Hamel-Holland VOOROUDERS UIT DE HOLLANDSE GRENSGEBIEDEN

KWARTIERSTAAT van Gerrit (Gerrits?) Hamel
geb. Vianen ca. 1658
zv. Gerrit (Nicolaesz) Hamel en Maria de Bruijn

BLAUW verwijzing naar ouders en naar het kwartier van het kind

Samenstelling: Vic. Poolen
Aanpasing 4-12-2012

www.vicpoolen.nl
Free counter and web stats
Vianen

VOOROUDERS UIT DE HOLLANDSE GRENSGEBIEDEN
Deelkwartierstaat #324-Gerrit Gerrits(?) Hamel uit de kwartierstaat van Willem Hendricus Poolen.


In de kwartierstaat zijn de volgende verkortingen gebruikt:
geb.-geboren ged.-gedoopt zv.-zoon van ev.-echtgeno(o)t(e)van ^-wonende/verblijvende te
ovl.-overleden bgr.-begraven dv.-dochter van wed.-weduwe van
otr.-ondertrouw tr.-getrouwd kv.-kind van wedn.-weduwnaar van

    Generatie I
    INDEX van familienamen
  1. GERRIT (GERRITS?) HAMEL, geb. Vianen ca. 1658 (verm. geboren na het overlijden van zijn vader en derhalve naar hem vernoemd), messenmaker, begr. Schiedam 24-12-1710 (^Molestraat)
    • De vermoedelijke voorouders van Gerrit (Gerrits?) Hamel zijn uitgebreid beschreven in de publicatie "Genealogie van een geslacht Hamel mogelijk afkomstig uit Waalwijk - Een nieuw begin", door C.A. Hamel te Kaatsheuvel in eigen beheer in 1997 uitgebracht. Verwijzingen naar de deze genealogie als C.A. Hamel.
    • Eerder publicaties over dit geslacht Hamel zijn te vinden in De Brabantse Leeuw, jrg. 1959, blz. 5-8 (A.J.L. van Bokhoven - De Heusdense familie Hamel) en blz. 46-48 (J.L. Hamel - Aanvullingen op de Heusdense familie Hamel) en in De Nederlandsche Leeuw, jrg. 1960, kol. 124 t/m 134 (J.L. Hamel en mr. G.A. Hamel - Het geslacht Hamel te Utrecht) en kol. 395 t/m 403 (idem - De nakomelingen van Adriaen Hamel). C.A. Hamel heeft deze artikelen verder bewerkt, onder aanvulling met eigen onderzoeksmateriaal en bevindingen. (C.A. Hamel, blz. 1 t/m 4)
    • NOOT: Hoewel tijdsinschattingen en naamgevingen van kinderen wel naar dit geslacht Hamel wijzen, is het echter nog niet als vaststaand aan te nemen dat Gerrit (Gerrits?) Hamel dezelde is als het kind Gerrit uit het huwelijk van Gerrit (Nicolaasz) Hamel en Maria de Bruijn,
    Gerrit (Gerrits?) Hamel otr./tr. Geertruidenberg 21-6/6-8-1682 met Maria/Maartje Cornelis (Groenewoud), geb. Schiedam (verm.), begr. Schiedam (verm.) 4-3-1728 (Maertge Cornelis ^in 't Broersveld), dv. Cornelis (Groenewoud) en NN
    • Bij zijn ondertrouw was Gerrit Hamel ruiter inde de compagnie van Zijne HoogEd de Heer van Zuijlesteijn, collonel in dienst deser Lande, in garnizoen alhier [=Gertruidenberg] en waar zijn toekomstige vrouw Maria Cornelis, jd. van Schiedam, ook woonde. NOOT: Was haar vader ook militair? (C.A. Hamel, blz. 148)
    • Uit het Besogneboek van Burgemeesteren van Schiedam, resolutie van 4 en 18 oktober 1688: "Compareerde Gerrit Hamel woonende tot Viane, sijnde Messemaker, versouckt alhier te mogen comen woonen, met sijn huijsvrou genoemt Maertge Cornelis met vier kinderen, den genome tot Burger en sal sijn eed doen als hij hier compt woonen"<1>
    • De volgende vermelding is nog niet te plaatsen: Egbert Jacobsz, konstabel, Abraham Cornelisz, provoost, en Maerten Sijdrechts, matroos, varende bij commandeur Bernardus Engelenberg, verklaren op verzoek van Gerrit Hamel, korporaal, dat deze op 27 maart 1692, toen zij het Franse schip Susanna aanhielden, niet met de sloep naar het Franse schip is mee geweest, maar steeds aan boord is gebleven, in dato 18 november 1692.<2>
    • Op 4-4-1706 en 24-4-1723 verkocht Maria Groenwoud huizen te Schiedam.<3>
    • Op 3 mei 1721 had Maria Cornelis, wed. Gerrit Hamel, haar testament laten opmaken en vermaakte 6 carolus guldens aan haar kinderen Maria Hamel ev. Gerrit Hamel [=Bastiaen de Graaff, verwarring met haar moeder?], Cornelia Hamel ev. Hendrik Pot, Gerrit Hamel, Geertruij Hamel, Nicolaas Hamel, Jacob Hamel en Hendrina Hamel. Vervolgens benoemde zij haar dochter Ariaantje Hamel tot haar enige en algehele erfgename.<4>
    • Na de opstelling van haar testament wordt Maria/Maartje Cornelis niet meer vermeld als getuige bij de doop van haar kleinkinderen; haar dochter Adriana Hamel wordt daarna bijna altijd als doopgetuige genoemd. Aangenomen is dat Maria/Maertje Cornelis dezelfde is als Maertje Cornelis, waarvan vermeld is dat die in 1728 werd begraven.
    • Als leeftijdsvolgorde van de oudere kinderen is aangehouden zoals die in het eerder genoemde testament dd. 3-5-1721 van Maria Cornelis is vermeld, er van uitgaande dat kort na haar huwelijk met Gerrit Hamel hun dochter Maria (te Geertruidenberg?) is geboren.
    Uit het huwelijk van Gerrit (Gerrits?) Hamel en Maria/Maartje Cornelis (Groenewoud):
    1. Maria Hamel, ged. Vianen 5-11-1682, ovl. na 1721.
      Maria Hamel tr. Schiedam 3-4-1706 met Bastiaen de Graeff, ovl. na 1721.
    2. Cornelia Hamel, ged. Vianen 20-11-1683 (kv. Gerrit Hamel), ovl. na 1721.
      Cornelia Hamel tr. met Hendrik Pot, ovl. na 1721.
      • In een notariële akte opgesteld te Schiedam op 17-2-1748 wordt van Neeltje Pot ev. Dirck Tijsse Kiela vermeld dat zij "de enige nagelaten zuster en erfgename ab intestato is geweest van wijlen haar broeder Hendrik Pot".<5> Van het echtpaar Hendrik Pot-Cornelia Hamel zijn te Schiedam geen kinderen bekend. Bovendien zou Cornelia Hamel ook eerder overleden moeten zijn dan Hendrik Pot, van welke overlijdingen echter ook geen vermeldingen bekend zijn.
    3. Aefjen Hamel, ged. Vianen 5-1-1686 (Aefjen kv. Geret Hamel), ovl. voor 1721.
    4. Adriana Hamel, ged. Vianen 21-7-1687 (kv. Gerrit Hamel en Marij Hamel), begr. Rotterdam 25-2-1766 (wed. Hermanus van Pevie ^Delfsevaart bij Krattebrug, 2 meerdj. k.).
      • Op 8-9-1713 werd te Schiedam gedoopt Abraham (get.: Aariaantje Jan Sparrer en Maria Hamel), spurius (=onecht kind), waarvan moeder is Adriana Hamel en vader volgens haar opgegeven Abraham Koemans.
      • Op verzoek van Maria Cornelis Groenwoud weduwe van Gerrit Hamel, als moeder en voogd over haar minderjarige dochter Ariaantje Gerrits Hamels, werden door enkele getuigen waaronder de vroedvrouw in een notariële akte dd. 17-11-1713 vastgelegd dat Ariaantje Hamels ten huize van haar moeder op 2-9-1713 in 't kraambed is bevallen en verlost is van een zoon. Verder verklaarden zij dat genoemde Ariaantje Hamels in haar kraambed heeft gezworen dat de vader van haar kind is: "Abraham Koemans, gesworen clerck op het secretarij deser stad" en dat zij "noijt voor off na met ijemand eenige secrete off vleesschelijke conversatie en heeft gehad".<6>
      • Deze Abraham Koemans was beëdig klerk ter secreatie, die 1x huwde op 10-2-1703 met Maria van der Keuij/Kevy, ovl. voor of in 1712, want op 2-6-1713 huwde hij 2x met Hillegonda van Dalen. In hun testament dd. 25-8-1713 wordt verwezen naar de kinderen uit het eerste huwelijk van Abraham Coemans.<7>
      Adriana Hamel otr. Schiedam 22-11-1721 met Hermanus van Pevij, matroos, ovl. na 1736.
      • Op 26-1-1720 werd te Schiedam gedoopt Ermijntje (get.: Cornelia Hamel em Maria Hamel), hoere-kind. 't Kind (soo gesegt wordt door de moeder) van Harmannis van Pyvy en Adriaantje Hamel. Op 19-4-1721 werd het kind als Harmijntje kv. Hermanus van Pevy begraven. Op 16-12-1722 vond de doop plaats van Harmina van Pevy (get. Geertruij Hamel en Hendrina Hamel). Van de genoemde Hermanus van Pevy is in Schiedam geen verdere informatie aangetroffen.
      • Uit het Besogneboek van Burgemeesteren van Schiedam, resolutie van 11 november 1730: "Is acte van cautie den armen van Rotterdam geconsenteerd voor de alimentatie van Ariaentje Hamel en desselfs kind Hermina van Pevy oud 8 jaaren".<8>
      • Adriana Hamel wordt in Rotterdam twee keer genoemd als doopgetuige bij de kinderen van haar zoon Abraham Koemans, gehuwd met Cornelia van der Schilde.
      • Op verzoek van Adriana Hamel, ev. Hermannus van Perij, verklaarden Jacomijntje Waardenburg en Debora van Santen op 7-10-1735 voor not. Kalff te Rotterdam dat zij haar goed kenden en dat zij "een ordentelijke en deugdzame vrouw is, die haar wel comporteert [=zich goed gedraagt] en hare huishouding ent kind, bij haar voornoemde man aan haar verwekt, naarstig en deugdelijk waarneent in goede staat". Ten tijde van de aflegging van deze verklaring was Herman Perij in 1733 in dienst van de kamer Rotterdam van de VOC, als matroos op het schip De Maria Adriana gevaren naar Oost-Indiën.<9>
      • Hermanus van Pevij was matroos op het schip Maria Adriana met bestemming Batavia
      • (inv.nr. 14174, kamer Rotterdam, fo. 125), uitreis 28-10-1733, aankomst 18-07-1734 (DAS- en reisnr 2928.2). Terug met het schip Hofwegen, einde verbintenis: 00-00-1736 (DASnr: 6953)
    5. Gijsbert Hamel, ged. Schiedam 11-5-1689 (get.: Aaltje Cornelis Groenewoud en Neeltje Jansdr), ovl. Schiedam (verm.) voor 1721.
    6. Gerrit Hamel, geb. Schiedam tussen 1690 en 1693, matroos, kwartiermeester, ovl. Schiedam (verm.) tussen 1721 en 23-11-1733 (St.Janskerkhof, man van Aaltie Cornelisse Peeper ^Molenwerf, mindj.k.: 1, meerdj.k.: 1).
      • Onder verwijzing naar de volgorde van de in leven zijnde kinderen genoemd in het testament dd. 3-5-1721 van zijn moeder Maria Cornelis en de bekende doopdata van zijn broers en zusters, moet Gerrit Hamel geboren zijn in de periode 1688- 1695. Gezien het tijdsverloop van 5 jaar tussen de geboorte van zijn broer Gijsbert en zijn zuster Aaltje (beiden overleden voor 1721) lijkt zijn geboorte tussen 1690 en 1693 reëel.
      • (OPMERKING: FamilySearch-IGI vermeldt betreffende Gerrit Hamel dat hij op 10-1-1690 te Schiedam gedoopt zou zijn. De orginele doopinschrijving (slecht leesbaar) geeft op de aangegeven datum vermoedelijk een andere Gerrit aan. Mogelijk is de naam van de getuige Catharina Harmense gelezen als Catharina Hamel.)
      • Zonder enige verdere verwijzing is als huiseigenaar te Schiedam vermeld: Gereit Hamel 24.4.1723 - 4.4.1716.<10> Mogelijk is Gerrit Hamel hiermee identiek en was hij eigenaar geworden van het ouderlijke pand. Helaas (nog?) niet terug gevonden in de Schiedamse archieven.
      Gerrit Hamel tr. 1x (buitenecht.) met Baarte Gerrits.
      Gerrit Hamel otr./tr. 2x Rotterdam 3/19-3-1715 met Aaltje Cornelis Peper, ged. Rotterdam 19-8-1691 (Aletta dv. Cornelis Jacobse en Catrina Jans ^buijten de Goutse Poort, get.: Joost Jooste en Maria Jans), begr. Rotterdam 25-8-1772 (wed. Gerrit Hamel ^Lambertus over de Wilde Zeesteeg, nalatende 1 meerderjarig kind en 2 kindskinderen mo [=mondig?]), dv. Cornelis Jacobs Peper en Catharina Jans Schoneman.
      • Gerrit Hamel, jm. van Schiedam ^Pompenburg X Aaltje Cornelis Peper, jd. van Rotterdam ^Molenwerf.
      • Op 15-4-1719 lieten Gerrit Hamel en Aeltje Cornelis Peper hun wederzijds testament opmaken en benoemden elkaar als enige erfgenaam en als voogd over hun kinderen. Gerrit Hamel stond gereed om als matroos met het schip Nederhoven ten dienste der Geoctroijeerde Oostindische Compagnie van de Kamer Rotterdam naar Oost Indiën te vertrekken.<11>
      • Op 4-5-1719 voer hij uit als matroos op het schip Nederhoven, vertrokken Goeree bestemming Batavia (inv.nr. 14142, kamer Rotterdam, fo.50), aankomst 10-1-1720 (DAS- en reisnr 2378.3). Terug met het schip Nederhoven, einde verbintenis: 00-00-1722 (DASnr: 6518).
      • Hij is nog een 2e verbintenis aangegaan als kwartiermeester op het schip Padmos, uitreis 7-4-1723 vertrokken Hellevoetsluis bestemming Batavia (inv.nr. 14149, kamer Rotterdam, fo. 25), aankomst 25-10-1723 (DAS- en reisnr 2537.1). Terug met het schip Padmos, einde verbintenis: 00-00-1724 (DASnr: 6596).
      • Op 5-11-1733 vernieuwden Gerrit Hamel en Aeltje Peper hun wederzijdse testament. Zij benoemden de langstlevend als enige en algemeen erfgenaam, met de verplichting om hun dochter Katharina te onderhouden en op te voeden tot haar 25e jaar, tenzij zij eerder zou trouwen. Verder quiteerden zij hun dochter Maria Hamel, gehuwd met Willems Bastiaanse, ten laste van haar legitieme portie met wat zij bij haar huwelijk had verkregen. Mocht de langstlevende weer trouwen, dan zou dochter Maria Hamel 500 gld. krijgen en dochter Katharina Hamel 700 gld.<12>
      • Op 2-10-1739 liet Aeltje Peper, wed. Gerrit Hamel, bij not. Adriaan Schadee vastleggen dat zij had besloten om de heren Weesmeesters en de Weeskamer alsnog uit te sluiten van haar boedel en het toezicht op de minderjarige erfgenamen. Zij benoemde vervolgens haar zwager (sic) Willem Bastiaanse en mons. Sander Hudehuison als executeurs in haar na te laten goederen en tot voogden over alle onmondigen en met name over Catharina Hamel op grond van het testament van haar man Gerrit Hamel van 5 november 1733.<13>
      • Op 17-2-1749 liet Aeltje Peper een nieuw testament opmaken en legateerde aan Aeltje Bastiaens en Gerrit Bastiaens, kinderen van haar dochter Maria Hamel verwekt bij Willem Bastiaens, ieder 25 gld. Verder worden als enige en algehele erfgenamen benoemd haar dochter Maria Hamel voor de ene helft, en de nagelaten kinderen van haar dochter Catharina Hamel tesamen voor de wederhelft.<14>
    7. Aaltje Hamel, ged. Schiedam 7-2-1694 (geen doogetuigen vermeld), begr. Schiedam 24-6-1707 (kv. Gerrit Hamel).
    8. Geertruid Hamel, ged. Schiedam 1-2-1697 (get. Annetge Dirks de Jong), ovl. na 1769.
      Geertruid Hamel otr./tr. Schiedam 17-1/1-2-1722 met Jacob Louwrens Oome/Ooms, geb. Hoge Zwaluwe (verm.),<15> zeevarensgezel, begr. Schiedam 14-2-1763 (^Lange Achterweg).
      • Op 17-9-1741 verstrekte Jacob Louweritz Ooms, zeevarensgesel, procuratie aan zijn vrouw Geertrij Hamel met betrekking tot de aankoop de 16 dezer maand van een huis aan de Lange Achterweg ad. 430 gulden en ter voldoening van de benodigde hypothecaiere schulden.<16> In dienst van de VOC vertrok hij kort hierna, in 1747 gevolgd door een reis van 7 jaren:
      • -Als bosschieter: uitreis 14-12-1741 bestemming Batavia met het schip Knappenhof (inv.nr. 14193, kamer Rotterdam fo. 70), aankomst 13-10-1742 (DAS- en reisnr 3231.5). Terug met het schip Leeuwerik, einde verbintenis 00-00-1743 (DASnr: )
      • -Als schiemansmaat: uitreis 7-1-1747 bestemming Batavia met het schip Voorzichtigheid (inv.nr. 14205, kamer Rotterdam fo. 11), aankomst 3-8-1747 (DAS- en reisnr 3387.2). Terug met het schip Brouwer, einde verbintenis 00-00-1754 (DASnr: )
      • Op 9-2-1763 lieten Jacobus Ooms en Geertruij Hamel hun gezamenlijke testament opstellen en benoemden elkaar wederzijds, behoudens de legitieme porties aan hun kinderen, als erfgenaam en als voogden over hun minderjarige kinderen.<17>
      • Op 7-3-1769 verkocht Geertruijd Hamel, als weduwe van ??, een huis aan Jan Jansen.<18>
    9. Henderina Hamel, ged. Schiedam 30-11-1698 (geen doopgetuigen vermeld), begr. Rotterdam (verm.) 23-7-1744 (^Molewerf in Apesteegie, diaken. NOOT: deze begraving is twijfelachtig).
      • Op 30-10-1722 werd te Schiedam gedoopt Harmen (get.: Marijtje Hamel en Ariaantje Hamel), onecht. 't Kind waarvan vader is, soo de moeder segt, Harmen Jansse Moor en moeder Henderijntje Hamel. Harmen werd vermoedelijk op 4-2-1723 te Schiedam begraven als kv. Harmen Moor.
      Henderina Hamel otr. Schiedam 15-1-1724 met Isaak Harmense (van der Bilt), ged. Schiedam 24-8-1701 (get.: Abraham Isaacs, Lijsbet Isaacs en Hester Harmens), zv. Harmen Harmens en Jannetje Isaacs.
    10. Nicolaas Hamel, ged. Schiedam 6-8-1700 (get.: Marijtie Gerrits en Marijke Pieters), ovl. na 1721.
    11. Jacob Hamel, ged. Schiedam 4-3-1703 ('s-avonds, staande beide [de ouders] tot getuigen over haar eigen kind), ovl. na 1721.
      Jacob Hamel otr. Schiedam 26-7-1721 met Maritje Claes, geb. Schiedam.
    Generatie II
    INDEX van familienamen
  2. GERRIT (NICOLAESZ) HAMEL, ovl. Schoonrewoerd 28-6-1658, begr. Vianen
    Gerrit (Nicolaesz) Hamel tr. voor 1656 met
  3. MARIA DE BRUIJN, geb. Ameide, ovl. Vianen (verm.) na 1672
    • De voorouders van Maria de Bruijn en haar huwelijk zijn ontleend aan de publicatie "Een eeuw lang in het stedelijk bestuur van Ameide, genealogie van het geslacht De Bruijn 1579-1679" door Dr. J.H. de Bruijn en E.M. de Bruijn-ter Denge in De Nederlandsche Leeuw, jaargang 1993, kol. 81 t/m 110. Met "NL-jrg.1993" en kolom aanduiding wordt naar deze publicatie verwezen. Het dossier met uitgebreide transcripties van de door de heer de Bruijn geraadpleegde documenten is na zijn overlijden in 2004 aan het Centraal Bureau voor Genealogie te Den Haag overgedragen. Raadpleging van deze transcripties leverde aanvullende informatie op en op onderdelen ook aangepaste interpretaties. Met "CBG, coll. De Bruijn" wordt naar deze transcripties
    • Op 1-4-1656 bevestigde Gerrit Hamel getrouwd met Maria Pietersen de Bruijn de ontvangst van 1600 gldn. en boedel uit de nalatenschap van zijn in 1643 overleden schoonvader Pieter Henricksen de Bruijn.<19>
    • "Op den 26en Junij 1658 ouden stijl" raakte Gerrit Hamel te Schoenrewoerd handgemeen met zijn zwager Johan van Oostrum, notaris en procureur bij de Kamer van Justitie te Vianen. Laatstgenoemde stak hem met een mes, waardoor Gerrit Hamel aan de gevolgen daarvan op 28-6-1658 te Schoonrewoerd overleed. Een dag later werd zijn "doode lichaem tot Vianen gebracht", waarvan hij inwoner was.<20> Zwager Johan van Oostrum vluchtte naar Hagestein, buiten het rechtsgebied van de stad en grafelijkheid Leerdam.<21>
    • In aanwezigheid van naaste verwanten en familieleden (zie daarvoor onder Nicolaeas Hamel de vader van Gerrit Hamel) verklaarde Maria de Bruijn op 8-9-1659 geen wraakgevoelens te kennen of genoegdoening te eisen, behoudens een gift van 50 gldn. aan de diaconie van Vianen te voldoen. Verder mocht hij de familieleden van het slachtoffer niet meer onder de ogen komen.<22>
    • In een akte dd. 13-8-1682 is vermeld dat Gerrit van Campen ev. Geertruijt Hamel, voor zichzelf en samen met Jacob Hamel, Hendrick Coevael en Johannes Schenck zich sterk maakten voor Pieter en Gerrit Hamel te samen kinderen van Gerrit Hamel zaliger (Zie voor uitgebreidere inhoud van het document onder de hierboven eerder genoemde Nicolaas Hamel; NA-ORA Vianen, toeg.nr. 3.03.08.192, inv.nr. 16, fol. 105v-108v)
    • NOOT: Aanwezige doopboeken: 1664-1811. Waaraan zijn de vermoedelijke geboortejaren van de onderstaande kinderen ontleend?
    • Hieruit is geconcludeerd dat er in 1683 drie in leven zijnde kinderen waren uit het huwelijk van Gerrit Hamel en Maria de Bruijn, tw. Geertruijt (gehuwd met Gerrit van Campen), Pieter en Gerrit. De laatste vermoedelijk geboren na het overlijden van zijn vader en derhalve postuum naar hem vernoemd.
    • NOOT: Aanwezige DTB-boeken Vianen: doop 1664-1811, trouwen 1673-1800, id. gerecht 1598-1806, attesties 1614-1807. Waaraan zijn de (vermoedelijke) trouw- en geboortejaren van de hierna volgende kinderen ontleend?
    Uit het huwelijk van Gerrit (Nicolaesz) Hamel en Maria de Bruijn:
    1. Geertruijt Hamel, geb. Vianen (verm.) ca. 1654, ovl. voor 1694.
      • Geertruij Gerrits Hamel ontving omstreeks 1672 (mogelijk bij haar 18e verjaardag) uit handen van haar grootmoeder Aeffgen Stael 100 gldn. namens Geertgen Claes haar moeder zaliger.<23>
      Geertruijt Hamel otr./tr. 1x Vianen/Maasdam 9/23-12-1677 met Gerrit van Campen, ovl. tussen 1682 en 1684.
      • Gerrit van Kempen, jm. [door papierschade niet leesbaar] X Geertruit Hamel jd. van [door papierschade niet leesbaar]. Getrouwt per attestatie tot [door papierschade niet leesbaar] den 23 december 1677.
      • C.A. Hamel (blz. 97) vermeldt dat Gerrit Kempen en Geertruit Hamel als jm. en jd. beiden uit Vianen afkomstig zijn.
      Geertruijt Hamel tr. 2x Vianen 16-11-1684 met Arnoldus Lockhorst, geb. Ede (verm.), begr. Amsterdam 17-8-1724.
      • Arnoldus Lockhorst, wed. Geertruij Hamel ^Hagesteijn, % 24-8-1694 te Vianen met Lijsbeth Brugging, jd. van Vianen. Getrouwt tot Hagesteijn (OPMERKING: Beide trouwdata zijn niet in de trouwboeken van Vianen teruggevonden)
      • Op 6 januari 1730 machtigde Joost Meertensz de Bont zijn vrouw Maria van Lokhorst, enige nagelaten dochter en erfgename van wijlen Arnoldus van Lokhorst, gewoond hebbende en overleden te Amsterdam, verwekt bij zijn eerste vrouw Geertruyd Hamel, om haar vaders boedel tot Amsterdam of elders te innen. Joost de Bont verklaarde onvermogend te zijn om processen te voeren.
      • Reeds eerder hadden zij op 21 augustus 1726 een machtiging verstrekt om papieren documenten en charters (bewijzen van rekening) op te vragen. Nogmaals machtigden de beide echtelieden op 23 oktober 1729 juffr. Elisabet Brugge, weduwe wijlen Sr. Arnoldus Lockhorst, won. tot Amsterdam, om in hun naam te vorderen en te eisen.<24>
    2. Pieter Hamel, geb. Vianen (verm.) ca. 1656, ovl. na 1682.
    3. Gerrit (Gerrits?) Hamel, geb. Vianen ca. 1658 [kwnr. 1].
    Generatie III
    INDEX van familienamen
  4. NICOLAES HAMEL, geb. ca. 1600, capiteyn van de treckpeerden, burgemeester van Vianen, ovl. tussen 8-1665 en 11-1665
    • In een door de Saten (vergeefs) ondernomen poging om Antwerpen te heroveren, kreeg Nicolaas Hamel -kapitein van de tochtpaarden- in 1638 opdracht om voor 700 paarden en 17 conducteurs te zorgen.<25>
    • In 1665, aan het begin van de 2e Engelse Oorlog (1665-1667), ondernam de Münsterse bisschop Christoffel Bernard van Galen pogingen om de aan de Republiek toegevallen gebiedsdelen van het Prinsbisdom Mnster (oa. de heerlijkheid Borculo en de Groninger Ommelanden) te heroveren. Het Staatse leger werd toen in paraatheid gebracht en werd Nicolaas Hamel wederom ingezet, samen met een luitenant en vier conductuers. Nodig waren 300 wagens, 120 tochtpaarden voor de kanonnen en 160 voor de ponten (resolutie dd. 29-8-1665). Nicolaas Hamel overleed kort daarna en werd hij op 7-11-1665 door zijn zoon Jacob Hamel opgevolgt.<26>
    Nicolaes Hamel tr. 1x met NN
    • Als schoonvader van Engel Heyndrickse kwam Nicolaas Hamel op 23-2-1638 met Pieter Pieters de Vor -meester wijncuyper en wijnverlater te Rotterdam- overeen dat Engel Heyndrickse voor 2 jaar bij hen in de kost zou gaan om van hem het wijnverlatersampt te leren. Niclaes Hamel zal hiervoor 150 gulden betalen. Mogelijk kende Nicolaas Hamel via Sweer Gerritsz, gemeentelants timmerman te Viaenen, diens schoonzoon Pieter Pieters de Vor te Rotterdam.<27>
    • Gerrit Pimpelfort, wijnkoper, en zijn vrouw Maria Lambrechts, eerder weduwe van Pieter Pietersz de Vor, in leven meester wijncuyper en wijnverlater, verklaarden op 23-10-1658 op verzoek van Nicolaes Hamel, borgermeester te Vianen, ten behoeve van Engel Hendricksz van Velroo, zijn schoonzoon, nu wonend te Hamborch, dat hetgeen in de akte van 23-2-1638 is genoteerd, de waarheid is. Dit wordt bevestigt door Willem Sam en Jan Claesz van Overvelt, beide hooftlieden van het Cuypers- en Wijnverlatersgilde.<28> In het register van Knegts en leerlingen van het Wijnverlaters- en Kuipersgilde is in 1638 aangetekend dat Pieter Pieters een leerling had, waarvoor hij 10 stuivers in de gildekas afdroeg, evenals in 1639.<29>
    • OVERWEGINGEN: Indien in 1638 Nicolaas Hamel wordt genoemd als schoonvader van Engel Heyndrickse, dan moet deze laatste uiterlijk in 1638 met een onbekende dochter van hem zijn gehuwd. Deze dochter zou dan omstreeks 1618 moeten zijn geboren en Nicolaas Hamel zelf omstreeks 1600. Het huwelijk van Nicolaas Hamel met Geertruijt Claesz vond in 1621 plaats. Aangezien hij niet aangeduid werd als jongeman, zou er van uit gegaan kunnen worden dat hij reeds eerder gehuwd was geweest, maar mogelijk is ook dat hij een "onechte" dochter had erkend.
    • Op 13-4-1680 gingen te Amsterdam in ondertrouw Geertruijt Hamel -kleindochter van Nicolaas Hamel en dochter van zijn zoon Nicolaas- met Johannes Schenk. Als getuige wordt daarbij genoemd haar oom en voogd Gerrit van Velroo. Zeer waarschijnlijk is deze dezelfde, die in 1663 wordt genoemd als Gerrit Henrixze Velroo, kerkmeester in Ameide, samen met Stephania Leenderts sijn huisvrouw met attestatie van Amsterdam. (Namen van de litmaten der gemeijnte tot Ameijda, 25 december 1663, pag.108a). In 1658 werd de schoonzoon van Nico Hamel genoemd als Engel Hendricksz van Velroo en zou Gerrit Hendrixe Velroo een broer van hem geweest kunnen zijn, die eveneens met oom werd aangeduid. Dit zou dan de familierelatie bevestigen.
    Nicolaes Hamel tr. 3x ca. 1656 met Anna Roberts, ovl. na 1658, eerder ev. Johannes Vogelsang, predikant
    • Op 30 oktober 1658 is er sprake van ene Anna Roberts, voordien weduwe van Johannis Vogelsang (in zijn leven predikant te Vianen, eerder gehuwd met Janneken van Limborgh) en nu huisvrouw van Nicolaas Hamel, oud-burgemeester van Vianen. Zij ondertekende (wat?) met Anna Robertson.<30> In 1656 was zij te Bergen op Zoom reeds opgetreden als getuige bij de doop van Anna Petronella Hamel, dv. uit het huwelijk van zijn zoon Nicolaas Hamel met Cornelia Boenaerd.
    • Op 2 maart 1663 trad Nicolaas Hamel op namens Willem Vogelenzang, zijn stiefzoon uit het huwelijk van Anna Roberts en haar 1e echtgenoot Johan Vogelenzang.<31>
    Nicolaes Hamel otr. 2x 's-Gravenhage 30-5-1621 met
  5. GEERTRUIJT CLAESZ, geb. 's-Gravenhage (verm.)
    • Nicolaes Hamel ging op 30-5-1621 als edelman van de artillerie te Den Haag in ondertrouw met Geertruyd Claes, jd. van Den Haag. Eveneens werd hij edelman van de artillerie genoemd toen hij op 2-5-1625 te Rotterdam een machtiging aan de procureur Aelbrcht Troost afgaf om al zijn debiteuren te manen om te betalen.<32> In 1638 was hij kapitein bij de tochtpaarden en had hij de verantwoording over 17 conducteurs en 700 paarden.<33>
    • In een notariële akte dd. 13-4-1641 verklaarden zijn nichten Maria Hamel, ev. Johan van Straten, en Agatha Hamel, ev. Servatius Carpentier, dat uit de boedel van hun tante Maria ter Voort-Hamel aan haar broederszoon en neef Nicolaes Hamel, capiteyn van de trekpeerden, een hoofdsom van 900 gld. was gelegateerd, tw. 450 gld. ten lijve van Adriaen en 450 gld. ten lijve van Jacob zijn kinderen.<34> (OPMERKING: Het is bevreemdend dat deze legatering in 1641 alleen Adriaen en Jacob Hamel worden genoemd
    • Op 26-6-1658 werd zijn zoon Gerrit Hamel met een mes gestoken door diens zwager Johan van Oostrum en waaraan hij een dag later stierf (zie voor uitgebreidere vermelding onder kind e. - Gerrit Hamel). Op 8-9-1659 legde Maria de Bruijn, "weduwe van zaliger Gerard Hamel, nedergeslagen", een verzoenings-verklaring af waarbij aanwezig waren: de Edele Nicolaes Hamel, capiteyn van de tochtpaerden ten dienste van de Hoogmogende Heren Staten Generaal ende oudt- borgemeester dezer stede, vader; Hermanus Vastenou, oudt-schepen derselver stadt, getrout hebbende Alida Hamel, swager, voor haerselven ende sich sterck maeckende voor Nicolaes Hamel, vaendrager onder de compagnie van capiteyn Tromp, ende Adriaen Hamel, jegenwoordicg zijnde in Ooost-Indië, alsmede voor Jacobus ende Henrick
    • NOOT:De leeftijdsvolgorde van de kinderen uit het huwelijk van Nicolaas Hamel en Geertruijt Claesz is ondermeer gebaseerd op de hier genoemde volgorde en betrokken op relevante datumvermeldingen in de overige genoemden akten.
    • "20 juli 1668 compareren Jacob Hamel, capiteyn van de tochtpaerden, Hendricus Hamel, med. dr. tot 's-Hertogenbosch, mede als oomen en bloedvoogden van de onmondige kinderen van Nicolaes Hamel, luitenant, en Gerrit Hamel, mitsgaders Alida Hamel, weduwe Dr. Hermanus Vastenou, tezamen voor 5/6 part erfgenamen van Nicolaes Hamel, capiteyn, hun vader zaliger. Zij transporteren hun 5/6 part in de erfenis aan Johan van Oosterum en Catharina Hamel, echtelieden (hun zwager en zuster)".<35>
    • Aart van Beuzekom geeft per e-mail dd. 5 juli 2004 nog de volgende aanvulling, ontleend aan ORA Vianen:<36> Op 13-8-1682 vond een boedelscheiding plaats naar aanleiding van het overlijden van Johannes Oosterom, die voornameljk een aantal huizen betrof waarin drie kinderen (of bij hun overlijden de kleinkinderen) van Nicolaas Hamel de oude nog belangen hadden. In deze akte worden genoemd: Catharina Hamel, weduwe Johan van Oosterum en Jacob Hamel, capitein van de tochtpaerden. En verder Johannes Schenck geh. met Geertruijt Hamel; Petronella Hamel, meerderjarige dochter; Jacob Hamel voornoemd, als oom en voogd van Adriaen Hamel, samenlijke kinderen van Niclaes Hamel [de jonge].
    • Noch [=nog verder] Gerrit van Campen als getr. hebbende Geertruijt Hamel voor zich zelve en zich met Jacob Hamel, Hendrick Coevael en Johannes Schenck sterk makende voor Pieter en Gerrit Hamel te samen kinderen van Gerrit Hamel zaliger.
    • Voorts Hendrick Coevael, als getrouwd hebbende Geertruijt Hamel een dochter [voorkind?] is van de voornoemde Catarina Hamel, en namens Pieter van Oosterum, oud-schepen van Vianen, diens vertegenwoordiging.
    Uit het 1e huwelijk van Nicolaes Hamel met NN:
    1. ... Hamel.
      ... Hamel tr. met Engel Hendricksz (van Velroo), wijnverlater te Hamburg, ovl. na 1658.
    Uit het 2e huwelijk van Nicolaes Hamel met Geertruijt Claesz:
    1. Adriaen Hamel, in 1658 zijnde in Oost-Indië, ovl. voor 1682.
    2. Jacob Hamel, wijnkuiper te Hamburg, kapitein van de tochtpaarden, ovl. Mechelen-B 8-11-1690.
      Jacob Hamel otr./tr. Utrecht 12-3/6-4-1675 met Deliana van Heurn, geb./ged. Utrecht 6/28-11-1646 (Domkerk), ovl. 19-10-1703, dv. Paulus van Heurn en Maria Pallaas.
      • Op 3-9-1657 verklaarde Catharina Kiens, weduwe van Pieter Jacobsz Koevoet meester cuyper en hooftman en gildebroeder van het Cuypers- en Wijnverlatersgilde, op verzoek van Nicolaes Hamel, burgemeester van Vianen, ten behoeve van zijn zoon Jacobus Hamel, wijncuyper te Hamburgh, dat haar man altijd een winkel heeft gehad waar hij wijn, branderwijn, olye, bier, haringh etc. verkocht en dat de genoemde Jacobus van april 1653 tot mei 1655 in deze winkel heeft gewerkt. Ook Claes Pietersz en Symon Dusingh bevestigen dit. Zowel de wijnverlaters als de meestercuypers dienen een proef af te leggen om tot gildebroeder van het ambacht te worden aangenomen.<37>
      • OPMERKING: Het is opmerkelijk, dat deze Jacob - in 1657 wijnkuiper te Hambur- zijn vader in 1665 na diens overlijden opgevolgd heeft als kapitein van de trekpaarden.
      • Jacob Hamel huwde in 1675 met Deliane van Heurn/Horn, die via de graven van Horn een nakomeling was van Karel de Grote. Op 16-1-1676 werd te Utrecht een zoon Nicolaas uit hun huwelijk gedoopt, waarna zij naar Vianen zijn vertrokken, waar hun overige 6 kinderen werden gedoopt. Op 10/29-9-1693 hertrouwde Delia van Heurne, wed. Jacob Hamel ^Vianen, met Pieter ten Hagen, jm. med. docter ^Vianen. Zij waren volle neef en nicht: zijn moeder was een zuster van haar vader.<38>
    3. Nicolaes Hamel, luitenant, ovl. Sas van Gent ca. 1-1668.
      Nicolaes Hamel otr. Zierikzee 29-6-1653 met Cornelia Boenaerd, ged. Zierikzee 3-12-1624, dv. Willem Boenaerd, stadschirurgijn te Zierikzee, en Pieternella Mogge.
      • Bij zijn huwelijk met Cornelia Boenaerd was Nicolaas Hamel vaandrig en bij zijn overlijden luitenant.
    4. Alida Hamel, ovl. Vianen (verm.) na 1703.
      Alida Hamel tr. 1x met Hermanus Vastenou, ovl. voor 1668.
      Alida Hamel otr./tr. 2x Vianen 27-12-1674/10-1-1675 met Gijsbert van Rhenen, schepen te Vianen, ovl. Vianen (verm.) voor 1703, eerder ev. Geertruijt Brouwers.
      • Gijsbert van Rhenen, wedn. Geertruit Brouwers, X Alida Hamel, weduwe, beide ^Vianen.
      • Volgens testament dd. 11-4-1703 bij notaris van Oirschot te Vianen opgesteld door Alida Hamel, in leven huisvrouw van Gijsbert van Rhenen schepen te Vianen, ging haar nalatenschap voor de ene helft naar Deliana van Heurne, wed. Jacob Hamel, en haar kinderen en voor de andere helft naar de kinderen van wijlen dr. Hendrick Hamel.<39>
    5. Gerrit (Nicolaesz) Hamel [kwnr. 2].
    6. Catharina Hamel, ovl. na 1693.
      Catharina Hamel tr. met Johan van Oosterum, procureur te Vianen, ovl. voor 1682.
      • Tijdens een twistgesprek op 26-6-1658 te Schoonrewoerd stak Jan van Oosterum zijn zwager Gerrit Hamel met een mes, waaraan deze de volgende dag overleed. Jan van Oosterum vluchtte toen naar Hagestein, buiten het rechtsgebied van de stad en grafelijkheid Leerdam. Nadat Maria de Bruijn, wed. Gerrit Hamel, op 8-9-1659 te Vianen een verzoeningsverklaring had afgelegd, keerde hij weer terug naar Vianen, waar hij verder ongestraft zijn praktijk als procureur kon oppakken.<40>
    7. Hendricus Hamel, medisch docter te 's-Hertogenbosch, tussen 1692 en 1699 schepen en raad aldaar, begr. 's-Hertogenbosch 26-2-1701.
      • Henricus Hamel, doct. medicinae, werd in januari 1662 ingeschreven als lidmaat van de Gereformeerde Kerk te 's-Hertogenbosch.<41>
      Hendricus Hamel otr./tr. 1x 's-Hertogenbosch 1/22-11-1666 met Eva Storm van 's-Gravesande, ged. 's-Hertogenbosch 6-4-1641, ovl. 's-Hertogenbosch 27-9-1667, dv. Laurens Storm van 's-Gravensande, raad en schepen van 's-Hertogenbosch, en Johanna van Heurn.
      • Eva Storm van 's-Gravensande is via de graven van Horn een nakomeling van Karel de Grote. Zij is een oudere achternicht van Deliana van Heurn, die later met haar zwager Jacob Hamel zou huwen. Hun gezamenlijke voorouders zijn Joannes Heurnis (1543-1601) en zijn vrouw Christina Beyer (1555-1604), die voorkomen op de diskette met de nakomelingen van Karel de Grote, uitgave NGV-1992.
      • Juffr. Eva van 's-Gravensande werd in juli 1661 met attestatie van Leyden ingeschreven als lidmaat van de Gereformeerde Kerk te 's-Hertogenbosch.<42>
      Hendricus Hamel otr./tr. 2x 's-Hertogenbosch 13-1/27-2-1669 met Geertruijd Tulleken, ged. 's-Hertogenbosch 10-11-1630, dv. Rutgaert Tulleken, presidentschepen, en Francina de Leeuw, eerder ev. Willem Keerweer.
  6. PETER HENRICKSEN DE BRUIJN, geb. ca. 1595, secr. Ameide en Tienhoven, ovl. Ameide voor 3-1643
    • Na het bereiken van de mondige, 25-jarige leeftijd in 1620 verving hij regelmatig zijn vader Henrick de Bruijn als secretaris van Ameide en volgde hem na diens overlijden in 1631 als zodanig op. Evenals zijn vader liet hij zijn patronym meestal achterwege en gebruikte hij het van zijn vader geërfde zegelstempel.
    • In een proces in 1632 tegen zijn zuster Marichgen de Bruijn betreffende de nalenschap van hun vader en de verdeling daarvan, verklaarde Peter Henricksen de Bruijn oud omtrent 38 jaar te zijn.<43>
    Peter Henricksen de Bruijn tr. met
  7. AEFFGEN HENDRICKS STAEL, begr. Ameide 20-11-1672 in de kerk
    • Peter de Bruijn huwde op huwelijkse voorwaarden (NOOT: Welke datering?) met Aeffgen Henricks Stael, dochter van Geertruijt Claes en Henric Jansen Stael. Zijn schoonmoeder Geertruijt Claes was de derde vrouw van zijn broer Andries Henriks de Bruijn.<44>
    • Als huisvrouw van Peter de Bruijn, secretaris, werd Aefken Henderycksdr na 1609 ingeschreven als lidmaat van de gereformeerde kerk te Ameide.<45>
    • Peter de Bruijn bezat een huis met boomgaard aan de Achterweg te Ameide, dat afkomstig was van zijn schoonvader Henrick Jansen Stael en op 7-5-1631 nam hij het belendende huis met boomgaard over van Marichen Balthis, diens moeder.<46>
    • Peter de Bruin overleed voor 26-3-1643.<47> Een op 16-1-1644 getroffen regeling omvatte de nalatenschap en de opvoeding van zijn toen nog minderjarige kinderen. De kinderen moesten leren lezen en schrijven, zoon Hendrick moest zich verder bekwamen op een "comptoir" of anderszin waarin hij prijs op stelde en dochter Maria moest leren naaien en speldewercken. Bij het bereiken van de 18-jarige leeftijd of eerder bij een huwelijk zou ieder 1600 gldn krijgen en een passende uitzet. Maria bovendien een fijne laeckense huijcke en Hendrik de zwarte mantel en zijdtrock van zijn vader, mitsgaders het geweer en het cachet.
    • Uit een aantekening dd. 1-4-1656 op dit document blijkt dat Henrick de Bruijn, schout dezer stede, en Gerrit Hamel, getrouwd met Maria Pietersen de Bruijn, uit hande van Aeffgen Stael hun moeder resp. schoonmoeder bovengenoemde bedragen en goederen hebben ontvangen.<48>
    Aeffgen Hendricks Stael tr. 2x met Henricus Hoendricx, secr. van Ameide, ovl. Ameide voor 1651
    • Na het overlijden van Peter de Bruijn omstreeks 1643 hertrouwde Aeffgen Henricks met Henricus Hoendricx, die haar overleden man als secretaris had opgevolgd.<49> Henricus Hoonrickse, secreatris van Ameide en Tienhoven, werd na 1609 lidmaat van de gereformeede kerk te Ameide.<50>
    Aeffgen Hendricks Stael otr. 3x (huwelijkscontract) 15-9-1655 met Jan Jacobsen Verhoeff, wedn. van Meerkerk, ovl. Ameide ca. 1665, zv. Jacob Govertsen Verhoeff en Ariaenntgen Ariens Brouwer
    • Op 17-1-1651 waren Aeffgen Hendricks Stael en Jan Jacobsen Verhoeff als getuigen aanwezig bij het kraambed van Maria van Ale, huisvrouw van Jan van Ale die al 2 jaar verdwenen was. Zij verklaarde dat het kind afkomstig was van Bastiaen Pijnsen, de schout van Ameide (Termeij).
    • Bastiaen Pijnsen, die de opvolger was van Henricus Hoendricx, werd als schout geschorst. Het schoutambt werd vervolgens in 1651 en 1652 waargenomen door de drossaard Hendrick van Brederode van Bolswaert, die dat in 1653 overdroeg aan Hendrick de Bruijn, de zoon van Aefgen Hendricks Stael uit haar 1e huwelijk.<51>
    • In 1655 huwde Aeffgen Hendricks Stael onder huwelijkse voorwaarden dd. 15-9-1655 met de bovengenoemde Jan Jacobsen Verhoeff, weduwnaar te Meerkerk.<52> Uit een transport akte dd. 26-5-1658 blijkt dat zij ook "tot Merckerck" woonde.<53>
    Aeffgen Hendricks Stael otr./tr. 4x Ameide 7/22-2-1663 met Claes Janse de Wael, steenbakker, schepen en ouderling te Ameide, ovl. Ameide ca. 1665, eerder ev. Aeltken Thonis
    • Aeffgen Hendricks Stael huwde op 22 Februari 1663 "sijnde Sint Pietersdag" met Claes Jansen de Wael, wedn. Aeltken Thonis, die de schoonvader was van haar zoon Hendrick de Bruijn. Claes Jansen de Wael overleed voor 23-1-1666.<54>
    • Aaffgen Hendricks Stael erfde op 31-8-1664 uit de nalatenschap van Willemken Claes, zuster van haar moeder, 2 morgen land in het Aaksterveld en op 3-4-1665 kocht zij voor 770 gldn. uit de erfenis van haar tante Bertken Claes, 2 aangrenzende morgen land van de andere erfgenamen.<55>
    • Eerder had zij op 18-5-1651 een testament laten passeren bij notaris Anthonis Delneff te Vianen, die zij -sieckelijck van lichaam bij de vure sittende- op 12-9-1672 voor de schepenen van Ameide herriep. Zij verdeelde nu haar boedel over haar dochter Maria Pietersen de Bruijn en haar zoon Hendrick Pietersen de Bruijn. Tevens verklaarde zij dat Geertjen Claes haar moeder zaliger aan Geertruij Hendricks de Bruijn en aan Geertruij Gerrits Hamel ieder mondeling een bedrag van 100 carolusguldens had toegezegd en die zij aan laatsgenoemde al had uitgereikt.<56>
    • Zij had 4 echtgenoten overleefd en werd op 20-11-1672 in de kerk van Ameide begraven "en heeft het kleed gehad, betaald 2-0- ".<57>
    Uit het huwelijk van Peter Henricksen de Bruijn en Aeffgen Hendricks Stael:
    1. Maria de Bruijn, geb. Ameide [kwnr. 3].
    2. Hendrick Petersen de Bruijn, geb. Ameide ca. 1628, schout van Ameide, begr. Ameide 11-10-1679 in het koor van de kerk.
      Hendrick Petersen de Bruijn tr. Ameide tussen 1652 en 1657 met Maeijcken Claes de Wael, geb. Ameide (verm.) ca. 1634, ovl. Ameide na 1698, dv. Claes Janse de Wael, steenbakker, schepen en ouderling te Ameide, en Aeltken Thonis.
      • Maria de Waels Jans, jongedochter, werd op 18-4-1652 aangenomen als lid van de gereformeerde te Ameide. Zij zal -zoals gebruikelijk- toen de leeftijd van 18 jaar gehad hebben. Een maand later, op 13-5-1652, werd de E. Hend. de Bruin Petersz, schout tot Ameide, eveneens als lidmaat aangenomen.<58> Zij zullen kort daarna getrouwd zijn, want hun oudste dochter deed op 24-12-1675 belijdenis, die dan omstreeks 1657 geboren moet zijn.
      • Op 27-2-1653 werd Hendrick Pietersen de Bruijn voor de eerste maal genoemd als schout van Ameide. Hij had toen vermoedelijk de mondige leeftijd van 25 jaar bereikt, want in 1652 en 1652 werd het schoutambt waargenomen door drossaard Hendrick van Brederode van Bolswaert, de hoogste ambtsdrager in dat gebied. In die jaren was hij "clerq, zo nu en dan het secretariaatsambt bediendende". Evenals zijn vader en grootvader, zijn ambtvoorgangers, liet hij zijn patronym achterwegen. Hij gebruikte het van zijn vader geërfde zegelstempel, die na zijn overlijden ook door zijn vrouw Maeijcken Claes de Wael benut werd, wat een fraaie lakzegel opleverde.<59> Aan de hand van dit zegel reconstrueerde J. Zeeman een familiewapen De Bruijn, waarvan het schild wordt omschreven als: In blauw negen zilveren zwaarden, dwars geplaatst, het gevest naar de linkerzijde gericht; in het hoofd in goud een blauwe lelie.
      • Hendrick de Bruijn woonde in de ouderlijke woning aan de Voorstraat te Ameide, die op 5-10-1655 door zijn moeder aan hem was overgedragen. Deze woning was sinds zijn grootvader niet alleen schoutswoning, maar ook herberg. Bij de inval van de Fransen in 1672 in de Republiek trokken 1000 Franse soldaten Ameide binnen en verwoeste de stad (stadsrechten sinds de 14 eeuw), waarbij 45 huizen in brand kwamen te staan, waaronder de schoutswoning. In 1676 kocht hij een vervangende, bestaande woning.<60>
      • Op 11-10-1679 werd Hendrik de Bruijn in het koor van de kerk te Ameide begraven. Met hem kwam een periode van 100 jaar ten einde, waarin leden van het geslacht De Bruijn als secretaris, schepen, burgemeester of schout deel uitmaakten van het bestuur van de stad Ameide.
      • Na het overlijden in 1679 van haar man verkocht Maeijcken Claes de Wael regelmatig van bij haar in bezit zijnde roerende en onroerende goederen, de laatste maal in 1698 haar woonhuis en op 15-11-1698 nog land. Haar erfgenamen (zij had 13 kinderen) verwachtten kennelijk dat de op hen afkomende boedelscheiding een negatief saldo zou opleveren en hadden reeds op 1-1-1698 voor schout en schepenen van Ameide verklaard dat zij van de hen toekomende nalatenschap zouden afzien.<61>

    Generatie IV
    INDEX van familienamen
  8. ADRIAEN HAMEL, geb. ca. 1555, ovl. voor 1605
    Adriaen Hamel tr. met
  9. NN
    • In het gezamenlijke testament dd. 17-4-1605 van zijn zuster Maria Hamel en haar man Jan Everts ter Voort wordt Adriaen Hamel genoemd als haar oudste, overleden broer. In haar afzonderlijke testament dd. 9-3-1637 zegt Maria Hamel dat Nicolaes Hamel de enige nagelaten zoon van haar broer Adriaen was.<62>
    Uit het huwelijk van Adriaen Hamel en NN:
    1. Nicolaes Hamel, geb. ca. 1600 [kwnr. 4].
  10. HENRICK PETERSEN DE BRUIJN, geb. ca. 1554, secr. Ameide en Tienhoven, begr. Ameide 11-10-1631 int Coor, geluit 4 poose, 't kerckekleed [verder door papierschade niet leesbaar]
    • In een proces voor de Kamer van Justitie te Vianen verklaarde Henrick Petersen de Bruijn ongeveer 10 jaar secretaris van Ameide te zijn en omtrent 35 jaren oud.<63>
    Henrick Petersen de Bruijn otr. 2x Gorinchem 17-11-1619 met Marichgen Matthijs van Uitenbrouck, geb. ca. 1571, ovl. na 1631, eerder ev. Henrick Jansen van Dusseldorp, brouwer te Gorinchem
    • Henrick de Bruijn ging op 17-11-1619 voor de 2e maal in ondertrouw met Marichgen Matthijs van Uitenbrouck, weduwe van Henrick Jansen van Dusseldorp brouwer in "De Gans" te Gorinchem. Henrick de Bruijn zal van Rooms Katholieke huize geweest zijn, maar kort na zijn 2 huwelijk is hij op belijdenis aangenomen in de gereformeerde kerk van Ameide. De exacte datum daarvan is onbekend, maar dat zal vermoedelijk in dezelfde dienst geweest zijn waarin Marichgen Matthijs haar intrede deed, want direct daaronder is zij in de lidmaatlijst genoteerd als "syn 2e huisvrouw met attestatie, tevoren tot Gorinchem aengenomen zynde ende enige jaren gecommuniceert hebbend".<64>
    • Daarvoor hadden Henrick de Bruijn en de 17 jaar jongere Marichgen Matthijs van Uitenbrouck op 14-11-1619 een huwelijkscontract afgesloten, waarin vastgelegd was dat eerdere schulden niet gezamenlijk zouden worden gedeeld.
    • Na het overlijden van haar 1e echtgenoot, had zij de brouwerij voortgezet. Zij kon echter niet aan haar verplichtingen voldoen en na een gerechtelijke procedure -waarin Henrick de Bruijn als haar man en voogd optrad- werd zij tot betalingen verplicht. Inmiddels had zij de brouwerij aan haar zoon Jan overgedragen, die nu met instemming van zijn stiefvader de aanwezige hypothecaire schulden op de brouwerij en een huis te Gorinchem verhoogde, maar terloops ook diens alle andere goederen tot onderpand stelde. Henrick de Bruijn stelde dat deze extra zekerheidstelling in strijd was met de afgesloten huwelijkse voorwaarden en verkreeg -na een gerechtelijke procedure- preferentie boven alle andere vorderingen, met inbegrip van de testamentaire uitkeringen aan
    • Na het overlijden van Henrick de Bruijn kochten zijn erfgenamen op 21-2-1631 Marichgen Mattheijs uit, maar moest zij toestaan dat haar goederen onder bewaring werden gesteld ter voorkoming dat oude schuldenaren haar daarop zouden aanspreken.<65>
    Henrick Petersen de Bruijn tr. 1x met
  11. MARICHGEN WILLEMS, ovl. Ameide tussen 1603 en 1616
    • Henrick Petersen de Bruijn en zijn vrouw Marichgen Willems bezaten een uitgebreid bezit te Ameide, die niet door vererfing, maar door aankoop was verkregen. De eerst bekende aankoop dateerd van 19-2-1589, waarbij hij 6 morgen 4« hond land in Aaksterveld in bezit kreeg.<66> En op 26 juni 1596 werd hij door (de drossard?) Walraven van Bredero beleend met 2 morgen land eveneens in Aaksterveld.<67> In 1609 zal hij dit leen als huwelijksgeschenk overdragen aan zijn dochter Marichgen.
    • Hij moet toen al in het bezit geweest zijn van 2 huizen. tw. een vermoedelijk boerderij genaamd Het Bouhuijs, benedendams gelegen, en het schoutshuis aan de Voorstraat. Hier werden ook openbare verkopingen gehouden en waarbij het gelag niet werd vergeten, gezien het feit dat Henrick de Bruijn een "drinckschultboeck" bijhield.<68>
    • Mogelijk waren Henrick Petersen de Bruijn en Marichgen Willems afkomstig uit het noordelijk deel van Brabant, want op 29-9-1612 vond te Ameide de kwitering plaats tussen enenerzijds zijn neef en nicht Jan en Tuentken Jans van Dommelroijen en anderzijds zijn neef Peter Petersen van Erp ^Gorckum, waarbij Henrick de Bruijn voor beide partijen als oom van moederzijden als getuige aanwezig was. Genoemde Peter Petersen van Erp was kennelijk gemachtigde in de verkoop van 2 akkers land gelegen in de Vrijheid van Waalwijk, die zij gezamenlijk verkregen hadden door vererfing van hun grootvader Peter Jacobsen de Bruijn en waarvan nu het aan zijn neef en nicht toekomende kindsdeel werd verrekend.<69>
    • Marichgen Willems wordt voor het laatst genoemd op 4-7-1603 wanneer zij 37 oude kazen en 2 grote zijden spek laat wegen, die zij had geruild had voor turf.<70>
    Uit het 1e huwelijk van Henrick Petersen de Bruijn met Marichgen Willems:
    1. Andries Henricksen de Bruijn, geb. ca. 1577, brouwer, ovl. ca. 1647.
      • In het proces in 1632 tegen zijn zuster Marichgen de Bruijn betreffende de nalatenschap van hun vader en de verdeling daarvan, verklaarde Andries Henricksen de Bruijn oud 55 jaar te zijn. In de rechtelijke archieven wordt hij van 1611 tot 1632 genoemd als brouwer en oefende hij het brouwersbedrijf uit samen met zijn zwager Aert Jacopsen. Van 1628 tot 1633 wordt hij genoemd als schepen te Ameide en in 1636 als gewezen heemraad en armenmeester aldaar. Van 1625 tot zijn overlijden in 1647 is hij capiteijn der borgerije te Ameide.<71>
      Andries Henricksen de Bruijn tr. 1x met Geertruijt Peters Roeck, ovl. voor 1603, dv. Peter Claessen Roeck en Neelken Dirck Schalks.
      • In het 1e huwelijk van Andries Henricksen de Bruijn met Geertruijt Peters Roeck werd hun enige een zoon Pieter geboren. Zijn moeder overleed voor mei 1603.<72>
      Andries Henricksen de Bruijn tr. 2x met Marichgen Daems, geb. Benschop (verm.), ovl. voor 1637.
      • Andries Hendrycks de Bruyn, brouwer, capitein alhier, en Marighenn Damendr syn huisvrouw werden na 1609 aangenomen in de gereformeerde kerk te Ameide.<73>
      • In het huwelijk van Andries Henricksen de Bruijn en Marichgen Daems werd een dochter Aelken en een zoon Willem geboren. Andries Henricksen de Bruijn bezat een uitgebreid bezit, maar na het overlijden van Marichgen Daems kwam hij als gevolg van de respectievelijke erfdelingen met zijn kinderen uit zijn 1e en 2e huwelijk wel in financiële problemen. Hij vestigde minstens 23 hypotheken en menigmaal werd hij via de Kamer van Justitie te Vianen gemaand tot het voldoen van achterstallige renten.<74>
      Andries Henricksen de Bruijn tr. 3x voor 1637 met Geertruit Claes [kwnr. 15].
      • Na het wederzijdse 3e huwelijk van Andries Henricksen de Bruin en Geertruit Claes trok hij vermoedelijk hij bij haar in. Geertruijt Claes, dv. Claes Jansen Bernetsen en Aeffken Aelberts, was de weduwe van Peter Steessen, daarvoor van Henrick Janssen Stael en daarmee de moeder van Aeffgen Stael, de echtgenoot van zijn broer Peter Henricksen de Bruijn. Zij bezat ondermeer een huis met erf en boogaard, gelegen op de hoek van de Achterweg en de Peperstraat te Ameide.<75> Na het overlijden van Andries Henricksen de Bruijn vond op 7-12-1647 de boedelscheiding plaats tussen enerzijds de kinderen uit het 1e en 2e huwelijk van hem en anderzijds zijn 3e vrouw Geertruijt Claes geassisteerd door haar broer Aelbert
    2. Marichgen de Bruijn, ovl. tussen 5-1633 en 11-1636.<76>
      Marichgen de Bruijn otr. (huwelijkscontract) 11-2-1609 met Aert Jacobsen, geb. ca. 1582, brouwer, ovl. Ameide ca. 1632, zv. Jacob Aertsen en NN.
      • Mariken Hend. dr de Bruyn, huisvrouw van Aert Jacobs en daarna deselve Aert Jacobsz, burgemeester, werden na 1609 als lidmaten aangenomen in de gereformeerde kerk te Ameide (NA, Nadere toegangen, map 18-Ameide: Lidmatenlijst na 1609, genummerd 34 en 35, niet gedateerd). Aert Jacopsen was van 1606 tot 1628 en in 1631 schepen en van 1620 tot 1628 en in 1631 burgemeester van Ameide.
      • Samen met haar schoonzuster Deliaentken Jacops kreeg Marichgen de Bruijn in 1609 een legaat van 215 gldn. overeenkomstig het testament van haar schoonvader Jacop Aertsen, toegekend uit dankbaarheid wegens de door haar verleende hulp gedurende "vijff ofte ses jaeren, dewijle hij temets beddevast ende oock allwijle tusschen 't vuijr ende bedde als oudt ende vericht gegaan heeft".<77>
      • Bij hun huwelijken had Henrick de Bruijn aan ieder van zijn kinderen 500 gldn. als huwelijksgeschenk mee gegeven. Aan Aert Jacopsen gehuwd met Marichgen de Bruijn was echter de keuze overgelaten tussen dit bedrag of de 2 morgen leenland in de polder Aaksterveld, vermeerderd met 50 gldn. Hij koos voor het leengoed, dat op 28-10-1616 door Walraven van Brederode aan hem werd overgedragen. Na het overlijden van Henrick de Bruijn en Aert Jacopsen werd deze schenking door haar broers gerechtelijk betwist. Bij vonnis van 2-5-1633 werden de broers in het gelijk gesteld en moest Marichgen de Bruijn, na aftrek van verbeteringskosten aan het leengoed en haar deel als huwelijksgeschenk, het meerdere inbrengen bij de verdeling met de overige erfgenamen.<78>
    3. Annichgen de Bruijn, ovl. voor 1655.
      Annichgen de Bruijn tr. met Pieter Pietersen de Jongen, veerman te Nieuwpoort, in 1641 bijgenaamd "den ouden monnik", ovl. tussen 5-1644 en 11-1644.<79>
      • Op 4-11-1633 waren burgemeesters en schepenen van Nieuwpoort bijeen om de stedelijke bier- en wijnaccijns te verpachten. Pieter Pietersen de Jongen liet zich publiekelijk laatdunkend over de gang van zaken uit, waarop hij gesommeerd werd voor het college te verschijnen. Voor zijn recalcitrant optreden en zijn minachting voor het college ("Ick heb den bruij van U") werd hij uit zijn gilde gezet en werd hem verboden om gedurende een jaar en zes weken vracht aan te nemen of volk over te varen.<80>
    4. Adriaentken de Bruijn, ovl. voor 1623.
      Adriaentken de Bruijn tr. met Jan Gerritsen Speijck, ^Rijswijk ('t land van Altena), ovl. na 1624.
      • Na het overlijden van zijn vrouw Adriaentken de Bruijn<81> liet Jan Gerritsen -wonende te Rijswijk in het land van Altena- een schuldbrief passeren tgv. Peter van Erp te Gorinchem, waarvoor hij zijn aandeel in de onverdeelde boedel van zijn schoonouders als onderpand stelde.<82>
    5. Cornelia de Bruijn, ovl. na 1640.
      Cornelia de Bruijn tr. met IJsaack Henricksen van Veen, ^Culemborg (1631), Leerdam, ovl. na 1640.
    6. Peter Henricksen de Bruijn, geb. ca. 1595 [kwnr. 6].
  12. HENRICK JANSEN STAEL, ovl. ca. 1625
    Henrick Jansen Stael tr. met
  13. GEERTRUIT CLAES, ovl. na 1647
    • De (groot-)ouders van Geertruit Claes zijn ontleend aan de pagina's "Ancestors of Huibrecht van Luijk"<83>
    Geertruit Claes tr. 2x met Peter Steessen, schout, later schepen en burgemeester van Ameide
    • Peter Steesz, out schoutet van Ameide, werd na 1609 aangenomen in de gereformeerde kerk te Ameide.<84>
    Geertruit Claes tr. 3x voor 1637 met Andries Henricksen de Bruijn, geb. ca. 1577, brouwer, ovl. ca. 1647, zv. Henrick Petersen de Bruijn, secr. Ameide en Tienhoven, en Marichgen Willems [kwnrs. 12+13], eerder ev. Marichgen Daems, daarvoor ev. Geertruijt Peters Roeck
    • Na het wederzijdse 3e huwelijk van Andries Henricksen de Bruin en Geertruit Claes trok hij vermoedelijk hij bij haar in. Geertruijt Claes, dv. Claes Jansen Bernetsen en Aeffken Aelberts, was de weduwe van Peter Steessen, daarvoor van Henrick Janssen Stael en daarmee de moeder van Aeffgen Stael, de echtgenoot van zijn broer Peter Henricksen de Bruijn. Zij bezat ondermeer een huis met erf en boogaard, gelegen op de hoek van de Achterweg en de Peperstraat te Ameide.<85> Na het overlijden van Andries Henricksen de Bruijn vond op 7-12-1647 de boedelscheiding plaats tussen enerzijds de kinderen uit het 1e en 2e huwelijk van hem en anderzijds zijn 3e vrouw Geertruijt Claes geassisteerd door haar broer Aelbert
    Uit het huwelijk van Henrick Jansen Stael en Geertruit Claes:
    1. Aeffgen Hendricks Stael [kwnr. 7].
    Generatie V
    INDEX van familienamen
  14. JAN HAMEL, ovl. tussen 1558 en 1569
    Jan Hamel tr. met
  15. HENDRICKEN (DE) LOIGE, ovl. na 1569
    • Omstreeks de wisseling van de 16e en 17e eeuw woonde in Den Haag ene mr. Jan Hamel. Verwijzende naar De Brabantse Leeuw, jrg. 1959, blz. 5-8 is in de Nederlandsche Leeuw een verband verondersteld tussen de daar genoemde Jan Hamel en deze mr. Jan Hamel, als zouden dezen de zelfde personen zijn.<86> De vermelding op 21-1-1558 van een van de kinderen van mr. Jan Hamel dat er verleden zomer pest had geheerst en dat toen zijn vader was overleden, weerlegd echter in hoge mate deze koppeling. Het is moeilijk aan te nemen dat zijn dochter Maria, die op 23-12-1655 werd begraven, de 100-jarige leeftijd zou hebben bereikt.<87>
    • De familienaam (de) Loige van de vrouw van Jan Hamel is ontleend aan een tweetal "genealogiën", aanwezig in het Rijksarchief te Utrecht.<88>
    • De voornaam van de echtgenote van Jan Hamel is ontleend aan een verslag dd. 9-7-1569 van de vierschaar van Sprang (thans gemeente Waalwijk), waarin een vermelding voorkomt over Hendricken Jan Hamels weduwe.<89> Betwijfeld wordt echter de juistheid van de familienaam en wordt eerder gedacht aan (de) Loije, veelvuldig voorkomend in de omgeving van Sprang/Waalwijk (waar het geslacht Hamel vermoedelijk zijn wortels heeft) en in Heusden.<90>
    Uit het huwelijk van Jan Hamel en Hendricken (de) Loige:
    1. Adriaen Hamel, geb. ca. 1555 [kwnr. 8].
    2. Gerrit Hamel, geb. ca. 1557, advocaat tot 1610 voor het Hof van Holland, daarna van de Staten 's Lands van Utrecht, ovl./begr. Utrecht 30-8/2-9-1633 (in de Domkerk).
      Gerrit Hamel tr. ca. 1580 met Maria Jansdr van Meerwijck, ovl. Utrecht 30-10-1635.
      • Gerrit Hamel was van 1592 tot 1609 de vaste advocaat van de stad Heusden voor het Hof van Holland. In 1602 woonde hij en zijn gezin te 's-Gravenhage int Zuyteynde en in 1604 op het Lange Voorhout en was er ouderling.
      • In 1610 werd hij aangesteld tot Raad en advocaat van de Heeren Staten 's Lands van Utrecht. Tijdens de installatie op 7-5-1611 van Prins Frederik Hendrik als de nieuwe stadhouder van Utrecht sprak Gerrit Hamel namens de Staten van Utrecht een keur van Salutiën en Congratulati‰n uit.
      • (NOOT: Invoegen afbeelding Gerrit Hamel, 1557-1633. (C.A. Hamel, blz. 70: Centraal Museum Utrecht - Kopergravure Crispianun Passens jr.)
      • Op 25-8-1633 lieten hij en zijn vrouw te Utrecht een testament opstellen. Zij woonden toen in een huis aan 't St. Janskerkhof. Uit het grafschrift van Gerrit Hamel in de Utrechtse Dom blijkt dat hij kort daarna op 76-jarige leeftijd op 30-8-1633 is overleden.<91>
      • Uit het huwelijk van Gerrit Hamel en Maria van Meerwyck zijn 7 kinderen bekend, waarvan echter niet exact bekend is waar en wanneer zij zijn geboren. Behoudens bij benadering de geboortejaren van 3 zonen bij hun inschrijvingen als student te Leiden: Jacob als 15-jarige op 2-5-1600, Dirck als 15-jarige op 10-2-1599 en Joannes als 16-jarige eveneens op 10-2-1599 en van een 4e zoon Hendrik als 23-jarige bij intekening op 9-9-1616 van zijn kerkelijk huwelijk te Amsterdam. Diens kinderen werden vermogende kooplieden in Amsterdam.
      • Het huwelijksjaar van het echtpaar Gerrit Hamel en Maria van Meerwyck kan nu ingeschat worden op omstreeks 1580.<92>
    3. Maria Hamel, begr. 's-Gravenhage 23-12-1655 (in de Grote Kerk).
      Maria Hamel otr. 's-Gravenhage 17-4-1605 met Jan Evertsz ter Voort, deurwaarder voor het Hof van Holland, ovl. 's-Gravenhage voor 1655.
      • Op 17-4-1605 -de dag van hun huwelijk- lieten Jan Evertsz ter Voort en Maria Hamel hun gezamenlijke testament opmaken. Als geëchte luyden woonden zij in de Molenstraat in Den Haag en wordt van Jan Evertsz ter Voort vermeld dat hij siekelyk van lichaam was.<93> Het echtpaar is kinderloos overleden.<94>
      • Mogelijk is Jan Evertsz ter Voort voor 1633 ovrleden, want Maria Hamel liet toen voor de eerste maal haar eigen testament opstellen, daarna driemaal in 1634 en eveneens driemaal in 1637. Vermeld wordt dat zij beschikte over (woonde in?) het huis met de trappen in de Wagenstraat. Als executeur benoemde zij in 1637 oa. haar neef Johannis Wttenbogaert, dienaer des goddelicken woorts en zoon van haar tante Heylwich Hamel.<95>
  16. PETER JACOBSEN DE BRUIJN
    Peter Jacobsen de Bruijn tr. met
  17. NN
    • Op 29 september 1612 verscheen voor de schepenen van Ameide Jan Jansen van Dommelroijen en zijn zuster Teuntken Jans, bijgestaan door Henrick de Bruijn, hun oom van moederszijde. Zij verklaarden van hun neef Peter Petersen van Erp wonende te Gorinchem -die kennelijk als hun gemachtigde was opgetreden- te hebben ontvangen hun kindsgedeelde van de verkoop van 2 akkers, gelegen binnen de Vrijheid van Waalwijk, en die toebehoord had aan hun grootvader wijlen Peter Jacobsen de Bruijn.<96>
    Uit het huwelijk van Peter Jacobsen de Bruijn en NN:
    1. Henrick Petersen de Bruijn, geb. ca. 1554 [kwnr. 12].
    2. Dochter1 Petersen de Bruijn, ovl. voor 1612.
      Dochter1 Petersen de Bruijn tr. met Peter van Erp, ovl. voor 1612.
      • In het huwelijk van Peter van Erp met een dochter van Peter Jacobsen de Bruijn werd een zoon Peter Petersen van Erp geboren. Deze laatste woonde in 1624 te Gorinchen, toen hij een lening verstrekte aan zijn nicht Adriaentken de Bruijn, die gehuwd was met Jan Gerritsen Spijck.<97>
    3. Dochter2 Petersen de Bruijn, ovl. voor 1612.
      Dochter2 Petersen de Bruijn tr. met Jan van Dommelroijen, ovl. voor 1612.
      • In het huwelijk van Jan van Dommelroijen met een dochter van Peter Jacobsen de Bruijn werd een zoon Jan Jansen en een dochter Tuentken Jans van Dommelroijen geboren.
  18. JAN STAEL
    Jan Stael tr. met
  19. MARICHGEN BALTHIS, ovl. na 1631 (NOOT: controleren in orgineel)
    • Marichgen Balthis, moeder van Henrick Jansen Stael en grootmoeder van Aeffgen Stael, ev. Peter Henricksen de Bruijn, verkocht op 7-5-1631 aan genoemde Peter de Bruijn een huis met boomgaard te Ameide.<98>
    Uit het huwelijk van Jan Stael en Marichgen Balthis:
    1. Henrick Jansen Stael [kwnr. 14].
  20. CLAES JANSEN BERNETSEN
    Claes Jansen Bernetsen tr. met
  21. AEFFKEN AELBERTS, dv. Aelbert Jansz Vermaat
    • Uit diverse hiervoor eerder genoemde akten blijkt van een huwelijk tussen Claes Jansen Bernetsen en Aeffken Aelbertsen met vermoedelijk uit dit ene huwelijk de hieronder genoemde kinderen.
    Uit het huwelijk van Claes Jansen Bernetsen en Aeffken Aelberts:
    1. Geertruit Claes [kwnr. 15].
    2. Aelbert Claesen, ovl. na 1647.
      • Aelbert Claesen assisteerde op 7-12-1647 zijn zuster Geertruijt Claes bij de boedelscheiding tussen enerzijds de kinderen uit het 1e en 2e huwelijk van Andries Henricksen de Bruijn en anderzijds diens 3e vrouw Geertruijt Claes.<99>
    3. Willemken Claes, ovl. ca. 1664.
      • Willemken Claes wordt in 1664 genoemd als erflaatser aan haar nicht Aeffgen Stael.<100>
    4. Bertken Claes, ovl. ca. 1665.
      • Bertken Claes wordt in 1665 genoemd als erflaatser aan haar nicht Aeffgen Stael.<101>

    Generatie VI
    INDEX van familienamen
  22. GERRIT HAMEL, ovl. na 1530
    Gerrit Hamel tr. met
  23. NN
    • De kinderen van Gerrit Hamel volgens C.A. Hamel en A.J.L. van Bokhoven - De Heusdense familie Hamel.<102> Gerrit Hamel wordt het laatst vermeld, wanneer hij in januari 1530 grond te Sprang verkoopt.<103>
    Uit het huwelijk van Gerrit Hamel en NN:
    1. Jan Hamel [kwnr. 16].
    2. Goossen Hamel, ovl. na 1563.
      • Goossen Hamel had een zoon Frederik Hamel.<104>
    3. Heylwich Hamel, geb. ca. 1511, ovl. na 1563.
      Heylwich Hamel tr. ca. 1545 met Augustijn Pietersz van den Bogaerden - Wttenbogaert, schoolmeester verbonden aan de Sint Pieter te Utrecht, ovl. na 1563.
      • Augustijn Peters, schoelmeijster der kercke Sinte Pieter t'Utrecht, ende Heijlwich Gerrits Hamelsdochter sijn huijsfrou worden voor het laatst genoemd in een akte gedateerd 29 maart 1563. Haar erfdeel in vier morgen land gelegen in het dorp Herpt in het Land van Heusden droegen zij over aan haar broer Goessen Gerritsen Hamel.<105>
      • Hun zoon Johannes Wttenbogaert studeerde rechten te Utrecht en theologie te Genève. Hij was vanaf 1584 predikant in zijn geboortestad en en sedert 1590 te 's-Gravenhage. Later werd hij hofpredikant -en daarbij legerpredikant- van Prins Maurits en werd hij een vertrouweling van Van Oldenbarnevelt, die hij in zijn kerkelijke opvattingen zeer nabij stond. Als goed geschoold theoloog met juridische bekwaamheid speelde hij een belangrijke rol en was hij in 1591 behulpzaam in het opstellen van de kerkorde der Staten.
      • Als raadsman van Van Oldebarnevelt stelde Johannes Uyttenbogaert in 1610 de remonstrantie [=betoog] tegen de calvinistische predestinatieleer op en werd hij gaandeweg de leider van de remonstranten. Na de staatsgreep van Prins Maurits en de excecutie van Van Oldenbarnevelt (medio 1618), maar nog voor de Dordtse Synode (nov. 1618) die de remonstrantse denkbeelden afwees, week hij uit naar de Zuidelijke Nederlanden. Hij had daar een belangrijk aandeel in de organisatie der Remonstrantse Broederschap en keerde in 1626 weer terug naar 's-Gravenhage.<106>
      • Johannes Wttenbogaerd huwde tweemaal, maar bleef kinderloos. Hij beschreef in zijn "Leven, Kerckelycke Bedieninge ende zedige Verantwoordingh", uitgave 1647, dat hij geboren was op 11 februari 1557 en dat zijn vader was Augustyn Pietersz Wtenbogaert en zijn moeder Heylwich Hamels van Heusden. Zij was bij zijn geboorte 46 jaar, "na 12 jaar onvruchtbaar te zijn geweest" en hij zegt verder dat zijn moeders geslacht in de regering van Heusden is geweest. In hoofdstuk 19 vermeldt hij, dat hij in september 1633 aanwezig is geweest bij de begrafenis van mr. Gerard Hamel, advocaat van de Staten van Utrecht, "mijn neef (wij waren volle susters ende broeders kinderen)".<107>
    4. Katherijna Hamel, ovl. na 1541.
    5. Katherijna Hamel tr. met Joost Everts, ovl. na 1541.
      • Van het echtpaar Katharijna Hamel en Joost Everts zijn er geen bijzonderheden te vermelden.<108>
  24. JOHAN JAN BERNTSZ (DE JONGE), geb. ca. 1530
    Johan Jan Berntsz (de jonge) tr. ca. 1555 met
  25. GHEERTGEN PIETER ADRIAENSDR.
    Uit het huwelijk van Johan Jan Berntsz (de jonge) en Gheertgen Pieter Adriaensdr:
    1. Claes Jansen Bernetsen [kwnr. 30].
  26. AELBERT JANSZ VERMAAT
    Aelbert Jansz Vermaat tr. met
  27. NN.
    Uit het huwelijk van Aelbert Jansz Vermaat en NN:
    1. Aeffken Aelberts [kwnr. 31].
    Generatie VII
    INDEX van familienamen
  28. DIRCK GERRITSZ HAMEL, schepen van Heusden (meerdere malen tussen 1493 en 1519), ovl. Heusden (verm.) tussen 5-1535 en 7-1536
    • Nakomelingen van Dirck Gerrits Hamel zijn beschreven in De Brabantse Leeuw, jrg. 1959, blz. 5-8<109> en blz. 46-48<110> en in De Nederlandsche Leeuw, jrg. 1960, kol. 124 t/m 134<111> en kol. 395 t/m 403.<112>
    • C.A. Hamel te Kaatsheuvel heeft deze artikelen verder bewerkt, aangevuld en uitgebreid met recent onderzoeksmateriaal en in 1997 in een eigen uitgave gepubliceerd als "Genealogie van een geslacht Hamel mogelijk afkomstig uit Waalwijk - Een nieuw begin" (Verwijzingen naar deze genealogie als C.A. Hamel).
    • Uit een aantal aktes voorkomende in het archief van Zuidwijn-Capelle<113> reconstrueerde C.A. Hamel de samenstelling van het gezin/familie van Dirck Gerrits Hamel.
    • Verder geeft hij aan dat het opvallend is dat Dirck Geritse Hamel zowel in Heusden als in Sprang (nu gemeente Waalwijk) regelmatig in de gevonden documenten voorkomt. Uit een aantekening van 28-6-1533 blijkt dat deze echter niet in Sprang woonde, hetgeen in overeenstemming is met het feit dat hij in 1532 schepen was van de stad Heusden en daar dus zal hebben gewoond.<114>
    • Dirck Hamel zegelde in deze functie -en veel van zijn nakomelingen later in en buiten Heusden- met een wapenbeeld dat een gaande en aanziende(?) hamel vertoonde. J.B. Rietstap beschrijft in zijn Amorial Gén‚ral het mogelijke familewapen onder het geslacht Hamel-Holland als volgt: Op goud een gaande hamel in natuurlijke kleuren op een drie schulpige aarden wal in sinopel.
    • Enkele generaties later worden door nakomelingen van Dirck Gerits Hamel ook een wapen gevoerd met een klimmende hamel. Omstreeks 1616 vestigde zich in Amsterdam zijn achterkleinzoon Hendrik Hamel en kreeg daar nazaten, waarvan J.B. Rietsap mogelijk hun wapen beschreef onder het geslacht Hamel-Amsterdam: Op sinopel een klimmende hamel in zilver, accorné [=gehoornd] in goud.<115>
    • De laatste vermelding van Dirck Gerritsz Hamel vond plaats op 1-5-1535, toen hij te Sprang een hofstede met land verkocht.<116>
    Dirck Gerritsz Hamel tr. 1x met NN
    • Op de vage vermelding van "Dierick Gherijts voorkinderen" is in de reconstructie van het gezin/familie van Dirck Gerritsz Hamel aangenomen dat hij uit een eerste huwelijk een zoon Dirck had, die voor 1529 al was overleden. Daarbij kan ook geconcludeerd worden dat er nog meer kinderen uit dat huwelijk geweest moeten zijn.<117> Verder is onduidelijk waarop gebaseerd is, dat genoemde Dick eveneens een gelijknamige zoon had, die dan in 1575 en in 1580 burgemeester van Heusden zou zijn.<118>
    Dirck Gerritsz Hamel tr. 3x met Eelsken NN, ovl. na 1536
    • Eelsken Dirck Gerijtsweduwe wordt voor het laatst op 25-7-1536 vermeld toen zij een vrije gift gaf aan Andries Corstiaanse over haar gedeelte grenzend aan zijn land, vermoedelijk nabij Capelle.<119>
    Dirck Gerritsz Hamel tr. 2x met
  29. ... JANSDR BRUIJSTENS, ovl. voor 1525
    • De (klein-)kinderen van Dirck Gerits Hamel uit zijn 2e huwelijk met ... Jansdr Bruijstens -tw. Andries Hamel, Gerit Hamel, Geertken Hamel en de kinderen van (wijlen?) Elisabeth Hamel ev. Jacob Godertszoon, allen Dirck Hamel Gerritskinderen- gaan in 1525 en 1527 processen aan met hun oom Augusteijn Jansz Bruijstens, die broeder was in het klooster van de Predikheren te 's-Hertogenbosch en waarvan de prior namens hem als vertegenwoordiger optrad. Het geschil betrof een vierde part van de nalatenschap van hun grootouders Jan Bruijstens en Cornelia Jacobsdr van der Beeck, aangaande de verdeling van een perceel zaailand in het Land van Heusden.<120>
    Uit het 1e huwelijk van Dirck Gerritsz Hamel met NN:
    1. Dirck Hamel, ovl. Heusden (verm.) voor 1529.
      Dirck Hamel tr. met NN.
      • Uit een onbekend huwelijk van Dirck Hamel is een zoon Dirck Hamel ("de oude") verondersteld, die omstreeks 1580 burgemeester van Heusden was en gehuwd was met Marijke Gijsbertsdr. Uit dat huwelijk eveneens een zoon Dirck Hamel die aangeduid werd als "de jonge", in onderscheid met zijn vader.<121>
    Uit het 2e huwelijk van Dirck Gerritsz Hamel met ... Jansdr Bruijstens:
    1. Andries Hamel, ovl. tussen 1553 en 1559.
      Andries Hamel tr. met Gheertruyt Hendrickxdr, ovl. na 1553.
      • Andries Hamel beschikte blijkens een condemnatie [=veroordeling?] van 9-11-1524 over 14 hont land met een huizinge binnen de heerlijkheid van Oudheusden bij de steenen brugge en over vijf morgen als vooren gelegen aan de Steenhoven aan beide zijden van der straeten.<122>
      • Op 22-11-1553 verleende Andries Hamel volmacht aan zijn vrouw Gheertuyt om alles voor hem te doen in het land en de stad van Heusden en verder in alle andere steden en landen. En nog geen maand later werd Rombout Goderts, in 1525 voogd over de kinderen van zijn (schoon)zuster Elisabeth, op 15-12-1553 vrijgepleit van een door Andries Hamel en zijn huisvrouw ingediende klacht.
      • Oa. uit een akte dd. 6-1-1559 blijk Andries Hamel ook land te bezitten in Sprang, mede grenzend aan land van (zijn dochter?) Gheertken Andriesdr.<123>
    2. Gerrit Hamel [kwnr. 32].
    3. Geertruyt Hamel, ovl. na 1537.
      Geertruyt Hamel tr. met Anthonie Jansz de Potter.
      • Geertruijt Hamel Dirxdochter verkreeg op 8-6-1537 achtalven carolus gulden als een deel van de opbrengst van een stuk land gelegen in de banne van Oudheusden. Haar zoon Jan Anthonisse de Potter werd omstreeks 1526 geboren en was vermoedelijk slager, want hij leverde volgens de jaarrekeningen van Heusden meerdere malen vette hamelbout en ander vlees aan de stad.<124>
    4. Elisabeth Hamel, ovl. voor 1525.
      Elisabeth Hamel tr. met Jacob Goderts, ovl. na 1525.
      • Van Elisabeth Hamel is slechts eenmaal een vermelding tegen gekomen in de eerder vermelde aktes uit 1525 en 1527 betreffende het proces tegen haar oom Augusteijn Bruijstens Janssoon, als zijnde de overleden moeder van de kinderen van Jacop Godertszoon.<125> In 1525 wordt (haar zwager?) Rombout Goderts genoemd als voogd over de kinderen van zijn (schoon-?)zuster Elisabeth.<126>
    Uit het 3e huwelijk van Dirck Gerritsz Hamel met Eelsken NN:
    1. Willem Hamel, ovl. Heusden (verm.) na 1556.
      Willem Hamel tr. met Hillegondt Jansdr Maes, ovl. na 1537, dv. Jan Maes en Margriet NN.
      • Op 12-3-1537 verkocht Willem Hamel, samen met zijn schoonmoeder Margriet en zijn schoonzusters Maricken en Heylwich, een huis te Heusden bij de Oudheusdense poort. (DBL-jrg. 1959, blz. 5)
      • In 1556 kreeg Willem Haemel Diericx van de stad Heusden 2:1:13 gldn. omdat hij rijshout had geleverd, waarmee "dijcxkens in die Elshousche stege" getuind waren.<127>
    2. Haesken Hamel.
      Haesken Hamel tr. ca. 1532 met Sijmon Willemse.
      • Kennelijk na het bereiken van de volwassen leeftijd bedankte Haesken Dirck Hamels Gerritsdochter op 17-12-1530 haar vader voor zijn voogdij en de verzorging van de rekeningen tot vandaag toe en koos hem opnieuw tot haar voogd om haar te beschermen in alle recht en onrecht. Op 10-11-1533 wordt Sijmon Willemse genoemd als haar man en voogd; waarschijnlijk zijn zij tussentijds getrouwd. Beiden worden op 21-4-1534 voor het laatst samen genoemd en mogelijk Sijmon Willemszoon nog in de jaarrekening over 1556 van Heusden, toen hij geld ontvangen had voor geleverd pampier.<128>
  30. JAN BERNTSZ, geb. ca. 1510, ovl. na 1560
    Jan Berntsz tr. met
  31. NN.
    Uit het huwelijk van Jan Berntsz en NN:
    1. Johan Jan Berntsz (de jonge), geb. ca. 1530 [kwnr. 60].
    Generatie VIII
    INDEX van familienamen
  32. GERRIT HAMEL, in 1521 poorter te Heusden
    Gerrit Hamel tr. met
  33. NN
    • In 1521 komt ene Gerrit Hamel voor in de burgemeestersrekening van Heusden. Het betreft een opgave van de poorters van de stad over wie een opgelegde betaling werd omgeslagen. Op grond hiervan werd deze Gerrit Hamel aangeslagen voor 10 stuivers, die korte tijd later met 10 stuivers werd verhoogd. Het lijkt aannemelijk dat deze Gerrit Hamel de vader is van Dirck Gerritse Hamel, die meerdere malen tussen 1493 en 1533 schepen was van de stad Heusden.<129>
    • Op grond van vermeldingen -echter alleen met patroniemen- worden speculatief nog twee kinderen van Gerrit Hamel genoemd:
    • - Cornelis Geritszoon, die in 1525 voor 6 rijnsguldens de stadwaag pachtte. Zijn mogelijke broer Dirck Hamel Geritszoon had die in 1521 gepacht.
    • - Willem Geritszoon, die in 1521 herstelwerkzaamheden aan de stadsmuur achter het klooster verrichtte door het dichtmetselen van gaten. In 1521 en 1525 werd hij als busmeester (van het metselaarsgilde?) door het stadsbestuur betaald. Waarschijnlijk is hij dezelfde die een "beseet had uit een geseetken" te Besoijen. Verder is deze Willem Geritsz vermoedelijk dezelfde die op 11-1-1535 genoemd werd als getrouwd te zijn met Kathelijn.<130> En een zoon Willem van zijn mogelijke broer Dirck Gerritse Hamel zou naar hem vernoemd kunnen zijn.<131>
    • Aan de hand van zegels en gevonden documenten, waarin uitgebreide bezittingen in de wijde omgeving van Waalwijk blijkt, construeerde C.A. Hamel op veronderstellingen de (groot)vaders van Gerrit Hamel. De verwantschap ondersteunt hij mede op het bezit in deze streek, zoals dat bij de nakomelingen van Gerrit Hamel uit Heusden is vermeld.<132> Uit onderzoeksoverwegingen zijn deze ouders in dit genealogisch overzicht opgenomen.
    Uit het huwelijk van Gerrit Hamel en NN:
    1. Dirck Gerritsz Hamel [kwnr. 64].
  34. JAN BRUIJSTENS, ^Heusden in de Pelserstraat, ovl. na 1499
    Jan Bruijstens tr. met
  35. CORNELIA JACOBSDR VAN DE BEECK
    • Jan Bruijstens was omstreeks 1475 pachter van de tol en in 1475 van de rosmolen te Heusden. Op 4-11-1489 werd hij genoemd als drost van het Land van Heusden en in 1495 en1499 als schout van Heusden.<133>
    Uit het huwelijk van Jan Bruijstens en Cornelia Jacobsdr van de Beeck:
    1. ... Jansdr Bruijstens [kwnr. 65].
    2. Augusteijn Jansz Bruijstens, priester, ovl. Waalwijk 9-12-1546.
      • Augusteijn Jansz Bruijstens werd in 1505 als lekebroeder gekleed bij de Predikheren, was in 1534 priester te Brugge en in 1543 prior. Hij overleed 9-12-1546 te Waalwijk.<134>
      • Augusteijn Jansz Bruijstens had in 1525 en 1527 het conflict met de kinderen van zijn zuster, die getrouwd was met Dirck Gerritsz Hamel, omtrent de verdeling van de nalatenschap van hun ouders.<135>
  36. BEERNT BERNSTS (DE JONGHE), geb. ca. 1480, ovl. Ameide voor 1542
    Beernt Bernsts (de jonghe) tr. met
  37. NN.
    Uit het huwelijk van Beernt Bernsts (de jonghe) en NN:
    1. Jan Berntsz, geb. ca. 1510 [kwnr. 120].
    Generatie IX
    INDEX van familienamen
  38. PETER GOYART HAMEL, ovl. voor 1499
    Peter Goyart Hamel tr. met
  39. NN
    • Gerit, zoon van wijlen Peter Hamel, verkocht op 25-2-1499 (nieuwe stijl) een cijns van 2 rijnsgulden, te betalen op Sint Pieters Stoel (22 februari) in 's-Hertogenbosch, uit een derde deel in 4 gerden land bij den Heijgrave te Waalwijk.
    • Gerit, zoon van wijlen Peter Goyart Hamels, verkocht een cijns van 2 rijnsgulden, te betalen op Maria Boodschap (25 maart) uit een derde deel in een vier roeden brede beemd in de Vrijheidt Waalwijk. Gerit Hamel kan deze cijns lossen met 25 rijnsgulden dd. 6-4-1501 (nieuwe stijl).<136>
    • C.A. Hamel veronderstelt dat deze Gerit Hamel identiek is met de vader van Dirck Gerrits Hamel, de stamvader van het Heusdense geslacht Hamel. Hij wordt daarin gesterkt omdat Dirck Gerritsz Hamel en zijn nakomelingen in hun functies van schepenen en burgemeesters van Heusden hetzelfde wapenzegel gebruikten als Gooswijn Hamel, schepen van Waalwijk. Gooswijn Hamel is de zoon van Goyart Hamel en broer van Peter Goyart Hamel en daarmee oom van boven vermelde Gerit Hamel. Verder is gebleken dat de genoemde vader Dirck Gerritsz Hamel veel land bezat in de wijde omgeving van Waalwijk.<137>
    Uit het huwelijk van Peter Goyart Hamel en NN:
    1. Gerrit Hamel [kwnr. 128].
  40. JACOB VAN DE BEECK
    Jacob van de Beeck tr. met
  41. NN
    • Jacob van der Beeck werd in 1457 in een jaarrekening van de stad Heusden vermeld.<138>
    Uit het huwelijk van Jacob van de Beeck en NN:
    1. Cornelia Jacobsdr van de Beeck [kwnr. 131].
  42. BEERNT BERNTSS
    Beernt Berntss tr. met
  43. NN, ovl. Ameide tussen 1490 en 1504.
    Uit het huwelijk van Beernt Berntss en NN:
    1. Beernt Bernsts (de jonghe), geb. ca. 1480 [kwnr. 240].
    Generatie X
    INDEX van familienamen
  44. GODERT/GOYART HAMEL, geb. voor 1362, ovl. ca. 1410
    Godert/Goyart Hamel tr. met
  45. NN
    • C.A. Hamel te Kaatsheuvel deed uitgebreid onderzoek naar de families Hamel in Nederland en publiceerde in 1997 in een eigen uitgave de "Genealogie van een geslacht Hamel mogelijk afkomstig uit Waalwijk - Een nieuw begin". De oudste leden van dit geslacht Hamel zijn aan deze publicaties ontleend en aangevuld met eigen onderzoeksmateriaal. (Naar deze genealogie wordt verwezen met C.A. Hamel.)
    • Godert Hamel werd in de periode 1362 tot omstreeks 1410 diverse malen genoemd en beschikte in 1375 over een vermogen van 200 "zwarte" ponden en bezat in totaal 3 stukken land, waarvan de grootte niet bekend is. Verder bezat hij 2 stukken land elk ter grootte van 2 morgen en had hij weiland in pacht. In de genoemde periode was Godert Hamel tenminste eenmaal gezworene van Waalwijk.<139>
    • In een (rechtelijk?) regest nr. 27 dd. 10-3-1397 wordt Ghodert Hamel vermeld als "hemelrader", wanneer 30 morgen land onder Baardwijk aan ridder Willem van Cranenborch wordt overgedragen. Nagenoeg zeker had Godert Hamel een zoon Gooswijn Hamel Godertszoon.<140>
    • C.A. Hamel veronderstelt dat deze Godert Hamel dezelfde is als Goyart Hamel, de vader van Peter Goyart Hamel en grootvader van Gerit Pieters Hamel. Van deze laatste wordt aangenomen dat hij de vader is van Dirck Gerrits Hamel, de stamvader van het Heusdense geslacht Hamel.<141>
    Uit het huwelijk van Godert/Goyart Hamel en NN:
    1. Gooswijn/Goossen Hamel, geb. voor 1410, schepen van Waalwijk, ovl. voor 1469.
      Gooswijn/Goossen Hamel tr. met NN.
      • Gooswijn Hamel Godertszoon kwam reeds in 1411 te Waalwijk in een akte voor. In 1421, 1423 en 1430 was hij Heilige Geestmeester en in 1426 en 1434 schepen van Waalwijk. Zijn zegel hangt aan een charter uit oktober van het laatst genoemde jaar. Deze charter wordt bewaard in het archief van de Nederlands Hervormde Kerk te Waalwijk.<142>
      • C.A. Hamel veronderstelt dat deze Gooswijn Hamel dezelfde is als Goossen Hamel die een zoon Pieter had, die priester werd, en een zoon Jan die in in 1469 genoemd wordt als zoon van wijlen Goossen Hamel.<143>
    2. Peter Goyart Hamel [kwnr. 256].

    TOP


    NOTEN:
    Terug door aanklikken op nootnummer

    01. De Brabantse Leeuw, jrg. 1959, blz. 5-8, A.J.L. van Bokhoven: De Heusdense familie Hamel en blz. 46-48, J.L. Hamel: Aanvullingen op de Heusdense familie Hamel.
    02. Nederlandsche Leeuw, jrg. 1960, kol. 124 t/m 134, J.L. Hamel en mr. G.A. Hamel: Het geslacht Hamel te Utrecht en kol. 395 t/m 403. idem: De nakomelingen van Adriaen Hamel.
    03. C.A. Hamel, blz. 1 t/m 4
    04. Nederlandsche Leeuw, jaargang 1993, kol. 81 t/m 110, Dr. J.H. de Bruijn en E. M. de Bruijn-ter Denge: Een eeuw lang in het stedelijk bestuur van Ameide, genealogie van het geslacht De Bruijn 1579-1679.
    1. GA-Schiedam, Besogneboek, inv. nr. 350.
    2. GA-Schiedam, ONA - inv. no. 792 blz. 629.
    3. C.A. Hamel, blz. 148. (NOOT: Verkoop niet in GA-Schiedam terug gevonden)
    4. GA-Schiedam ORA-inv.nr. 896, bld. 134.
    5. GA-Schiedam ORA- inv.nr.879, bld. 1125.
    6. GA-Schiedam, ONA-inv.nr. 787, blz. 869: A. van Beuzekom.
    7. GA-Schiedam, ONA-inv.nr. 813, bld 473.
    8. GA-Schiedam Besogneboek-inv.nr. 361.
    9. GAR, ONA-inv.nr. 2651, bld. 404.
    10. GA-Schiedam, index huiseigenaren.
    11. GAR, ONA-inv.nr. 2350, bld. 122.
    12. GAR, ONA-inv.nr. 1998, bld. 151 ev.
    13. GAR, ONA-inv.nr. 2585, bld. 861.
    14. GAR, ONA-inv.nr. 2595, bld. 200.
    15. C.A. Hamel, blz. 147.
    16. GA-Schiedam ORA-inv.nr. 904, bld. 204.
    17. GA-Schiedam, ONA-inv.nr. 889, bld. 107.
    18. C.A. Hamel, blz. 149. NOOT: Verkoop niet in GA-Schiedam terug gevonden.
    19. CBG, coll. De Bruijn, map 11 nr. 189.
    20. CBG, coll. De Bruijn, map 11 nr. 189.
    21. NL-jrg. 1993, kol. 101: NA, RA-Leerdam, inv.nr. 165.
    22. CBG, coll. De Bruijn, map 11 nr. 194: NA, RA-Vianen, inv.nr. 14.
    23. CBG, coll. De Bruijn, map 12 nr. 221.
    24. H.T.M. de Raad: De Bont -Vianen. Gepubliceerd in Kronieken - 1998, een uitgave van de Genealogische Vereniging Prometheus.
    25. J.G. ten Raa en F. de Bas: Het Staatsche leger 1568-1795 - deel IV (1919) blz. 104/105.
    26. F.J.G. ten Raa en F. de Bas: Het Staatsche leger 1568-1795, deel V (1921) blz. 149-151.
    27. GAR, ONA-inv.nr. 172, aktenr. 100 bld. 167 en inv.nr. 353, aktenr. 45 blz. 167.
    28. GAR, ONA-inv.nr. 172, akte nr. 100a bld. 168.
    29. GAR, Toegangnr. 17, inv.nr. 71 1625-1642.
    30. C.A. Hamel, blz. 96.
    31. C.A. Hamel, blz. 97.
    32. GAR, ONA-inv.nr. 88, bld. 601.
    33. C.A. Hamel, blz. 96.
    34. NL-jrg. 1960, kol. 126 en 396: HAU, NA-inv.nr. 216, bld. 84.
    35. NL-jrg. 1960, kol.451. W. Wijnaendts van Resant: Rechterlijk Archief Vianen, T.L. 16.
    36. NA Den Haag, toeg.nr. 3.03.08.192, inv.nr. 16, fol 105v-108v.
    37. GAR, ONA-inv.nr. 172, aktenr. 93 bld. 153.
    38. NL-jrg. 1960, kol. 397, HUA, not.arch.-inv.nr. 283, fol. 31/32.
    39. C.A. Hamel, blz. 97.
    40. CBG-coll. De Bruijn , map 11 nr. 194: NA, RA-Vianen, inv.nr. 14.
    41. GAsH, lidmatenboek.
    42. GAsH, lidmatenboek.
    43. NL-jrg. 1993, kol 100: NA, Archief Kamer van Justitie van Vianen, inv.nr. 81.
    44. NL-jrg. 1993, kol. 101 en 102.
    45. NA, Nadere toegangen, map 18-Ameide: Lidmatenlijst na 1609, nr. 146 niet gedateerd.
    46. NL-jrg. 1993, kol. 101: NA, RA-Ameide, inv.nr. 33, fol. 195-195v en fol. 196-196v.
    47. NL-jrg. 1993, kol. 102: NA, RA-Ameide, inv.nr. 34, fol. 243-243vo.
    48. CBG, coll. De Bruijn, map 11 nr. 189: NA, RA-Ameide, inv.nr. 34, fol. 265v-267r.
    49. NL-jrg. 1993, kol. 101 en 102.
    50. NA, Nadere toegangen, map 18-Ameide: Lidmatenlijst van na 1609, ongenummerd en ongedateerd.
    51. NL-jrg. 1993, kol. 103.
    52. NL-jrg. 1993, kol. 102.
    53. CBG, coll. De Bruijn, map 12 nr. 208.
    54. NL-jrg. 1993, kol. 102: NA, RA-Ameide inv.nr. 1, fol. 15 en 15v.
    55. NL-jrg. 1993, kol. 103.
    56. CBG, coll. De Bruijn, map 12 nr. 221: NA, RA-Ameide, inv.nr. 37. fol. 46v.
    57. NL-jrg. 1993, kol. 103.
    58. NA, Nadere toegangen, map 18-Ameide: Lidmatenlijst na 1609.
    59. NL-jrg. 1979, kol. 308.
    60. NL-jrg. 1993, kol. 106 en 107.
    61. NL-jrg. 1993, kol. 107: NA, RA-Ameide inv.nr. 12, fol. 71vo.
    62. NL-jrg. 1960, kol. 125: GAsG, inv.nr. 3, bld. 106v en inv.nr. 71, bld. 18v.
    63. NL-jrg. 1993, kol.83: NA, Arch. Kamer van Justitie te Vianen, inv.nr. 86.
    64. NA, Nadere toegangen, map 18-Ameide: Lidmatenlijst na 1609, genummerd 41 en 42, niet gedateerd.
    65. NL-jrg. 1993, kol. 86 en 87.
    66. NL-jrg. 1993, kol. 83: GA Utrecht, Bewaarde Archieven-inv.nr. 556.
    67. NL-jrg. 1993, kol. 83: NA, Arch. Leenhof van Vianen.
    68. NL-jrg. 1993, kol. 83: NA, RA-Ameide, inv.nr. 31, fol. 114 en inv.nr. 34, fol. 73-76.
    69. NL-jrg. 1993, kol. 83: NA RA-Ameide, inv. nr. 32, fol. 112-113.
    70. NL-jrg. 1993, kol. 86: NA RA-Ameide, inv.nr. 32, fol. 187.
    71. NL-jrg. 1993, kol. 87 en 88.
    72. NL-jrg. 1993, kol. 88: NA, Arch. Weeskamer Tienhoven, inv.nr. 1.
    73. NA, Nadere toegangen, map 18-Ameide: Lidmatenlijst na 1609, genummerd 58 en 59 niet gedateerd.
    74. NL-jrg. 1993, kol. 89 en 90.
    75. NL-jrg. 1993, kol. 91: NA, RA-Ameide, inv. nr. 33, fol. 209v-212v.
    76. NL-jrg. 1993, kol. 84: NA RA-Ameide inv.nr. 34, fol. 73-76.
    77. NL-jrg. 1993, kol. 84: NA, RA-Ameide, inv.nr. 32, fol. 49-50.
    78. NL-jrg. 1993, kol. 87: NA, Arch. Kamer van Justitie, 174v-175.
    79. NL-jrg,. 1993, kol. 85: NA, RA-Ameide, inv.nr. 34, fol. 270 en inv.nr. 35, fol. 1-1v.
    80. NL-jrg. 1993, NA, RA-Nieuwpoort, inv.nr. 6.
    81. Voor 14-6-1623; NA, RA-Ameide, inv.nr. 33, fol. 21.
    82. NL-jrg.1993, kol. 85: GA-Gorinchem, Not. Archief Gorinchem, inv.nr. 3974.
    83. home.kabelfoon.nl/~aavb/<
    84. NA, Nadere toegangen, map 18-Ameide: Lidmatenlijst na 1609, genummerd 87 niet gedateerd.
    85. NL-jrg. 1993, kol. 91: NA, RA-Ameide, inv. nr. 33, fol. 209v-212v.
    86. NL-jrg. 1960, kol. 125.
    87. C.A. Hamel, blz. 52: Verzameling Ch. Dozy, fol. 151.
    88. NL-jrg. 1960, kol. 125 en voetnoot 2, kol.125. NOOT: nalopen de voetnoot: E. van Engelen, Grafs en wapen der kerken van Uytrecht 3 dln, deel 1. pag. 135. In de verzameling Atteveld bevindt zich dezelfde genealogie Hamel als bij van Engelen, alleen wordt hier gesproken van "de Loige".
    89. C.A. Hamel, blz. 50.
    90. C.A. Hamel, blz. 51.
    91. C.A. Hamel, blz. 69 en 70.
    92. NL-jrg. 1960, kol. 126 t/m 134, over hem en zijn kinderen.
    93. NL-jrg. 1960, kol. 125.
    94. NL-1960, kol. 403: Jaarboek Die Haghe 1914/1925, blz. 90.
    95. NL-jrg. 1960, kol. 125, 126 en 133: Jaarboek Die Haghe 1902.
    96. CBG, coll. De Bruijn, map 9 nr. 1: NA, RA-Ameide, inv.nr. 32, fol. 112r-113r.
    97. NL-jrg. 1993, kol. 85: GA-Gorinchen, Not.Arch. Gorinchem-inv.nr. 3974.
    98. NL-jrg. 1993, kol. 101: NA, RA-Ameide, inv.nr. 33, fol. 195-195v en fol. 196-196v.
    99. CBG, coll. De Bruijn, map 9 nr. 55: NA, RA-Ameide, inv. nr. 35, fol. 81v-83r.
    100. NL-jrg. 1993, kol. 103: NA, RA-Ameide inv.nr. 36, fol. 115v-117v.
    101. NL-jrg. 1993, kol. 103: NA, RA-Ameide inv.nr. 1, fol. 163v-164.
    102. DBL, jrg. 1959, blz. 6.
    103. C.A. Hamel, blz. 31.
    104. C.A. Hamel, blz. 55, verwijzende naar V-d op pagina 74 en naar bijlage 2.
    105. C.A. Hamel, blz. 31 en blz. 33.
    106. Div. bronnen, wo. A.J. van der Aa - Biografisch Woordenboek der Nederlanden, uitgave 1877, blz. 428 t/m 434 en Prof. dr. G.J. Hoenderdaal cs. - Staat in de vrijheid, uitgave 1988, blz. 32, waaraan gravure is ontleend, waarvan de maker (onbekend is?).
    107. DBL-jrg. 1959, blz. 48.
    108. C.A. Hamel, blz. 30.
    109. A.J.L. van Bokhoven: De Heusdense familie Hamel.
    110. J.L. Hamel: Aanvullingen op de Heusdense familie Hamel.
    111. J.L. Hamel em mr. G.A. Hamel: Het geslacht Hamel te Utrecht.
    112. idem: De nakomelingen van Adriaen Hamel.
    113. inv.nr.7 - fol. 10 dd. 5-6-1529, fol. 23v dd. 27-3-1532 en dd. 10-11-1533, fol. 39 dd. 13-6-1534 en fol. 50 dd. 25-7-1536.
    114. C.A. Hamel, blz. 20 t/m 22.
    115. C.A. Hamel, blz. 23.
    116. C.A. Hamel, blz. 26.
    117. C.A. Hamel, blz. 20: RANB, Collectie Cuijpers van Veldhoven, inv.nr. 1465, fol. 10 dd. 5-6-1529.
    118. C.A. Hamel, blz. 29 en blz. 41.
    119. C.A. Hamel, blz. 27.
    120. C.A. Hamel, blz. 20 en 30: RANB, Collectie Cuijpers van Velthoven, inv.nr. 1465 dd. 20-12-1525 en nr. 1465 uit?
    121. C.A. Hamel, blz. 29, 41 en 61.
    122. C.A. Hamel, blz.34: Hof van Holland, inv.nr. 3261, registers van decreten, akte nr. 52 dd. 15-11-1532.
    123. C.A. Hamel, blz. 36.
    124. C.A. Hamel, blz. 27.
    125. C.A. Hamel, bz. 20.
    126. C.A. Hamel, blz. 36.
    127. C.A. Hamel, blz. 40.
    128. C.A. Hamel, blz. 27 en 28.
    129. C.A. Hamel, blz. 15 en 23.
    130. C.A. Hamel, blz. 17: RA- Zuidewijn, 7-42.
    131. C.A. Hamel, blz. 17.
    132. C.A. Hamel, blz. 5 t/m 10.
    133. C.A. Hamel, blz.26.
    134. C.A. Hamel, Genealogie Hamel, blz. 26.
    135. C.A. Hamel, blz. 20.
    136. C.A. Hamel, blz. 9: RA-'s-Hertogenbosch, resp. inv.nr. 1267, fol. 324v en inv.nr. 1269, fol. 57. NOOT: de feitelijke inhoud van deze vermeldingen ontgaat mij.
    137. C.A. Hamel, blz. 24 t/m 26.
    138. C.A. Hamel, blz. 26.
    139. C.A. Hamel, blz. 5: P. Hoppenbrouwers - Een Middeleeuwse Samenleving, deel 2, pag. 969.
    140. C.A. Hamel, blz. 5: A.P. van Schilfgaarden - De Twaalf arme Mannen van Heusden, 1923, fol. 9.
    141. C.A. Hamel, blz. 8.
    142. C.A. Hamel, blz. 6, alwaar zegel in spiegelbeeld is weergegeven [hiernaast "ontspiegeld"])
    143. C.A. Hamel, blz.8.

TOP


FAMILIENAMEN in de kwartierstaat Gerrit (Gerrits?) Hamel
Koppeling naar de eerst voorkomende kwartierouder, mogelijk meerdere takken.


ADRIAENSDR
AELBERTS
BALTHIS
BEECK
BRUIJN
BRUIJSTENS
CLAES
CLAESZ
HAMEL
LOIGE
STAEL
WILLEMS

TOP


©Vic. Poolen
mail@vicpoolen.nl

.

.

.

.

.

.

.

.

.