Schonemans en Grietge Willems [=kwnrs. 796+795/knd.c] kan verondersteld worden dat de boedelscheiding ter verdeling van deze nalatenschap op 5-5-1650 plaats vond in 3 porties ten bate van respectievelijk Floris Willems en de kinderen van wijlen zijn zusters Grietge Willems en Burche Willems. De overige in het testament genoemde kinderen zullen daarom hoogst waarschijnlijk -zonder in leven zijnde kinderen te hebben nagelaten- voor 1650 zijn overleden.
      Uit het huwelijk van Willem Claesz Huysman/Geestbergen en Maritge Floris:
      1. Claes Willems Geestbergen, ovl. tussen 1643 en 1650.
      2. Floris Willems Geestbergen/Drost, brandewijnbrander, begr. Rotterdam 24-12-1662 (man van Aechtje Dircx).
        Floris Willems Geestbergen/Drost tr. met Aegje Dircx Claere, ovl. na 1662.
        • Aegje Dircx Claere, vrouw van Floris Willemsz Drost, ^Nieuwehaeve zuidzijde, herriep op 4-3-1656 bij not. Arnout Wagensvelt haar testament verleden voor notaris Pieter de Paus alhier en benoemde tot erfgenamen: Jan Dircxsz Claere haar broer, Maria Dircx Claere en Neeltge Dircx Claere haar zusters en de vijf kinderen van wijlen haar zus Maertge Dircx Claere, van wie de jongste Maertge Jans heet. <305> Uit dit testament is geconcludeerd dat het echtpaar Floris Willems Drost en Aegje Dircx Claere geen in leven zijnde kinderen heeft nagelaten.
      3. Cornelis Willems Geestbergen, ovl. tussen 1643 en 1650.
      4. Weyntge Willems Geestbergen, ovl. tussen 1643 en 1650.
      5. Grietge Willems Geestbergen [kwnr. 797].
      6. Burchge Willems Geestbergen, ovl. ca. 1643.
        Burchge Willems Geestbergen otr./tr. Rotterdam 3/27-12-1628 met Meeus Jansz Brasser, geb. Naaldwijk (verm.), ovl. na 1660.
        • Mees Janszoon van Naeltwyck X Burchtjen Willems, jd. van Rotterdam ^bij de oude Schiedamschepoort.
        • Pieter Meesse, glaesemaker, wonende in De Liere buiten de stad Delft, mede erfgenaam van Maertge Flore die weduwe was van Willem Claesz Geestbergen, comparants grootmoeder resp. grootvader van moederszijde, bevestigde op 24-4-1657 bij not. Arnout Wagensvelt te hebben ontvangen van zijn oom en gewezen voogd Floris Willemsz Drost een bedrag van 354 gulden 3 stuivers 12 penn. als zijn deel in de nalatenschap van Maertge Flore volgens boedelscheiding gepasseerd op 05-05-1650 t.o.v. notaris Jacob Delphius.
        • Soortgelijke ontvangstbevestiging vonden plaats op 24-6-1659 door Willem Meeusz Brasser, wonende te Maeslandtsluis, zoon van Burger Willemsz, en op 21-4-1660 door Jacob Meeusz Brasser, wonende te Honselaersdijck zoon van Burrichge Willemsz. Bij deze laatste compareerde mede Meeus Jansz Brasser die de kwitering bevestigde. <306> Aangenomen is dat hij de vader is van de hier genoemde kinderen.

      TOP


      NOTEN:
      Terug door aanklikken op nootnummer

      Verkortingen gebruikt in de noten:
      CBG -Centraal Bureau voor GenealogieHUA - Het Utrechts ArchiefRA - Rechtelijk Archief
      GA - GemeentearchiefNA - Nationaal ArchiefSAMH - Streekarchief Midden Holland
      GAR - Gemeentearchief RotterdanONA - Oud NotariŽel ArchiefSMHW - Stchting Museum Hoekse Waard
      GN - Gens NostraOV - Ons Voorgeslacht
      Contact Ronald van Essen - uit persoonlijke contacten met mijn achterneef Ronald van Essen.
      Jubileumboek "1593 's-Gravendeel 1993" - uitgave Stichting Jubileumboek 's-Gravendeel 1993 en aanwezig in het Streekmuseum Hoekse Waard te Heinenoord.

      1. HUA, Spoorwegen-personeel, microfiche 332, volgnummer 16594.
      2. NA, CTR-akte nr.45.
      3. NA, CTR-akte nr. 193 of 195.
      4. HUA, Spoorwegen- personeel, microfiche 229, volgnummer 37137.
      5. Contact Ronald van Essen.
      6. Contact Ronald van Essen.
      7. HUA, Spoorwegen-personeel, microfiche 229, volgnummer 37137.
      8. NA, Stamboek Officieren en Militairen, toegangnr. 2.13.09-inv.nr. 2764, stamboeknr. 35302.
      9. NA, CTR-akte nr. 106.
      10. NA, Stamboek Militairen Oost- en West-Indi , toegangnr. 2.10.50-inv.nr. 248, volgnr. 18312 op dubbelfolio nr. 38141.
      11. GBG-familieadvertenties.
      12. GAR, Politiearchief-inv.nr. 1734, dagorder 22 januari 1867, nr. 11 en inv.nr. 1853, volgnr. 8.
      13. Volgens van Dale: kunstdraaier = ambachtsman die allerlei fijne, kunstige voorwerpen vervaardigt uit ivoor, palmhout, enz.
      14. CBG-familieadvertenties.
      15. NA 2.12.07, stb.nr. 15230.
      16. GAR, Michel Ball, Liste Civic 1811, gedateerd 17 januaeri 2001.
      17. Ned.Patriciaat jrg. 1962 blz. 124-126.
      18. ARCHIEF HAARLEM??Dienstbodenregisters nrs. 9 en 15.
      19. ATTENTIE: van welke instelling?
      20. GBG-familieadvertenties.
      21. GAR, ONA- inv.nr. 3679, bld. 1271.
      22. GAR, BevolkReg. nr. 267, bld. 668.
      23. GAR, geb.akte D83 dd. 26-11-1852.
      24. Groninger Archief, gem. Groningen-huw.akte nr. 130, dd. 31-5-1855.
      25. GAR, BevolkReg. nr. 92, bld. 2685.
      26. GAR, ONA-inv.nr. 3419, bld. 146.
      27. NA toegang nr.1.04.02 VOC, inv.nr. 14281 kamer Rotterdam fo. 39, DAS- en reisnr. 4504.1.
      28. GAR, NNA-inv.nr. 34, bld. 9.
      29. GAR, NNA- inv.nr. 35(?), bld. ?.
      30. GAR, NNA-inv.nr. 405, bld. 5419.
      31. GAR, NNA-inv.nr. 63734, bld. 540.
      32. GAR, ONA-inv.nr. 3420, bld. 1519.
      33. GAR, ONA-inv.nr. 3572, bld. 493.
      34. GAR, ONA-inv.nr 3472, bld. 601.
      35. GAR, ONA-inv.nr. 3679, bld. 1271.
      36. GAR, ONA-inv.nr. 3274, bld. 768.
      37. GAR, ONA-inv.nr. 2835, bld. 441.
      38. GAR, Weeskamer (toeg.nr. 16)-inv.nr. 507, bld. 620v.
      39. SAMH, Weeskamer Gouda, inv.nr. 562, bld. 267v en inv.nr. 567, bld. 280T.
      40. GAR, ONA-inv.nr. 2658, bld. 333.
      41. NA toegang nr.1.04.02 VOC, inv.nr. 14192, kamer Rotterdam fo. 7, DAS- en reisnr 3228.4.
      42. NA toegang nr.1.04.02 VOC, inv.nr. 14198, kamer Rotterdam fo. 8, DAS- en reisnr 3288.1.
      43. NA toegang nr.1.04.02 VOC, inv.nr. 14205, kamer Rotterdam fo. 7, DAS- en reisnr 3387.2.
      44. GAR, ONA-inv.nr. 2599, bld. 1150.
      45. GAR, Voogdijregister Rotterdam.
      46. GAR, ONA-inv.nr 3535, bld. 520.
      47. GAR, ONA-inv.nr 3606, bldn. 424 t/m 437 en bld. 437 ev.
      48. GAR.ONA-inv.nr. 3619, bldn. 224 t/m 287.
      49. GAR, ONA-inv.nr. 3163, bld. 105.
      50. GAR, ONA-inv.nr. 3600, bld. 93.
      51. GAR, ONA-inv.nr. 3610, bld. 404.
      52. GAR, inv. nr. 3611, bldn. 455 t/m 483.
      53. GAR, ONA-inv.nr. 3618, bld. 709.
      54. GAR, inv.nr. 3619, bld. 173.
      55. GAR, ONA-inv.nr. 3619, bld.290.
      56. GAR, ONA-inv.nr. 3676, bld. 81.
      57. GAR, ONA-inv.nr. 3444, bld. 824.
      58. GAR, ONA-inv.nr. 3227, bld. 855.
      59. GAR, ONA-inv.nr. 3826, bld. 696.
      60. GAR, inv.nr A148 dd. 28-2-1839.
      61. GAR, ONA-inv.nr. 3619, bld. 302.
      62. GA Schiedam, Besogneboek van Burgemeesteren no 375.
      63. GAR, ONA-inv.nr. 2569, bld. 597; protocol not. Mattheüs Sonmans te Rotterdam, 14-12-1734.
      64. GAR, Voogdijregister Rotterdam.
      65. NA toegang nr.1.04.02 VOC, inv.nr. 14191 kamer Rotterdam fo. 25, DAS- en reisnr. 3182.4.
      66. GAR, ONA-inv.nr. 2162, bld. 34.
      67. NA toegang nr.1.04.02 VOC, inv.nr. 14130, kamer Rotterdam fo. 54, DAS- en reisnr 2255.1.
      68. NA toegang nr.1.04.02 VOC, inv.nr.14144, kamer Rotterdam fo. 78, DAS- en reisnr 2452.5.
      69. NA toegang nr.1.04.02 VOC, inv.nr. 14165, kamer Rotterdam fo. 60, DAS- en reisnr 2766.4.
      70. GAR, ONA-inv.nr. 1802, bld. 1214.
      71. GAR, ONA-inv.nr. 2494, bld. 319.
      72. GAR, ONA-inv.nr. 2460, bld. 754.
      73. SAMH, Weeskamer Gouda, inv.nr. 18, fo. 14vo.
      74. SAMH, Kamerboek Politiemeesters Gouda 1722, inv. nr. 308 bldz. 309.
      75. SAMH Gouda DTB 68, transcriptie Grafboek St.Janskerk 1730-1832: ZZC L3.
      76. Tidinge van Die Goude, januari 1993 en oktober 1999.
      77. SAHM, gaarder 40e/80e penning Gouda 1751, inv.nr. 109 blz. 39 - ac59.
      78. SAHM, kohier verponding 1772 Gouda.
      79. SAMH, kamerboek politiemeesters Gouda 1777, inv.nr. 314 blz. 65v - ac2.
      80. B.J. Buma en W. de Vries, "de Bosson - Coets de Bosson - de Jong de Bosson", Gens Nostra, jrg. 1977, blz. 240 ev., met vervolg-afleveringen op bldn. 314 en 335.
      81. De in de genealogie De Bosson (OV.-jrg. 1977, bld. 274) vermelde begraafdatum van Bijatruija de Bosson is niet juist, maar is de begraafdatum van haar jongste zuster Everijna. De daar vermelde doopdatum van die jongste zuster is evenmin correct.
      82. Aangezien er geen verdere vermeldingen van dit echtpaar in de DTB-registers zijn gevonden, wordt verondersteld dat zij niet in Rotterdam hebben gewoond en/of daar zijn overleden.
      83. Een gevonden begraving op 25-8-1791 van ene Cornelia de Bosson te Delfshaven lijkt daarom niet op haar van toepassing te zijn.
      84. GAR, ONA-inv.nr. 2925, bld. 881 en inv.nr. 2926, bld. 1083.
      85. GAR, ONA-inv.nr 2618, bld. 216.
      86. GAR, ONA-inv.nr. 3466, bld. 69.
      87. GAR, ONA-inv.nr. 2626, bld. 256.
      88. GAR, ONA-inv.nr. 3606, bld. 300.
      89. A.J. van der Aa, Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden 1839-1851.
      90. Zie ook OV. jrg. 1985, blz. 157: inleiding bij K. J. Slijkerman, De oudere generaties van een geslacht (van) Moerkerken uit Zuid-Beijerland.
      91. SMHW, Arch. Ned.Herv.Kerk Zuid-Bijerland.
      92. SMHW, StreekGenealogieën nr. 572 - kwst. van der Plicht en nr. 635 - kwst. Timmerman en Rengelenburg, blz. 3.
      93. NA-Nadere Toegangen Nr. 30: M.J. van der Valk, Huwelijken te Zuid-Beijerland 1671-1750.
      94. NA-Nadere Toegangen Nr. 30: M.J. van der Valk, Huwelijken te Zuid-Beijerland 1671-1750 [Den Hitsert is de oude naam voor Zuid-Beijerland].
      95. SMHW, StreekGenealogie nr. 486 - kwst.Baars.
      96. SMHW, Archief Ned.Herv.Kerk Zuid-Beijerland. [In de VOC-registers geen vermelding van Hendrik Meijers gevonden - november 2012]
      97. SMHW, Gaarder Zuid-Beijerland.
      98. SMHW, Arch. NedHerv. Kerk Zuid-Beijerland.
      99. SMHW, StreekGenealogie nr. 861 - Meijer.
      100. SMHW, Arch. Ned.Herv.Kerk Zuid-Beijerland 24.
      101. SMHW, Arch. Ned.Herv.Kerk Zuid-Beijerland 243 t/m 246.
      102. SMHW, Arch. Ned.Herv.Kerk Zuid-Beijerland.
      103. Verklaring uit het begraafregister, opgesteld 13-3-1951 door de pastoor van de Ev.Ref.Kirchengemeinde.
      104. Lippische Geschichtsquellen - Band 6, 1974: Bürgerbuch Blomberg.
      105. Vermeld op het verstrekte doopbewijs van Peter Poell, op 13-3-1951 te Blomberg uitgeschreven door de pastoor van de Ev.Ref. Kirchengemeinde.
      106. Lippische Geschichtsquellen - Band 6, 1974: Bürgerbuch Blomberg.
      107. GAR, ONA-inv.nr. 1801, bld. 245 en/of (?) nr. 1802, bld. 1214.
      108. GAR, Voogdijregister Rotterdam.
      109. NA toegang nr.1.04.02 VOC, inv.nr..12704, kamer Zeeland, fo.267-271, DAS- en reisnr. 1942.4. GAR, ona -inv.nr. 1801, bld. 245 en nr. 1802, bld. 1214.
      110. GAR, ONA-inv.nr. 1737, bld. 656.
      111. GAR, ONA-inv.nr. 1738, bld. 557 en nr. 1739, bld. 682.
      112. GAR, ONA-inv.nr. 2534, bld. 842.
      113. SAHM, kamerboek politiemeesters Gouda 1674, inv.nr. 291 blz. 16 - bron ac2.
      114. SAMH, kamerboek politiemeesters Gouda 1678, inv.nr. 294, blz. 14v - bron ac2.
      115. OV-jrg. 1964, blz. 92 ev.: S.Laansma - Volledige lijst van schoolmeesters, schoolvrouwen en bewaarvrouwen van 1692-1804 te Gouda. SAHW, archiefcode 78 -hoofdstuk 16-schoolmeestersgilde, Gildeboek 1692-1804.
      116. SAMH, kamerboek politiemeesters Gouda 1698, inv.nr. 302 blz. - bron ac2.
      117. GAR, ONA-inv.nr. 801, akte nr. 189.
      118. GAR, ONA-inv.nr. 1196, akte 127, bld. 350.
      119. FamilySearch-IGI vermeldt betreffende Gerrit Hamel dat hij op 10-12-1690 te Schiedam gedoopt zou zijn. De orginele doopinschrijving (slecht leesbaar) geeft op de aangegeven datum vermoedelijk een andere Gerrit aan. Mogelijk is de naam van de getuige Catharina Harmense gelezen als Catharina Hamel.
      120. GA-Schiedam, index huiseigenaren.
      121. GAR, ONA-inv.nr. 2350, bld. 122.
      122. NA toegang nr.1.04.02 VOC, inv.nr. 14142, kamer Rotterdam, fo.50, DAS- en reisnr 2378.3, retour DASnr: 6518.
      123. NA toegang nr.1.04.02 VOC, inv.nr.. 14149, kamer Rotterdam, fo. 25, DAS- en reisnr 2537.1, retour DASnr: 6596.
      124. GAR, ONA-inv.nr. 1998, bld. 151 ev.
      125. GAR, ONA-inv.nr. 2585, bld. 861.
      126. GAR, ONA-inv.nr. 2595, bld. 200.
      127. GAR, ONA-inv.nr. 2667, bld. 553.
      128. SMHW, kerkarchief Mijnsheerenland - rek.nr. 16.
      129. SMHW, GA-Mijnsheerenland 75.
      130. SMHW, StreekGenealogie nr. 863 - Munter.
      131. NL, jrg. 1974 kolom 315/316: R.A. Charlois, inv.nr. 16, fol. 197 en 198.
      132. SMHW, GA-Mijnsheerenland.
      133. OV, jrg. 1981: L. Helms van Eis, Blokverdeling in Mijnsherenland van Moerkercken in de 16e-17e eeuw, blz. 121.
      134. SMHW, GA-Mijnsheerenland - Kohier verponding 44 en 49.
      135. SMHW, StreekGenealogie nr. 568 - Binnenweg-Hogendijk.
      136. SMHW, StreekGenealogie
      137. SMHW, RA-Cromstrijen 68.
      138. SMHW, Ra-Cromstrijen 15.
      139. SMHW,Gaarder Puttershoek: aangifte overlijden in 1722.
      140. SMHW, StreekGenealogie nrs. 64 en 212 - Weeda.
      141. Gaarder Putterhoek.
      142. SMHW, Ned.Herv. Kerk Putterhoek C10.
      143. SMHW, RA-Cromstrijen .
      144. SMHW, StreekGenealogie nrs. 650 en 736 - van Prooyen-'t Hoen.
      145. SMHW, RA-Cromstrijen.
      146. BRON?: ...... , blz.164.
      147. SMHW, Polder Cromstrijen.
      148. SMHW, GA-Numansdorp AI/41.
      149. OV-jrg. 1953, blz. 57 ev.
      150. Lippische Geschichtsquellen - Band 6, 1974: Bürgerbuch Blomberg.
      151. Lippische Geschichtsquellen - Band 6, 1974: Bürgerbuch Blomberg.
      152. SAMH, Weeskamer Gouda, inv.nr. 9, fo. 193vo.
      153. GAR-DigArch, ONA-inv.nr 82, bld. 814.
      154. GAR, ONA-inv.nr. 919, akte 151.
      155. GAR, ONA-inv.nr. 888, akte nr. 154a.
      156. GAR, ONA-inv.nr. 889, akte nrs. 241 en 246.
      156A. C.A. Hamel, blz. 148.
      157. GA-Schiedam, Besogneboek, inv. nr. 350.
      158. GA-Schiedam, ONA - inv. no. 792 blz. 629.
      159. C.A. Hamel, blz. 148. NOOT: Verkoop niet in GA-Schiedam terug gevonden.
      160. GA-Schiedam ORA-inv.nr. 896, bld. 134.
      161. GA-Schiedam ORA- inv.nr.879, bld. 1125.
      162. GA-Schiedam, ONA-inv.nr. 787, blz. 869: A. van Beuzekom.
      163. GA-Schiedam, ONA-inv.nr. 813, bld 473.
      164. GA-Schiedam Besogneboek-inv.nr. 361.
      165. GAR, ONA-inv.nr. 2651, bld. 404.
      166. DASnr: 6953.
      167. C.A. Hamel, blz. 147.
      168. GA-Schiedam ORA-inv.nr. 904, bld. 204.
      169. inv.nr. 14193, kamer Rotterdam fo. 70, DAS- en reisnr 3231.5.
      170. inv.nr. 14205, kamer Rotterdam fo. 11, DAS- en reisnr 3387.2.
      171. GA-Schiedam, ONA-inv.nr. 889, bid. 107.
      172. C.A. Hamel, blz. 149. NOOT: Verkoop niet in GA-Schiedam terug gevonden.
      173. DAS- en reisnr. 2471.5.
      174. DAS- en reisnr. 2093.1.
      175. DAS- en reisnr. 2224.1.
      176. GAR, ONA-inv.nr. 2069, bld. 482.
      177. DAS- en reisnr. 2587.1.
      178. GAR, ONA-inv.nr. 2481, bld. 644.
      179. GAR, ONA-inv.nr. 1756, bld. 478.
      180. DAS- en reisnr. 2812.1.
      181. SMHW, Streekgenealogie nr. 635 - Timmerman en Ringelenburg blz.3 en aangevuld met eigen onderzoeksbevindingen.
      182. SMHW, RA-Heinenoord 9-8-1655.
      183. SMHW, RA-Heinenoord 4.
      184. SMHW, Streekgenealogie nr. 453 - Bosschieter.
      185. SMHW, StreekGenealogie nr. 494 - Willem Veerman. Zie ook OV-jrg. 1946, blz. 7: A.J. van Roon, Veerman.
      186. SMHW, Arch. Ned.Herv.Kerk Puttershoek.
      187. SMHW, GA- Mijnsheerenland 72.
      188. C.L. van Es van der Have, Verdwijnend Putterhoek, blz. 45. Eigen uitgave - Puttershoek 1966.
      189. SMHW, GA-Mijnsheerenland 44.
      190. SMHW, RA-'s-Gravendeel 12.
      191. SMHW, DTB Mijnsheerenland 2.
      192. SMHW, StreekGenealogie nr. 395 - de Geus.
      193. SMHW, GA-Mijnsheerenlans 48, resp. 64.
      194. SMHW, GA-Mijnsheerenland 75.
      195. SMHW, GA-Mijnsheerenland - kohier familiegeld 48 en 75.
      196. Stadsarchief Dordrecht, archief nr. 295 - inv.nr. 20.
      197. GN, jrg. 2007, blz. 121: mvr. E.R. van Dooremalen, "Inkomsten van de diaconie Dubbeldam 1631-1656"
      198. SMHW, Kerkarchief Mijnsheerenland - Kerkvoogdijboek nr. 6, resp. GA-Mijnsheerenland.
      199. SMHW, GA-Mijnsheerenland 72.
      200. SMHW, Streek Genealogie nr. 635 - Timmerman en Ringelenburg, blz. 1.
      201. SMHW, StreekGenealogie nr. 441 - Leenheer.
      202. K.J. Slijkerman, De Geslachten Leenheer te Heerjansdam en Oost- Barendrecht, blz. 27 en 28. Eigen uitgave J.H. van der Boom en K.J. Slijkerman - Rotterdam 1991.
      203. OV.-jrg. 1998, blz. 347 ev.: R.H.C. van Maanen, Begraven personen in de kerk en op het kerkhof van de Nederlands Hervormde gemeente te Asperen 1675-1699, blz. 353.
      203A. SAMH, Weeskamer Gouda inv.nr. 9, fo. 193vo.
      204. GAR, ONA-inv.nr. 168, bld.nr. 70.
      205. GAR, ONA-inv.nr. 61, bld. 503.
      206. GAR, ONA-inv.nr. 801, akte nr. 184.
      207. GAR, ONA-inv.nr. 365, bld. 688.
      208. GAR, ONA-inv.nr. 919, akte nr. 72 bld. 21.
      209. GAR, ONA-inv.nr. 919, akte nr. 151.
      210. GAR. ONA-inv.nr. 921, akte nr. 79.
      211. GAR, ONA-inv.nr. 801, akte nr. 189.
      212. GAR, ONA-inv.nr. 926, akte nr. 211.
      213. GA 's-Hertogenbosch, lidmatenboek.
      214. GAR, ONA-inv.nr. 249, akte nr. 80.
      215. GAR, ONA-inv.nr. 801, akte nr. 189.
      216. GAR, ONA-inv.nr. 146, bld. 249/727.
      217. RA Maasdam 3, akte dd. 4.6.1589.
      218. SMHW, RA-Maasdam 3.
      219. SMHW, Kerk.Arch. Maasdam.
      220. SMHW, resp. RA-Maasdam XVI en GA-Maasdam XVII, onder de geslachtsnaam Vermaas?
      221. SMHW, Archief Polder St.Anthoniepolder.
      222. SMHW, GA-Maasdam.
      223. SMHW, RA-Maasdam 3.
      224. SMHW, RA-Maasdam 3.
      225. Uitgave Stichting Jubileumboek 's-Gravendeel 1993.
      226. NA toeg.nr. 3.01.27.01; nadere toeg.nr. 163, Graaflijkheids rekenkamer, reg.no. 168-fo. 22.
      227. SMHW, RA 's-Gravendeel 4.
      228. Jubileumboek - blz. 132.
      229. SMHW, RA 's-Gravendeel 34, akte dd. 8.5.1669.
      230. SMHW, RA 's-Gravendeel 34, akte dd. 8.5.1669.
      231. SMHW, RA-Cromstrijen 5.
      232. GA-Dordrecht, Stadsarchief 1572-1795: archief 3 - inv.nr. 3980.
      233. SMHW, StreekGenealogie nr. 84 - Boender.
      234. SMHW, RA-'s-Gravendeel 2.
      235. SMHW, RA-Maasdam 3.
      236. Jubileumboek, stamreeks de Geus, blz. 111ev.
      237. GensNosta, jrg. 2003-blz. 20ev.: Erica van Dooremalen, Erfpacht op erven te 's-Gravendeel.
      238. SMHW, Weeskamer 's-Gravendeel 1.
      239. SMHW, Weeskamer 's- Gravendeel.
      240. SMHW, Streekgenealogie 635 - Timmerman en Ringelenburg, blz. 4.
      241. SMHW, RA 's-Gravendeel, resp. 3 en 4.
      242. Jubileumboek "1595 's-Gravendeel 1999" - blz. 132.
      243. SMHW, RA-'s-Gravendeel 77.
      244. SMHW, RA-'s-Gravendeel.
      245. GA-Dordrecht, Stadsarchief 1572-1795: archief 3 - inv.nr. 3980.
      246. SMHW, RA St.Anthoniepolder 1, akte dd. 11.2.1664.
      247. SMHW, Archief Polder St.Anthoniepolder 187.
      248. SMHW, GA-Maasdam.
      249. RA St.Anthoniepolder, akte dd. 15.6.1675.
      250. SMHW, NA-Schiedam 770.
      251. GA-Dordrecht, Stadsarchief 1572-1795: archief 3 - inv.nr. 3980.
      252. http://perso.wanadoo.fr/rijerkerk - juni 2005. Brabants Archief ISIS, juni 2005.
      253. GAR-DigArch, ONA-inv.nr 168, bld. 170.
      254. GAR, ONA-inv.nr. 919, akte nr. 151.
      255. GAR, Weeskamer-inv.nr, 399, bld. 478.
      256. GAR, ONA- inv.nr. 277, bld. 224.
      257. GAR, ONA-inv.nr. 230, bld. 450.
      258. GAR, ONA-inv.nr. 276, bld. 460.
      259. GAR, ONA-inv.nr. 1107, bld. 376.
      260. GAR, ONA-inv.nr. 1107, bld. 118.
      261. GAR, ONA-inv.nr. 1534, bld. 300.
      262. GAR, ONA- inv.nr. 114, bld. 193. N.B.: De akte is doorgehaald.
      263. GAR, ONA-inv.nr. 135, bld. 401/549.
      264. GAR, ONA-inv.nr. 146, bld. 206/610.
      265. GAR, ONA-inv.nr. 1003, bld. 603.
      266. GAR, ONA-inv.nr. 1384, akte 65, bld. 190 ev.
      267. GAR, Weeskamer-inv.nr. 477, bld 389.
      268. GAR, ONA-inv.nr, 1061, akte 86, bld. 284.
      268A. Website VOC, Scheepvaart tussen Nederland en AziŽ 1595-1795.
      269. GAR, ONA-inv.nr. 826, bld. 203.
      270. GAR, ONA-inv.nr. 1534, bld. 156.
      271. GAR, ONA-inv.nr. 1534, bld. 335.
      272. GAR, ONA-inv.nr. 1364, bld. 282.
      273. GAR, ONA-inv.nr. 1798, bld. 797.
      274. GAR, ONA-inv.nr. 1104, bld. 120.
      275. GAR, ONA-inv.nr. 1544, bldn. 172 en 198.
      276. GAR,ONA- inv.nr. 2051, bldn 51 t/m 82.
      277. GAR, ONA-inv.nr. 211, bld. 58/116.
      278. GAR, Weeskamer inv.nr. 463, bld. 400.
      279. GAR, Weeskamer-inv.nr. 460, bld. 647.
      280. GAR-ONA-Delfshaven, inv.nr. 3861, bld. 31/174.
      281. RA Maasdam 3, akte dd. 9.2.1591.
      282. Rijks Genealogische Publicatie 49, blz. 134.
      283. Jubileumboek "1593 's-Gravendeel 1993" - blz. 131.
      284. SMHW, RA-Maasdam 3.
      285. SMHW, Streekgenealogie 635 - Timmerman en Ringelenburg, blz. 1 en Jubileumboek "1593 's-Gravendeel 1993, blz. 132 . De in het Jubileumboek vermelde volgorde op grond van ingeschatte geboortedata is aangehouden, uitgaande van een meerderjarige leeftijd van 21 jaar.
      286. RA Maasdam 3, akte dd. 21.11.1599.
      287. RA Maasdam 3, akte dd. 25.2.1628.
      288. SMHW, RA Maasdam 3.
      289. Jubileumbooek "1593 's-Gravendeel 1993", blz. 131.
      290. GA Maasdam XVIII, akte dd. 11.11.1640.
      291. Jubileumboek "1593 's-Gravendeel 1993, blz. 132.
      292. SMHW, RA-'s-Gravendeel 1.
      293. GAR, ONA-inv.nr. 36, bld 273.
      294. GA-Schiedam, ONA-inv.nr. 745, bld. 26.
      295. GAR, ONA-inv.nr. 61, bld 503.
      296. GAR, ONA-inv.nr. 61, bld. 503 en toevoeging aan bld 503.
      297. GAR, ONA-inv.nr. 94, bld. 232.
      298. GAR, ONA-inv.nr. 279, akte 28, bld. 50.
      299. GAR, ONA-inv.nr. 333. bld. 513.
      300. GAR, ONA-inv.nr. 154, bld.288.
      301. GAR-DigArch, inv.nr.29, bld. 542 en inv.nr. 47, bld. 49..
      302. GAR, ONA- inv.nr. 109, bld. 239. N.B. Dit testament is vernietigd op 19-01-1645.
      303. GAR, ONA- inv.nr. 114, bld. 193. N.B.: De akte is doorgehaald.
      304. GAR, ONA-inv.nr. 130, bld. 26/70.
      305. GAR, ONA-inv.nr. 130, bld. 219/607.
      306. GAR, ONA-inv.nr. 146, bldn. 176/538, 221/635 en 235/658.

    TOP


    FAMILIENAMEN in de kwartierstaat Willem Jan Frederik Poolen
    Koppeling naar de eerst voorkomende kwartierouder, mogelijk meerdere takken.


    ADRIAENS
    AKKERMANS
    BASTIAANSE
    BASTIAENS
    BERG
    BERGEN
    BOSSON
    BOUWMAN
    CORNELIS
    DB-137:465:22
    EIJCK
    FLORIS
    GARNAIJ
    GEESTBERGEN
    GLAS
    GROENEWOUD
    HAM
    HAMEL
    HAVE
    HEEL
    HEES
    HULST
    JANS
    JANS
    JONAS
    KRAUW
    MISCHE
    MOERKERKE
    MUL
    PEPER
    POOLEN
    POTTER
    REIJNART
    SANTACKER
    SANTEN
    SCHILMANS
    SCHONEMAN
    SCHOONHOUT
    SCHUERMANS
    SLEG
    SOMEREN/SOMERS
    SPECHT
    STORM
    TIJSSEN
    TIMMERMAN
    VEER
    WILLEMS
    WILLEMSE

    TOP


    ©Vic. Poolen
    mail@vicpoolen.nl

    .

    .

    .

    .

    .

    .

    .

    .

    .